Dijkerman  
 
Stamboom van de familie Dijkerman (grafisch)
 
De oorsprong van de familie Dijkerman ligt bij boerderij 't Dijker in Gorssel welke ook wel den olden Dijck, den Dijck, 't Dijcke, Dijker en Dijkerman werd genoemd. De boerderij ligt ongeveer 1500 meter buiten het dorp aan de huidige Eefdese Enkweg. Het was vroeger gelegen in het buurtschap Eschede welke later werd gesplitst in de Eesterbrink (het zuidelijke gedeelte) en de Eesterhoek (het noordelijke gedeelte) waarin 't Dijker is gelegen. Meer informatie over de Eesterhoek en Eesterbrink kan worden gevonden op deze website.
 
De boerderij zal eerst een kleine katerstede zijn geweest en is door vele verbouwingen door de jaren heen gegroeid naar de huidige grootte. Zo is op de achterzijde van de boerderij te zien dat in 1842 de deel werd uitgebreid met één gebint. De familie Dijkerman was toen al zo'n 50 jaar verdwenen en in hun tijd zal de boerderij aanmerkelijk kleiner zijn geweest dan nu. Overigens staat de achterzijde van de boerderij aan de wegkant (Eefdese Enkweg) en de voorzijde aan de kant van de IJssel.

De Dijkerman familie is dus ontstaan op 't Dijker, maar waren zij ook de oorspronkelijke bewoners? Nee, dat niet. Zo werd in 1657 melding gemaakt van een "Wijcher, bouman op Dijck" die geen relatie met de Dijkerman familie heeft. Ook Gerrit, die in 1674 wordt genoemd als "bouman op 't Dijcke" is geen familie. In 1687 is het dan wel zover, want dan wordt op 16 januari ene Aelbert gedoopt als zoon van "Gerrit Janssen bouman op ’t Dijcke en Jenneken Aelberts". Waarschijnlijk zijn zij hier in 1685 of 1686 komen wonen, want bij de doop van hun vorige kind op 26 december 1684 wordt nog geen melding van 't Dijcke gemaakt.
 
Gerrit en Jenneken zijn op 24 september 1682 getrouwd en zullen eerst elders hebben gewoond. Gerrit was afkomstig van Franckenstede en Jenneken van 't Valcke, een boerderij in Eefde. Ze krijgen zeven kinderen in de periode 1682 tot 1699 en wonen in 1713 nog steeds op 't Dijcke als ze daar als lidmaten worden geregistreerd.
 
 
Het jongste kind is een dochter genaamd Hermken die op 1 januari 1699 wordt gedoopt. Zij trouwt op 16 januari 1723 met Harmen Plagger, zoon van Jan Willemsen op de Plaggerij en Jenneken Jaspers op de Soete Boter. Harmen trouwt in op 't Dijcke en wordt zodoende de opvolger als bouwman van zijn schoonvader Gerrit op 't Dijcke en noemt zich vanaf dan Di(e)kerman. En zo onstond uiteindelijk de familienaam Dijkerman!
 
Een gedeelte van bovenstaande informatie en de oude foto van de voorzijde van 't Dijker zijn afkomstig uit het boekje " 't Dijker en haar bewoners" van Martin Boschloo. Veel onderzoek naar de familie Dijkerman is reeds gedaan door Annie Albers, Gerry Dijkerman en Anny Nijenhuis welke is verzameld in het boek “Nazaten van Harmen Plagger/Dikerman en Hermken Gerrijts Dikerman” waarvan ik dankbaar gebruiken heb mogen maken. Het boek is te bestellen bij de Elf Marken.
 
 
Harmen Diekerman
 
Harmen kwam van Bathmen en is daar geboren op 7 oktober 1696. Hij laat zijn kinderen dopen als "Dikerman" maar de naam "Dijkerman" wordt in 1734 bij de doop van het zevende kind ook al genoemd. Dat was ook zo in 1736 en 1738 en in 1741 is het "Diekerman". Overigens wordt Hermken ook wel Harmken en Harmina genoemd, erg consequent waren ze in die tijd nog niet. Dit zijn de namen van alle tien de kinderen van Harmen en Hermken en de data waarop zij zijn gedoopt:
 
1.
  Jenneken 13-06-1723
2.
  Aeltjen 22-10-1724
3.
  Janna 24-11-1726
4.
  Geertjen 02-01-1729
5.
  Garrit Jan 27-09-1730
6.
  Geertjen 08-03-1732
7.
  Jenneken 26-04-1734
8.
  Jan Hendrik 22-01-1736
9.
  Willem 12-02-1738
10.
  Garrit 12-02-1741
 
Van de dochters is weinig bekend en de eerste Jenneken en Geertjen zullen al voor de geboorten van hun gelijknamige zussen zijn overleden. Aeltjen was getrouwd met Garrit Willems en woonde met hem waarschijnlijk enige jaren op Klein Bentink in het dorp Gorssel waar in 1745 en 1747 een dochter en zoon worden geboren. Het echtpaar woonde later (waarschijnlijk na 1757) in Apeldoorn waar Garrit vandaan kwam. En van Geertjen van 1732 is bekend dat zij niet getrouwd was, maar in 1753 wel een kind baarde die de naam Willem Dijkerman kreeg. Vader van het kind was Wessel den Trompetter.
 
Van de zoons is meer informatie bekend. Oudste zoon Garrit Jan volgen wij in het volgende hoofdstuk. Jan Hendrik trouwde op 17 februari 1771 te Diepenveen met Anna de Groot en ging met haar in Raalte en later in Olst wonen. Er werden acht kinderen geboren. Willem bleef dichter bij huis en stichtte boerderij Brinkman in de Eesterhoek en woonde later op Klein Bentink in het dorp met zijn echtgenote Jenneken Benninks met wie hij op 3 mei 1761 was getrouwd. Omdat hij op Klein Bentink woonde nam hij deze naam ook aan zoals zijn vader dat ook met Dijkerman deed. Toch was ook hij daarin niet consequent was resulteerde in vier kinderen met de achternaam Kleinbentink, drie kinderen met de naam Dijkerman (of Diekerman) en zelfs nog een dochter die de naam Brinkman kreeg, ook zo werd Willem wel genoemd. Dochter Janna Diekerman trouwde met Aeldert Hoefman en bleef op Klein Bentink wonen. Hun zoon Albert Hoefman komen wij verderop in het verhaal weer tegen. Klein Bentink werd eerder bewoond door de familie van der Meij en op deze familiepagina is een foto van deze boerderij te zien.
 
Jongste zoon Garrit bleef erg dicht bij huis, want hij was landbouwer op de Groote Muijl, een boerderij (voorheen herberg) welke 200 meter van 't Dijker stond. Hij woonde er met Aaltjen Klaphekke met wie hij op 20 mei 1770 was getrouwd. Het echtpaar kreeg acht kinderen welke allemaal op de Groote Muijl zullen zijn geboren in de periode van 1771 tot 1786. Het is goed mogelijk dat Garrit in 1786 verhuisde naar 't Dijker waar zijn broer Garrit Jan woonde, omdat deze dat jaar verhuisde naar Verwolde. In 1793 wordt Garrit woont hij een vergadering van de marke Eschede bij en wordt daarbij genoemd als Gerrit Dijkerman present wegens Ten Dijke wat aangeeft dat hij er toen zeker gewoond heeft.
 
Garrit woont echter niet zijn hele verdere leven op 't Dijker want in 1814 wordt het erve Dijker met het "daaronder behoorende stukjen weideland in de Eschederweerdjes" voor 3250 gulden verkocht t.b.v. de erven Rattink door Berend Boers en Zwaantjen Littink, landbouwers op het erve Uterink te Eefde. Zwaantjen was eerder getrouwd met Harmen Hemeltjen en is de oma van Derkjen Hemeltjen die in 1868 trouwde met Jan Albert Strokappe. Mogelijk heeft Garrit Dijkerman wel tot 1814 op 't Dijker gewoond ook al was hij toen klaarblijkelijk geen eigenaar waarbij opgemerkt moet worden dat het niet zeker is of de familie Dijkerman überhaupt ooit eigenaren van 't Dijker zijn geweest, mogelijk woonden zij hier de hele tijd gepacht. In 1814 was Garrit 73 jaren oud en mocht hij het ook wel rustiger aan gaan doen en is het te begrijpen dat hij toen 't Dijker verlaten heeft. Opvolgers op 't Dijker zijn Jan Ilbrink en Alberdina Roeterdink, zie hiervoor de Eesterhoek pagina. Garrit Dijkerman en Aaltjen Klaphekke verhuizen naar het dorp Gorssel en gaan wonen bij zwager Hendrik van der Meij (weduwnaar van Willemina Klaphekke, zus van Aaltjen) op het erve Hofmans. Hier is Garrit op 15 oktober 1821 overleden en Aaltjen overleed er op 11 mei 1824. Een foto van het erve Hofmans is te zien op de Van der Meij pagina.
 
Vader Harmen Diekerman is overleden op 5 mei 1747. Het is niet bekend wanneer moeder Hermken is overleden.
 
Garrit Jan Diekerman
 
Garrit Jan is als oudste zoon de opvolger op 't Dijker. Als Garrit Jan nog maar 16 jaar oud is overlijdt zijn vader en wordt er al veel verwacht van Garrit Jan die waarschijnlijk samen met zijn moeder en mogelijk de twee oudere zussen Aeltien en Janna de boerderij draaiende moet zien te houden. Op 10 april 1748 doet hij belijdenis in de kerk en wordt dan Jan Harms Diekerman genoemd. Een nog belangrijker kerkelijke gebeurtenis vindt plaats op 10 november 1754 als hij in het huwelijk treedt met Derksken Camperman en het jaar erop wordt er zijn eerste kind gedoopt. Derksken wordt moeder van vier kinderen, maar overlijdt dan op 24 januari 1763, kort na de geboorte van het vierde kind. Ze wordt maar 33 jaar oud.
 
Twee jaren later, op 27 januari 1765, hertrouwt Garrit Jan met Maria Hendriks van Hummel, dochter van Hendrik Jan van Hummel en Hendrina Gerrits. Zij is geboren in 1739 op de Moespot, een boerderij te Epse. Haar ouders woonden later in de herberg de Drie Kieften tussen Epse en Harfsen en Maria werd daarom ook wel Maria Kievit genoemd. Er bestaat een bijzonder verhaal over de Drie Kieften en de ouders van Maria:
 
 
De rover nam dus de vlucht toen hij mensen hoorde naderen, waarop de koetsier van het nabijgelegen landgoed 't Joppe hem te paard achterna snelde en de man wist te overmeesteren. De booswicht bleek een scharenslijper te zijn; in december 1746 is hij geradbraakt. Maria zal tijdens de overval ook in de herberg zijn geweest, zij was toen nog maar 7 jaar oud en zal bij haar ouders hebben gewoond.
 
Maria trouwt in op 't Dijker en krijgt er negen kinderen. Dit is het overzicht van alle dertien kinderen van Garrit Jan met de data waarop zij zijn gedoopt:
 
1.
  Harmen 28-09-1755
2,
  Hendrica 11-09-1757
3.
  Aaltjen 16-12-1759
4.
  Fenneken 16-01-1763
5.
  Derrikjen 09-03-1766
6.
  Hendrik 31-03-1768
7.
  Harmen 14-10-1770
8.
  Garrit Jan 02-08-1772
9.
  Hendrika 20-02-1774
10.
  Garrit 28-04-1776
11.
  Hendrik 04-01-1778
12.
  Harmina 26-08-1781
13.
  Hendrina 26-08-1781
 
Uit het overzicht wordt gelijk duidelijk dat oudste zoon Harmen zal zijn overleden voor 14 oktober 1770 als zijn jongere broer Harmen wordt gedoopt. In 1786 verlaten Garrit Jan en Maria boerderij 't Dijker en verhuizen naar Verwolde waar zij op 30 maart 1786 worden ingeschreven als lidmaten. Opvolger op 't Dijker is waarschijnlijk broer Garrit die van de Grote Muil kwam. Garrit Jan en Maria gaan wonen in boerderij Bovenman. De foto hieronder is van boerderij Boomkamp wat waarschijnlijk dezelfde boerderij als Bovenman is, de foto is afkomstig uit de collectie Frijlink/Spronk.
 

Door het ontbreken van het bevolkingsregister is het niet helemaal duidelijk welke kinderen meegingen naar Bovenman. Meer duidelijkheid geeft het lidmatenregister van de kerk in Laren waarin staat geschreven dat Derrikjen in 1787, Harmen in 1792, Garrit Jan in 1794 en Garrit en Hendrik in 1797 belijdenis deden.

Derrikjen komen wij opnieuw tegen als zij op 21 september 1794 overlijdt aan de loop, een ziekte die heerst want ook vader Garrit Jan overlijdt aan deze ziekte op 8 september.

Het jaar erop heerst de pokken en overlijden aan de gevolgen Hendrina op 28 januari en Hendrika (van 1774) op 21 februari 1795, zij woonden ook op Bovenman. Ook Hendrik van 1778 overlijdt op 12 juni 1799 aan de pokken en woont dan in Gorssel.

Wij missen dan alleen nog Hendrik van 1768 (die in Gorssel zal zijn overleden voor de geboorte van de jongere Hendrik in 1778) en Harmina van wie niks meer wordt vernomen.

 
Het zijn alleen de kinderen van Maria die meegaan naar Verwolde, de kinderen van Derksken uit het eerste huwelijk waren dan ook al 23 jaar en ouder en allang uitgevlogen m.u.v. eerste zoon Harmen die zal zijn overleden voor de geboorte van de tweede Harmen in 1770. Van Fenneken is alleen bekend dat zij in 1782 te Gorssel belijdenis deed. Hendrica (van 1757) trouwde op 2 mei 1784 met Derk Bresser en woonde in Zutphen alwaar zij voor 1811 zal zijn overleden. Aaltjen trouwde twee keer: eerst op 3 november 1793 met Willem Kleinbentink en later op 31 januari 1796 met Gerrit Jan Wissink. Zij woonde in Deventer en is daar overleden op 11 april 1832. Eerste man Willem Kleinbentink (ook wel Diekerman) is een zoon van Willem Harms Diekerman en was dus een neef van Aeltjen.
 
Derrikjen overleed zoals gezegd op 21 september 1794, maar was twee jaren daarvoor op 21 oktober 1792 al wel getrouwd met Berent Beusel. Harmen bespreken wij verderop want hij bleef op Bovenman wonen en zet de familielijn voort naar de Dijkermans op Veldzicht.
 
Van Garrit Jan is bekend dat hij op 27 juli 1772 is geboren, in 1772 werd namelijk begonnen met het vermelden van ook de geboortedata in het doopboek. Wij weten daardoor ook dat hij 26 jaar oud is als hij op 7 oktober 1798 trouwt met Janna Koeslag. Ze krijgen drie kinderen. Janna overlijdt op 21 juli 1807 en Garrit Jan hertrouwt dan op 7 februari 1808 met Janna haar jongere zus Garritjen. Uit dit huwelijk worden nog eens zes kinderen geboren. Garrit Jan was landbouwer, houtkoopman maar voornamelijk broodbakker van beroep en woonde in Laren op Boonk Bakkerie, vanaf 1812 op Veldbakker en uiteindelijk op Rietman. In 1825 wordt ook de naam Dijkerman genoemd als de woning waar Garrit Jan woonde. Van de Veldbakker is het meeste bekend want hierover schrijft Garrit Jan zijn achterkleinzoon Hendrik Willem Heuvel in zijn bekende boek "Oud-Achterhoeksch Boerenleven" het volgende:
 
Grootmoeder is Hendrika Johanna Dijkerman die op 7 juni 1833 trouwde met Jan Willem Heuvel en op Veldbakker bleef wonen. Bij de geboorte van hun zoon Johan Antonij (vader van Hendrik Willem) werd niet de naam Veldbakker, maar Dijkerman genoemd. (zie hieronder)
Garrit Jan is overleden op 23 december 1828. Garritjen Koeslag stierf op 14 februari 1851.
 

Garrit werd geboren op 27 april 1776 en de volgende dag gedoopt in Gorssel. Garrit trouwde drie keer en wel met Janna Markvoort (29 juni 1806 te Laren), Henders Nijland (3 mei 1816 te Gorssel) en Geertruid Klompenhouwer (24 december 1818 te Gorssel). Met Janna woonde hij op Bloemendaal in Kring van Dorth waar Janna al woonde en hier worden hun vijf kinderen geboren. Janna was eerder getrouwd met Gerrit Broekhuis (Bloemendal) en had uit dit huwelijk ook al vijf kinderen. Tussen 1812 en 1815 verhuizen Garrit en Janna naar Markelerbroek waar Janna op 11 maart 1815 is overleden. Janna haar dochters Aaltjen (Broekhuis, uit het eerste huwelijk) en Willemken (Dijkerman, uit het tweede huwelijk) trouwden met Teunis Aalpol en woonden op het erve Aalpol te Holten. Hierover meer op de Aalpol pagina. Met tweede vrouw Henders Nijland krijgt Garrit in 1817 één dochter genaamd Johanna. Henders overlijdt op 26 maart 1818 en Garrit is dan weer alleen totdat hij op 24 december hertrouwt met Geertruid Klompenhouwer. Er worden dan nog eens acht kinderen geboren, allemaal zoons! Eén van deze zoons is Gerrit Jan (geb. 01-09-1823) die op 26 oktober 1860 trouwde met Willemina Ezerman. Haar zuster Elisabeth Egberdina zou ook een Dijkerman trouwen en zij komt daardoor verderop deze pagina nog prominent in beeld! Garrit Dijkerman is 17 januari 1844 te Markelo overleden en Geertruid Klompenhouwer overleed op 5 maart 1855, ook in Markelo.

 
Moeder Maria van Hummel is overleden op 12 februari 1810 en woonde toen in het huis achter de Broederenkerk te Deventer.
 
 
Harmen Diekerman
 
Van Harmen is bekend dat hij op 14 oktober 1770 te Gorssel is gedoopt en kort daarvoor zal zijn geboren op 't Dijker in Gorssel. Op 15-jarige leeftijd verhuist Harmen met zijn ouders naar Verwolde en zal er op de boerderij hebben meegewerkt of elders als boerenknecht aan het werk zijn gegaan. Op 11 oktober doet hij belijdenis.


Harmen is degene die op boerderij Bovenman bleef wonen en werken als landbouwer. Wat opvalt is dat de laatste registratie van Bovenman van 02-12-1798 is (doop zoon Hendrik) en dat dochter Hendrika op 16-11-1800 volgens het doopregister op Boomkamp geboren is. Je zou hierdoor denken dat de familie verhuisd zou zijn, maar doordat er voor 02-12-1798 geen registratie van Boomkamp bestaat (alleen Kleine Boomkamp) en na 16-11-1800 geen registratie van Bovenman meer kan worden gevonden, lijkt het erop dat het gewoon dezelfde boerderij is met een andere naam en dat de familie Dijkerman dus niet is verhuisd maar alleen de boerderijnaam heeft gewijzigd. De boerderij bestaat nog steeds en staat aan de huidige Boomkampsweg die dus naar de boerderij is vernoemd.

In de tekst hierboven wordt al verraden dat Harmen vader werd van een zoon en dochter, maar deze hadden nog drie broertjes en zusjes. Moeder van het koppel is Aaltjen Brinkman, dochter van Hendrik Brinkman en Geertjen Bonninkhorst. Zij is op 17 september 1770 geboren te Oolde en zal ongeveer even oud als Harmen zijn geweest. Het echtpaar was bij hun trouwen 25 jaar oud, want zij trouwden op 17 juli 1796 te Laren. Voor het huwelijk woonde Aaltjen al in Verwolde.
 
Dit zijn de namen en geboortedata van de acht kinderen:
       
1. Garrit Jan 31-01-1797  
2. Hendrik 27-11-1798  
3. Hendrika 13-11-1800  
4. Derk Jan 28-01-1803  
5. Hendrika 01-07-1805  
6. Maria Gerritdina 29-12-1807  
7. Henders 27-01-1809  
8. Harmen 10-01-1812  
 
De geboorte van zijn jongste zoon heeft Harmen niet mogen meemaken, want hij overlijdt op 26 juni 1811 en is maar 40 jaar oud geworden. Het spreekt voor zichzelf dat Aaltjen haar zoon vernoemt naar haar overleden man. Zoon Harmen treft het echter nog veel minder dan zijn vader, want hij overlijdt op 26 maart 1813 en wordt dus maar één jaar oud. Ook dochter Hendrika van 1800 is geen lang leven gegund en overlijdt op 9 februari 1805 op 4-jarige leeftijd. Haar zusje die later dat jaar wordt geboren is dan ook naar haar vernoemd. Van Maria Gerritdina wordt niets meer vernomen en zij zal dan ook voor 1811 zijn overleden.
 
In 1813 wordt Aaltje als hoofdbewoonster en landbouwster van Boomkamp met huisnummer Verwolde 32 geregistreerd met haar zoons Gerrit Jan en Hendrik, de kinderen onder 12 jaar werden niet geregistreerd. In 1826 woont Aaltjen Brinkman nog steeds op Boomkamp. Zij woont er dan met de zoons Hendrik (landbouwer) en Derk Jan (boerenknecht) en dochters Hendrika en Henders (beiden dienstmeiden van beroep) en nog twee boerenknechten. Aangetekend in het register is dat zij vertrekken naar Dondertman met adres Verwolde 53 maar er wordt niet gezegd wanneer. Maar omdat zoon Hendrik op 17 februari 1826 trouwde met Frederica Addink en zij niet op Boomkamp staat geregistreerd, zal dat rond deze datum zijn geweest. Nieuwe bewoners van Boomkamp zijn Albert Jan Scholten en Lammerdina Wonnink die in 1829 werden opgevolgd door Derk Dijkman die er met zijn moeder Derksken Fleerkate ging wonen en op 16 juli 1829 trouwde met Zwenneken Beusel.
 
Aaltjen Brinkman is op 9 maart 1828 op Dondertman overleden en staat dus niet meer in het register van 1829 vermeld.

Hendrik
moest met een zgn. invullings-biljet opgeven wie er op het erve woonden en bleek best goed te kunnen schrijven. Naast zijn vrouw en twee kinderen wonen broer Derk Jan en zus Henders ook op Dondertman.

Hendrik woonde dus met zijn vrouw Frederica Addink op Dondertman en er worden in de periode 1826-1841 acht kinderen geboren. Later verhuizen Hendrik en Frederica naar Okkenbroek waar zij op resp. 24 januari 1851 en 23 mei 1849 zijn overleden. Van de acht kinderen is er maar één die trouwt. Dit is zoon Gerrit Jan die op 21 januari 1876 trouwde met Anna Goorman. De andere kinderen overleden op jonge leeftijd of bleven vrijgezel.
 
Garrit Jan woonde tot aan zijn trouwen op Boomkamp en was daar landbouwer en had als oudste zoon na het overlijden van zijn vader in 1811 de zware taak om samen met zijn moeder de boerderij draaiende te houden.

Op 20 maart 1821 trouwt hij te Verwolde op 24-jarige leeftijd met de 28-jarige Dina Bonninkhorst en het echtpaar gaat wonen op Stikkert, een boerderij vlakbij Boomkamp. Garrit Jan en Dina krijgen vijf dochters. Oudste dochter Harmina trouwt met Jan Willem Scheggetman en gaat op de gelijknamige boerderij wonen waar ook haar ome Derk Jan woonachtig is, hierover straks meer. Dina Bonninkhorst overlijdt op 12 februari 1828, vijf dagen na de geboorte van jongste dochter Gerritje. Garrit Jan hertrouwt op 24 januari 1829 met Hendrika Hoentjen en ook dit huwelijk worden vijf kinderen geboren: drie dochters en twee zoons. Oudste zoon Derk Jan trouwt op 5 mei 1865 met Diena de Groot en is de opvolger op Stikkert, maar boert later op Groot Koop. Na zijn overlijden op 19 mei 1879 hertrouwt Diena met Gerrit Hendrik Dijkerman, de andere zoon van Garrit Jan en Hendrika! Garrit Jan is overleden op 26 augustus 1852 en Hendrika overleed op 26 maart 1863.
 
Hendrika is op 23 januari 1829 getrouwd met Harmen Eggink en is gaan wonen op Plekkenpol te Laren. Bij de geboorte van haar derde kind in 1832 woont Hendrika weer in Verwolde waar zij op 30 mei 1870 is overleden.
 
Henders trouwde op 28 februari 1834 met Harmen Dollekamp en woonde op Langenkamp te Oolde. Ze kregen er zeven kinderen waaronder zoon Hendrik Willem. Hij trouwde met Aaltjen Leunk en gaat met haar wonen in Harfsen in een boerderijtje welke hij de naam Dollekamp geeft. Dit boerderijtje staat op de plek waar voorheen de familie Strookappe woonde, zie de Kleine Strookappe op de Boerderij pagina. Hendrik Willem en Aaltjen kregen geen kinderen en daarom wordt hun nichtje Johanna Dijkerman, dochter van zus Gerdina Dollekamp en Gerrit Jan Dijkerman die weer een kleinzoon is van eerder genoemden Garrit Jan Dijkerman en Janna Koeslag, verkozen als opvolgster op Dollekamp. Zij heeft ook nog gewoond op de Kleine Braakhekke in Harfsen, de boerderij van Jan Strookappe die een zwager van haar was. Johanna is geboren in 1873 had dus een Dijkerman als grootvader (ook een Garrit Jan) en Henders als grootmoeder, dus twee Dijkerman grootouders! Haar grootmoeder heeft zij niet gekend want Henders is overleden op 21 februari 1869.
 
 
Derk Jan Dijkerman
Derk Jan woonde bij zijn broer Hendrik en schoonzuster Frederica Addink op het erve Dondertman, maar verhuisde toen hij op 7 februari 1840 te Gorssel trouwde met Gerritdina Willemina Dijkerman. Zij is een dochter van Garrit Dijkerman (zoon van Garrit Jan Diekerman en Maria van Hummel) en Janna Markvoort en is dus een volle nicht van Derk Jan.
 
Er is geen foto van Derk Jan, maar wel een duidelijk signalement, zie hiernaast. Deze is afkomstig uit de Nationale Militie (onderdeel van de huwelijksbijlagen) waaruit verder blijkt dat hij voor de lichting van 1822 was ingedeeld, maar niet is uitgeloot.

Opvallend bij het huwelijk zijn de getuigen Roelof Ebbink en Harmen Ezerman, beiden afkomstig uit Eefde en 28 jaar oud. Roelof had verkering met Harmina Dijkerman (dochter van Garrit Jan Dijkerman en Garritjen Koeslag en dus een nicht van Derk Jan) met wie hij in 1841 zou trouwen, zij woonden op het erve Peppelenbosch. Harmen is Roelof zijn zwager, hij trouwde op 21 februari 1840 met Johanna Willemina Ebbink en ging met haar wonen op erve De Voort. Het bijzondere is nu dat de zoon van Derk Jan Dijkerman zou trouwen met de dochter van Harmen Ezerman, dat hadden ze toen vast nog niet kunnen bedenken! Wel is hiermee verklaard hoe de betreffende zoon Gerrit Willem Dijkerman en dochter Elisabeth Egberdina Ezerman elkaar hebben leren kennen.
 
Derk Jan is bij zijn trouwen nog steeds boerenknecht van beroep, maar wordt als landbouwer geregistreerd op zijn nieuwe adres: Verwolde 46 oftewel het erve Scheggetman. Zij woonden hier samen met Jan Willem Scheggetman en zijn echtgenote Mechteldina Zomer. De boerderij zal eigendom zijn geweest van de familie Scheggetman en Derk Jan zal er gehuurd hebben gewoond. Wel is het opvallend dat juist Jan Willem Scheggetman op 46a woonde en Derk Jan op 46 wat het voornaamste gebouw op het erve moet zijn geweest. Later zal Derk Jan vertrekken en Jan Willem zijn intrek op 46 nemen.
 
Ze zeggen wel eens dat een volle neef en nicht niet met elkaar "kunnen" trouwen en dat lijkt waarheid bij Derk Jan en Gerritdina Willemina, want het was geen gelukkig huwelijk zoals in het overzicht hieronder is te lezen. Zo overleed zoon Harmen al na negen dagen op 18 december 1840 en werd hun tweede zoon levenloos op 3 oktober 1841 geboren. Gerritdina Willemina overlijdt dan op 7 oktober 1842, mogelijk dat zij toen alweer zwanger is geweest van een derde kind en dat dit haar noodlottig is geworden. Zij werd maar 35 jaar oud.
 
Derk Jan is dan weer alleen, maar het geluk lacht hem weer toe als de 35-jarige Harmken Braakhekke in 1844 ten tonele verschijnt als dienstmeid van Jan Willem Scheggetman. Zij woont maar heel kort bij Jan Willem, want op 31 mei 1844 trouwt zij al met Derk Jan Dijkerman en trekt dan bij hem in. Ook Jan Willem Scheggetman wordt weduwnaar, want Mechteldina Zomer overleed op 17 oktober 1844. In zijn zoektocht naar een nieuwe vrouw bewijst Derk Jan hem een wederdienst. Derk Jan heeft namelijk een nichtje genaamd Harmina, dochter van Garrit Jan Dijkerman (oudste broer van Derk Jan) en Dina Bonninkhorst die vlakbij op Stikkert in Verwolde woonde. En zo gebeurde het dat de 23-jarige Harmina al op 20 januari 1845 trouwde met Jan Willem en ook op Scheggetman kwam wonen. Het moge duidelijk zijn dat Derk Jan en Jan Willem elkanders getuigen waren bij hun tweede huwelijken.
 
Harmken Braakhekke is geboren op 12 februari 1809 te Harfsen en is afkomstig van het erve Braakhekke welke vlakbij het Erve Strookappe is gelegen welke toen overigens nog niet bestond. Ouders van Harmken zijn Steven Braakhekke en Geesken Oijtink die 12 kinderen hadden. Een andere dochter van dit echtpaar is Harmina Braakhekke die met Garrit Stoelhorst trouwde. Hierover meer op de Stoelhorst pagina. Met Harmken kreeg Derk Jan nog drie kinderen wat resulteert in het overzicht hieronder van vijf kinderen uit twee huwelijken:
 
Kinderen uit het eerste huwelijk:
       
1. Harmen 09-12-1840 18-12-1840
2. NN (M) 03-10-1841 03-10-1841
       
Kinderen uit het tweede huwelijk:
       
3. Gerrit Willem 12-03-1845 26-02-1846
4. Gerrit Willem 14-07-1847  
5. Steven Gerhardus 26-02-1853 17-04-1853
 
Opnieuw niet veel geluk met de kinderen, want twee kinderen overlijden in hun eerste levensjaar. Alleen Gerrit Willem overleeft het kritische eerste levensjaar waarmee hij de geschiedenis van de Dijkerman tak van deze pagina kan voortzetten, hierover meer in het volgende hoofdstukje.

Bij Derk Jan in huis woont ook neef(je) Hendrik Dijkerman (zoon van Hendrik Dijkerman en Frederica Addink) die meewerkt op de boerderij. En er is een bestedeling, genaamd Hendrik Christoffel Blankemeijer. Zij verhuizen mee met Derk Jan en zijn gezin als deze op 20 februari 1858 verhuist naar Oolde, een ander buurtschap van Laren. Hier nemen ze hun intrek in de boerderij van het erve Brengenberg welke ook wel Holtmark werd genoemd. De boerderij werd daarvoor bewoond door Jan Willem Boerstoel, weduwnaar van Hendrika Braakhekke, zus van Harmken. Derk Jan wordt op Brengenberg als akkerbouwer geregistreerd. In huis woont later opnieuw een bestedeling. Dat is Derkje Pekkeriet, wiens grootvader Jan ook wel Braakhekke werd genoemd en verre familie is van Harmken Braakhekke.
 
Derk Jan zal opnieuw op Brengenberg hebben gehuurd, maar wil wel eens wat voor hemzelf. Aan de overkant van de weg staat een klein boerderijtje welke sinds 29 november 1861 werd bewoond door de eerste bewoners Hendrik Jan Zwijnenberg en Fenneken Wittenberg. Als de familie Zwijnenberg in 1864 verhuist en het boerderijtje te koop aanbied, slaat Derk Jan zijn slag en koopt hij op 8 september op 61-jarige leeftijd dan zijn eerste boerderij die hij trots doopt met de naam "Dijkerman". De boerderij werd ook wel Nachtegaal genoemd. Het was een klein boerderijtje en al het boerenwerk werd met de kruiwagen gedaan, er was geen paard. Het boerderijtje stond links naast boerderij Kappert op de afbeelding hiernaast anno 1867 en vanaf de weg gezien rechts in het huidige weiland, zie foto hieronder.
 
Op de kadasterkaart van 1832 was het perceelnummer 700 en was het ook al weiland, het boerderijtje stond er toen dus nog niet. Eigenaar van het weiland anno 1832 was Carel Iwan Postel, schoolmeester te Laren. Nadat het boerderijtje was afgebroken markeerden appelbomen in de weide de plek waar ooit het boerderijtje heeft gestaan. Nu staat er alleen nog maar gras zoals op de foto is te zien.


Derk Jan Dijkerman en Harmken Braakhekke zijn beiden op Dijkerman in Oolde overleden. Derk Jan op 4 januari 1873 en Harmken 14 november 1880, ze werden resp. 69 en 71 jaar oud. Opvallend is het dat er in 1872 opnieuw een bestedeling zijn intrek doet in het kleine boerderijtje. Het geeft aan dat Derk Jan en Harmken zorgzame mensen waren.
 
Gerrit Willem Dijkerman
Gerrit Willem is op 14 juli 1847 in boerderij Scheggetman te Verwolde geboren en bleef door het jong overlijden van zijn (half)broers enig kind. Het is dan ook logisch dat hij het boerderijtje Dijkerman in Oolde overneemt en er als landbouwer werkt. Trouwen doet hij op 4 mei 1871 met de 22-jarige Elisabeth Egberdina Ezerman uit Eefde, dochter van Harmen Ezerman die op 7 februari 1840 nog getuige was bij het eerste huwelijk van Gerrit Willem zijn vader Derk Jan. Trouwen moest die, want Gerrit en Elisabeth hadden al een zoon genaamd Jan Willem die op 11 december 1870 in boerderij de Voort in Eefde is geboren, de boerderij waar Elisabeth vandaan kwam, hierover straks meer. In Oolde worden dan nog eens zes kinderen geboren, waarvan later een overzicht.
 
Ondanks het kleinschalige karakter van het boerderijtje in Oolde wordt er door de Dijkermannen goed geboerd en wel zo goed dat Gerrit Willem op 17 juli 1884 voor 5100 gulden de Larxenpas in Eefde kan kopen van Arnoldus Gerhardus Huender, eigenaar en bewoner van de Larxenpas. Diens vrouw Gerritjen Antonia Langenberg overlijdt op 22 oktober van dat jaar en zes dagen daarna vertrekt Arnoldus van de Larxenpas waarna de familie Dijkerman zich er op 7 november gaat vestigen. Bij de aankoop van de Larxenpas handelt zwager Hendrik Beumer als mondeling lasthebber voor Gerrit Willem. Hendrik is de echtgenoot van Willemina Ezerman en zij woonden ook op de Voort in Eefde.

Kort na de aankoop van de Larxenpas werd de Nachtegaal in Oolde verkocht. Het bestond uit een huis met erf, akkerbosch en bouwland met een totale oppervlakte van ruim 1,7 hectare. De kadastrale percelen waren resp. 1054, 1052 en 1053 in sectie D van Laren. De verkoopprijs bedroeg 1640 gulden en de koper was landbouwer (en buurman) Jan Hendrik Goorman die er ging wonen met zijn echtgenote Egberdina Ruumpol.
 
Jan Hendrik Goorman en Egberdina Ruumpol zijn er blijven wonen tot 1917 toen zij er op resp. 18 maart en 5 februari zijn overleden. Medebewoonsters Gerritjen Ruumpol (dochter uit het eerste huwelijk van Egberdina) en Aaltjen Goorman (dochter) zijn in april en mei vertrokken en daarna is het boederijtje niet meer bewoond geweest en zal het zijn afgebroken. Daarna stonden op deze plek dus de appelbomen wat uit overlevering bekend is.
 
Niet alleen de Larxenpas werd door Arnoldus Gerhardus Huender verkocht, ook biedt hij de daghuurdersplaatsjes "de Berghof" en "de Lindeboom" aan. De laatste was verhuurd aan Jan Aalpol, hij verhuisde later naar het daarnaast gelegen erve "de Denneboom" en bleef dus buren van de familie Dijkerman. De naam Aalpol zullen wij nog vaker op deze pagina tegenkomen en als je er dan nog geen genoeg van hebt, bekijk dan eens de Aalpol pagina!
 
Gerrit Willem kan zijn geattendeerd op de te koop staande Larxenpas door de advertentie hiernaast welke op 14 juni 1884 in de Kleine Courant stond geplaatst. Aannemelijker is het echter dat de familie van Elisabeth, die niet ver van de Larxenpas woonde, Gerrit Willem en Elisabeth over de te koop staande Larxenpas hebben getipt. Niet alleen zagen zij Elisabeth graag dichterbij komen wonen, maar vooral zagen zij haar graag wonen in een boerderij met enig aanzien, wat het boerderijtje Dijkerman in Oolde zeker niet was.
 
De Larxenpas was wel even iets anders dan het kleine boerderijtje in Oolde! Het is namelijk een prachtig landhuis welke in 1853 is gebouwd door Arnoldus Gerhardus Huender. Bovenstaande afbeelding is een tekening van het landhuis welke door H.W. Heuvel in zijn boek "Oud-Achterhoeksch Boerenleven" wordt omschreven als "een aardig buitenhuis met mooien grooten tuin". Bij de veiling van 3 juli 1884 wordt de Larxenpas omschreven als een tiendvrije heerenboerderij bestaande in huizen en erven met schuren, zaadberg, bouwland, weiland, hakhout, water, bosch en heidegrond. De kadastrale percelen zijn te talrijk om hier te benoemen en hebben een totale oppervlakte van 36 hectaren! Gerrit Willem Dijkerman koopt het heerenhuis met schuur, erf, laan, tuin, vijver, boomgaard, singels, bouwland, bosch, hakhout en veel weilanden met een totale oppervlakte van ruim 13 hectaren. De koopprijs was 5.100 gulden waarvoor Gerrit Willem 4.000 gulden moest lenen bij Frans Ernest Alexander Baron van Hövel van het huize Joppe.
 
Gerrit Willem heeft voor zijn boerenactiviteiten echter niks aan het mooie hoofdgebouw en sloopt deze in 1894. De familie Dijkerman woonde in een boerderij op het landgoed welke na de sloop van het hoofdgebouw is verbouwd en verkleind. In 1896 werd de schuur gebouwd en in de sluitsteen staan de initialen van Gerrit en Elisabeth, zie hieronder.
 
Voordat wij verder gaan met de Dijkerman geschiedenis op Larxenpas besteden wij eerst aandacht aan de familie van Elisabeth die niet ver van de Larxenpas is geboren. Elisabeth Egberdina Ezerman is namelijk op 7 oktober 1848 te Eefde geboren op erve De Voort. Deze boerderij behoorde tot het landgoed 't Elze en ligt aan de huidige Elzerdijk.
 
Ouders van Elisabeth zijn Harmen Ezerman en Johanna Willemina Ebbink die op 21 februari 1840 waren getrouwd. Johanna is afkomstig van het naburige erve Peppelenbosch (zie foto eerder op deze pagina) en Harmen is op het erve Ehzerman in Almen geboren. Hij was bij zijn trouwen bouwknecht van beroep en werd landbouwer op de Voort. Ook heeft hij nog gewerkt als koetsier en bracht de dames van Huize 't Ehze naar Zutphen als ze boodschappen wilden doen.

Harmen is al op 13 juni 1854 te Eefde overleden, Elisabeth was toen nog maar vijf jaar oud. Harmen was die dag in de molen van Cornelis Antoni Bast toen deze werd getroffen door de bliksem. Hij en de molenaar waren op slag dood.
 
Johanna Willemina Ebbink is dan jaren de hoofdbewoonster van De Voort en werkt er als akkerbouwster. Hulp is gewenst en daarom trouwt oudste dochter Willemina Ezerman, oudste zus van Elisabeth, in 1860 al op 19-jarige leeftijd met Gerrit Jan Dijkerman, zoon van Garrit Dijkerman en Geertruid Klompenhouwer. Hij is dus een neef van Gerrit Willem Dijkerman en wordt een zwager van Elisabeth Dijkerman en is als zodanig ook getuige geweest bij hun huwelijk in 1871.
 
Gerrit Jan komt op de Voort wonen en gaat er ook werken als akkerbouwer. Er worden vier kinderen geboren waaronder één zoon: Gerrit. Hij trouwde in 1898 met Bertha Hendrika Wormgoor en verhuisde naar het gelijknamige erve Wormgoor in Eefde. Hier wordt hij de buurman van de familie Aalpol die aan de andere kant van de weg in het boerderijtje Denneboom woont. Voor het Eefdes feest versieren zij gezamelijk een wagen en doen mee aan de optocht. Het kleine meisje achter het spinnewiel is van Aalpol, ook buren van Dijkerman op Larxenpas, en haar komen wij verderop deze pagina weer tegen!

Terug naar de Voort: Gerrit Jan Dijkerman overlijdt hier in 1879 en Willemina Ezerman hertrouwt drie jaren later met Hendrik Beumer, weduwnaar van Willemina Christina Eggink. In 1886 trouwt ook dochter Harmina Johanna Dijkerman en haar echtgenoot Hendrik Jan Berenpas komt ook op de Voort wonen en wordt na het overlijden van Johanna Willemina Ebbink op 5 april 1894 de nieuwe hoofdbewoner. De naam Berenpas is nu nog steeds aan de boerderij verbonden.
 
Elisabeth en Willemina hadden nog twee broers: Willem en Hendrik Jan. Ook was er nog een meisje die op 2 januari 1847 en op 11 september 1848 overleed. Ook haar naam was Elisabeth Egberdina en toen de latere Elisabeth op 7 oktober werd geboren, werd zij uiteraard naar haar vernoemd. Op 20 december 1850 werd er ook nog een meisje levenloos geboren. Broer Willem (geb. 1842) trouwde op 23 november 1860 te Eibergen met zijn nichtje Willemina Meutstege (dochter van Hendrika Reziena Ebbink) en ging aldaar wonen en is er overleden op 5 juni 1931. Hij woonde op boerderij Nijhuis in Olden Eibergen, maar woonde de laatste jaren bij zijn dochter Harmina die er niet ver vandaan woonde. Hendrik Jan (geb. 1845) trouwde met Kato Wiltink en woonde in Gorssel aan de huidige Groeneweg. Het huwelijk bleef kinderloos waardoor neefje Herman Gerrit Egbert Dijkerman, zoon van Gerrit Willem en Elisabeth, zijn huis zou overnemen.
 
Hiernaast de foto's van de gebroeders en zuster Ezerman, alleen die van Willemina ontbreekt. Elisabeth staat uiteraard op de rechterfoto.

Op de linkerfoto van Hendrik Jan is duidelijk te zien dat het geen boertje van buuten is, hij was dan ook hoofdonderwijzer van Epse. Hij is op 14 maart 1935 overleden en werd 90 jaar oud.

De middelste foto is van Willem.
 
Willem was wel landbouwer van beroep maar zat ook in het schoolbestuur van Eibergen. De gebroeders konden urenlang debatteren over de voor- en nadelen van het openbaar en christelijk onderwijs waarbij zij ieder moeilijk of niet van hun standpunt afweken. De discussies werden vaak gevoerd in Eibergen waar Hendrik Jan geregeld op visite was en dan te voet van Gorssel kwam! Willem liep de volgende dag op de terugweg dan een stuk mee en zij hadden dan alle tijd voor hun diepgaande gesprekken. Hendrik Jan werd door de familie in Eibergen "meesteroom" genoemd.
Hierboven is al verklapt dat Gerrit Willem Dijkerman en Elisabeth Egberdina Ezerman vader en moeder waren van zoon Herman Gerrit Egbert. Maar er waren nog acht kinderen en dus is het nu de hoogste tijd hen voor te stellen:
 
1. Jan Willem 11-12-1870  
2. Derk Jan 20-01-1873  
3. Harmina Johanna 14-05-1878  
4. Herman Gerrit Egbert 03-04-1880  
5. Gerrit Jan 09-05-1881  
6. Bertus 23-11-1882 14-05-1884
7. Hendrika Willemina 10-05-1884 09-04-1885
8. Willemina Carolina 25-04-1887  
9. Bertus 23-04-1894  
       
 
Allereerst aandacht voor de twee kinderen die niet oud mochten worden. Opvallend is het dat Hendrika Willemina op 10 mei 1884 is geboren en dat haar oudere broertje Bertus vier dagen erna op 14 mei zou overlijden. Veel vreugde en verdriet in korte tijd bij de Dijkerman familie in Oolde. Later dat jaar wordt er verhuisd naar de Larxenpas met huisnummer 218 in Eefde waar Hendrika op 9 april 1885 komt te overlijden. Aangever van het overlijden is buurman Jan Aalpol van huis 219. Zijn kleindochter Bertha Johanna Aalpol zou later trouwen met Gerrit Willem Dijkerman, kleinzoon van Gerrit Willem Dijkerman.
 

Jan Willem is geboren op 11 december 1870 en was dus een buitenechtelijk kind. Hij is geboren in boerderij de Voort in Eefde en woonde er samen met moeder Elisabeth tot 4 mei 1871, de trouwdag van zijn ouders waarbij Jan Willem werd gewettigd en zijn achternaam van Ezerman wijzigde in Dijkerman. Jan Willem verhuisde met zijn moeder naar Oolde en verhuisde in 1884 met zijn beide ouders mee naar de Larxenpas waar hij tot 31 mei 1902 woonde. Een jaar daarvoor trouwde Jan Willem op 13 april met Johanna Christina Bensink en op 22 juli 1901 wordt hun oudste dochter Gerritdina Wilhelmina geboren waarna moeder Johanna ook tot 31 mei 1902 op de Larxenpas bleef wonen. Ze verhuizen dan naar Tonden (Brummen) en gaan er wonen bij de moeder van Johanna: Gerritjen Ilbrink. Vader Hendrik Gerrit Bensink was op 1 juli 1901 overleden wat verklaart waarom Johanna pas later naar de Larxenpas kwam, ze zal voor haar vader moeten hebben zorgen, terwijl zij zelf dus hoogzwanger was. Op 11 december 1902 verhuizen Jan Willem en Johanna met dochter Gerritdina en de op 20 juli 1902 geboren zoon Hendrik Gerrit naar een nieuw huis in Tonden waar de andere zeven kinderen in de periode 1903-1913 worden geboren. Het huidige adres is de Voortweg 13.

Het nieuwe huis is door Jan Willem op 15 augustus 1902 gekocht van Hendrik van Schooten. Het was een boerderijtje, Jan Willem was zijn hele leven dan ook landbouwer van beroep. In 1941 is Jan Willem 70 jaren oud en verlaten zij Tonden om in Twello van de oude dag te genieten. Daar komt helaas niet van, want Jan Willem is als gevolg van een ongeval bij de verhuizing overleden op 26 december 1941. Johanna heeft nog wel wat jaren van haar oude dag mogen genieten, zij is op 15 februari 1949 in Twello overleden. De foto hiernaast is van haar, van Jan Willem Dijkerman is helaas geen foto. Er was niet of nauwelijks contact met de rest van de familie.

 
Derk Jan was de eerste die trouwde en wel op 5 november 1898 met Gerritjen Bieleman. Voor dit echtpaar straks meer aandacht. Opvallend is het dat de oudste drie kinderen Jan Willem, Derk Jan en Harmina Johanna trouwen in de periode 1898-1901 en dat de andere vier volwassen kinderen veel later in de periode 1921-1923 zouden trouwen. De laatste periode wordt echter vooral bepaald door het overlijden van Gerrit Willem Dijkerman die op 14 februari 1922 is overleden.

Op 5 januari 1923 wordt er op de Larxenpas een erfhuis gehouden waarbij voor bijna 6.000 gulden aan spullen wordt verkocht. Bij de kopers horen ook de zoons Derk Jan, Herman Gerrit Egbert en Gerrit Jan. Derk Jan koopt o.a. rogge, suikerwortels, aardappels, een kabinet, drie vazen, een tafel, stoelen, een melkbus, twee emmers, een zeis, greepen, haargerei, spanzaag, zaaivat, een dragende pink, twee loopvarkens, 15 kippen, ribben en een korte ladder. Allemaal spullen die Derk Jan goed op zijn boerderij Hietbrink kon gebruiken.
 
Harmina Johanna is degene die uiteindelijk op de Larxenpas blijft wonen en doet dat met Antoni Voortman met wie zij op 25 maart 1899 trouwde. Hij is afkomstig van het erve Nieuwkamp te Epse. Ze trouwen in op de Larxenpas maar verhuizen op 7 maart 1901 naar 't Zwaneveld aan de huidige Deventerdijk in Harfsen.

Op de foto hiernaast zitten Harmina en Antoni en achter hen staan v.l.n.r. de kinderen Gerrit Willem , Albert Jan, Elisabeth Egberdina en Johan Antonie. Het is Gerrit Willem en later zijn zoon Anton die op de Larxenpas zijn blijven wonen.

Harmina Johanna is overleden op 12 januari 1931, Antonie overleed al eerder op 20 februari 1928.
 
Herman Gerrit Egbert trouwde op 20 januari 1922 op 41-jarige leeftijd met de 31-jarige Tonia Berendina Bokhorst uit Eefde. Herman woonde toen nog bij zijn ouders op de Larxenpas. Zij gaan wonen bij ome Hendrik Jan Ezerman die in 1921 weduwnaar was geworden na het overlijden van zijn echtgenote Kato Wiltink.
 
Hendrik Jan had een huishoudster maar wilde graag verzorgd worden door mensen die hij kon vertrouwen en Herman en Tonia waren zijn eerste keuze zoals te lezen is in een persoonlijke brief waarmee hij hen uitnodigt voor een serieus gesprek. Herman en Tonia beloven dan voor ome Hendrik Jan te zorgen en erven daarmee alle bezittingen van Hendrik Jan waaronder zijn huis Buitenzorg aan de Groeneweg te Gorssel. Het huis stond middenin het dorp en was geen boerderij. Toch werkt Herman als landbouwer en heeft hij diverse landerijen buiten het dorp waarvoor hij dus steeds afstanden moet afleggen om er te komen. Hij stond daardoor bekend als de "reizende boer". Herman en Tonia krijgen vier kinderen: drie zoons en één dochter, zij woont nog steeds aan de Groeneweg.
Herman overlijdt op 31 januari 1974 en wordt 93 jaar oud en is daarmee de langstlevende. HIj overleeft ook zijn echtgenote die het jaar ervoor op 6 mei was overleden.
 
Gerrit Jan Dijkerman trouwde op 3 juni 1921 met Wilhelmina Johanna Blikman en gaan dan wonen op boerderij Eiergoor in Harfsen, niet ver van Erve Strookappe. Op een dag hielp hij zijn broer Herman Gerrit Egbert met hooien op een weide in Harfsen, één van de afgelegen landerijen van Herman. Hiermee is Gerrit Jan van de hooiwagen gevallen en is daardoor op 14 juli 1927 te Zutphen overleden en werd maar 46 jaar oud. In de zes jaren van het huwelijk waren drie zoons geboren. Na het overlijden van Gerrit Jan hertrouwde Wilhelmina met Nicolaas Barink en blijft op Eiergoor wonen. Zij overlijdt op 4 april 1973 en leefde nog ruim 31 jaar verder als weduwe aangezien Nicolaas al 17 februari 1942 was overleden.

Zoon Gerrit Jan zou de opvolger op Eiergoor worden. Voor een foto en meer informatie over de bewonersgeschiedenis van Eiergoor zie de Boerderij pagina van Erve Strookappe.
In 1923 trouwden de twee jongste twee kinderen van Gerrit Willem Dijkerman en Elisabeth Egberdina Ezerman. Willemina Carolina trouwde op 2 februari met Harmanus Wichers, zoon van Gerrit Hendrik Wichers en Berendina Christina Hietbrink. Derk Jan Dijkerman was getuige bij het huwelijk. Zij woonden in het Eesterbrink te Gorssel aan de huidige Eefdese Enkweg. Voor meer informatie over de boerderij en de omgeving zie de Eesterhoek website.

Willemina en Harmanus hadden één dochter die na haar huwelijk op de boerderij bleef wonen. Willemina is overleden op 11 september 1959 en Harmanus overleed op 4 oktober 1969.
 

Bertus trouwde op 18 mei 1923 met Berendina Heijenk, dochter van Toon Heijenk en Janna Garritsen. Ook hier is Derk Jan weer getuige. Bertus ging wonen op boerderij de Groote Flierse (later Flierse) aan de huidige Flierderweg in Eefde, niet ver van de Larxenpas. Hij was eigenlijk voorbestemd de opvolger te worden op de Larxenpas, maar moest dan wel van zijn moeder met een aangewezen vrouw trouwen. Dit weigerde hij en zo kwam hij met Berendina bij haar ouders op de Flierse te wonen. Hier werkte hij als landbouwer.

Acht kinderen worden er op de Flierse geboren: zes jongens en twee meisjes. Dochter Bertha overlijdt op 5-jarige leeftijd, de anderen gaat het gelukkig beter en staan op de foto hiernaast. De jongste zoon woont nog steeds op de Flierse.

Bertus overlijdt op 4 januari 1983, Berendina overleed al op 18 april 1971.

 

Op de foto hiernaast staan v.l.n.r. Tonia Berendina Bokhorst, Herman Gerrit Egbert Dijkerman, Harmanus Wichers, Willemina Carolina Dijkerman, Berendina Heijenk, Bertus Dijkerman en Wilhelmina Johanna Blikman. Derk Jan Dijkerman en Gerritjen Bieleman mogen als oudsten van het gezelschap zitten en Jan Albert, jongste zoon van Bertus, mag ook op de foto!

Elisabeth Egberdina Ezerman woonde na het overlijden van Gerrit Willem elke drie maanden bij een ander kind. Zeker bij Herman in Gorssel en Bertus in Eefde en waarschijnlijk ook bij Derk Jan in Harfsen. En natuurlijk bij Harmina in Eefde.

Elisabeth is overleden op 3 december 1939 bij Bertus waar zij de laatste periode van haar leven woonde. Elisabeth was "geen makkelijken" terwijl Gerrit Willem wordt herinnerd als een inschikkelijke man.

 
 
Derk Jan Dijkerman
 


De opa van de Dijkerman kinders. Derk Jan trouwde op 5 november 1898 met Gerritjen Bieleman, dochter van Albert Bieleman en Tonia Noteboom van het erve De Singel te Zuidloo waar Gerritjen op 20 april 1872 is geboren. Zij woonde sinds 1892 op de Schiethoppe in Harfsen en was weduwe van Hendrik Kroes die op 8 december 1897 was overleden.
 
Derk Jan zijn zoektocht naar een echtgenote was een lastige doordat hij een voorkind had en dus een schande met zich meedroeg, zoals uit overlevering bekend is. Daarbij wordt geen naam van de moeder en het kind genoemd, maar onderzoek wijst uit dat de moeder Johanna Tikink zal zijn geweest met wie Derk Jan vanaf 1889 op boerderij Peppelenbosch in Eefde werkte, de boerderij is al eerder genoemd op deze pagina. Zij krijgt op 28 december 1891 een zoon met de naam ... Derk Jan! Haar vader en grootvaders hadden niet deze naam en het is eigenlijk wel duidelijk dat het jongetje naar zijn natuurlijke vader Derk Jan Dijkerman is vernoemd.

Derk Jan is nog maar 18 jaren oud en waarschijnlijk zien hij en met name zijn ouders een huwelijk met de 23-jarige Johanna niet zitten. Zij trouwt in 1897 wel met Toon Meijer en Derk Jan wordt met dit huwelijk erkend waardoor hij de achternaam Meijer i.p.v. Tikink krijgt. Johanna gaat na de geboorte van haar zoon bij haar ouders in Almen wonen, Derk Jan gaat werken op boerderij Groot Hulze in Harfsen.



Derk Jan trouwde in 1898 in op de Schiethoppe waar Gerritjen woonde met haar eerste schoonmoeder Catharina Garritdina Noteboom (zij is tevens haar tante, Hendrik Kroes was namelijk een neef van Gerritjen) en twee kinderen die zij kreeg met Hendrik Kroes: Jan Albert (geb. 01-03-1894) en Catharina Gerdina (geb. 02-07-1896). Met Derk Jan kreeg Gerritjen nog zes kinderen:

 
1. Hendrik 29-12-1899
2. Elizabeth Egberdina 29-12-1899 26-06-1901
3. Gerrit Willem 09-12-1901
4. Tonia Elizabeth 07-10-1903
5. Gerrit Jan 10-06-1909
6. Tonia 18-01-1911
     
 
De oudste drie kinderen, waarvan de eerste twee een tweeling, worden geboren op de Schiethoppe. Dochter Elizabeth Egberdina wordt maar 18 maanden oud en overlijdt voordat haar broertje Gerrit Willem wordt geboren. Aangifte van de geboorten deed Derk Jan samen met zijn zwager Antonie Voortman van de Larxenpasch.
 

Op 25 maart 1902 verhuizen Derk Jan Dijkerman en Gerritjen Bieleman van de Schiethoppe naar het nabijgelegen erve Hietbrink. Zij waren er de opvolgers van Derk en Hendrika Willemina Smeenk, een vrijgezelle broer en zus waarvan de laatste er op 21 juli 1901 was overleden. Hun ouders Hendrik Jan Smeenk en Derkjen Esvelt waren daarvoor de hoofdbewoners van deze boerderij. Het erve Hietbrink wordt op 19 september 1901 voor 2925 gulden gekocht en bestond toen een huis en erf met bouwland, weiland en uitweg met een totaal oppervlak van bijna 7,7 hectare. Het huisnummer van Hietbrink was in die periode 167, die van de Schiethoppe was 170. Nieuwe bewoners van de Schiethoppe waren Willem Braakhekke en Gerritjen Broer.

Op het Hietbrink worden dan de kinderen Tonia Elizabeth, Gerrit Jan en Tonia geboren. In 1909 woont ook een paar maanden Gerrit Dijkerman in op Hietbrink. Hij is de zoon van Gerrit Jan Dijkerman en Gerdina Dollekamp en is daarmee verre familie. Zijn zuster Johanna woonde tijdelijk in bij de familie Strookappe van de Nieuwe Braakhekke te Harfsen.

 
Op 20 februari 1910 overlijdt Catharina Gerritdina Noteboom en zij maakt dus niet meer de geboorte van haar jongste kleinkind mee. Leuke anekdote is dat oudste kleindochter Naatje Kroes als jong meisje op zaterdagmorgen de kachel al vroeg moest poetsen zodat het lekker warm in de keuken zou zijn als de "olde opoe" uit de bedstee kwam.
 
Dochter Tonia Elizabeth is de eerste van de kinderen die van de boerderij vertrekt en dochter Tonia is de laatste, zij bleef na haar trouwen nog een aantal jaren op de boerderij wonen. Jongste zoon Gerrit Jan komt terug naar de boerderij en vestigt zich er met zijn echtgenote in 1937, dat jaar zal Tonia zijn vertrokken. Tonia staat met dochter Lina op de foto hierboven, Gerrit Jan staat met zijn vader op de kar.

Derk Jan is dan 64 jaar oud en kan het wat rustiger aan gaan doen. Vrije tijd wordt onder andere besteedt aan de kleinkinderen. De kinders van Gerrit Willem kwamen graag op 't Hietbrink waar ze door oma Gerritjen flink werden verwend.

Opa en oma brachten ze dan weer thuis met hun rijtuig waar ze ook mee op visite gingen. Dat is niet de "stotterkar" van de foto hiernaast, maar een luxe kar met een groene binnenbekleding en een opstapje zodat de kleine Dijkermannetjes er goed in en uit konden stappen.
 
Op 5 november 1953 zijn Derk Jan en Gerritjen 55 jaar getrouwd en wordt de foto hiernaast bij 't Hietbrink gemaakt. Naast het echtpaar zitten v.l.n.r. Willem Wassink & Catharina Gerdina Kroes en Jan Albert Kroes & Wilhelmina Johanna Olden, de Kroesjes. De Dijkermannetjes staan en het zijn v.l.n.r. Gerritjen Wassink, Hendrik Dijkerman, Egberdina van Schooten & Gerrit Jan Dijkerman, Bertha Johanna Aalpol & Gerrit Willem Dijkerman, Tonia Dijkerman & Willem Holmer en Tonia Elisabeth Dijkerman & Jacob Ilbrink.

Eerder op deze pagina is een uitvergroting met het gezicht van Derk Jan te zien en duidelijk zichtbaar is dat hij een glazen oog had a.g.v. een ontsteking.

Het 60-jarige huwelijksfeest zal er helaas niet meer in want Gerritjen overlijdt op 21 maart 1957 op 84-jarige leeftijd. Derk Jan overlijdt op 31 augustus 1960 en wordt 87 jaar oud.
 
Hendrik trouwde op 17 februari 1923, twee weken na zijn tante Willemina en zelfs nog drie maanden voor zijn oom Bertus. Hendrik is dan 23 jaren oud en landbouwer van beroep. Hij heeft daarvoor ook nog als dienstknecht op boerderij Dijkerhof in de Eesterhoek gewerkt. De bruid is Gerritjen Wassink, nog maar 18 jaren oud en dochter van Hendrik Jan Wassink en Gerritjen Nijman uit Harfsen. Het echtpaar gaat wonen op 't Zwaneveld aan de Deventerdijk te Harfsen. Eigenaars zijn oom en tante Antonie Voortman en Harmina Johanna Dijkerman van de Larxenpas. Als hun zoon Albert Jan op 21 mei 1929 gaat trouwen, moeten Hendrik en Gerritjen plaats maken. Ze bouwen dan een nieuwe boerderij aan de weg tussen Gorssel en Bathmen en noemen deze de Plantage en gaan er in het voorjaar van 1929 wonen met hun twee kinderen die op 't Zwaneveld zijn geboren. Op de Plantage worden nog vier kinderen geboren waarvan een tweeling op 24 april 1930 die het jaar erop twee dagen na elkaar overlijden en op 11 februari 1931 gezamelijk worden begraven. Van de zes kinderen waren er zes jongens (waaronder de tweeling) en één meisje. Zij en haar man namen de boerderij over en wonen er nog steeds. Hendrik is overleden op 15 mei 1985 en Gerritjen overleed op 17 mei 1988.
  Gerrit Willem is mijn opa en komt hieronder uitgebreid aan bod.
Tonia Elizabeth is de eerste die van 't Hietbrink vertrekt en elders uit werken gaat. Zij trouwde op 17 september 1926 te Gorssel met landbouwer Jacob Ilbrink, zoon van Johan Ilbrink en Everdina Harmina Nijkamp die op het erve Dijkman tegenover het erve Strookappe te Harfsen is geboren. Jacob zelf is geboren en getogen op het erve Borghaar aan de Scheuterdijk te Eefde en Tonia Elizabeth trouwde daar in.

In 1930 verhuisde het echtpaar (met inmiddels twee kinderen) naar Ampsen bij Lochem waar de andere vijf kinderen worden geboren. In 1945 verliezen zij hun boerderij door brand en wonen 7 jaar lang in een noodwoning tot zij in 1952 naar Nettelhorst verhuizen.

Tonia Elizabeth is overleden te Lochem op 5 maart 1986. Zij leed op latere leeftijd aan suikerziekte en een been is hierom onder de knie afgezet. Jacob overlijdt op 21 augustus 1989 en wordt 91 jaar oud.
Gerrit Jan wordt als enige zoon op 't Hietbrink geboren en kreeg het voorrecht om op deze boerderij te mogen blijven wonen. Dat deed hij met Egberdina van Schooten uit Bathmen met wie hij op 4 juni 1937 trouwde. Vader Derk Jan is dan al bijna 65 en aan Gerrit Jan dus de taak om het werk als landbouwer op 't Hietbrink over te nemen. Kinderen worden er niet geboren en dus wordt het zoeken naar een opvolger. Het is een zoon van broer Hendrik die de boerderij zou overnemen.

Gerrit Jan is overleden op 10 juli 1976. Egberdina blijft op de boerderij wonen, maar verhuist uiteindelijk naar het dorp Gorssel waar zij op 17 april 2002 is overleden. Zij was daarmee de langstlevende van deze generatie van kinderen en schoonkinderen van Derk Jan Dijkerman en Gerritjen Bieleman en werd met 93 jaren ook de oudste. Overigens leefden alle partners van de Dijkerman kinderen langer dan hun echtgenoot of echtgenote.
Tonia trouwde op 10 oktober 1931 met Willem Holmer die dan op 't Hietbrink komt wonen. Hun oudste twee kinderen worden er in 1932 en 1937 geboren. Op de foto eerder op deze pagina van boerderij Hietbrink zien wij Tonia met haar dochter.

In 1937, als broer Gerrit Jan trouwt, verhuizen Tonia en Willem naar een boerderijtje aan de Oude Larenseweg te Harfsen waar nog eens twee kinderen worden geboren.

Tonia is overleden op 29 oktober 1967. Ze wordt maar 56 jaren oud en sterft als jongste als eerste van de opgroeiende kinderen. Willem overlijdt vele jaren later op 16 februari 1989.
 
 
Gerrit Willem Dijkerman
 
Gerrit Willem is op 9 december 1901 om half 4 in de namiddag geboren op de Schiethoppe, maar verhuisde al snel naar het Hietbrink en is daar opgegroeid en werkte natuurlijk mee op de boerderij. Ook werkte hij voor boer Makkink op het Dijkerhof in de Eesterhoek te Gorssel en nam daar de schoppe over van broer Hendrik. Beide broers waren er voor dag en nacht en sliepen er dus ook. Verhalen uit zijn jeugd zijn er nauwelijks, maar Gerrit mocht graag zwemmen in de Venne op de Gorsselse Heide.
 
Het kon niet uitblijven dat Gerrit landbouwer van beroep werd alhoewel hij eigenlijk timmerman had willen worden, maar er was geen geld voor de opleiding. In dienst is Gerrit niet geweest, broer Hendrik wel. Opa en oma Dijkerman woonden nog op de Larxenpasch en waren de buren van de familie Aalpol van de Denneboom. Hier woonde Bertha Johanna, dochter van Hermanus Aalpol en Harmina van der Meij. Haar foto is al eerder op deze pagina voorbij gekomen, want zij is het meisje achter het spinnenwiel op de versierde wagen. Gerrit en Bertha zullen elkaar van jongs af aan hebben gekend en het contact resulteert in een huwelijk welke werd gesloten op 2 mei 1930. Gerrit Willem is dan 28 jaar oud en Bertha Johanna, geboren op 29 maart 1905, is dan 25 jaar oud. Getuigen bij het huwelijk zijn Hendrik Jan van der Meij (oom van Bertha) en Jan Albert Kroes, de halfbroer van Gerrit. Het valt op dat hij vaak getuige bij huwelijken van de kinderen van Derk Jan Dijkerman en Gerritjen Bieleman was, hij was dan ook de oudste van het gezin. Voor meer informatie over de voorouders van Bertha zie de Aalpol en Van der Meij pagina's. Overigens stamt ook Bertha af van de Dijkermans, want haar betovergrootmoeder is Jenneken Dijkerman, dochter van Garrit Dijkerman die op de Grote Muil in Gorssel woonde. Diens broer Garrit Jan van 't Dijker is de voorvader van Gerrit Willem, maar dat was ondertussen al wel duidelijk.
 
Gerrit Willem Dijkerman en Bertha Johanna Aalpol gaan wonen in boerderij Westhoeve (ook wel Buitenkamp genoemd) in het dorp Gorssel. Gerrit gaat hier werken als zetbaas, waarschijnlijk voor de familie Tuitert (later Stenvert) die eigenaar van de boerderij was en iets verderop in boerderij Nieuwe Klaphekke woonde. De vorige bewoner van Westhoeve was Jan Karel Tuitert die er waarschijnlijk ook als zetbaas werkte. Hij overleed op 3 mei 1931 op 65-jarige leeftijd. Het adres was eerst G42 en werd later G58. Er wordt ook gesteld dat niet de familie Tuitert, maar schoolmeester Hendrik Jan Ezerman de eigenaar van de Westhoeve was. Dat maakt het beter te verklaren dat Gerrit als zetbaas op de Westhoeve kwam wonen en werken wat Hendrik Jan Ezerman is immers de broer van Gerrit zijn oma.

Op de Westhoeve wordt in 1931 het eerste kind van Gerrit en Bertha geboren. Daarna verhuizen ze naar boerderij Veldzicht in Joppe waar Gerrit Willem als zelfstandig landbouwer gaat werken. Het adres was P68 en werd later P94. De nieuwe bewoners van Westhoeve waren Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk, zij kwamen van het naburige erve Morrenhof.
 
Gerrit Willem was blij om zelfstandig op 't Veldzicht te kunnen boeren, het werken als zetbaas vond hij maar niks. De plek van het boerderijtje Veldzicht was vroeger heide (perceel 410) en was eigendom van de erven Hendrik Kipperman. Volgens de kadastrale kaart van 1832 (sectie B, 't Joppe) staat er een huisje vlak aan de huidige Huzarenlaan. In het register is echter de benaming "huis en erf" doorgestreept en gewijzigd naar "heide" wat aangeeft dat het huisje in deze periode moet zijn afgebroken. Het betreft de oude bakkerij op de Gorsselsche Heide welke werd bewoond door de familie Van Gorssel, zie ook mijn artikel in Ons Markenboek van november 2014. Het perceelnummer is 412 en de eigenaar is de weduwe van Jan Holterman, Willemina Sint Jurriën. Het echtpaar woonde dus zelf niet op deze plek, maar op het erve Holterman in sectie A, Epsen aan de huidige Deventerweg tussen Gorssel en Epse.
 
Het boerderijtje naast Holterman heet Kipperman (ook wel de Kippe) en wordt in 1832 bewoond door Maria Nijland, de weduwe van eerder genoemde Hendrik Kipperman die ook wel Brinkman werd genoemd. In 1833 wordt de boerderij overgenomen door zoon Teunis Brinkman die in 1834 zou trouwen met Bartha Gardina Velderman. In 1852 verlaten zij de Kippe en gaan wonen op ... Veldzicht, we zijn weer terug! Het boerderijtje was ondertussen gebouwd op de heidegrond (perceel 410) die de familie 20 jaar daarvoor (en waarschijnlijk al veel langer) in eigendom hadden.

Nog even weer naar de Kippe. Op dit erve stond nog een ander huis en waarschijnlijk was dit boerderijtje de Mossel. Deze werd bewoond door Antonij Dijkerman (zoon van Jan Dijkerman en Goossina Reuverkamp van het erve Hassink) en Maria ten Have die in 1833 waren getrouwd. Hun zoon Johannes Marinus is er ook geboren (Teunis Brinkman deed daarvan nog aangifte) en trouwde later met Janna Brink van de Kleine Koekkoek uit Harfsen waar ook de familie Strookappe woonde. Maar goed, nu dwalen we echt te ver af!
 
Nu echt terug naar Veldzicht. Deze kreeg het huisnummer 88a. Erve Klein Roeterdink van de familie Nijkamp had huisnummer 88 en Erve Breger van de familie Nijenhuis (welke tegenover de Mossel stond) had huisnummer 89. De eerste registratie van bewoning komt uit het registratie van personele omslag en staat op naam van H. Boterman en A. Hoefman. Laatstgenoemde is Albert Hoefman, zoon van Aeldert Hoefman en Janna Diekerman en kleinzoon van Willems Harms Diekerman die bovenaan deze pagina al is genoemd. Albert was getrouwd met Geertjen Dijkerman, dochter van Jan Dijkerman en Gosina Reuverkamp. Geertjen was dus een zus van Antonij van boerderijtje de Mossel. Maar belangrijker: in 1851 was er al een link tussen de familie Dijkerman en het boerderijtje Veldzicht! Daarbij is het van belang te weten dat de families Boterman en Hoefman in twee aparte huizen wonen t.w. perceel 673 (huis en erf 52 ellen) en perceel 674 (huis en erf 53 ellen). Rest van het oude perceel 410 is nog steeds heide ter grootte van ruim 2,5 bunder en betreft perceel 675 waarvan in 1856 al ruim twee bunder is ontgonnen naar bouwland (perceel 879, rest heide is 878). In de kadastrale akte van 1856 wordt Veldzicht dan beschreven als een "katerstede bestaande in een huis met twee woningen en een kamp weide- en bouwland gelegen aan de Dommerbeek in de Dommerlanden" met een totale grootte van ruim vier bunder.
 
De eerste registratie van Veldzicht mag dan van 1851 zijn, toch zal het boerderijtje er iets eerder gestaan hebben aangezien deze al op de kaart van 1844 wordt aangegeven, zie het rode stipje in het midden van de afbeelding hiernaast. Het stipje rechtsboven is boerderij Voortman (huisnummer 87) van de familie Voortman (later Van der Meij) en daartussen is nog een vaag stipje te zien van boerderij Klein Roeterdink van de familie Nijkamp, huisnummer 88. Vlak onder deze boerderij loopt dan een weggetje waaraan Veldzicht in die tijd was gelegen. Op het kaartje is tevens te zien dat Veldzicht op heidegrond is gebouwd maar uitkeek op het noordelijk gelegen weiland en waarschijnlijk is het boerderijtje daarom Veldzicht genoemd. De eerder genoemde registratie is de zgn. personele omslag en hier staan alleen personen in genoemd waar wat te halen viel. Veldzicht zal voor 1851 niet veel hebben voorgesteld en pas in 1851 worden de bewoners geregistreerd, in klasse 2. Als Teunis Brinkman in 1856 staat geregistreerd is dat ineens klasse 6 geworden, Teunis maakte er wat van! Maar drie jaren daarna heeft hij de boerderij niet verder kunnen opbouwen want op 19 maart 1859 overlijdt hij op 61-jarige leeftijd. Een hypotheekakte uit 1854 verwijst naar een katerstede met twee woningen aan de Dommerbeek waarvan de grond behoorde aan erve de Kippe en in dat jaar zullen Teunis en Bartha er waarschijnlijk zijn komen wonen. De hypotheek was voor 800 guldens en daar kon je in die tijd wel wat mee doen!
 
Op de kaart is verder te zien dat het boerderijtje op een andere plek stond als waar Gerrit Willem Dijkerman vanaf 1932 heeft gewoond. Er waren dan ook twee verschillende boerderijtjes Veldzicht en het oude boerderijtje stond meer naar achteren (vanaf de Huzarenlaan gezien) vlakbij het dijkje met bomen waar dus vroeger het weggetje liep. Het weggetje boven Veldzicht was een sluiproute voor degenen die geen zin hadden om tol te betalen voor de weg die ten noorden liep, de huidige Lochemseweg naar Epse.

Op de kaartjes hieronder valt de ontwikkeling van het erve Veldzicht te zien. In 1867 is het eigenlijk allemaal nog heide en in 1890 zien wij rechts van het huis en erf een stukje weiland en loopt er een weggetje van het huis naar het weiland erboven. In 1911 is achter het huis een groot gedeelte van de heide ontgonnen tot bouwland. Tevens is te zien dat de Heidebloem is gebouwd en dat er een halte Epse voor de spoorlijn is gemaakt. Het laatste kaartje is van 1933 als de familie Dijkerman er net een jaar woont. Hierop zijn het huis en de schuur aangegeven zoals deze nu nog steeds staan. Deze staan volgens de kaart westelijker dan het oude boerderijtje welke op de rand van het huidige weiland en bos moet hebben gestaan. Vreemd is het wel dat Jan Dijkerman recht achter de schuur aan de dijk regelmatig stenen in de grond heeft gevonden. Mogelijk betreft de ene plek perceel 673 en de andere perceel 674 en hebben er dus daadwerkelijk eerst twee huisjes aan de dijk c.q. weg gestaan en is het huidige Veldzicht van de familie Dijkerman de derde boerderij die op voormalige heideperceel 410 werd gebouwd. Niet duidelijk op het kaartje van 1933 is wat de bebouwing linksboven het erve Veldzicht is geweest.
 
 
Terug naar de bewoners, terug naar 1859. Bartha Gardina Velderman hertrouwde na het overlijden van Teunis Brinkman op 2 maart 1860 met Jan Nales die in 1861, als het bevolkingsregister van de gemeente Gorssel ontstaat, wordt genoemd als hoofdbewoner. Jan was eerder getrouwd met Jenneken Haarbrink en woonde met haar op de katerstede Boonenland te Epse en had uit dit huwelijk een dochter genaamd Hendrika Gesina.
Zij trouwt op 7 juni 1861 met Hendrik Willem Brinkman, een zoon van Teunis Brinkman en Bartha Gardina Velderman, een bijzondere situatie dus, te meer omdat ook zij op Veldzicht gaan wonen. Na het overlijden van Jan Nales in 1877 worden zij de nieuwe hoofdbewoners terwijl (schoon)moeder Bartha tot haar overlijden in 1891 ook op Veldzicht blijft wonen. Hendrik Willem was trouwens de eerste in Gorssel met een fiets!

In 1898 doet Hendrik Willem middels een akte de boerderij over aan zoon Albert Manus die in 1902 zou trouwen met Harmina Maria Kolkman. Op 20 februari 1918 verlaat de familie Brinkman het boerderijtje en bestaat dan uit zeven personen: Albert Manus, echtgenote Harmina Maria en vijf kinderen. Vader Hendrik Willem Brinkman was in 1914 overleden en diens vrouw Hendrika Gesina Nales was in 1907 overleden.
 
Door het vertrek van de familie Brinkman mag worden aangenomen dat het nieuwe boerderijtje voor 1918 door de familie Brinkman is gebouwd, het is niet bekend wanneer precies. Zij verkopen in 1918 het boerderijtje niet, maar verhuren het aan Albert Nijenhuis en Aleida Hendrika Klein Baltink die er in de zomer van 1918 komen wonen. In mei 1931 slaat letterlijk het noodlot toe als Albert Nijenhuis, staande in de deuropening, wordt getroffen door de bliksem. Hij overlijdt op 31 mei 1931 te Deventer. De kinders van Dijkerman zijn later vaak door moeders gewaarschuwd als er weer eens onweer was, ze moesten wegblijven van deuren, ramen en de schoorsteen, het zou immers zo maar nog eens kunnen gebeuren! Dat blijkt als later de bliksem in een eikenboom sloeg die vlakbij de dijk en het bos, en dus niet ver van de boerderij, stond. Aleida Hendrika Klein Baltink was in 1927 al overleden en de twee nog thuis wonende kinderen verlaten Veldzicht in juni 1931. Veldzicht staat leeg en Albert Manus Brinkman moet op zoek naar nieuwe huurders. Gerrit Willem Dijkerman en Bertha Johanna Aalpol wonen dan nog op de Westhoeve in Gorssel waar in mei net hun eerste kind is geboren. Het erve Veldzicht lijkt hun wel wat en op 29 december 1931 tekent Gerrit Willem een huurcontract voor drie jaren. Veldzicht bestaat dan uit een huis met schuur en erf, bouwland, weiland, vruchtbomen en bos ter grootte van 3,5 hectare. De huur gaat in op 22 februari 1932 en de jaarlijkse huurprijs bedraagt 263,50 gulden. Een schijntje naar huidige begrippen, maar voor het jonge echtpaar een heel bedrag waarvoor hun ouders Derk Jan Dijkerman en Hermanus Aalpol dan ook borg staan.
 
Het huurcontract wordt in 1935 met nog eens drie jaren verlengd, maar drie jaren daarna is er dan genoeg geld verdiend dat Gerrit en Bertha kunnen overgaan tot koop van het bouwplaatsje Veldzicht. Het was overigens niet zo dat er veel geld te besteden was, want er waren onderhand al zes kinderen en het was zeker geen vetpot bij de familie Dijkerman. Maar kopen is nou eenmaal beter dan huren, ook toen al.

Op 1 september 1938 is het dan zover, Gerrit Willem Dijkerman is bewoner èn eigenaar van het "bouwplaatsje Veldzicht" bestaande uit huis met schuur, erf, tuin, bouwland, weiland, hakhout en heide met dennen. Het betreft wel een koopcontract met hypotheek. De verkoopprijs bedraagt 7.920 gulden waarbij 2.920 gulden op 1 september wordt voldaan en voor het restant van 5.000 gulden een hypotheek met 3,75% rente wordt aangegaan met Albert Manus Brinkman. Elk jaar vanaf 1 september moet er afgelost worden ten huize van Albert Manus Brinkman die in Colmschate woonde. De Dijkerman kinders herinneren zich goed dat vader elk jaar op 1 september of de fiets stapte om naar Colmschate te fietsen.
 
Op de foto hiernaast staan Gerrit Willem en zoon Herman voor de oude schuur die er nog steeds staat. De oude schuur staat er al lang en hoorde al bij het oude boerderijtje Veldzicht welke erachter aan de dijk stond. Het is moeilijk te zien, maar het dak is van stro. Later is dit een pannendak geworden.

De hoofdbewoners Nales, Brinkman en Nijenhuis worden veelal vermeld als landbouwer of akkerbouwer, maar een enkele keer ook als arbeider. Gerrit Willem Dijkerman is er altijd landbouwer geweest, er was dan ook al voldoende grond om full time op te verbouwen.
Hij verbouwde o.a. aardappels, rogge, haver, suikerbieten en knollen voor veevoer.

Beesten waren er namelijk ook: drie (en later vier) koeien, varkens, een paar geiten, een pony en meerdere kippen die zijn Gerrit zijn grote hobby waren. Hij was dan ook vaak in het kippenhok te vinden. Gerrit Willem was lid van geitenfokvereniging de Dageraat en ging met de geit in de zak voor op de fiets als deze naar de bok van Hullema moest.
 
De eerste pony op 't Veldzicht was Sjonnie. Achter de boerderij liepen ook paarden maar die waren van Bertus Dijkerman van de Flierse. Die had er een weiland en er liepen ook koeien. Bertus en Bennie Dijkerman, en ook hun zus Janna, kwamen er wel eens melken. De kinders van 't Veldzicht gingen dan graag kijken. Op een dag kwam zoon Jan te dicht bij een paard en kreeg een trap.

Huisdieren waren er ook, maar de katten mochten niet binnen komen. Hond Hertha (bij Gerrie in de armen op een foto verderop) mocht dat wel. Hij sleepte de poetslappen de wei in, die lag er vol mee.

 
Een varken moest ook wel eens naar de beer bij Te Winkel, maar dat ging niet op de fiets. Het stuk naar Te Winkel aan de Bathmenseweg was ongeveer twee en een halve kilometer en werd te voet afgelegd. De foto is gemaakt als Gerrit en zoon Herman er net naartoe willen gaan. De kortste weg was via het pad door het Peppelenbos welke voor het huis naar de Dommerholtseweg liep en waaraan ook de melkbussen neergezet werden. Kort daarna kwam het spoor en daar werd het lastig want het varken wilde er niet oversteken. Maar Gerrit had een truc! Het varken werd met de kont richting het spoor gedraaid waarna een mand op de kop werd geplaatst waardoor het varken achteruit begon te lopen! Na het oversteken werd de mand in de berm gegooid en werd deze op de terugweg nog een keer gebruikt, de truc werkte altijd!
 
  Er worden negen kinderen geboren:
     
1. Gerritjen (Gerrie) 18-05-1931
2. Hermanus (Herman) 22-07-1932
3. Dirkje Hermina (Mineke of Miny) 18-02-1934
4. Dirkje Johanna (Dirkje) 22-04-1935
5. Bertha Johanna (Bertha) 17-01-1937
6. Gerda Wilhelmina (Gerda) 10-02-1938
7. Derk Jan (Jan) 16-02-1940
8. Harmina (Hermien) 19-02-1944
9. Hermanna (Mannie) 12-07-1948
     
     
Alle kinderen beleefden hun jeugd op 't Veldzicht, trouwden en kregen kinderen wat resulteerde in 25 kleinkinderen voor Gerrit Willem en Bertha Johanna.

Alleen Herman mocht dit allemaal niet beleven, hij overleed op 30 oktober 1945 op 13-jarige leeftijd aan de gevolgen van een niervergiftiging. Deze werd door de schoolarts ontdekt. Het was al eerder aan Herman te zien dat hij niet goed in orde was, hij had dikke voeten en een dik gezicht en had het altijd koud, maar Herman wilde niet naar de dokter. Overigens was het altijd Gerrit die met de kinderen naar de dokter ging, Bertha kon er altijd moeilijk tegen als de kinderen wat mankeerden. Na de schoolarts ging Herman naar het ziekenhuis in Deventer waar hij overleed. Hij is op 3 (of 4) november begraven op het kerkhof van Gorssel.
 
Herman zat nog op de lagere school en zou vast naar de landbouwschool zijn gegaan. Als enige overgebleven zoon was het Jan die naar de lagere landbouwschool in Laren ging. De meiden gingen allemaal naar de Nijverheidsschool in Gorssel, alleen Hermien mocht naar de ULO in Deventer nadat de school in Gorssel hierop aangedrongen had, zij kwamen hiervoor drie keer naar 't Veldzicht. De school had gelijk, Hermien slaagde met vlag en wimpel! De lagere school was de Christelijke School met de Bijbel waar de kinders te voet naartoe gingen. Herman liep daarbij altijd voorop, hij wilde niet door zijn zussen ingehaald worden! Gelopen werd er op klompen, schoenen waren er wel maar mochten alleen op zondag gedragen worden als alle kinders naar de Zondagsschool bij Rehoboth gingen. Dat de kinders op klompen liepen, vonden ze best vervelend omdat er op school veel kinderen met normale schoenen liepen en klompen best "stom" waren. Helemaal balen was het als de klomp barstte en deze door vader Gerrit gerepareerd moest worden die dan een spanband van blik over de kap maakte. De uitdrukking "en nou barst mijn klomp!" werd bij Dijkerman letterlijk en figuurlijk gebruikt! Bertha probeerde het eens op schoenen met hakken naar school te gaan. Dit keer liep Herman niet voorop, het was dan ook prachtig om al die gaatjes in de zandweg te volgen! Toen de meisjes 12 tot 18 jaar waren, gingen ze ook naar de meisjesvereniging bij het Rehoboth, later in Gorssel. Dit was eens per week op een avond. Ze kregen er o.a. een cursus ziekenverzorging van zuster de Hen.

Na school was er weinig tijd voor uitrusten want in en om de boerderij waren er altijd wel klusjes die gedaan moesten worden. Gerrit en Bertha waren ook altijd druk. Zoals gezegd was Gerrit full time landbouwer en veehouder. Bertha zorgde voor de kinderen en het huishouden wat al veel werk was, zeker omdat alles (zoals de was) toen nog met de hand gedaan moest worden. Ook hielp Bertha mee op het land (rogge binden, aardappels rooien) en voerde zij de varkens. De kinderwagen stond regelmatig op het land zodat Bertha tijdens het werk de jongste in de gaten kon houden. Bertha maakte ook haar eigen krentenbrood en wit brood door deze te stomen in de wonderpan. Dat was smullen, ook ik kan dat nog goed herinneren, oma maakte elk jaar op mijn verzoek dit brood voor schoolreisje. Wat er bij Dijkerman op tafel kwam, was voornamelijk productie uit eigen keuken en van het land. Veel geld voor boodschappen was er dan ook niet. In de pot zaten o.a. aardappels, groente uit de groentetuin, pannenkoeken als de kinders geluk hadden en het vlees kwam van de varken welke door opa Aalpol werd geslacht. Op een dag werd het slachten gadegeslagen door onguur volk die in het bos stonden, Gerda heeft ze daar zien staan. De mannen wisten dat het vlees zou worden opgeslagen in de pekelton en kort na de slacht werd er dan ook ingebroken op 't Veldzicht en werd er vlees meegenomen, tot drie keer toe! De inbrekers kwamen binnen door het kelderraam welke uiteindelijk door Gerrit werd verkleind en werd voorzien van tralies. Uit de waskamer werd er havermout, suiker, waspoeder e.d. gestolen, de boodschappen die door Gerrit en Bertha met hun zuur verdiende geld waren gekocht. De buit werd meegenomen in een gordijn die middenin het kleine kippenhok hing. Dit gordijn was opgehangen door de kinders die het kippenhok als speelruimte gebruikten en met het gordijn twee speelruimtes hadden gemaakt.

Oma Dijkerman van 't Hietbrink wist dat het geen vetpot op 't Veldzicht was en stopte de kinders vaak wat extra toe als ze bij haar op bezoek waren. Ook kregen ze er dan goed te eten, ze was bang dat de kinders te weinig te eten kregen. De kinders kwamen graag op 't Hietbrink, de logeerpartijen waren een groot feest. Te voet op de klompen ging de reis naar 't Hietbrink maar de terugreis ging bij opa en oma in de koets, dat was helemaal geweldig! Opa en oma Dijkerman waren mede daardoor de favoriete grootouders, bij Aalpol werd minder gelogeerd. Thuis werd er geslapen in twee bedsteden die elk ruimte boden voor drie kinders. Gerrit en Bertha sliepen in de slaapkamer, met een ledikant en een 1-persoons bed dus met twee kinderen. Herman sliep later in de opkamer wat een berghok was, maar Herman kon er lekker rustig apart van al zijn zussen slapen. In huis waren er dan nog de waskamer, de kleine keuken en de grote keuken welke de woonkamer was waaraan ook de bedsteden vastzaten. Deze zaten op de plek waar later de keuken van het nieuwe Veldzicht zou komen. En dan was er natuurlijk nog de deel waar de koeien stonden.
 
In de oorlog was 't Veldzicht nog drukker bevolkt. Uit Rotterdam kwamen Riek Wind en Henk Viergever. Zij sliepen samen op de hilde. Eigenlijk tegen de zin van Gerrit Willem, want het stel was niet getrouwd. Ook de jongen Arie de Knecht woonde bij de familie Dijkerman maar had last van heimwee en ging toen wonen bij slager Oosterveld in de Eesterhoek waar zijn zusje Liesje verbleef.

En toen kwamen de Duitsers. Zij sliepen op de deel en in de grote keuken. De Duitsers waren er omdat de familie Dijkerman vlakbij het spoor woonde waarop treinen werden beschoten door geallieerde vliegtuigen. Op een dag kwam er een munitietrein stil te staan en het wemelde toen van de Duitsers. Ook was er de dreiging van de V1's (later V2's) die vanaf de Dortherdijk werden gelanceerd en dan over 't Veldzicht kwamen razen. Dat ging niet altijd goed en één keer kwam een V1 naar beneden waarna de ruiten bij Dijkerman uit de kozijnen sloegen. Als het buiten link werd, verbleef de hele familie in de kelder waar dan ook werd geslapen. De aanwezigheid van de Duiters was uiteraard niet gewenst maar het moet gezegd worden dat de familie het slechter kon hebben gehad. Een keer hielp een Duitser Bertha zelfs met het draaien van de was!
 
Uiteindelijk kwamen dan gelukkig de Canadezen, die vanuit het bos bij Dijkerman het erf opkwamen, en van alles voor de familie bij zich hadden. Kleine Hermien had vooral veel geluk, zij kreeg rozijnen, krenten en chocolade in de deksel van de melkbus. De Canadezen brachten ook kaas, wit brood, sigaretten en biscuit. Een beetje wrang was het dat de vluchtelingen vooraan stonden bij het uitdelen terwijl zij al zo van de gastvrijheid van de familie Dijkerman hadden genoten, dat was niet netjes.
 
Naast gevoed moesten de kinders natuurlijk ook gekleed worden. De jurken voor de meisjes konden niet worden gekocht en werden daarom zelf gemaakt door Bertha en tante Jet van de Koele uit Harfsen waar overigens ook wel eens werd gelogeerd door de jongste kinderen. Later hielpen ook de oudste dochters mee met het maken van de jurken. Hoe ze ook hun best deden, het was geen haute couture. Dat hoeft ook weer niet, dan hadden die klompen ook weer vervangen moeten worden en daar was dus geen geld voor.

De meisjes waren dus niet altijd even blij met hun nieuwe jurk.
Mannie en Hermien waren niet tevreden over de kleur en noemden het de strontjurk. Een jurk van Bertha werd door een jongen op school een nachtjapon genoemd en toen wilde Bertha dat ding natuurlijk ook niet meer aan. En de jurk van Dirkje (op de foto links) was zo strak dat ze 'm elke keer naar beneden moest trekken. De twee jongens van Dijkerman waren erg blij dat ze geen jurk aan hoefden!
 
Uiteraard was er geen geld voor vakantie. De eerste vakantie voor Mineke, Dirkje, Bertha en Gerda was op de fiets naar Giethoorn. De konten kapot van het zadel, de benen verbrand, maar wel veel gelachen. Geslapen werd in het stro op het deel van een boerderij. Later kregen alle meiden verkering en de jongens kwamen dan vaak op een zondagavond naar 't Veldzicht en het was er dan erg gezellig. Jammer genoeg voor kleine Mannie mocht zij er niet de hele tijd bij zitten omdat zij op tijd naar bed moest.
 
Uiteindelijk trouwde iedereen en kregen Gerrit en Bertha 25 kleinkinderen. Op de foto hiernaast ter gelegenheid van hun 40ste huwelijksjaarviering d.d. 2 mei 1970 zijn er hiervan al 18 te zien.

Van een 50-jarig lustrum kwam het helaas niet. De uitnodigingen waren net de deur uit als Gerrit Willem op 17 april 1980 aan een hartstilstand overlijdt. Dit gebeurde bij het Rehoboth waar hij in de tuin zou gaan werken.

Bertha Johanna blijft wonen op 't Veldzicht waar zoon Jan in het nieuwe gedeelte woont. In 1997 wordt zij getroffen door een hersenbloeding en overlijdt aan de gevolgen daarvan op 1 oktober 1997 in het Deventer ziekenhuis in aanwezigheid van haar kinderen die om de beurten de wacht bij haar houden. Tijdens haar begrafenis wordt zij, naar aanleiding van haar wens, gedragen door zes kleinzoons.
Ten slotte gaan we met de Dijkerman kinders en aanhang terug naar de boerderij waar de Dijkerman geschiedenis is begonnen: boerderij 't Dijker in de Eesterhoek!






Stamboom van de familie Dijkerman (tekst)
 
 
Voor aanvullingen, correcties en foto's over de familie Dijkerman zou het mooi zijn als u contact met mij wil opnemen. Alvast bedankt!