Holten 
 
Op deze pagina gaan wij het verst terug in de tijd en wel naar de 18e eeuw. We nemen een kijkje bij Erve Strokappe in de Beuseberg in Holten. Hier woont Hendrina en zij is de eerste persoon in de bloedlijn van de latere familie uit Harfsen die de naam Strokappe heeft gedragen. Hier gaat een heel verhaal aan vooraf en Hendrina zelf is ook weer een heel verhaal. Kortom, interessante pagina over de oorsprong van de familie Strookappe!
 
 
Hendrik Willems Lavarne 
 
De oorsprong van de gehele familie Stro(o)kap(pe) ligt in de Beuseberg bij Holten. Circa 1670 werd hier Hendrik Willems geboren. In die tijd woedde de Münsterse oorlog waarbij in 1674 vele boerderijtjes in de Beuseberg verbrandden. Met de herbouw werd o.a. een nieuw boerderijtje gebouwd met de naam "Lavarne". De naam werd ook wel geschreven als Laverne en in het Frans betekent dit "de els". Het is daarom goed mogelijk dat het boerderijtje bij een els (boom) heeft gestaan en daarnaar is vernoemd. Elzen kunnen uitstekend tegen vochtige omgevingen en ze staan dan ook veelal op moerassige grond iets wat dat gedeelte van de Beuseberg geweest zal zijn. De Lavarne stond op de open plek tussen de bomen (elsen?) op de foto hiernaast. Een andere mogelijkheid is dat de Lavarne (of Laverne) is vernoemd naar kolonel Ferdinand de la Verne (ook geschreven als Laverne) de Rodes. Hij was kolonel in de periode 1674 tot 1685 en was in 1676 en 1677 gouverneur van het nabijgelegen Deventer.

Het huisnummer vanaf 1811 was 222 en verderop deze pagina kun je hiermee de locatie van deze katerstede vinden.
 
Hendrik trouwde omstreeks 1690 met Jenneken Teunissen en zij vestigen zich daarna aan de Lavarne en Hendrik wordt vanaf dat moment ook Lavarne genoemd en zodoende ontstaat de familienaam Lavarne. Hendrik gaat als bouwman aan het werk op de Lavarne welke hij zal hebben gepacht. Hendrik en Jenneken krijgen een dochter genaamd Hendrikjen en zoon genaamd Willem. Hieronder een schematisch overzicht van de kinderen en kleinkinderen van deze Hendrikjen en Willem:
       
       
 
 
♥ Egbert Hendriks Endeman Geerlichs
♥ Hendrine Alberts Broens
Hendrina Strokappe
 
ca. 1685<1723
ca. 1721<1760
moeder van:
 
1. Hendrikjen Hendriks Lavarne
4. Willem Egberts Kwintenberg
7. Geesken Willems Kwintenberg
 
ca. 1690<1720
ca. 1717<1795
1756-1820
       
Hendrik Willems Lavarne
 
Willem Jansen - Strokappe - Pot
ca. 1670-1723
 
1752-1823
       
   
2. Willem Hendriks Lavarne - Strokappe
4. Jenneken Willems Lavarne Strokap
1. Aaltjen Harms Strokappe
   
ca. 1695-1764
ca. 1730>1803
1755-1787
   
♥ Aaltjen Derks Struyk
♥ Harmen Alberts - Strookappe
6. Albert Harms Strokappe
   
ca. 1697>1748
ca. 1730-1778
1769-1836
         
         

Met dit schema hoop ik de ingewikkelde en zeer bijzondere oorsprong van de familie snel duidelijk te kunnen maken voordat wij de mensen afzonderlijk verder bespreken. De blauwe lijn symboliseert de bloedlijn van de Rijssense Stro(o)kap(pe) tak èn de naamlijn van de gehele Stro(o)kap(pe) familie. De rode lijn staat voor de bloedlijn van de Harfsense Stro(o)kappe familie waarvan de voorouders dus voorheen Kwintenberg en Lavarne heetten. De personen in de groene lijn koppelen de lijnen aan elkander; Hendrik Willems Lavarne als stamvader en Willem Jansen Strokappe Pot als echtgenoot van twee achterkleindochters van Hendrik! Eerst trouwt hij namelijk met Aaltjen Strokappe wiens broer Albert de stamvader van de Rijssense tak is. Na het overlijden van Aaltjen hertrouwt Willem met Geesken Kwintenberg die reeds moeder is van Hendrina, de latere stammoeder van de Harfsense tak. Al een beetje duidelijk zo?

Hendrikjen zou moeder worden van vier kinderen en Willem werd vader van zes kinderen. Al deze tien kleinkinderen van Hendrik Willems Lavarne werden in het boerderijtje Lavarne geboren. De kinderen van Hendrikjen worden voor 1720 geboren. Hendrikjen komt dan te overlijden en haar man Egbert hertrouwt en gaat elders wonen en neemt de kinderen mee. Willem en zijn vader Hendrik blijven dan alleen achter, maar Willem trouwt in 1722 en zijn oudste kind wordt op 26 maart 1723 geboren. Omstreeks deze periode komt opa Hendrik Willems Lavarne te overlijden. Dat Hendrik naast twee kinderen en tien kleinkinderen nog veel meer nakomelingen zou krijgen blijkt wel uit zijn gigantische lijst van nakomelingen welke je hier kunt bekijken.

 
 
Willem Strokappe (Hendriks Lavarne)
 


Wij volgen nu eerst de blauwe lijn van het schema hierboven aangezien daar de familienaam Strokappe als eerste opduikt. Willem Hendriks Lavarne trouwt op 26 juli 1722 met Aaltjen Derks Struyk en het echtpaar trouwt in op het oudershuis van Willem op de katerstede "Lavarne" in de Beuseberg/Agterhoek. In 1723 en 1724 wordt Willem, die net als zijn vader en velen in de Beuseberg bouwman was, aldaar aangeslagen voor 2 personen hoofdgeld. Een bouwman was overigens iemand die op een boerderij werkte en was eigenlijk een andere benaming voor landbouwer die rond 1800 veel werd gebruikt. Veelal waren bouwmannen pachters of eigenaren van een boerderij. Op de foto hiernaast nogmaals de Lavarne plek gezien vanaf de uitgebreide fliermaten, het hoger gelegen broekgrond.
 

Voor 29 augustus 1749 sticht Willem een nieuwe katerstede in de Beuseberg die de naam "Strokappe" krijgt zoals te lezen is in het Register van nieuw aangegraven gronden van deze datum. Het bijbehorende bouwland wordt in 1750 getaxeerd op 25 gulden. Opvallend is dat het bouwland van de Lavarne (waar ondertussen Willem Jansen, vulgo de Koelen afkomstig van boerderij Menum, is gaan wonen) maar voor 5 gulden getaxeerd wordt. Om vast te kunnen stellen wanneer de Strokappe werkelijk gesticht is, kijken we naar wat er gebeurde bij de Lavarne. Hier worden in de periode 1723 tot 1738 alle zes de kinderen van Willem geboren, hierover straks meer. In 1738 en 1741 worden er ook kinderen geboren van Hendrik Engberts Lavarne, zoon van Hendrikjen, de zus van Willem. We kunnen ervan uitgaan dat Hendrik bij zijn oom Willem inwoonde. Het volgende kind werd geboren in 1746 en is van nieuwe bewoners: Willem Jansen en Jenneken Hendriks Menom. Deze Jenneken is een nicht van Aaltjen Alberts Tela met wie Hendrik Engberts Lavarne was getrouwd en zo bleef de Lavarne toch nog een beetje in de familie. Hendrik stichtte tussen 1741 en 1743 naast de Lavarne een nieuw boerderijtje: de Poliste. De Strokappe is daar weer vlak naast gebouwd. Mijn gevoel zegt nu dat de Strokappe tegelijk met de Poliste is gebouwd en stel ik daarom dat Erve Strokappe in 1742 is gesticht. Oom Willem en neef Hendrik maakten in deze periode dus gezamelijk plaats voor Willem Jansen die voortaan als Willem Lavarne door het leven zou gaan.

 
Hij is dus de "Wilm Laverne" die op 24 augustus 1748 tijdens de volkstelling wordt geregistreerd, zie de afbeelding hiernaast. De voormalige Willem Lavarne kreeg een andere naam, en wat voor één!
 
Vreemd is het wel dat er geen vermelding is van een Willem Strokappe en Hendrik Poliste bij de volkstelling van 1748. Op de Lavarne worden Willem, zijn vrouw en twee kinderen genoemd en is het dus zeker dat Willem Strokappe en Hendrik Poliste er niet meer woonden.
 
Het was de gewoonte dat men de personen van een boerderij noemden naar de boerderijnaam, waardoor Willem van de Strokappe dus als Willem Strokappe door het leven zou gaan en we dus ook kunnen stellen dat de familienaam Strokappe in 1742 ontstond en Willem de eerste persoon is geweest die deze naam gedragen heeft. Zijn naam wordt in het register van nieuw aangegraven gronden van 29 augustus 1749 ook geschreven als Willem Strokappe (zie hierboven) en het is daarmee de oudste akte waarin de familienaam Strokappe is opgeschreven. De familienaam is dus afkomstig van een boerderijnaam welke aan deze katerstede was gegeven omdat deze een dak van stro had. De zwartwit foto hieronder is puur ter illustratie van onze "Erve Strokappe" omdat er geen foto van de echte Strokappe bestaat, maar verderop deze pagina kun je nog wel de echte stenen van Erve Strokappe zien! De naam Erve is eigenlijk niet goed gekozen, want deze staat voor een boerderij waarvan de eigenaar lid van de Marke was en dat was Willem zeker niet. De juiste typering moet katerstede zijn, een ongewaard erve welke binnen een dag moest worden gebouwd. 's Avonds moest er rook uit de schoorsteen komen, gebeurde dat niet, dan kon de hele katerstede weer worden afgebroken!
 

Het zal dan ook een zeer eenvoudig boerderijtje zijn geweest, ook omdat Willem Strokappe in 1749 van de diaconie geniet en dus niet veel geld had. Dat het boerderijtje een kap van stro had is ook een aanwijzing dat Willem het niet breed had, want stro was in die tijd de goedkoopste dakbedekking. Stro was trouwens best schaars in de omgeving van Holten zoals beschreven in het hoofdstuk "De Boerderieje" van het boek "Hooltn Vrogger" : "Stroo was der vrogger neet völle, want der wördn weanig rogge verbouwd en wat der was, was neet zoo bes. Det stroo konn ze toen better gebruukn vuur wat aans. Zoo gebruukn ze ok stroo oonder 't berregood in de berrestea. Det was lekker warm, want stroo isoleert good en is ok nog veerkrachtig. Aans lag ie zoo op de plaankn, want in 'n berrestea had ie gen matrasse" ....

 
     
Willem en Aaltjen kegen in de Lavarne zes kinderen met de volgende doopdata:
     
     
1. Jan 26-03-1723
2. Hendrik 13-08-1724
3. Derk 03-08-1727
4. Jenneken 26-11-1730
5. Engbert 23-08-1733
6. Willem 13-04-1738
     
     
     
 
De bloedlijn van de Stro(o)kap(pe) familie loopt door met Jenneken, maar voordat we met haar verder gaan eerst nog even aandacht voor jongste zoon Willem die als enige de achternaam Strokappe krijgt, de anderen heten veelal Willems Lavarne. Willem zal waarschijnlijk de enige zijn geweest die als kind in de Strokappe heeft gewoond en zodoende als zijn vader de familienaam Strokappe meekreeg. Wel is het zo dat Jenneken uiteindelijk degene is geweest die in de Strokappe is blijven wonen en zij derhalve ook de achternaam Strokap(pe) heeft gedragen.
 
Willem trouwt op 27 juni 1770 te Holten met Geertien Gerrits Pinkert en het echtpaar trouwt in op het oudershuis van Geertien, erve Pinkert in Dijkerhoek. Willem heet nadien geen Strokappe meer, maar Pinkert en wordt vader van acht Pinkertjes, geboren in de periode van 1771 tot 1787. Een heel bijzonder gegeven is dat op erve Pinkert ook broer Derk woonde. Hij was getrouwd met Geertjen Hendriks Kromhoff ... de moeder van Geertien! Oftewel, oudere broer Derk trouwde met de moeder en jongere broer Willem trouwde met de dochter! Derk was niet de vader van Geertien, hij was namelijk de tweede man van Geertjen en trouwde met haar toen ze al 47 jaar oud was en samen kregen zij geen kinderen meer. Derk overlijdt op 8 juli 1809, Willem op 29 januari 1811 en Geertien is overleden op 30 juli 1813. Een maand daarvoor, op 26 juni 1813, trouwde zoon Hendrik Willemzen Pinkert met Janna Baltink Kleinhorsman uit Gorssel en zij werden de nieuwe hoofdbewoners van erve Pinkert. De handtekening hieronder is van Hendrik en afkomstig uit de akte van het genoemde huwelijk.
De foto hierboven is van boerderij Pinkert maar dit is niet de boerderij waar Willem Strookappe is komen wonen. De huidige boerderij is rond 1900 gebouwd en staat aan de weg, de oude boerderij stond verder van de weg in het weiland. Jarenlang markeerde een oude lindenboom, die bij het boerderijtje stond, de plek. Ook bij de huidige boerderij staat een lindenboom. De boerderij is tot ca. 1970 bewoond geweest door de familie Pinkert, de laatste hoofdbewoner is Teunis Pinkert. Hij was van de zesde generatie Pinkert gerekend vanaf Willem.
 
Oudste zoon Jan Willems Lavarne werkte voor zijn huwelijk bij Albert Jans in de Beuseberg, de boerderij rechts op de foto hiernaast. Op 22 december 1748 trouwde hij met Grietjen Jansen en gaat bij haar ouders wonen op Klein Jonge in de Look waar één dochter wordt geboren: Hendrine Lavarne. Grietjen overlijdt en Jan hertrouwt op 23 juli 1752 met Geesken Wevers en gaat met haar wonen op Sonnenbeld in het Neerdorp. Hier worden vier kinderen geboren die allen de achternaam Sonnenbeld (of Zonnebelt of Zonnenbeld) krijgen waarmee de huidige familienaam is ontstaan welke is doorgegeven door zoon Willem. Jan is overleden in 1800.
 
Over Hendrik Willems Lavarne, zoon van Willem en kleinzoon van de Hendrik Willems Lavarne, kan nog verteld worden dat hij op 3 februari 1754 te Colmschate in het huwelijk treedt met Teune Harms afkomstig uit Olst. Hendrik kwam vanuit Wesepe en hij en Teune woonden ten tijde van het huwelijk aan het Nagel in den Vuilinck, een kloosterboerderij in Diepenveen. De sierlijke Lavarne geschreven bij het schema hierboven is afkomstig uit het huwelijksregister, echter is niet zijn handtekening. Hendrik en Teune krijgen twee kinderen: Willemina (gedoopt 24-03-1754) en Harmen (gedoopt 11-01-1756). Vader Hendrik wordt bij de doop van zijn kinderen genoemd als Hendrik Willems in het Veld in den Vuilinck (ook Rande). Willemina trouwt op 10 oktober 1784 met Hendrik Wassink en zorgt voor Wassink nakomelingen. Bij haar ondertrouw d.d. 24-09-1784 wordt aangetekend dat vader Willem al overleden was, maar wanneer precies is onbekend. Van zoon Harmen is verder niets bekend.
 
De familienaam Stro(o)kap(pe) is dus ontstaan uit een boerderijnaam waarvan de stichter is geboren in de Lavarne. Daarvan zijn nog meer voorbeelden: Poliste (gesticht door Hendrik Engberts Lavarne in de Beuseberg), Bargman (gesticht door Teunis Engberts Lavarne op de Zuurberg in de Beuseberg), Draaijom (gesticht door Jenneken Engberts Lavarne in het dorp), Kwintenberg (gesticht door Willem Engberts Lavarne op de Zuurberg in de Beuseberg, hierover verderop meer) en dus Zonnenbeld (gesticht door Jan Willems Lavarne in het Neerdorp). De personen met de achternaam Engberts waren kinderen van Engbert Hendrik Geerlichs (ook wel Endeman) en Hendrikjen Hendriks Lavarne en Jan Willems Lavarne was dus de oudste zoon van Willem Strokappe en Aaltjen Derks Struyk.
 
De familienaam Lavarne bestaat niet meer. In de burgelijke stand komt de naam Lavarne (geschreven als Lavarn) nog twee keer voor met het overlijden van Hendrika Lavarne op 23 oktober 1818 (zij was getrouwd met Egbert Achterkamp en woonde op boerderij Vasters nummer 223) en Jenneken Lavarne die op 1 juni 1833 is overleden in huis 222 (Lavarne dus) en was getrouwd met Jan Oolbekkink. Zij was de laatste persoon met de Lavarne familienaam die op de Lavarne gewoond heeft. Hendrika en Jenneken waren zussen van elkaar en geen familie van de oorspronkelijke Lavarne bewoners en dus geen familie van Strookappe. Hun grootouders waren afkomstig van boerderij Menum en gingen op de Lavarne wonen toen Willem (Strokappe) deze boerderij verliet.

Nog even terug naar 1748. In augustus van dat jaar zijn alle inwoners van Overijssel geregistreerd. Deze registratie staat bekend als de volkstelling van 1748. Vader Willem woont dan nog in Lavarne en wordt geregistreerd met vrouw en twee kinderen die jonger dan 10 jaar zouden zijn geweest. Dat is vreemd, want zoon Willem was toen al 10 jaar oud en er waren geen jongere kinderen. Waarschijnlijk worden met de kinderen toch zoon Willem en dochter Jenneken bedoeld. Van Engbert wordt niks meer vernomen.
 
De foto hierboven is genomen op de plek waar de Strokappe gestaan heeft, hierover verderop nog veel meer informatie!
 

Jenneken Willems Strokappe

Geboren als Jenneken Lavarne. Jenneken trouwt op 9 juni 1754 te Holten met Harmen Alberts, zoon van Albert Harms, vulgo Bonte Jan, te Neerdorp en Fenneken Harms Lovelink en is afkomstig van erve Bonten (huisnummer 206 anno 1811) welke 250 meter van erve Strokappe lag. Voor zijn huwelijk met Jenneken woonde en werkte hij eerst nog aan Reijling in het Neerdorp. Het echtpaar trouwt in op het oudershuis van Jenneken, de bekende katerstede "Strookappen" (alias Strokappe of Strokap) in de Agterhoek en Harmen wordt er bouwman. De Agterhoek was overigens een buurtschap welke naast de Beuseberg lag, maar de gebieden zijn circa 1818 samengevoegd en toen als de Beuseberg doorgegaan. Gemakshalve hebben we het vanaf nu alleen nog maar over de Beuseberg. Zoals te doen gebruikelijk neemt Harmen de naam van zijn nieuwe woning aan als achternaam en gaat verder als Harmen Alberts Strookappe, met dubbel O dus, terwijl de familienaam en boerderijnaam tot die tijd altijd met enkel O werd geschreven. Omdat over het ontstaan van de naam en de dwalingen in de schrijfwijze ervan een heel apart verhaal kan worden geschreven, is daarvoor de StroØkappe pagina gemaakt. Maar wij dwalen nu niet verder af, het is zo al ingewikkeld genoeg! De foto hieronder is van een boerderijtje waarvan er zovelen stonden rondom Holten. Het is goed mogelijk dat de Strokappe er ook zo uit heeft gezien.

 
Harmen en Jenneken kregen 7 kinderen met de volgende doopdata:
     
     
1. Aaltjen 02-03-1755
2. Harmen 05-12-1756
3. Willem 28-01-1759
4. Fenneken 04-09-1763
5. Janna 31-08-1766
6. Albert 03-12-1769
7. Jan 01-01-1776
     
     

In de doopaktes van deze kinderen wordt de boerderij vier keer genoemd als de Strokap, twee keer als de Strookap en één keer als de Stroo-Kap. Aaltjen is dus de eerste persoon die ooit is geboren op deze boerderij. Harmen wordt wordt in 1764 nog als armlastig omschreven, het was dus nog steeds geen vetpot in de Strookap. Harmen en Jenneken worden in 1775 genoemd als lidmaten aan de Strookap (van de Nederlandse Hervormde Kerk in Holten) en dochter Aaltjen wordt in de week voor Pasen van dat jaar aangenomen. Vader Harmen overlijdt voor 27 mei 1778 (wat blijkt uit de ondertrouwakte van deze datum van dochter Aaltjen) en moeder Jenneken blijft alleen achter met de kinderen, waarvan niet zeker is of dochter Janna er toen nog was omdat van haar vooralsnog niet meer informatie gevonden is. In die tijd werd de doop nog wel keurig bijgehouden, zodat geboortedata van kinderen redelijk eenvoudig via doopregisters te achterhalen valt, maar overlijdensregisters waren er nauwelijks en het is dan ook goed mogelijk dat Janna vlak na haar geboorte of i.i.g. voor 1811, toen de burgerlijke stand werd ingevoerd, reeds overleden was. Doordat vader Harmen overleden was, was er behoefte aan een nieuwe kerel in huis wat verklaart dat oudste dochter Aaltjen in 1778 trouwt, hierover verderop meer.

 
In maart 1779 wordt duidelijk dat moeder Jenneken haar zaken, huis en gezin niet meer kon waarnemen. Zij verkoopt dan de Strokappe, getaxeerd op slechts 36 gulden, voor 15 gulden aan haar oudste zoon Harmen met het recht er tot haar dood te mogen blijven wonen en de plicht voor Harmen om zijn moeder te onderhouden en te verplegen in kost en klederen en na haar dood een eerlijke begrafenis te verzorgen. Tevens dient hij haar jaarlijks één gulden te geven. Jennekens broer Willem Pinkert en buurman (en verre familie) Jan Tela zijn na het overlijden van vader Harmen benoemd tot voogden van de onmondige kinderen waarvoor geregeld is dat zij en de andere mondige kinderen elk 2 gulden ontvangen. Daarbij dient Harmen de zorg op zich te nemen voor de lamme of kreupele zoon van zijn moeder Jenneken welke waarschijnlijk zijn broer Willem zal zijn geweest. Overigens moest er door Harmen ook de zgn. 50e penning (een belasting die verschuldigd was over de verkoop en vererving van onroerend goed) betaald te worden. Deze bedroeg 2% over de taxatiewaarde dus 72 cent. Harmen wist echter van niks (of deed alsof die niks wist) en werd naderhand veroordeeld tot het betalen van deze belasting. Van Harmen is verder niet veel bekend, behalve dat hij in 1778 wordt aangenomen als lidmaat aan Strookap. Hetzelfde geldt voor Willem die op 16 februari 1787 werd aangenomen als Willem Harmsen aan Strookappen. Van Harmen, Willem en Janna is vooralsnog het verdere levensverloop dus nog onduidelijk.
 
Van vier kinderen is meer informatie bekend:

Albert
wordt beschreven op de Loo-Rijssen pagina. Hij wordt op 16 maart 1788 nog in Holten aangenomen als lidmaat aan Strookappe. Later verhuist hij naar Colmschate bij Diepenveen en heeft daarna gewoond in Loo bij Bathmen waar hij overlijdt op 19 juni 1836. Hij is de stamvader van de Rijssense/Wierdense tak die dus een directe bloedlijnverbinding hebben met Willem Strokappe. Over Albert kan nog veel meer geschreven worden, maar we beperken ons op deze pagina tot de Strokappe familie die in Holten is blijven wonen.

Maar heel veel informatie over Albert en zijn nakomelingen kun je wel lezen op de Loo-Rijssen pagina! Hij is de stamvader van de huidige Strokap familie.
 
Jan is geboren op 28 december 1775 en verhuist na zijn jeugd naar Olst waar hij op 8 april 1800 wordt aangenomen als lidmaat en op zaterdag 9 april 1803 in ondertrouw gaat met Aaltjen Polmans. Hij woont dan aan de Zogebrink (Zoogenbrink). Jan wordt genoemd als Jan Strokaper (het moet niet gekker worden) en vader wordt genoemd als Harmen van Bonten (Bonten was de boerderij waar Harmen geboren is, maar Harmen woonde uiteraard later in de Strokap) en moeder wordt genoemd als Jenneken Strokaper. Zij is niet aanwezig bij het huwelijk, maar verleent middels een "brievjen" haar goedkeuring tot het huwelijk welke op 1 mei 1803 wordt voltrokken.

Echtgenote Aaltje is geboren op 04-10-1777 en is een dochter van Willem en Janna Eekhuis en Jan trouwt op 1 mei in op het erve Eekhuis van deze familie welke is gelegen in het buurschap Hengforden bij Olst. Hij neemt vanaf dat moment de naam Eekhuis als achternaam aan en gaat dus verder als Jan Eekhuis door het leven. Bij de geboorte van oudste zoon Harmen op 02-11-1804 wordt Jan nog wel Strokappe genoemd, maar Harmen zijn naam zal ook Eekhuis worden. Boerderij Eekhuis dateert van 1734 en dankt zijn naam waarschijnlijk aan een eik (eek=eik) welke vlakbij de boerderij stond en pas in de 21e eeuw is omgehakt. Nadat Aaltjen haar vader Willem Eekhuis (eerder geheten Paalman en Zomerhuis) op 14 oktober 1805 op 't Eekhuis overlijdt, verhuizen Jan en Aaltjen met zoon Harmen naar Terwolde in de gemeente Voorst. Dat kan in 1807 zijn geweest, in ieder geval voor 8 oktober 1807.
 
Hier worden nog drie kinderen geboren: Willem, Jenneken en Gerrit Jan, van wie bijgaande Eekhuis handtekening is. In Terwolde verdient Jan zijn brood als daghuurder. Bijzonder is het huwelijk van zoon Willem waarin melding wordt gemaakt dat hij de zoon is van Jan Strookappe en dat in de huwelijksbijlagen een akte zit waarin bevestigd wordt dat deze dezelfde persoon is als Jan Eekhuis en dat Strookappe een bijnaam van Jan is geweest! Afijn, uiteindelijk overlijdt Jan op 19 september 1825 als Jan Eekhuis. Aaltjen overlijdt vele jaren later op 3 maart 1862. Het huwelijk van Willem vond overigens plaats op 3 september 1836 en vader Jan was toen dus al overleden. In 1830 zat Willem in het reserve bataljon van de nationale infanterie en hij wordt dan genoemd als Willem Eekhuis bijgenaamd ... Strookappe! Overigens is het zo dat waarschijnlijk alle personen met de geboortenaam Eekhuis afstammen van Jan Strokappe. De naam Eekhuis had nu zonder Jan niet meer bestaan en er zouden veel meer mensen met de familienaam Stro(o)kappe zijn geweest!
 
Gaan we nu weer terug naar Holten waar de gezusters Aaltjen en Fenneken blijven wonen. Aaltjen is degene die uiteindelijk blijft wonen op erve Strokappe en de link is naar de Harfsense Strookappe familie, maar aan Fenneken kunnen en willen we niet snel voorbijgaan. Beide dames bleven wonen in de Beuseberg en waren er naast zusters ook nog eens schoonzusters en buren!

De gezusters Strokappe trouwden namelijk met de gebroeders Pot afkomstig van "de Smit" uit het dorp Holten. Fenneken trouwt op 15 januari 1785 met Teunis Jansen Pot en Aaltjen trouwt met diens broer Willem, beiden zonen van Jan Hendriks Potman en Hendrine Alberts Langkamps. Omstreeks 1745 stichtten zij in het dorp Holten de katerstede Pots dat later de Smit genoemd zou worden. Een andere zoon, Hendrik, komt verderop deze pagina ook nog in het verhaal voor.

Teunis is gedoopt op 20 maart 1757 en was de één na jongste uit het gezin Pot met zeven kinderen. Fenneken en Teunis gaan wonen aan de Ruwewant, later ook wel Pots genoemd en vernoemd naar de familie Pot, welke grensde aan Erve Strokappe. De oorspronkelijke naam is echter Klein Paalman en het boerderijtje is omstreeks 1773 gesticht door Lummeke Jansen Stoelhorst die toen weduwe was van Jan Lubberts Paalman aan Paalmans in de Beuseberg waar zij dus van afkomstig was.
Op de foto hiernaast loopt rechts de Polistenweg en het boerderijtje stond aan de linkerkant wat tegenwoordig allemaal bos is.

 
Uiteraard waren ook Teunis en Fenneken bouwlieden, maar hadden zij in 1800 zelf geen koeien. Ze kregen er maar liefst elf kinderen welke op de Stamboom pagina zijn genoemd. Uiteindelijk gaan zij met de achternaam Pot door het leven en schenken wij aan hen op deze pagina verder geen aandacht. Wel is het vermelden waard dat dochter Harmina Pot degene is die uiteindelijk op Pots is blijven wonen. Zij is geboren op 24 maart 1807 en trouwde op 27 juni 1833 met Berend Temmink uit Neede wiens jongere broer Johannes zou trouwen met Gerritjen Strookappe, maar daarover straks meer. Berend is geboren op 9 april 1811, was wever en later boerwerker van beroep en had als bijzonder kenmerk dat hij doof was. Ze hadden samen zeven kinderen. Berend is overleden op 18 mei 1884 en Harmina op 5 februari 1889. Beiden woonden tot hun dood in Pots.
 
Het is onbekend wanneer moeder Jenneken Strokappe is overleden, maar het zal ergens zijn geweest tussen 1803 en 1811. In 1803 verleende zij immers nog haar goedkeur tot het huwelijk van haar jongste zoon Jan, maar deed dat wel middels een briefje en was klaarblijkelijk niet in staat om bij het huwelijk aanwezig te zijn. Bij de volkstelling van 1811 staat Jenneken niet meer geregistreerd en wordt zij als overleden moeder van Fenneken wonende aan de Ruwewant vermeld. Het bewijs daarvan zou moeten worden gevonden in het begraafboek van de kerk, maar deze werd in die tijd nog slecht bijgehouden en ik heb er niks in kunnen vinden. Vooralsnog ga ik ervan uit dat zij kort na 1803 overleden is.
 
 
Aaltjen Harms Strokappe
 
Aaltjen is een belangrijke schakel in het ontstaan van de Strookappe familienaam voor de Harfsense tak. Haar eigenlijke naam is Aaltjen Harmz. Het was in die tijd gebruikelijk dat de achternaam van het kind werd vernoemd naar de voornaam van de vader, vandaar Aaltjen Harmz en niet Aaltjen Strokappe. Voluit was haar naam overigens Aaltjen Harmzen aan Strookappe in den Agterhoek. Zij wordt in 1775 in de week voor Pasen aangenomen als lidmaat aan Strookap. In een periode tussen 1775 en 1778 woont en werkt zij bij ter Horst in Bathmen.
 
Aaltjen trouwt op 21 juni 1778 met Willem Janzen, geboren 3 maart 1752. Zoals al hierboven vermeld is hij de zoon van Jan Hendrikz Pot (ook Podt en Potman) en Hendrine Aelberts Langkamps en zij woonden aan Pots (ook wel de Smit) in het dorp Holten welke omstreeks 1745 door hen gesticht was. Willem had drie zussen en drie broers. Twee van hen, Hendrik en Teunis, gingen ook in de Beuseberg wonen: Hendrik in Jan Menne en Teunis in de Ruwe Want. Doordat Willem in het ouderhuis van Aaltjen introuwt, komen ze dus te wonen op Erve Strokappe in de Beuseberg en Willem wordt er bouwman. Willem neemt er, waarschijnlijk omstreeks 1785, de naam Strokappe (met één O dus) als achternaam aan. Ze krijgen er twee kinderen:

1. Harmen 01-01-1782  
2. Jan 19-04-1785  
 
Aaltjen overlijdt waarschijnlijk in 1787, een overlijdingsakte ontbreekt. Maar volgens een notariële akte van 14-12-1787 wordt dan één zoon (één van de twee kinderen is dan blijkbaar al overleden) momber gesteld aan Willem en diens broer Teunis en wordt Willem genoemd als weduwnaar. Het is zoon Jan die reeds overleden is. Harmen krijgt middels deze akte o.a. een schaap toegekend en hem wordt beloofd behoorlijk lezen en schrijven te worden geleerd. De handtekening hieronder bevestigt dit!


Harmen trouwt op 11 juli 1811 in Rijssen met Geertrui Keijzer en deze huwelijksakte is de oudste akte uit de burgelijke stand welke gevonden is. Zijn naam in deze akte is Harmen Janzen, maar hij ondertekent de akte met Harmen Pot, zie de handtekening hiernaast. Harmen is trouwens één van de weinigen van de familie die het schrijven machtig was. Pot zou zijn familienaam worden en dus ook die van zijn zeven kinderen. Vreemd genoeg wordt zijn naam wel weer als Harmen Strookappe aangegeven in de volkstelling van 1811. Harmen heeft dus drie achternamen gehad: Janzen, Pot en Strookappe. Dit zullen we nog vaker tegenkomen! Harmen was timmerman van beroep, woonde eerst aan Sandvoort (Zandvoort) in de Beuseberg en later in het dorp Holten en is aldaar overleden op 31 december 1853. Kortom, Harmen is geboren op nieuwjaarsdag en overleden op oudejaarsdag!

 
Geertrui Keijzer was de dochter van herbergier Marten Keizer en Geesken Reilink die woonden in herberg "De Keizer" in Rijssen, waar Geertrui in 1786 werd geboren. Na hun huwelijk zullen Harmen en Geertrui hier eerst gewoond hebben, later gaan ze dus in Holten wonen. De boerderij waar Harmen eerst woonde en werkte, erve Sandvoort, werd bewoond door de gelijknamige familie Santvoort. Later zouden twee kinderen van Harmen, oudste zoon Jan Albert Podt en oudste dochter Aaltjen Pot, trouwen met mensen van deze familie. Twee kinderen van tweede zoon Gerrit Pot zouden dat een generatie later ook weer doen. Er is dus lange tijd een hechte band met Sandvoort gebleven. Erve Sandvoort stond nabij het dorp Holten aan het huidige Zandvoortspad. Genoemde zoon Gerrit Pot was getrouwd met Jenneken Voordes (Voorts). Een neefje van haar zou later de laatste bewoner van Erve Strokappe worden, hierover straks meer!
 
 

Geesken Kwintenberg

Willem gaat na het overlijden van Aaltjen op zoek naar een andere vrouw en vindt haar in Geesken Willems Kwintenberg die ook in de Beuseberg woont èn net als Aaltjen een achterkleindochter is van Hendrik Willems Lavarne, maar niet in de tak van Willem maar die van Hendrikjen! Dit is een bijzonder gegeven in de familiegeschiedenis en ik verwijs nu weer even naar het schema bovenaan deze pagina. Hier is dus zichtbaar dat deze Geesken in de bloedlijn zit van de latere Harfsense Strookappe familie. Zij is de dochter van Willem Engberts Kwintenberg en Hendrine Alberts Broens en de kleindochter van Engbert Hendriks Geerlichs en Hendrikjen Willems Lavarne die op de Lavarne hebben gewoond. Of anders gezegd, de oma van Geesken is de zus van de opa van Aaltjen, de vader van Geesken is de neef van de moeder van Aaltjen, oftewel Geesken en Aaltjen waren elkaars achternichtjes! Wij zullen straks lezen dat de alleenstaande Geesken al moeder was van een dochter en door haar huwelijk met Willem kreeg deze dochter dus een (pleeg)vader en kreeg weduwnaar Willem zijn zoon Harm dus een (pleeg)moeder, zo werden twee problemen dus in ene keer opgelost!

 
Eerst duiken we nog iets verder in het verleden, want het is net zo interessant te weten wat er zich afspeelde in de rode lijn van Lavarne naar Kwintenberg als in de blauwe lijn van Lavarne naar Strokappe zoals hierboven uitgebreid omschreven, we houden het nu alleen wel een stuk korter. Het begint eigenlijk allemaal met Hendrikjen, de dochter van Hendrik Willems Lavarne. Zij is ongeveer vijf jaar ouder dan haar broer Willem (de eerste Strokappe) en geboren circa 1690. Op 10 juli 1710 gaat zij in ondertrouw en kort daarna trouwt zij met Egbert Hendriks, zoon van wijlen Hendrik Geerlichs en ook afkomstig uit de Beuseberg. Vreemd is het dat Hendrikjen als Willems en niet als Hendriks wordt genoemd. Niet vreemd is dat huwelijk wordt betaald met hoenders, dat deden de meesten in die tijd.
 

Egbert trouwt bij Hendrikjen in bij de Lavarne en ze krijgen er vier kinderen: Hendrik, Teunis, Jenneken en Willem. Hendrikjen komt te overlijden voor 25-08-1720 want op deze datum hertrouwt Egbert met Geesken Harms Borkent. Er wordt gezegd dat zij een eigen katerstede stichtten aan Schuterskamp op de Soerbarg, aan de huidige Kroepinsweg. Deze zou de naam Berg Egberts krijgen en Egbert zou bekend staan als Berg Egbert, later werd de boerderijnaam Bergman. Maar ook Egbert wordt niet oud, want Geesken hertrouwt reeds op 2 mei 1723 en Egbert is dan dus al overleden. Hij kreeg met Geesken geen kinderen meer. Later zou Geesken nogmaals hertrouwen met Albert Jansen Tela, vader van Aaltjen Alberts Tela en zo komen we weer terug bij Lavarne! Om dit te kunnen begrijpen hier een overzicht van de kinderen van Egbert Hendriks Geerlichs en Hendrikjen Hendriks Lavarne:

 
Zoon Hendrik werd gedoopt op 21 juni 1711 en trouwde met Aaltjen Alberts Tela (daar hebben we haar) en zij kregen zeven kinderen waarvan de oudste twee werden geboren in boerderijtje Tela (ouderlijk huis van Aaltjen), de volgende twee in de Lavarne (ouderlijk huis van Hendrik) en de jongste drie in de Poliste, het boerderijtje welke door Hendrik tussen 1741 en 1743 werd gesticht en waaruit ook de familienaam Poliste is ontstaan. Verderop deze pagina een foto van dit boerderijtje welke vlakbij de Strokappe stond!

Teunis
werd gedoopt op 17 september 1713 en trouwde op 15 mei 1745 met Griete Gerrits Wever en zij blijven wonen op Erve Bergman op de Zuurberg. Het huisnummer anno 1811 zou 239 zijn en is af te lezen op het kaartje verderop deze pagina. Hier worden zes kinderen geboren. Na het overlijden van Griete hertrouwt Teunis op 14 december 1760 met Jenneken Hendriks Tempelman en zij krijgen samen nog een kind. De kinderen hadden de achternamen Teunissen, Bargman en Bergman.

Dochter Jenneken werd gedoopt op 20 september 1716. Zij woonde en werkte later aan Zwiers in het dorp Holten en leert er Albert Harms kennen die er ook als dienstbode woonde en werkte. Zij trouwen op 5 februari 1735 en blijven wonen en werken op Zwiers waar ook hun eerste kind wordt geboren. Daarna stichten zij een eigen katerstede in het dorp die de naam Draaijom krijgt waar nog eens twee kinderen worden geboren. De kinderen gingen als Alberts en Draaijom door het leven.

Jongste zoon Willem ten slotte wordt geboren circa 1717. Hij is de vader van Geesken Kwintenberg en over hem hieronder meer informatie. We gaan nu eerst nog even terug naar de Strokappe.
 
Willem Janzen trouwt op 30 januari 1788 met Geesken en zijn naam is dan Willem Strokappe. Willem heeft nu dus weer een vrouw in huis, en niet één, zelfs twee! Het is namelijk zo dat Geesken al een dochter heeft en haar naam is Hendrina en zij is de uiteindelijke stammoeder van de Harfsense Strookappe familie! Hendrina werd op 23-01-1784 gedoopt als onecht kind, haar vader was dus onbekend. De vierjarige Hendrina gaat met haar moeder en kersverse stiefvader wonen op de Strokappe boerderij en krijgt vanaf dat moment de achternaam Strokappe i.p.v. Kwintenberg. 1788 is dus het jaar dat de Strokappe naam haar intrede deed in de biologische lijn van de uiteindelijke Harfsense Strookappe familie!
 
De familie Kwintenberg woonde in de gelijknamige boerderij op de Zuurberg in de Beuseberg, hemelsbreed nog geen kilometer van de Strokappe en gelegen nabij de tegenwoordige Julekesweg. Deze boerderij wordt in 1743 gesticht door Geeskens vader Willem Engberts die uiteindelijk de boerderijnaam Kwintenberg ook als familienaam zou gebruiken. De naam is wellicht afgeleid van de (Zuur)berg en mogelijk op vijf heuvels aldaar aangezien kwint vaak staat voor het getal vijf. Het kan dus zijn dat het boerderijtje gebouwd is tussen vijf heuvels. Willem is vier keer getrouwd geweest en had in totaal 15 kinderen. Geesken is zijn zevende kind en is op 1 maart 1756 geboren uit zijn derde huwelijk gedateerd 28 april 1748 met Hendrine Alberts, dochter van Albert Gerrits Broens en Grietjen Hendriks Geerlichs en geboren op 2 februari 1721. Jawel, deze Grietjen was familie van eerder genoemde Engbert Hendriks Geerlichs, namelijk zijn zus. Willem trouwde dus met zijn nicht en Geesken is dus een dochter van een neef en nicht! Willem en Hendrine waren bouwlieden als zovelen in de Beuseberg. Er is geen foto van boerderij Kwintenberg (huisnummer 237 in periode 1811-1850) maar wel van het boerderijtje ernaast welke werd gepacht door Engel Kwintenberg, halfzusje van Geesken. Zie foto hiernaast. Tegenwoordig bestaat er de Kwintenweg in de Holtense Beuseberg. Deze ligt niet ver van de oude boerderij Kwintenberg, maar is waarschijnlijk vernoemd naar Roelof Kwintenberg (ook familie) die aan deze weg gewoond heeft.
 
Bovengenoemde Hendrine Alberts Broens was de derde vrouw van Willem Lavarne Kwintenberg. Zijn eerste vrouw was Judeken Hendriks Grooteboer, zijn tweede vrouw was Harmine Gerrits Wever en hij huwde ten slotte Alberdina Hendriks Tempelman. Een zus van laatstgenoemde is Jenneken Hendriks Tempelman en zij was getrouwd met Teunis Lavarne Bargman, broer van Willem. Eerder was Teunis getrouwd met Griete Gerrits Wever, jawel, zus van Harmine Gerrits Wever, de tweede vrouw van Willem. Maar het wordt nog mooier, want de huwelijken van de gebroeders Lavarne en de gezusters Tempelman vonden ook nog eens op dezelfde dag plaats. Deze heugelijke dag was 14 december 1760.

Op de foto hiernaast de plek waar boerderij Kwintenberg heeft gestaan en waar dus de voormoeders van de Harfsense Strookappe tak, Geesken en Hendrina, zijn geboren.
 
 
Uit het huwelijk van Willem en Geesken, die bouwlieden waren, worden nog vier kinderen geboren:
     
3. Aaltjen 14-09-1788
4. Hendrika 09-01-1791
5. Albert 02-06-1795
6. Jan Willem 21-06-1798
 
Volgens de volkstelling van oktober 1795, toen de Holtense Beuseberg 220 inwoners had, bestond het gezin van Willem Stro(o)kappen uit 6 personen, maar de namen worden helaas niet genoemd. Dat is jammer, want de volgende personen zouden er hebben kunnen gewoond: oma Jenneken, vader Willem, moeder Geesken en de kinderen Harmen, Hendrina, Aaltjen, Hendrika en Albert ... 8 personen dus! Het wordt dus raden naar wie de 6 personen zijn geweest. Ik ga vooralsnog uit van Jenneken, Willem, Geesken, Hendrina, Aaltjen en Hendrika. Wellicht is men al eerder in 1795 gaan tellen en was Albert nog niet geboren en was oudste zoon Harmen al elders in de kost. Andere mogelijkheid is dat Jenneken elders woonde en Harmen toch nog bij zijn ouders in huis was.
 
Overigens is het ook niet helemaal zeker of dochter Aaltjen nog wel in leven was. Zeker is dat zij niet oud geworden is, want in de akten na 1811 kan niets over haar teruggevonden worden. Het lijkt erop dat zij in 1800 overleden is, omdat in augustus van dat jaar melding wordt gemaakt van het overlijden van "een kind van Strookap". Hiervan uitgaande zou zij dus in 1795 nog in leven zijn geweest en toch wel tot de zes Strookappen bewoners hebben behoord.
 
Van Hendrika is bekend dat zij op 4 januari 1828 in Diepenveen trouwt met Hendrik Meijer. Haar naam is dan Hendrika Jansen Strokappe en vader Willem wordt genoemd als Willem Jansen Strookappe. Hendrik Meijer is woonachtig in Riele gemeente Diepenveen en is de zoon van Albert Meijer en Lutgert Bartels en volgens de huwelijsbijlagen gedoopt op 1 maart 1789.
 
Hij is afkomstig van erve Nije Meijer (betekenis is "nieuwe pachter") en het is mogelijk dat Hendrika er is ingetrouwd. Hiernaast een tekening van erve Nije Meijer met huidige locatie Oerdijk 103 in Lettele. Bij haar trouwen was Hendrika dienstmaagd van beroep wat een benaming is voor een vrouwelijke bediende. Ze krijgen één dochter, Lammerdina. Zij wordt geboren op 28 juli 1830 en in de geboorteakte staat als moeder Hendrika Pot genoteerd. Zij volgde dus het voorbeeld van haar vader en broers om de naam Pot als achternaam te gaan gebruiken. Zij is dus ook als Hendrika Pot overleden op 21 januari 1849 waarbij opgemerkt dat haar man als Hendrik Niemeijer wordt genoemd wat er toch op kan duiden dat zij toen nog op de Nije Meijer woonden en Hendrik daardoor de naam Niemeijer hanteerde. Hendrika was toen ook boerenwerkster van beroep. Hendrika wordt geboren, trouwt èn sterft in januari! Hendrik Niemeijer overlijdt op 12 april 1861. Dochter Lammerdina trouwde op 3 oktober 1850 met Gerrit Jan Severs, was landbouwster van beroep en overlijdt op de tweede kerstdag van 1871 in haar huis staande in buurtschap Riele van de gemeente Diepenveen.
 
Albert is geboren in de Strokappe en ook zo gedoopt, maar heeft gedurende zijn verdere leven deze naam niet gedragen. Deze was Pot of Jansen, zoals letterlijk geschreven in de nationale militie, waarvoor hij trouwens uitgeloot was. In de nationale militie staat ook zijn signalement. Hij was slechts 1,645 meter groot, maar dat was toch een paar centimeters meer dan de meeste andere Strokappes van die tijd. Met bruin haar en blauwe ogen wat het wel een echte Strokappe. Een volledig signalement staat hieronder. Albert was bouwman van beroep.
 
De naam Jansen zou uiteindelijk het meest gebruikt worden en zo wordt ook de naam geschreven op 25 mei 1829 als hij trouwt met Hendrika Kuiper uit Holten, aldaar geboren op 17 maart 1802. Ze hebben dan al één gewettigd kind, een zoontje genaamd Jan Willem die net 15 dagen ervoor was geboren in de Beuseberg. Omdat Hendrika, dochter van Roelof Schuppert en Jenneken Zwiersen, afkomstig is van Schuppen Kuipers uit het Neerdorp, lijkt het logisch dat Jan Willem is geboren in de Strokappe, omdat ook buurmannen Jan Enterman en Hendrikus Hofman getuigen zijn van de aangifte van de geboorte. Albert en Hendrika zullen waarschijnlijk kort hebben samengewoond in de Strookappe en zijn daarna verhuisd naar Rijssen waar op 29 januari 1833 nog een meisje wordt geboren: Geertrui.
 
Later verhuizen ze naar het buurtschap Eefde bij Gorssel en gaan wonen op het erve de Duizend Vreezen en Albert is er dagloner van beroep. Hier overlijdt Hendrika op 18 november 1834. Erve de Duizend Vreezen lag vlakbij de IJssel en bij verkeerde wind of windstilte hadden de schippers "duizend vreezen" om hier te passeren, vandaar deze naam!
 
Albert hertrouwt op 16 juni 1841 met Janna Bosman, weduwe van Jannes Preuter. Janna Bosman woont in haar katerstede "Jan Menne" welke naast de Strokappe in de Beuseberg lag, zie nummer 213 op het kaartje iets verderop deze pagina. Het is dus duidelijk hoe het stel elkaar heeft leren kennen. Albert trouwt bij haar in en wordt dus naaste buur van zijn oudere halfzus Hendrina en jongere broer Jan Willem. De boerderij Jan Menne zal ongeveer rechts van de plek hebben gestaan waar nu de grote boom op de foto hierboven in het weiland staat. Achter de boerderij liep in die tijd nog een weggetje, de zogenaamde Varensteeg. De boerderij werd overigens in de periode 1773-1783 ook nog bewoond door Hendrik Jansen Janmennen, voorheen Hendrik Pot, jawel, broer van Willem en Teunis Pot! In de huwelijksbijlagen van Albert en Janna zit het doopsextract van Janna waarin haar naam als Jan werd geschreven. In een andere akte verklaren Jan Willem Pot (Strokappe), Willem Schuitert (zoon van Hendrina Strokappe) en Hendrik Niemeijer (man van Hendrika) dat dit Janna moet zijn.
 
Janna is overigens geboren op 18 maart 1796 en het lijkt niet aannemelijk dat er uit dit huwelijk nog kinderen zijn geboren aangezien Janna al 45 jaar oud was, maar zij was al wel moeder. Janna overlijdt op 3 december 1859 en Albert overlijdt op 3 mei 1863 op 68-jarige leeftijd.

Zoon Jan Willem trouwde op 9 juni 1866 met Egberdina Nijkamp en woonde met haar op het boerderijtje Kroepin in de Beuseberg aan de huidige Kwintenweg. Egberdina was weduwe van Gerrit Willem Dikkeboer en had al een zoon (Albertus) die dus de stiefzoon werd van Jan Willem die zelf geen kinderen zou krijgen. Wel neemt hij nog een pleegkind aan: Hendrikus Teela wiens moeder in 1868 is overleden. Jan Willem is overleden op 30 augustus 1912 in buurtschap Neerdorp in Holten.

Dochter Geertrui trouwde op 28 januari 1871 in Holten met Jan Hendrik Volkerink. Geertrui bleef wonen in de Beuseberg en is er op 15 juni 1889 overleden. Over haar meer verderop deze pagina!
Na het overlijden van Janna gaat Albert bij zijn broer Jan Willem en halfzus Hendrina in de Strokappe wonen en wordt het boerderijtje Jan Menne geveild. Dit gebeurde op 24 maart 1860. De opbrengst was voor Albert en de drie kinderen van Janna uit haar eerste huwelijk met Jannes Preuter. De onroerende goederen bestonden uit de kadastrale percelen 909, 910, 1011, 1091 (huis en erf) en 1092. Tevens werden er vele roerende goederen verkocht. De akte wordt ondertekend door Albert die bij zijn beide huwelijken verklaarde niet te kunnen schrijven wat hij dus alsnog heeft geleerd.
 
Buurman Jan Keizer van het erve Lambooij verkocht tijdens de veiling van Jan Menne ook veel van zijn spullen en de opbrengst daarvan ging naar zijn 4-jarige dochtertje Gerritdina. Zij zou later één van de laatste bewoners van het erve Strokappe worden, hierover straks meer. Kort na de veiling vertrokken vader en dochter Keizer naar Rijssen. Het erve Jan Menne zal vlak na de veiling door de nieuwe eigenaar zijn afgebroken.
Nog even over 1829, het jaar van Alberts eerste huwelijk. Op 16 juni van dat jaar werd het dorp Holten getroffen door een felle brand ... "Het dorp is een rokende puinhoop. De oude standaardmolen kijkt vol medelijden neer op het verbrande dorp aan zijn voet. Alleen boerderij Hollander ziet hij nog staan in de verte, daar aan de Larenseweg. En daar dicht bij boerderij Geerlichs. De rest ligt daar verbrand, 52 huizen en 17 schuren, de kerk, de toren, het schoolgebouw ... alles verbrand!" Bijna het hele dorp was verbrand en dat is een ingrijpende gebeurtenis geweest in de historie van Holten waar de bevolking in de Beuseberg natuurlijk ook mee te maken heeft gehad. Even verderop bij het Schuitert verhaal nog meer informatie over de brand.
 
Jan Willem Strokappe  
Van jongste zoon Jan Willem is het meest bekend en hij is ook de enige van de kinderen die (tijdelijk) alleen de achternaam Strokappe draagt en was ook degene die op Erve Strokappe is blijven wonen. Bij de invoering van de burgerlijke stand door Napoleon in 1811 moesten alle inwoners hun achternamen laten registreren. Wie geen vaste achternaam had, moest er één kiezen en daarvan een akte laten opmaken. Willem en zoon Jan Willem deden dit in 1812 met akte 22 van het register van naamsaanneming. De naam werd officieel Strokappe, met één O dus. De Strokappe naam hierboven is uit de akte overgenomen en is geen handtekening, want Willem en Jan Willem konden beiden niet schrijven. De oude naam wordt vreemd genoeg vermeldt als Hendriks en niet als Jansen, de naam die Willem eerder vaak gebruikte. Uiteindelijk zouden Willem en Jan Willem de familienaam Pot gaan gebruiken. Napoleon kan ons de Pot op, zullen ze gedacht hebben!
In 1821 besluit Jan Willem te gaan trouwen met Berentdina Janzen Paalman, dochter van Claas Janzen Paalman en Lutgert Berents Rietman en geboren op 3 maart 1793 en dus vijf jaar ouder dan Jan Willem. In het benodigde certificaat van de nationale militie d.d. 07-07-1821 staat geschreven dat hij dagloner van beroep is en dat hij nog niet uitgeloot is geweest voor het vervullen van zijn dienstplicht. Ook staat zijn signalement beschreven: langwerpig aangezicht en voorhoofd, blauwe ogen, een gewone neus en mond, smalle kin en zwart haar. Zie ook de afbeelding hiernaast.

Zoals je verderop kunt lezen, zou Jan Willem in 1828 hertrouwen en hiervoor werd op 19 september 1827 een nieuw certificaat vervaardigd. Nog steeds is Willem nog niet in dienst geweest (en dat zou ook niet meer gebeuren) en opnieuw een signalement welke even wat anders is: zijn aangezicht en voorhoofd zijn nu rond i.p.v. langwerpig, ook een ronde kin i.p.v. en een smalle, en had die in 1821 geen merkbare tekenen, nu heeft hij ineens een pokdalig gezicht. Een extreme makeover voor Jan Willem dus! Hoe het ook zij, opvallend is wel dat Jan Willem zwart haar heeft. Bij alle andere Strookappe signalementen is deze namelijk bruin. Blauwe ogen is ook een typisch kenmerk van de Strookappe man, jawel!
   

Op 13 oktober 1821 trouwt Jan Willem met de achternamen Strokappe Podt met Berentdina en is dan bouwman van beroep. Berentdina is geboren aan Paalman. Dit boerderijtje stond maar 170 meter van de Strokappe. Zie nummer 220 op het kaartje even verderop deze pagina. Op de foto hiernaast de plek waar dit boerderijtje heeft gestaan. Jan Willem en Berentdina gaan wonen in de Strokappe en krijgen twee kinderen: Geertrui op 4 augustus 1823 en Gerrit op 13 oktober 1824.

Berentdina overlijdt op 16 februari 1828 en hetzelfde jaar, op 3 november, hertrouwt Jan Willem met nu als achternaam alleen Strokappe, met Janna Klein Teeselink ook uit Holten. Er wordt in deze huwelijksakte duidelijk melding gemaakt van het feit dat vader Willem Strokappe ook Willem Pot wordt genoemd en moeder Geesken Wilms ook als Geesken Kwintenberg door het leven ging.

 
Janna Klein Teeselink is de dochter van Jan Klein Teeselink en Willemina Leunk en is geboren op 13 februari 1808 aan een andere Paalman (ook de Schure) in de Beuseberg. Het huisnummer anno 1811-1850 was 234 (zie kaartje verderop deze pagina) en de boerderij stond 200 meter van de Strokappe. Paalman was ook haar achternaam bij haar geboorte, maar deze is in 1812, ook in het register van naamsaanneming, gewijzigd naar Klein Teeslink.

Jan Willem krijgt met Janna nog drie zonen: Berent Jan op 15 december 1829, nog een Berent Jan op 23 februari 1831 en Jan Willem precies een jaar later op 23 februari 1832. Beide Berend Jannen, en ook oudste kind Geertrui, overlijden kort na de geboorte. Alle kinderen zijn geboren in de Strokappe, maar zij krijgen allen de achternaam Pot. Vader Jan Willem heeft dus nog lange tijd de naam Strokappe gedragen, maar geeft zijn kinderen de familienaam Pot welke hij zelf uiteindelijk ook alleen als familienaam zou gebruiken. Janna overlijdt op 3 oktober 1865 en Jan Willem een jaar later op 14 oktober 1866. Zij woonden alle tijd in de Strokappe.
 
Jan Willem Pot junior trouwde op 25 mei 1861 met Hendrika Klein Velderman. Zij was weduwe van Gerrit Jan Klein Teeselink, broer van Janna Klein Teeselink en dus een oom van Jan Willem junior. Kortom, Jan Willem trouwde met zijn eigen (aangetrouwde) tante! Zij woont op het eerder genoemde erve Paalman en Jan Willem trekt bij haar in. Hendrika was al moeder geworden van acht kinderen maar daarvan waren er nog maar twee in leven: Jan Willem en Hendrika Klein Teeselink. Op 5 november 1862 wordt hun halfzusje Gerritdina Pot geboren. Op 3 april 1863 overlijdt moeder Hendrika en hetzelfde jaar, op 10 oktober 1863, hertrouwt Jan Willem met Geertjen Tuller. Ze blijven wonen op erve Paalman en op 2 mei 1864 wordt hier nog een dochter geboren: Egbertdina.
Opvallend is dat zijn oom Albert Jansen Pot (hierboven beschreven) de laatste jaren van zijn leven woonde bij zijn ouders Jan Willem en Janna in de Strokappe, maar op 3 mei 1863 is overleden in erve Paalman van Jan Willem junior. In 1866 vertrekt Jan Willem junior uit erve Paalman en gaat elders in de Beuseberg wonen. Opvolgers op Erve Paalman zijn Hermannes Stevens en Aaltjen Nijkamp die op 24 februari van dat jaar waren getrouwd. Jan Willem Pot was, net als zijn ouders, boerwerker van beroep. Ook heeft hij, voor zijn trouwen, vijf jaar lang gediend bij de infanterie. Uiteindelijk woont Jan Willem in het Neerdorp en overlijdt daar op 2 februari 1918. Hij is daarmee de laatste persoon in Holten die is geboren en getogen in de Strokappe.
 
Hendrina Strokappe
Als ik toch eens terug kon gaan in de tijd en één persoon mocht ontmoeten, dan zou dat zonder enige twijfel Hendrina zijn. Zij is niet alleen heel belangrijk geweest voor het ontstaan van de Harfsense Strookappe familie, maar kan ook antwoord geven op vele vragen die nog onbeantwoord zijn en wellicht altijd zullen blijven. Er zweeft een bepaalde mystiek om Hendrina en dat maakt haar erg boeiend om te onderzoeken. Neem nou haar geboortejaar, daar zijn vele akten het met elkaar over oneens. Hierboven is reeds gemeld dat zij een onechte dochter is van Geesken Kwintenberg en is geboren op 23 januari 1784. Maar zij zou ook in 1776 zijn geboren in Raalte (bron overlijdensakte), in 1777 zijn geboren in Holten als dochter van Jan Hendrik Strokappe en Fenne Willems (bron particulier genealogisch onderzoek), in 1779 zijn geboren in Neede (bron bevolkingsregister) of in 1787 zijn geboren in Holten (bron geboorteakte dochter). Geen enkele bron bevestigt bovenstaande beweringen, dit is allemaal onderzocht, maar dat doet wel de volkstelling van 1811 waarin melding wordt gemaakt dat Hendrina is geboren op 23 januari 1784 als onecht kind van Geesken Kwintenberg. Ook de genealogen van de Holtense Oudheidkamer bevestigen deze theorie, maar het was even flink wat speurwerk. Kortom, de geboorte van Hendrina was ook nu nog een hele bevalling!
 
Hendrina had geen biologische band met Harmen en Jan, zonen uit het eerste huwelijk van haar pleegvader Willem, en was een halfzus van Aaltjen, Hendrika, Albert en Jan Willem. En zoals reeds aangegeven in het overzicht bovenaan deze pagina is zij een kind van Geesken, is haar vader onbekend, is zij een pleegkind van Willem en heeft zij haar achternaam verkregen van Willem via Aaltjen wiens opa Willem Strokappe de oorspronkelijke bewoner was van Erve Strokappe en de naam als familienaam geïntroduceerd heeft.

Een foto van Hendrina is er niet, wel is er een foto van één van haar kleindochters: Jannetje van Asselt. In het geval dat zij op haar oma heeft geleken, zal Hendrina er dus ongeveer uit hebben gezien als op de foto hiernaast. Het is natuurlijk maar een aanname. Met meer zekerheid kan wel gesteld worden dat Hendrina wel met een knipmutse op heeft rondgelopen! Op de Harfsen pagina staat nog een foto van een kleindochter en nog wel van een Strokappe ook!
 
Veel is er helaas dus niet bekend over Hendrina Strokappe. Er is bijvoorbeeld geen huwelijksakte, want zij trouwt namelijk niet. Dat wil overigens niet zeggen dat ze niks van mannen weten moest. Hendrina doet blijkbaar aan vrije liefde en krijgt maar liefst vijf onechte oftewel zogenaamde “bastaard” kinderen, allen geboren in Holten:

1. Aaltjen 08-04-1807
     
2. Jan 08-04-1809
3. Willem Schuitert 29-11-1811
4. Aaltjen Schuitert 20-07-1815
5. Gerritjen 07-01-1820
     
     
     
Op de foto hiernaast een beeld van het boerenleven in de Beuseberg.

Het is toch vreemd dat er niets is vastgelegd van een persoon die in een vrij korte periode maar liefst vijf natuurlijke kinderen krijgt. Vooral in die tijd moet dat toch enig opzien hebben gegeven. Hendrina doet van een paar kinderen zelf aangifte van geboorte welke akten ze overigens niet zelf heeft ondertekend aangezien zij niet kon schrijven. De geboorte van Willem Schuitert wordt aangegeven door haar oom Teunis Pot en de geboorte van dochter Gerritjen wordt aangegeven door Willem Strokappe, haar pleegvader. De echte vaders waren officieel altijd alweer gevlogen. Dat wil niet zeggen dat ze onbekend waren, het is bijvoorbeeld opvallend dat Willem en Aaltjen beiden als tweede voornaam (zgn. patroniem) Schuitert krijgen en dat zou wel eens de achternaam van hun biologische vader kunnen zijn geweest. Deze kinderen houden uiteindelijk de naam Schuitert zelf aan als achternaam, waardoor Jan de enige zoon is die als Strokappe verder door het leven gaat en de stamvader is van de Harfsense Strookappe tak doordat hij in 1835 met vrouw en kind verhuisde naar dit Gelderse plaatsje. Even verderop deze pagina meer informatie over de kinderen van Hendrina, echter niet van oudste dochter Aaltjen, want zij is reeds in juni 1808 overleden.
 
Hendrina overlijdt op 22 september 1851 en haar naam wordt geschreven als Diena Strookappe, ze zal dus Diena als roepnaam hebben gehad. Aangifte van haar overlijden werd gedaan door Gerrit Jan Hofman, toenmalige buurman van de Lambooij, zie foto hiernaast.

Hendrina woonde tot haar dood samen met het gezin van haar jongste dochter Gerritjen. Bij haar overlijden woonden zij in Hutten Strokappe, gelegen naast Erve Strokappe, met huisnummer 20. Alhier komen op 28 februari 1852 de kinderen Jan, Willem, Aaltjen en Gerritjen bijeen en verklaren dat hun moeder hen hoegenaamd niets heeft nagelaten en dat zij haar op hun kosten hebben onderhouden en begraven. Opnieuw wordt de naam geschreven als Diena Strookappe. Het levensverhaal van Gerritjen, Aaltjen, Willem en Jan staat verderop deze pagina!
 
Moeder Geesken Kwintenberg is overleden op 17 april 1820 en (stief)vader Willem Pot is overleden op 24 oktober 1823. De nalatenschap bestaat alleen uit een "huisjen", de Strokappe dus. Het huisje wordt nagelaten aan de kinderen Harmen, Albert en Jan Willem van wie de laatste er bleef wonen. Hendrina kreeg dus niks, maar was dan ook "maar" een stiefdochter van Willem. Vreemder is het dat dochter Hendrika niet wordt genoemd in de nalatenschap. Hendrina Strokappe en haar kinderen blijven gewoon wonen in de Strokappe, dat is het belangrijkste!
 
 
Beuseberg en Agterhoek
 
Bijna alle namen van personen zijn nu de revue gepasseerd en ik hoop dat het een beetje duidelijk is. Net zo interessant als de stamboom is het toch wel om te weten op welke plek de naam precies ontstaan is. Dit is dus in de Agterhoek in de Beuseberg welke zgn. boerschappen of buurschappen waren. In het overzicht hiernaast staan de Agterhoek en de Beuseberg allebei nog afgebeeld. Omstreeks 1818 wordt de Agterhoek opgeheven en gaat op in de Beuseberg welke nog steeds als buurtschap bestaat. De boerderijen met huisnummers 211 t/m 225 vormden de Agterhoek waaronder dus de Strokappe.

Kaartje hieronder geeft de huisnummers weer in de periode van 1811 tot 1850 welke weer corresponderen met boerderijnamen en familienamen. Hieronder die van de 15 boerderijen van de Agterhoek allemaal gelegen in de directe omgeving van de Strokappe. In de laatste kolommen de namen van de hoofdbewoners anno 1811, waaronder Teunis Pot (genoemd als Potman) en Willem Strokappe (genoemd als Hendrikz), en daarachter het aantal personen die op elk adres woonden. In totaal woonden er 68 personen in de Agterhoek.
 
211
  Heldermans   Dirk Helderman 5
1774
212
  Entermans cq Oud Entermans, Broodjans Jan Enterman 3
1743
213
  Jan Menne cq Kijk in 't Flier, Podtstalen Jannes Janmennen 3
1710
214
  Lambooij cq Zwarten Garrat Gerritjen Hofman 5
1731
215
  Bekkink cq Kroepin of Kruipin, Bokse Gerrit Bekkink 4
1808
216
  Ruwewant cq Rouwewant, Pots, Klein Paalman Teunis Pot 5
1773
217
  Strokappe cq De Strokap, Strokappen Willem Strokappe 5
1742
218
  Poliste cq Polisten Jannes van 't Heef / Poliste 7
1742
219
  Jan Hilleke cq Jan Hillekes, Hillekes, Oud Jan Hillekes Hendrikus Kwintenberg 3
1797
220
  Paalman   Klaas Endeman / Paalman 3
>1749
221
  Klein Achterkamp   Hendrina Harms 3
1804
222
  Lavarne cq Laverne Jan Oolbekkink 4
<1674
223
  Vasters cq Jan Vasters, de Koopman Egbert Achterkamp 5
<1674
224
  Tela ca Teela, Thela, Catela, Toetela Jan Tela 5
1714
225
  Menum ca Menomme, Menom Hendrik Wiegmannink 8
1685
 
In de laatste kolom staat vermeldt in welk jaar de boerderij werd gesticht. Ook het vermelden waard zijn nummer 227: Teeselink (Tieselinck), nummer 234: Paalman, nummer 235: Achterkamp (Agterkamp), nummer 237: Kwintenberg (Quintenberg) en 239: Bergmans (Schuterskamp). Van Kwintenberg en Bergmans is dat ondertussen al duidelijk geworden, wat de betekenis van Teeselink en Achterkamp is wordt verderop deze pagina vanzelf duidelijk. Een bijzonder detail is nog dat Hendrikus Kwintenberg van boerderij Jan Hilleke een halfbroer van Geesken Kwintenberg is. Hij trouwde op 5 mei 1809 met Janna Hillekes en trouwde toen in op Jan Hilleke. Janna Hillekes was weduwe van Engbert Bargman (later Hillekes) en hij was een zoon van Teunis Engberts Lavarne (later Bargman). Hendrikus Kwintenberg en Engbert Bargman waren dus neven van elkaar en nakomelingen van Lavarne. Hieronder foto's van (v.l.n.r.) Heldermans, Menum en Entermans.
 
 
 
Volkstelling 1811
 
De namen van de bewoners van de vijftien boerderijtjes van de Agterhoek anno 1811 zijn afkomstig uit de volkstelling die dat jaar op last van Napoleon werd gehouden. Erve Strokappe bestond uit de volgende vijf bewoners:
 
Willem Hendrikz Willem Strokappe leeftijd: 59    
Geesken Engbertz Geesken Kwintenberg leeftijd: 55    
Jan Willem Hendrikz Jan Willem Strokappe leeftijd: 13    
Hendrina Engbertz Hendrina Strokappe leeftijd: 27    
Jan Engbertz Jan Strokappe leeftijd: 2    
 
In de eerste kolom staan de namen geschreven conform het register van de volkstelling en erachter staan de namen zoals wij die kennen. De namen in de eerste kolom klinken heel onbekend. Deze zijn vernoemd naar voorvaders. In het geval van Geesken, Hendrina en Jan (moeder, dochter en kleinzoon) is deze vernoemd naar Geeskens opa Engbert Endeman en in het geval van Willem en Jan Willem (vader en zoon) is deze vernoemd naar Hendrik Potman, opa van Willem. De namen zijn niet logisch, want patroniemen werden normaal gesproken afgeleid van de naam van de vader, welke in het geval van Hendrina en Jan natuurlijk niet bekend waren. Daarbij werden de mensen normaal gesproken genoemd met de naam van de boerderij. "Enfin", zal Napoleon gedacht hebben, hier moeten we duidelijkheid in aanbrengen en zo werd op 18 augustus 1811 bepaald dat iedereen een vaste naam moest aannemen. Willem en zoon Jan Willem namen officieel als achternaam "Strookappe" (met dubbel O!) aan. Dit staat geregistreerd in de Akte van Naamsaanneming anno 1812. Geesken, Hendrina en Jan staan niet geregistreerd en zouden verder als Geesken Kwintenberg, Hendrina Strokappe en Jan Strokappe door het leven gaan.
 

Er is helaas geen foto van de Strokappe, maar wel een foto van de Poliste (huisnummer 218) en mijn gevoel zegt dat deze veel weg zal hebben gehad van de Strokappe. De Poliste werd net als de Strokappe omstreeks 1742 gebouwd. Stichter was Hendrik Engberts, zoon van Hendrikjen Willems Lavarne, zus van de eerste Willem van de Strokappe! Daarnaast was hij ook nog eens de oom van Geesken Kwintenberg. Ook Hendrik is geboren in de Lavarne welke vlakbij de Poliste stond. Bijnaam van Hendrik was de jonge Tela, vulgo de Monopolist, later Polist. Over Hendrik is eerder op deze pagina al iets geschreven. Uiteindelijk ontstond hier de familienaam Poliste zoals dat ook gebeurde met Strokappe.

Het is niet zeker dat het boerderijtje hiernaast van circa 1742 stamt. Dit staat er namelijk geschreven in de krant van 2 november 1868: "In den ochtend van den 29 Oktober j.l. omstreeks 6½ uur is te Beuseberg gemeente Holten brand ontstaan in eene arbeiderswoning van W. Poliste, die met den inboedel en ingezamelden oogst de prooi der vlammen is geworden. De oorzaak van den brand wordt toegeschreven aan het onvoorzigtig gebruiken van eene brandende lamp bij het weven van jute". Willem Poliste was wever van beroep en is op 14 januari 1869 overleden.

 
Alle foto's van de Agterhoek boerderijen zijn afkomstig uit het boek "De Beuseberg, Vroeger en Nu" samengesteld door Johan Jansen uit Holten. De kaartjes van de buurschapindeling en de huisnummers zijn gehaald uit het boekje "Boerderijnamen Holten, Huisnummering 1811-1850" van wijlen Herman Koopman wiens genealogisch onderzoek ook bijzonder waardevol is gebleken voor met name de oudste geschiedenis van de familie Lavarne en Strokappe.
 
 
Kadaster 1832
 
Napoleon bedacht weer wat nieuws. Grondbelasting diende ingevoerd te worden en hiervoor moesten de grondeigendommen in kaart gebracht worden. Het kadaster werd opgericht en dit resulteerde in de kadastrale atlas van 1832. Erve Strokappe was gelegen in Holten, sectie C Beuseberg waarvan hieronder een gedeelte is afgebeeld. Perceel 195 was die van Erve Strokappe en perceel 190 was die van Ruwewant. Beide percelen bestonden uit een huis en erf en waren door de gebroeders Pot gepacht van de Marke Holten. Afstand tussen beide percelen is nog geen 100 meter. Willem met Aaltjen en later Geesken en Teunis met Fenneken waren dus ook naaste buren. De grootte van Strokappe was 1,08 ha en die van de Ruwewant was 0,88 ha groot. Hieronder een overzicht van de hiernaast afgebeelde kadastrale nummers met ernaast aangegeven het corresponderende huisnummer, huisnaam en de hoofdbewoner. Wat dus opvalt is dat Willem niet meer als Strokappe wordt genoemd, maar als Pot. Boerderij Heldermans komt niet voor in dit overzicht, omdat deze in een andere sectie was ingedeeld.
 
       
182
220
Paalman Klaas Paalman
183
221
Klein Achterkamp Jan Broekhuis
186
219
Jan Hilleke Hendrikus Kwintenberg
187
215
Bekkink Gerrit Bekkink
190
216
Ruwewant Teunis Pot
192
218
Poliste Gerrit ten Duits
195
217
Strokappe Willem Pot
197
212
Entermans Jan Enterman
198
213
Jan Menne Jannes Janmennen
200
214
Lambooij Hendrik Hofman
203
222
Lavarne Jan Oolbekkink
207
223
Vasters Hendrika Lavarne
215
225
Menum Hendrik Wigmannink
218
224
Tela Hendrik Hillekes
  
bos
 
hooiland
 
bouwland
 
heide
 
Perceel 194 (1,15 ha groot) was bouwland van de Marke Holten en werd gebruikt door Willem Pot en perceel 189 was ook bouwland van de Marke Holten welke door Teunis Pot werd verbouwd. Perceel 194a bestond nog uit heide, maar zal later ook ontgonnen worden door de Strokappes. Hierover meer verderop deze pagina. Met uitzondering van Lambooij, Lavarne, Vasters en Menum waren alle percelen in eigendom van de Marke Holten en hadden de genoemde personen het recht van opstal. De foto's hieronder zijn van boerderijen Klein Achterkamp, Jan Hilleke en Vasters.
 
 
Eigenlijk is het wel vreemd dat in het kadaster van 1832 Willem Pot nog wordt genoemd. Het is namelijk zo dat hij toen al was overleden. Voordat wij verder gaan dus eerst maar eens even kijken wat er met de hoofdbewoners van Strokappe en Ruwewant anno 1811 is gebeurd. Helaas, slecht nieuws, drie van de vier hoofdbewoners zijn reeds overleden. Geesken Kwintenberg overlijdt op 17 april 1820 op 64-jarige leeftijd. Kort daarna overlijdt schoonzuster Fenneken Strokappe op 16 juli 1820. De broers Willem en Teunis Pot zijn dan beiden weduwnaar. Willem overlijdt op 24 oktober 1823. Hij wordt 71 jaar oud. Teunis overlijdt als laatste en oudste op 11 november 1836 en is dan 83 jaar oud. Zijn overlijden wordt aangegeven door Hendrikus Kwintenberg (jongere halfbroer van Geesken en wonende op nummer 219) en Jan Willem Bekkink van nummer 215. De sterfgevallen van Geesken, Fenneken en Willem werden allemaal aangegeven door Jan Enterman van nummer 212 en Jannes Poliste van nummer 218.
 
De nieuwe hoofdbewoners van de Ruwewant zijn Harmina Pot en haar echtgenote Berend Temmink. Op de Strokappe wonen dan twee gezinnen: die van Jan Willem Strokappe (die zich dan al Jan Willem Pot noemt) en die van Hendrina Strokappe. Wanneer Jan Strokappe, oudste zoon van Hendrina, gaat trouwen in augustus 1833 en er ook met zijn vrouw en zoontje (die in december 1833 geboren wordt) gaat wonen, kraakt de kleine Strokappe uit zijn voegen. Jan zoekt dan zijn heil ergens anders en gaat wonen in Harfsen. Het gaat dan weer een tijdje goed totdat in 1848 ook Gerritjen gaat trouwen en haar echtgenoot Johannes Temmink (broer van eerder genoemde Berend Temmink) intrekt en zij samen aan gezinsuitbreiding gaan denken. De Strokappe (welke maar 80 m2 groot was) is dan letterlijk en figuurlijk te klein en er wordt besloten een nieuw huisje te bouwen op het aangrensende heideperceel (194a) en deze te ontginnen tot landbouwgrond. Het zijn Hendrina en Gerritjen Strokappe en Johannes Temmink die hier gaan wonen. Over Gerritjen en Johannes meer info verderop deze pagina.

Het kaartje hiernaast dateert van 1848. We herkennen het boerderijtje Strokappe (rode stip links naast 217) en we zien dat er ook een klein stipje bij staat, een schuurtje voor de beesten waarschijnlijk. Boven de Strokappe staat een piepklein stipje en dat is dus het hutje waarin Hendrina, Gerritjen en Johannes zijn gaan wonen!

Bij nummer 222 staat de boerderij van Lavarne en er iets boven waarschijnlijk een schuur. Vrijwel alle bebouwingen bestonden uit een boerderij en een schuur, logisch wetende dat vrijwel iedereen bouwman was en beesten hield. Uitzondering is de Poliste. De hoofdbewoner Jannes Poliste was namelijk kleermaker en latere hoofdbewoner Gerrit Jan Duits was wever van beroep. Het weggetje dat naar de Lavarne liep stond bekend als de Vogelweg. Een vergelijkbaar weggetje naar Vasters (niet te zien op de kaart) heette de Egelsteeg.
 
Bevolkingsregister 1850
 
In 1850 werd in Holten het bevolkingsregister ingevoerd. Het wordt dan echt duidelijk wie waar woont. Opnieuw een overzicht van alle bewoners van de voormalige Agterhoek, die toen al was opgegaan in de Beuseberg. Het blijkt dat alle huizen een geheel ander nummer hebben gekregen en dat de volgorde van nummering ook is gewijzigd. En er is dan ook een huisje bijgekomen!
 
boerderijnaam
oud
nieuw
hoofdbewoner
huisnummer 1890
 
 
Heldermans
211
15
Hendrik Knopert
20
Entermans
212
18
Gerrit Enterman
23
Jan Menne
213
19
Albert Jansen Pot
afgebroken, 1860
Lambooij
214
28
Gerrit Jan Lambooi
26
Bekkink
215
23
Jan Willem Bekkink
30
Ruwewant
216
22
Berend Temmink
28
Strokappe, Hutten
n.v.t.
20
Hendrina Strookappe
24
Strokappe, Erve
217
21
Jan Willem Pot
25
Poliste
218
27
Willem Poliste
27
Jan Hilleke
219
26
Geertruida Hillekes
29
Paalman
220
24
Derk Berkenbos
afgebroken, 1856?
Klein Achterkamp
221
25
Jan Broekhuis
 
Lavarne
222
29
Egbert Oolbekkink
afgebroken, 1869
Vasters
223
30
Hendrikus Achterkamp
66
Tela
224
31
Teunis de Groot
67
Menum
225
32
Jan Wiegmannink
68 
 
Het nieuwe huisje (nummer 20 anno 1850) was een armoedig huisje en eigenlijk een hutje en stond op de plek waar nu een hok voor de pony's op bijgaande foto staat. Later zou dit huisje bekend staan als Hutten Tone (vernoemd naar één van de kinderen van Gerritjen Strokappe), maar het zal eerst een andere naam gehad hebben, als het die al had. Bij deze dan: Hutten Strokappe! Op het kaartje hierboven (circa 1890) heeft het nummer 24 wat het huisnummer van die periode was. Nummer 25 was de Strokappe die in die tijd allang niet meer bewoond werd door Strokappes. De laatste Strokappe bewoner was namelijk Jan Willem Strokappe (Pot) die er in 1866 overleden was. Zoon Gerrit Pot woonde er nog tot 11 oktober 1870. Wie er daarna zijn gaan wonen is nog niet duidelijk, maar wel is bekend dat de familie van Egbert Voordes er in 1886 woonde en de laatste bewoners zijn geweest van Erve Strokappe, hierover straks meer. Het bos op de foto hiernaast staat bekend als het Galenkamp bos. Hierin stonden ook de hutten De Bokse (Bekkink) en Nòtte.
 
Bij het vertrek van Gerrit Pot in 1870 hoort nog een bijzonder verhaal. Hij vertrekt namelijk naar Hoorn alwaar hij gaat wonen in ... de gevangenis! In een krantenartikel van 4 juni 1870 is te lezen dat zekere Pot, bijgenaamd Strookappe, te recht staat. Hij heeft op de markt te Hengelo een koe gekocht voor 65 gulden en daarop 45 gulden heeft aanbetaald. Voor het restant van 20 gulden geeft hij een schuldbekentenis af welke hij met G. Jansen ondertekent. Hij betaalt deze 20 gulden echter niet. Na veel moeite lukt het de verkoper om Gerrit te ontdekken. Gerrit erkent de schuld maar beweert op het ogenblik van de koop dronken te zijn geweest, hetgeen door enkele getuigen wordt tegengesproken. Uiteindelijk oordeelt de rechtbank dat Gerrit schuldig is aan "valschheid in een onderhandsch geschrift" en veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van 3 jaar! Al die tijd zal erve Strokappe waarschijnlijk onbewoond zijn geweest. Gerrit is op 2 maart 1885 op adres Look nummer 26 overleden, hij bleef ongehuwd.
 
Na 1900, als de Strokappe al is afgebroken, wordt het huisnummer 25 vergeven aan Erve Entermans die in de periode van 1890 tot 1900 nog huisnummer 23 had. De huisnummers stonden niet alleen geregistreerd in het bevolkingsregister, maar ook naast de huisdeur! De foto hiernaast is hiervan het bewijs. De B is uiteraard van de Beuseberg.
Markeverdeling 1851
 
Erve en Hutten Strokappe waren geen eigendom van de Strokappe en Pot familie, maar werden gepacht van de Marke Holten. Op 18 september 1851 worden de katersteden en de daaraan toegevoegde gronden en nog onverdeelde markegronden verkocht aan de tegenwoordige bewoners. Dit naar aanleiding van een koninklijk besluit d.d. 3 maart 1846 en het besluit van de vergadering der Marke Holten d.d. 24 maart 1949. In de akte wordt het volgende geschreven over:
 
Katerstede Koper Bedrag Object Perceel Grootte
           
Erve Strokappe Jan Willem Pot 198 gulden, 40 cent Huis en erf 782 (uit 195) 1 roede
      Bouwland 783 (uit 194) 1 bunder, 25 roeden, 80 ellen
      Heide 711 (uit 232) 1 bunder, 39 roeden, 40 ellen
      Weide 1074 (uit 484) 63 roeden, 70 ellen
           
Hutten Strokappe Gerritje Strookappe 66 gulden Huis en erf 774 (uit 232) 30 ellen
      Bouwland en heide 773 (uit 232) 40 roeden, 30 ellen
      Heide 712 (uit 232) 50 roeden, 70 ellen
      Weide 1080 (uit 484) 25 roeden, 80 ellen
           
En nu komt het: Gerritje Strookappe, en haren man Johannes Temmink, waren er niet met het betalen van 66 gulden. Zij hadden ook het beding Diena (Hendrina) Strookappe levenslang inwoning en onderhoud te verschaffen. Het wrange hiervan is dat Hendrina al vier dagen later, op 22 september 1851, is overleden!
 
Ook wordt Jan Menne verkocht aan Albert Jansen Pot voor 228 en een halve gulden en wordt de Ruwewant verkocht aan Berend Temmink voor 187 gulden en 75 cent. De Lavarne komt niet in de akte voor en klaarblijkelijk was de Lavarne reeds eigendom van Egbert Oolbekkink die er toen woonde.
 

Niet alleen mensen zijn verdwenen, ook boerderijtjes hadden niet het eeuwige leven. Zo staan in 1890 de boerderijtjes Jan Menne en Lavarne niet meer op de kaart. Jan Menne zal waarschijnlijk zijn afgebroken in 1859 na het overlijden van Janna Bosman aangezien haar echtgenoot Albert Jansen Pot in 1860 al staat geregistreerd als bewoner van de Strokappe waar hij inwoonde bij zijn broer Jan Willem Pot, zijn schoonzuster Janna Klein Teeselink, neef Gerrit Pot en zijn eigen dochter Geertui Jansen. De Lavarne zal waarschijnlijk zijn afgebroken in 1869 (zie verhaal over de veiling hieronder) nadat de laatste bewoonster Willemina Oolbekkink (zus van Egbert Oolbekkink) er in 1864 was overleden. Egbert en Willemina waren overigens kinderen van Jan Oolbekkink en Jenneken Lavarne, maar zijn geen familie van de oorspronkelijke Lavarne bewoners.

Op het actuele kaartje hiernaast staan de huidige straatnamen aangegeven. Drie daarvan zijn vernoemd naar boerderijtjes die er hebben gestaan namelijk de Menumsweg, Polistenweg en Lambooysweg. Geen Strokappeweg dus, helaas! De nummers corresponderen met de huisnummers anno 1890. Op nummer 23 en 26 staan nog huizen. Nummer 23 Entermans is Fliermatenweg 3 en nummer 26 Lambooij is Fliermatenweg 2.

 
Op 11 maart 1865 wordt "het plaatsje Lavarne" geveild op verzoek van Jan Hendrik Oongs (weduwnaar van Willemina Oolbekkink en zoon van Gerrit Oongs en Johanna Stoelhorst), Gerrit ten Donkelaar (echtgenoot van Johanna Hendrika Oolbekkink, zus van Willemina) en Jan Albert, Jan en Jan Willem Oolbekkink, allen broers van Willemina. De laatste werd vertegenwoordigd door Jan Stegeman omdat Jan Willem circa 1851 was vertrokken naar Amerika. Jan Stegeman zal een collega van Jan Oolbekkink zijn geweest, want beiden waren molenaarsknechten uit Deventer.
 
Het bestond uit een woonhuis met erf op de katerstede Lavarne (C203), bouwland met schuur (C202), een weiland genaamd 't Vliermaatje (C430, zie afbeelding), een weiland genaamd de Smalle Stroot en nog wat meer (gedeelten van) percelen bouwland, weiland, heide en veengrond. Verder werden er geveild: een kleerkast, ploeg, wagen, kruiwagen, ladder, karne, melkton, ton, emmer, twee grepen en een vork, een zijs, paardentuig, een roodbont koe, pink, paard, varken, turf, aardappels, hooi, rogge, kussens, dekens, bedlakens, knijpmuts, een paar koussen, koffieketel, koffiemolen, pannen, borden, kommen, klok, kabinet, tafel, stoelen, "eenige rommel" ... en nog vele andere dingen die helaas moeilijk te lezen zijn in de akte. Eén van de kopers van de inboedel was Jan Willem Pot van de Strokappe. De Smalle Stroot werd gekocht door Jan Willem Pot junior en het bouwland in de Lookerenk werd gekocht door Hendrik Willem te Velde uit Holten.
 
Het woonhuis met erf en het bouwland bij de Lavarne werd gekocht door Hendrikus Stegeman uit Okkenbroek voor een bedrag van 1380 gulden. Ook kocht hij ´t Vliermaatje. Hendrikus was echter al overleden en geboden werd er daarom door Arend Smale (opa van Jantje Smale die op 3 februari 1912 trouwde met Hendrik Jan Strookappe van het Erve Strookappe in Harfsen) en de koopster was Geertjen Fokkink (Vukkink), weduwe van Hendrikus Stegeman, met wie zij samenwoonde op het erve Broekstaart. Een zoon van Hendrikus en Geertjen was Jan Stegeman en zijn schoonmoeder is Janna Oolbekkink, een nicht van de Oolbekkinks van de Lavarne. Jan is op 23 november 1868 overleden in Look en moeder Geertjen is op 13 mei 1869 overleden in Neerdorp, de familie Stegeman heeft dus waarschijnlijk niet meer in de Lavarne gewoond. Na de dood van Geertjen Vukkink wordt de Lavarne opnieuw geveild, het woonhuis stond er toen dus nog wel en wordt ook als zodanig beschreven. De veiling bestond uit de bovengenoemde percelen C203, C202 en C430. Het eerste perceel werd gekocht door Albert Kruiskamp, het tweede door Gerrit Jan Hofman van de Lambooij (voor zijn zuster Gerritjen) en het derde door Jan Derksen. Voor het eerste perceel werd nog maar 350 gulden geboden, dat was in 1865 nog 800 gulden, het huis zal dus in de periode 1865-1869 zijn verwaarloosd. Albert Kruiskamp woonde op het erve Alb Jans en zal de Lavarne hebben afgebroken om de grond te gaan gebuiken als wei- of bouwland.
 
 
Veiling 1867
 
Terug naar Erve Strokappe. Na het overlijden van Jan Willem Strokappe (Pot) op 14 oktober 1866 erfden zijn zonen Gerrit en Jan Willem Pot de Strookappe boerderij. Gerrit woonde er ook nog, samen met zijn nicht Geertrui Jansen, beiden waren vrijgezel. Jan Willem was eerder dat jaar met zijn vrouw en twee dochters nog verhuisd van Erve Paalman naar een andere boerderij in de Beuseberg. Om de waarde van de Strookappe te kunnen vaststellen werd er op verzoek van Gerrit en Jan Willem Pot een veiling georganiseerd. De eerste zitting was op 22 december 1866 ten huize van het "plaatsje" Strookappe. Geveild werden katerstede Strookappe met erf (kadaster C1110), het ernaast gelegen bouwland (C1111), nog een perceel bouwland (C923) en een perceel heide (C1008) en er werden diverse openingsboden gedaan op alle percelen. Op 5 januari 1867 (één dag na het overlijden van de jongste dochter van Jan Willem Pot) worden in het dorp Holten de definitieve biedingen gedaan: Jan Hendrik Volkerink (die in 1871 zou trouwen met Geertui Jansen) biedt op de katerstede Strookappe en alle grond eromheen (percelen C1110 en C1111) en doet een totaalbod van 730 gulden. Het andere perceel bouwland (C923) wordt "in den afslag gemijnd" op 180 gulden door Gerrit Teeselink en het heideperceel wordt door Gerrit Pot zelf gekocht voor 55 gulden.
 
En nu komt het: alleen het perceel bouwland C923 wordt verkocht (uiteindelijk aan de familie Hartsuiker voor wie Gerrit Teeselink had geboden) en alle andere percelen worden aangehouden waarvan het heideperceel wordt toebedeeld aan Gerrit en het hele Erve Strookappe wordt toebedeeld aan Jan Willem Pot voor de geboden prijs. Dit betekent dat Jan Willem nog een bedrag van 337,50 gulden aan Gerrit moest betalen. Niet duidelijk is of dit ook echt is gebeurd, Gerrit bleef immers wonen in de Strookappe en wellicht hoefde hij hiervoor geen huur te betalen en werd dit gecompenseerd met het tegoed wat hij van Jan Willem had? Afijn, de Strookappe bleef nog in de familie en de gebroeders Pot tekenden ervoor!
 
Op 23 april 1867 komen de gebroeders Pot weer bijeen in de Strokappe (in die periode huisnummer 46) voor de memorie van aangifte van de nalatenschap van hun vader die daarover niet beschikt had, ze kregen daarom dus ieders de helft. Opnieuw worden de hierboven genoemde percelen vermeld. De handtekeningen hierboven komen uit deze akte.
 
 
Dit is de situatie van nu waar de erves van Strokappe 217, Pot 216 en Lavarne 222 allang zijn verdwenen. Maar de bomen zijn blijven staan en zij markeren duidelijke de oude weggetjes naar de woningen. Zo is duidelijk een rij bomen te herkennen die langs de oprit naar de Lavarne boerderij stonden.

Ook liep er een weggetje langs Erve Strokappe naar de woning van Teunis Pot. De bomen erlangs zijn op de satellietfoto nauwelijks te zien, maar wel op de foto hiernaast. De bomen staan dwars door het weiland en de hekken markeren het begin en het einde van het weggetje daar waar Teunis en Fenneken woonden. De Strokappes moeten daar vaak gelopen hebben als ze weer eens gingen buurten.

Tegenwoordig is het een natuurreservaat met vrije wandeling op wegen en paden!
 
De nummers hierboven corresponderen weer met de huisnummers anno 1811. Het is goed te zien dat van de tien gemarkeerde plaatsen (inclusief Hutten) er nog maar vier zijn met huidige bebouwing. Bij nummer 213 Jan Menne is de boom te herkennen welke eerder op deze pagina getoond werd. Links daarvan markeren een rij bomen nog de singel van de Varensteeg.

De positie van Erve Strokappe was in een tegenwoordig weiland aan de bosrand tussen de huidige panden 2 en 3 aan de Fliermatenweg. Vroeger heette deze de Flierdijk. Het perceel werd omsloten door deze Fliermatenweg, de Menumsweg en de Lambooysweg.

De foto hiernaast is genomen op de plek waar Erve Strokappe stond. Op de voorgrond stond het huis en het erf grensde aan de bosrand waar een zandweggetje liep en op de hoek het huis van Teunis Pot stond wat tegenwoordig dus bos is. Het gebied rond de Strokappe wordt momenteel aangeduid als natuurreservaat. Leuk om nog te melden is dat er nu dus koeien rondlopen op de grond van de Strokappe, maar dat dat in 1800 niet het geval was. Het weiland is tegenwoordig eigendom van de familie Poliste.
 
Hiernaast nog een kaartje welke is afkomstig is van Google Maps. Hiermee is het mogelijk om op de plek van Erve Strokappe te staan en om je heen te kijken! Klik hier om dit wonder van techniek en de wereld van de Strokappes te aanschouwen! Dit doe je door het mannetje naar de Fliermatenweg te slepen en ter hoogte van Erve Strokappe los te laten. Er kan dan in alle richtingen gekeken worden, probeer het maar eens. Voor het echte gevoel zul je echter toch zelf naar de Beuseberg moeten afreizen ...
 
 
Noabers
 
De bewoners van de vijftien boerderijtjes van de oorspronkelijke Agterhoek en Beuseberg waren buren van de Strokappes. Echter, vaak nog meer dan dat. Zo zijn de oorspronkelijke Lavarne bewoners niet ver uitgewaaierd en werden toekomstige echtelieden ook niet ver gezocht. Het resultaat is dat de bewoners van de Beuseberg vaak ook nog eens familie van elkaar waren. Hier een paar voorbeelden van mensen met de relatie tot Hendrina Strokappe:
 
213 Jan Menne Albert Jansen Pot halfbroer, eerder woonde er ook oom Hendrik Jansen Janmennen (Pot), broer van Willem en Teunis Pot
215 Bekkink Hendrika Keizer nicht, dochter van Grietjen Kwintenberg, zus van Geesken Kwintenberg
216 Ruwewant Teunis Pot oom, broer van stiefvader Willem Strokappe Pot èn getrouwd met Fenneke Strokappe
217 Strokappe Jan Willem Pot sr. halfbroer
218 Poliste Hendrik Engberts Poliste broer van opa Willem Engberts Kwintenberg, voorheen Lavarne waar Hendrik en Willem allebei geboren zijn 
219 Jan Hilleke Hendrikus Kwintenberg oom, halfbroer van Geesken Kwintenberg, eerder woonde er een zoon van Teunis Engberts Lavarne, broer van opa
220 Paalman Jan Willem Pot jr. neefje, zoon van Jan Willem Pot senior
221 Klein Achterkamp Egbert Achterkamp oom van haar schoondochter Fenneke Achterkamp, woonde later aan Vasters
222 Lavarne Hendrik Willems Lavarne overgrootvader, ver voor haar tijd, maar de oorsprong van Strokappe en Kwintenberg!
223 Vasters Egbert Achterkamp oom van haar schoondochter Fenneke Achterkamp, woonde eerder aan Klein Achterkamp
224 Tela Hendrine Hendriks Tela nicht van moeder Geesken Kwintenberg en dochter van Hendrik Engberts Poliste 
 
Een broer van Harmen Alberts, die in 1754 met Jenneken Lavarne Strokap introuwde op de Strookappe en nadien Harmen Strookappe heette, trouwde in 1769 in op Tela. Zijn naam is Jannes en hij trouwde met Hendrine Hendriks, dochter van Hendrik Engberts, stichter van de Poliste en geboren op de Lavarne. Het zoveelste voorbeeld van de talloze familiebanden in Holten!

Voordat wij verder gaan met de laatste Holtense Strokappe generatie, die van de kinderen van Hendrina, eerst nog even genieten van oude foto's van de Holtense Beuseberg en andere Holtense buurtschappen. Op de linkerfoto het uit leem opgetrokken boerderijtje "Hekkert" op de Borkeld, de middelste foto staan de Beusenbergse erven Teeselink en Zweers en op de rechterfoto boerderijtje Hofmans uit het Neerdorp.
 
 
 
Het verhaal van de kinderen van Hendrina behandelen wij in volgorde van jong naar oud. Met jongste dochter blijven we namelijk in Holten en zien wij de verdere ontwikkeling van Erve en Hutten Strokappe. De "Schuitert" kinderen Aaltjen en Willem verhuizen naar respectievelijk Apeldoorn en Bathmen. Omdat eerstgeborene Aaltjen op jonge leeftijd overleed valt van haar niets meer te melden en besluiten wij het Holtense verhaal met oudste zoon Jan Strokappe, stamvader van de Harfsense Stro(o)kappe familie.
 
Gerritjen Strookappe
Hendrina Strokappe woonde dus samen met dochter Gerritjen en haar man Johannes Temmink, geboren 05-01-1814 in Neede en zoon van Jan Hendrik Temmink en Anna Geertruid Smit, met wie zij op 6 november 1848 trouwde en hun zoon Hendrik Temmink die op 27 december 1849 werd geboren. Later zouden nog twee kinderen geboren worden: Jan Hendrik op 26 april 1853 maar overleden op 27 juni 1854 en Antonij op 21 oktober 1855. Gerritjen en Johannes waren boerwerkers ven beroep en waren "behoeftig" en hoefden daarom niet de kosten der akten van hun huwelijk te betalen. In Neede was Johannes nog wever van beroep. Een oudere broer van Johannes, Berend Temmink, was getrouwd met Harmina Pot en zij was de dochter van Fenneken Strokappe en Teunis Pot. Zij woonden in de Ruwewant cq Pots, het ouderlijke huis van Harmina. Zo was er opnieuw de situatie dat twee broers trouwden met Strookappe cq Pot familieleden, maar dit maal dus niet de gebroeders Pot maar de gebroeders Temmink, en naast elkaar woonden in de Beuseberg!
 
Het gezin Temmink woonde in Hutten Strokappe waar Gerritjen na haar huwelijk met Johannes is gaan wonen. De foto hiernaast illustreert hoe dit armoedige huisje eruit zal hebben gezien. Het huisje kan ook van heideplaggen zijn gemaakt aangezien deze op heidegrond is gebouwd welke is ontgonnen naar akkerland.

Gerritjen was na het overlijden van haar moeder in 1851 en man op 5 juni 1856 hoofdbewoonster en stond geregistreerd als landbouwster. Maar bij het huwelijk van haar oudste zoon Hendrik op 28 oktober 1876 stond zij geregistreerd als dagloonster en later zou zij geen beroep meer hebben. Zoon Hendrik trouwde overigens met Gerritje Konijnenberg die in Apeldoorn woonde en dochter was van Henderikus Konijnenberg en Diena la Mark. In de trouwakte wordt nog een specifieke opmerking over de schrijfwijze van de achternaam van Gerritjen welke " ten onregte is geschreven Strookappe, hetgeen had moeten zijn Strokappe, zoals in de geboorteacte des bruidegoms staat ". Zo staat de naam overigens ook in de geboorteakte van Gerritjen zelf, maar door de jaren heen veranderde de naam naar Strookappe met dubbel O, zoals ook geschreven in haar overlijdensakte. Opvallend in de overlijdensakte van Gerritjen is ook nog dat Willem Strookappe als vader wordt genoemd. Waarschijnlijk een misverstand aangezien Willem in 1820 alleen aangifte deed van de geboorte van Gerritjen. Of zou het toch?! ...
 

Na het overlijden van haar man Johannes in 1856 en het trouwen van haar oudste zoon Hendrik in 1876 (die in 1870 al verhuisde naar Laren) is het haar jongste zoon Antonij die bij haar blijft wonen en voor haar blijft zorgen. Hij is dan boerwerker van beroep en zal waarschijnlijk nog bij Hutten Strokappe geboerd hebben. Pas na het overlijden van zijn moeder op 5 januari 1893 gaat Antonij op zoek naar een vrouw en trouwt uiteindelijk op 27 november 1897 op 42-jarige leeftijd met de 33-jarige Fenneken Seppenwoold die op 10-02-1864 is geboren en dochter is van Albert Jan Seppenwoold en Derkjen Meijerink. Ver hoefde Antonij niet te zoeken, want Fenneken was weduwe van zijn neef Teunis Temmink, zoon van Berend Temmink en Harmina Pot, en woonde op steenworp afstand in de Ruwewant. Daarvoor was Fenneken ook nog weduwe van Jannes Kolhoop. Het stel trouwt in Holten en gaat eerst in Hutten Strokappe (huis 24) wonen. Antonij en Fenneken stonden daardoor bekend als Hutten Tone en Hutten Fenne en het kleine Strokappe huisje wordt in deze periode dan ook omgedoopt naar Hutten Tone. Ze wonen er met twee dochters van Fenneken uit haar twee eerdere huwelijken. Klaarblijkelijk was de Ruwewant (huis 28) toch wat comfortabeler en wordt hiernaartoe uitgeweken. Op 13 januari 1899 wordt het gezin ook nog uitgebreid met de geboorte van zoon Derk. Op 4 december 1899 verhuist het gezin uiteindelijk naar Rijssen. Een belangrijke datum, want de laatste Strokappe nakomeling vertrekt dan van de plek waar 150 jaar lang Strokappes gewoond hebben! In Rijssen was Antonij eerst veldarbeider en boerwerker van beroep en later ging hij in de fabriek werken. Hij woonde aan de Haar en is er overleden 27 juli 1905. Twee jaar later verhuist Fenneken, die voor de derde keer weduwe was geworden, naar Ambt Delden waar zij op 23 februari 1912 is overleden.

Antonij's broer Hendrik is op 9 april 1926 in Apeldoorn overleden en was daarmee de langstlevende uit het gezin van Gerritjen Strokappe. Zijn echtgenote Gerritje Konijnenberg is op 22 juli 1911 overleden. Zij hadden vier kinderen: Gerritje (geb. 22-02-1879), Hendrikus (geb. 04-02-1881), Johannes (geb. 01-02-1883) en Dina (geb. 28-08-1885). Het is grappig om te zien dat deze vier kinderen naar de vier grootouders zijn vernoemd: Gerritjen Strokappe, Henderikus Konijnenberg, Johannes Temmink en Diena la Mark.
Dochter Gerritje was overigens niet de eerstgeborene, want op 13 oktober 1877 werd er nog een levenloos meisje geboren. Ook op 18 juni 1888 werd er nog een levenloos kind geboren en in 1884 was zoon Johannes al overleden. Hendrikus Temmink is in 1916 overleden, hij was ongetrouwd en had geen kinderen. Er zijn dus geen Temminks meer uit de Hendrik tak. Het gezin van Hendrik Temmink woonde in bij de ouders van Gerritje Konijnenberg in het Apeldoornse buurschap Brink en Orden. Hendrik was arbeider en dagloner van beroep. Hij is niet in militaire dienst geweest i.v.m. zijn te kleine gestalte. Nakomelingen van Hendrik Temmink hebben de naam Dallinga aangezien dochter Gerritje op 27 oktober 1900 trouwde met Jacob Dallinga en zij voor de meeste nakomelingen zorgden.

 
Zoals gezegd is Gerritjen overleden op 5 januari 1893 en met haar overlijden verdween de laatste Strookappe uit de Beuseberg. Ze had geen testament nagelaten en haar zonen Hendrik en Antonie Temmink kregen derhalve beiden de helft van haar nalatenschap, zijnde Hutten Strokappe. Deze bestond uit meubelen, vee en landbouwgereedschappen t.w.v. 100 gulden en kadastrale percelen t.w.v. 250 gulden bestaande uit een huis en erf (C1451, 36ca), bouwland (C1452, 40.4a), weiland (C929, 28.6a) en heide met dennen (C1009, 51.8a). Na aftrek van schulden bleef er nog 160 gulden over en waren Hendrik en Antonie ieders 80 gulden rijker alhoewel Antonie dus wel in Hutten Strokappe is blijven wonen en daardoor later als Hutten Tone bekend zou worden. Het huisje Hutten Tone is er ook allang niet meer, maar heeft er in ieder geval wel tot 1919 gestaan. Het verhaal wil namelijk dat Jenneken Hulsman dat jaar introuwde bij Entermans en daarna hielp bij het doen van de was bij de oude mensen die op Hutten Tone woonden. Deze bewoners waren mogelijk Gerrit Koetsier en Hendrika Rodijk. Latere eigenaren van de Hutten grond waren Nijland van Helderman en Kolkman van Lambooij.
 
Het is best mogelijk dat onze Erve Strokappe staat omschreven in het verhaal "Hooien na Sint-Jacob" in het boek "Oud-Achterhoeksch Boerenleven" geschreven door H.W. Heuvel waarschijnlijk in de periode 1875-1880. Hij vertelt hier over een zaterdag waarop hij en zijn vader gaan hooien in waarschijnlijk de omgeving van Holten waar "ver weg de Sallandsche heuvels blauwen". Hij schrijft o.a.: "Voorbij dat witte leemen huisje, de Strookappe, zoo schilderachtig tusschen de vruchtboomen gelegen, rijden wij 'onzen hoek' binnen". "Na den eten ga ik eens naar dat hutje, de Strookappe, een echte naam! Het bemoste stroodak hangt achter en terzij zoo laag over de leemmuren neer, dat de haan zoo van den mesthoop op het dak wipt en naar de nok kuiert. Voor het kleine venster is een put met wip, die boven een vierkante omheining van planken heeft en in den grond met zoden is afgezet. 't Water is met kroos bedekt en er zwemt, geloof ik, een kikker in. Even trek ik aan het touwtje en daar valt de deur naar binnen open. In den hoek van het schemerige keukentje met den hobbeligen leemen vloer staat de oude Janne-meuje te karnen. Wat een grijs en rimpelig vrouwtje. Haar kleeren zijn erg gelapt en verschoten en de haren kijken uit de gaten van haar vuile muts. Maar plezierig en opgeruimd en het tandelooze mondje staat niet stil. Aan de wand hangt een schilderijtje met gekleurde soldaten en een rijmpje eronder". Het is nog niet helemaal zeker, maar het heeft er toch alle schijn van dat hier hèt boerderijtje van de familie Strookappe in de Holtense Beuseberg wordt beschreven. Een uniek verhaal dus! Klik op de afbeelding hiernaast om het verhaal te lezen. Enig stof tot nadenken is toch de vraag wie Janne-meuje dan was. Janna Klein Teeselink was al in 1865 overleden en kan het niet geweest zijn of de schrijver moet over verhalen uit overlevering geschreven hebben. Wordt vervolgd dus, zoals het zo vaak met verhalen gaat!
 
 
Het kadastrale kaartje hieronder dateert van 1880 en laat naast de Strokappe ook Hutten Strokappe, Entermans, Lambooij, Ruwewant en Poliste zien. Maar het kaartje laat nog meer zien! De Strokappe is namelijk eerst als een rechthoek getekend (met daarin het getal 1110, het kadastrale nummer van het huis en erf), maar lijkt daarna opnieuw getekend. Dit zal geen nieuwbouw zijn geweest, maar een meer gedetailleerde tekening. Hierop is te zien dat middenin de bovenste zijde een inkeping is getekend. Dit zal de toegang tot de deel zijn geweest en werd ook wel de onderschuur genoemd. De achterzijde van het boerderijtje stond dus naar het noorden en de voorzijde naar het zuiden richting Lambooij en Lavarne. De zijkant van de boerderij stond dus naar de weg gericht en dus niet de voorzijde wat misschien logischer zou zijn geweest.
 
Meer oude boerderijtjes in de omgeving van Holten hadden een onderschuur aan de achterzijde. Voorbeelden hiervan zijn hieronder te zien. De linkerfoto is van het boerderijtje Grieten welke in het Neerdorp stond. De rechterfoto is genomen van Erve Kruimelaar in de Beuseberg vlakbij Erve Strokappe, zie nummer 232 op het kaartje eerder op deze pagina. Deze foto's geven toch een beetje een beeld van Erve Strokappe.
 
Jan Willem Strokappe (Pot) overleed op 14 oktober 1866 en was daarmee de laatste Strokappe naamdrager die in de Strokappe woonde. Na zijn dood woonde alleen zijn zoon Gerrit Pot en nichtje Geertrui Jansen (dochter van Albert Jansen Pot) nog in de Strokappe. Van Gerrit is bekend dat hij op 11 oktober 1870 is verhuisd naar Hoorn. Geertrui blijft alleen achter, maar niet voor lang, want op 28 januari 1871 trouwde zij met Jan Hendrik Volkerink. Zij gaat bij hem wonen aan dezelfde (huidige) Fliermatenweg, verderop in de Beuseberg nabij het Holterbroek. Zijn boerderij zal dus beter en/of groter zijn geweest dan de Strokappe. Waarschijnlijk was de Strokappe niet meer in een goede staat, want Gerritjen Strokappe blijft gewoon wonen in Hutten en verhuist niet terug naar Erve Strokappe die overigens in het bezit was van Jan Willem Pot, zoon van Jan Willem Strokappe. Jan Hendrik Volkerink was weduwnaar en had één dochter genaamd Johanna Frederika die dus de stiefdochter van Geertrui werd. Geertrui zelf kreeg met hem geen kinderen.
 
Dochter Johanna Frederika trouwde met Berend Jan Voordes die een volle neef van haar was. Deze Berend Jan heeft een broer genaamd Egbert die dus ook familie was en daarnaast ook nog buurman, want hij woonde twee huizen verderop. Berend Jan en Egbert waren kinderen van Berend Jan Voordes en Harmina Volkerink, een zus van Jan Hendrik Volkerink. Berend Jan Voordes senior op zijn beurt was een zoon van Egbert Voorts en Berendina Klein Bloemendaal. Hun oudste dochter Jenneken Voorts (Voordes), die dus een tante was van Egbert Voordes, was getrouwd met Gerrit Pot, zoon van Harmen Pot, geboren Strookappe! Het lijkt allemaal ingewikkeld, maar het valt wel mee hoor. De familie Voordes is oorspronkelijk afkomstig van Erve Voordes (Voorthuis, Voorts) uit de Beuseberg dat in de periode 1811-1850 huisnummer 229 had en niet ver van de Strokappe lag.

Egbert Voordes was getrouwd met Gerritdina Keizer en samen kregen zij uiteindelijk zes kinderen. Een grotere woonruimte was gewenst en Jan Willem Pot (neef van Geertrui Jansen) verkoopt dan de leegstaande Strokappe aan Egbert die er tussen 1883 en 1886 (stel 1884) met zijn gezin gaat wonen. Het feit dat Egbert Voordes verre familie van Pot & Strookappe is, zal hier ongetwijfeld mee te maken hebben. Voor Gerritdina Keizer was de Strokappe een bekende plek, want zij is ernaast geboren in de Lambooij. Het gezin blijft er wonen tot 1892. Volgens een koopakte wordt dan de katerstede Strookappe op 26 augustus 1892 door landbouwer Egbert Voordes verkocht aan Jannes Kolkman (toevallig geen familie), wonende aan de overzijde van de weg in boerderij Entermans, het vroegere huisnummer 212 en de tegenwoordige Fliermatenweg 3. De verkoopprijs bedroeg 300 gulden. Erve Strokappe stond kadastraal bekend in sectie C onder nummer 1110: huis, 80 centiaren (bijvoorbeeld 8 x 10 meter) en nummer 1111: bouwland, 1 ha, 23 aren en 70 centiaren. Jannes Kolkman is niet in de Strokappe gaan wonen en de familie Voordes blijken dus de laatste bewoners van de Strokappe en waren dus ook nog familie van de Strokappes. Ach, wie was dat eigenlijk niet in de Beuseberg!
 

In 1892 verhuist de familie Voordes waarschijnlijk naar het nabijgelegen Erve Kloazenkaamp aan de huidige Beusebergerweg, zie de foto hiernaast. Achter het bos op de achtergrond van deze foto stond Erve Strokappe. Later komt hier Hendrik Jan Kettelarij te wonen en sindsdien wordt de boerderij Kettelarij genoemd.

Egbert Voordes en Gerritdina Keijzer zijn dan verhuisd naar het dorp Holten, waar zij in een klein huisje aan de Sikkenstraat (Sikkenstroate) woonden en een arm bestaan leidden. Zo kregen zij ook soep van de gaarkeuken wat alleen voor de armen bestemd was. Egbert is in Holten overleden op 9 juli 1927. Gerritdina is overleden in Deventer op 20 december 1933, maar is wel haar verdere leven in de Sikkenstraat blijven wonen.

 
Van de opgroeiende kinderen van Egbert en Gerritdina is dochter Harmina de enige die in de Strokappe is geboren en dat op 22 november 1888. Haar zusje Gerritdina was de laatste die in Erve Strokappe op 1 maart 1892 het eerste levenslicht zag, maar zij overleed op 2-jarige leeftijd. Harmina trouwde op 2 april 1908 met Berend Wensink en ging in Deventer wonen. Zij is daar op 9 mei 1971 overleden.

Wat betreft de relatie Strookappe-Voordes: er zou nog een extra relatie ontstaan wanneer Berend Jan Voordes, oudste zoon van Egbert en Gerritdina, trouwt met Gerritdina Geertruida Legtenberg, een nakomeling van Willem Lavarne Strokappe Pinkert.
 
 
 
Terug naar Strokappe: de nieuwe eigenaar Jannes Kolkman heeft Erve Strokappe hetzelfde jaar (1892) nog afgebroken en ging het perceel gebruiken als bouwland. Dit bouwland stond in 1986 nog steeds geregistreerd onder de naam Strokappe met als eigenaar Albert Kolkman, kleinzoon van Jannes Kolkman. Met de nog goede stenen van Erve Strokappe bouwde Jannes op zijn erf een schuur en een aardappelkelder. De aardappelkelder bestaat nog en de stenen van Erve Strokappe zijn die waar de deur is ingebouwd. Dus hiermee hebben we toch nog een klein beetje een beeld van Erve Strokappe.
 
Ook zijn er tijdens het bewerken van het bouwland van het vroegere Erve Strokappe nog stukjes van een pijp en ook een bruidspijp gevonden. Het is interessant meer te weten over de bruidspijp. Deze lange pijp werd versierd met kunstbloemen door de vrouw van de timmerman. De timmerman zelf maakte een houten kastje met een glazen schuif, waarin de pijp na gebruik kon worden gepronkt. Op de avond van de bruiloft gaf de timmermansvrouw de pijp aan de bruid, die deze met tabak vulde, de pijp aanstak en een paar trekjes rook in het gezicht van haar echtgenoot blies. Daarna gaf ze de pijp aan haar man, die er de hele avond uit bleef roken. Tijdens de wittebroodsweken rookte hij nog maximaal zes dagen uit de bruidspijp, waarna deze tentoongesteld werd in het daarvoor bestemde kastje in de mooie kamer van de boerderij. Het roken van de bruidspijp heeft als symboliek zeker ook de dienstbaarheid van de vrouw aan de man. Zij moet de kolen in het vuur steeds brandend houden, zodat de man de pijp op elk gewenst moment weer op kan steken. Daarnaast is de pijp ook een symbool van huwelijkstrouw: breekt de pijp, dan zal ook het huwelijk geen stand houden ... Na de bruiloft kreeg de bruidspijp een ereplaats in een toonkast in de mooie kamer van de boerderij, vaak samen met het bruidsboeket. Op speciale gelegenheden kwam de pijp dan weer tevoorschijn. Het zal niet de pijp van Jan zijn geweest, want hij zou deze vast mee hebben genomen naar Harfsen. Met twee huwelijken en als vaste bewoner van erve Strokappe komt Jan Willem Strokappe het meest in aanmerking van de mogelijke vroegere bezitter van deze unieke pijp welke na vele jaren weer in het bezit van een Strookappe is gekomen!
 
 
Foto's hieronder zijn van Jannes Kolkman, de laatste eigenaar van de Strokappe. Hij trouwde op 30 april 1891 met Frederika Groot Baltink die in boerderij Entermans woonde en Jannes trouwde bij haar in. Frederika is geboren in 1871 als dochter van Albert Groot Baltink en Janna Enterman, die oorspronkelijk van Entermans kwam. Albert en Janna woonden tijdens hun huwelijk in Dijkerhoek. Nadat Janna in 1877 is overleden, hertrouwt Albert in 1878 met Aaltjen Enterman, een jongere zus van Janna. Zij woonde nog op Entermans en Albert trouwt dan bij haar in en zodoende komt Frederika ook in 1878 in Entermans te wonen. Zij heeft Erve Strokappe dus nog jarenlang meegemaakt en zal ook buurvrouw Gerritjen Strokappe gekend hebben!
 
 
Op de foto's hierboven zien wij o.a. Frederika Groot Baltink en Jannes Kolkman en de Entermans boerderij welke bewoond is geweest door de families Enterman, Groot Baltink en Kolkman wat dus allemaal familie van elkaar is. Momenteel woont er nog steeds de familie Kolkman.
 
Een andere familie die jaren naast de Strookappes heeft gewoond is die van de Lambooij. De oorspronkelijke familienaam was Lambooij, daarna waren Hofman en Beldman de namen van de hoofdbewoners van deze boerderij. Op de foto hiernaast zien wij rechts Willem Beldman en Harmina Maag, de laatste hoofdbewoners van deze familie. De oudere vrouw links is Geertrui Wissink, moeder van Willem Beldman en echtgenote van Derk Beldman met wie zij op 24 april 1884 trouwde en vanaf toen op de Lambooij woonde. Ook zij zal Gerritjen Strokappe dus goed hebben gekend!


Veel van de gegevens over Strokappe en Lavarne komen uit het archief, maar ook is er nog wat bekend uit overlevering. Over de Strokappe is bijvoorbeeld gezegd dat het een klein huisje was. Dat de Lavarne heeft bestaan, blijkt wel uit het puin dat er aldaar in de grond is gevonden door de latere eigenaar van de grond.
 
 
Schuitert
 
Hierboven heb je al kunnen lezen over Gerritjen Strookappe, de jongste dochter van Hendrina die met haar gezin bij Hendrina op de Strokappe is blijven wonen. Straks komt Jan ruimschoots aan bod die als stamvader van de Harfsense Strookappe tak natuurlijk één van de hoofdrolspelers van deze website is. Maar eerst nog even aandacht voor de andere twee kinderen van Hendrina: Willem en Aaltjen. Zij hebben als overeenkomst dat in hun geboorteakten een tweede achternaam wordt genoemd: Schuitert. Het is zeer goed mogelijk dat dit de achternaam is van hun natuurlijke vader. Het kan ook zijn dat deze man ook de vader is van Jan, Gerritjen en Aaltjen, de allereerste dochter van Hendrina. Dit is allemaal moeilijk meer te achterhalen, maar ook weer niet onmogelijk. Bewijzen zijn er nog niet maar het zou wel eens Jan Schuitert kunnen zijn die de vader is van Willem en Aaltjen en waarschijnlijk dan ook van de andere drie kinderen. Jan is vrijgezel en herbergier op Cents in het dorp Holten. Schuitert was een familie met aanzien. Dat kan van de familie Strookappe, die daar in dat kleine boerderijtje Strookappe in de Beuseberg woonde, nou niet bepaald gezegd worden. De “relatie” van Jan en Hendrina kon dan ook eigenlijk niet. De kinderen werden dan ook niet erkend en van een huwelijk mocht het niet komen. Hendrina bepaalde wel dat twee kinderen de toevoeging Schuitert achter hun eerste voornaam kregen, zo kon en mocht iedereen weten dat het kinderen van Schuitert waren! De eerste voornamen zijn waarschijnlijk vernoemd naar Willem Strokappe (stiefvader van Hendrina) en Aaltjen Strokappe (eerste echtgenote van Willem Strokappe). De andere twee kinderen Jan en Gerritjen hadden de toevoeging niet nodig, zij werden direct vernoemd naar Jan Schuitert en Gerrit Schuitert, de vader of broer van Jan. Hendrina was volgens de volkstelling van 1811 dagloonster van beroep, maar zij kon natuurlijk ook best in de herberg hebben gewerkt. Zoon Willem noemde zich later Schuitert i.p.v. Strookappe, was dat omdat de naam Schuitert hem meer aanzien gaf?
 
Jan Schuitert is op 3 april 1823 overleden, hij woonde zijn hele leven op Cents welke in 1829, tijdens de grote brand, werd verwoest. Bij de herbouw van het pand wordt een gedenksteen in de muur gemetseld met het opschrift "In 1829 is dit huis herbouwd door G.Schuitert en A. Buisman, wonende te Zwolle. Het oude benevens 51 huizen, 17 schuren, kerk toren en school zijn den 16 junij 1829 afgebrand".

Genoemde G. Schuitert en A. Buisman zijn het echtpaar Gerrit Schuitert en Aleida Buisman, broer en schoonzus van Jan. Zij waren eigenaar van Cents maar hun neefje Gerrit Schuitert en diens echtgenote Aaltjen Bredenoord woonden en werkten er. Circa 1836 verhuizen zij naar een ander pand, de nieuwe herberg wordt uiteindelijk hotel Müller.
 
Dan nu aandacht voor de kinderen. Willem is geboren op 29 november 1811. Twee weken later, op 13 december 1811, doet Teunis Pot hiervan aangifte en verklaart dat Dina Strookappe moeder is geworden van een zoon genaamd Willem Schuitert. Zijn volledige naam is dus Willem Schuitert Strookappe. Aaltjen wordt geboren op 20 juli 1815. Hiervan doet Hendrina negen dagen later zelf aangifte en noemt de voornamen Aaltjen Schuitert. Willem zal de naam Strookappe niet blijven gebruiken en wordt Willem Schuitert genoemd. Ook Aaltjen gebruikt Schuitert als achternaam, maar houdt ook de naam Strookappe. Haar volledige naam wordt derhalve Aaltjen Schuitert Strookappe.
 
Willem Schuitert Strookappe
 

Zoals we later op deze pagina kunnen lezen en vaker op de website genoemd zal worden, verhuisde oudere broer Jan in 1835 van Holten naar Harfsen. In 1840 volgt Willem zijn oudere broer en gaat ongeveer twee jaar lang bij Jan en zijn gezin wonen. Maar dan leert Willem een leuke meid uit Bathmen kennen. Haar naam is Janna Ulftman en zij is de dochter van Willem Ulftman en Derksken Wevers en is geboren op 11 januari 1814. Willem trouwt op 4 juni 1842 met Janna en gaat met haar in Bathmen wonen en werken als dagloner. In het certificaat van de nationale militie, behorende bij de huwelijksbijlagen, staat bijgaand signalement van Willem omschreven. In modern Nederlands staat geschreven dat hij 1.61 meter groot is, een rond aangezicht en voorhoofd, blauwe ogen, een normale neus en mond, een ronde kin en bruin haar en wenkbrauwen heeft. In de nationale militie staat ook geschreven dat hij was ingelijfd bij de infanterie, maar hieruit is gedeserteerd! Hij wordt hiervoor gestraft en de voldoening van deze straf sluit hem verder uit van het voldoen aan de nationale militie.

Met Janna krijgt Willem twee zonen: Hendrik Willem op 27 januari 1843 en Derk Willem op 11 januari 1846. Beide kinderen worden niet oud, want Hendrik Willem overlijdt op 5 november 1847 en Derk Willem twee maanden later op 5 januari 1848. Het echtpaar is dan weer kinderloos en in 1851 is het drama voor Willem compleet als op 25 maart ook Janna overlijdt.

Maar op 29 mei 1852 hertrouwt Willem, ondertussen 40 jaar oud, met de 23-jarige Geesken Ganzetap, dochter van Garrit Ganzetap en Janna Nijenhuis, geboren 12-05-1829 en ook afkomsig uit Bathmen. Willem, nog steeds dagloner, en Geesken, die weefster van beroep was, hadden het beiden niet breed en overleggen bij hun trouwen een zogenaamd "certificaat van onvermogen" waarmee zij aangeven onvermogend te zijn om de kosten te kunnen betalen welke met het aangaan van het huwelijk gemoeid zijn zoals die van akten, zegels, leges en salaris.
 
Op 1 december 1852 wordt nog een zoon geboren met de naam Gerrit Jan. Helaas heeft Willem van hem ook niet lang kunnen genieten, want op 6 november 1855 overlijdt Willem op 44-jarige leeftijd in zijn huis met nummer 86 in het dorp Bathmen. Dit huis stond waarschijnlijk aan de huidige Schipbeekseweg.

Geesken hertrouwt op 7 februari 1857 met Gerrit Jan Tempelman uit Holten en blijft in Bathmen wonen tot zij en de beide Gerrit Jannen in 1863 verhuizen naar Diepenveen. Hier trouwt Gerrit Jan junior op 12 februari 1880 met Henders Bieleman en de handtekening hierboven is van hem afkomstig. Gerrit Jan werkte als pakhuisknecht in Deventer. Henders Bieleman was een dochter van Gerrit Jan Bieleman en Hendrika Nijkamp en is op 11 april 1858 in Deventer geboren.

 
Geesken Ganzetap is overleden op 13 mei 1907 en Gerrit Jan Schuitert op 28 juni 1917, beiden in Deventer. Ook Henders Bieleman is op 24 maart 1941 in Deventer overleden.
 
Gerrit Jan en Henders kregen acht kinderen waarvan de eerste vier in Diepenveen en de laatste vier in Deventer zijn geboren. De kinderen zijn:

Gerritje geb. 04-12-1880, Gerrit Jan geb. 21-01-1882 (overl. 1894), Jan Willem geb. 10-02-1884, Hendrika geb. 28-08-1886, Hendrik geb. 22-11-1888, Albert geb. 07-12-1891 (overl. 1892), nog een Albert geb. 27-02-1894 en nog een Gerrit Jan geb. 23-02-1898.

De jongste zonen zijn vernoemd naar hun jong overleden oudere broers. De twee dochters bleven ongehuwd en de vier opgroeiende zonen trouwden allen. De foto's van de dochters en de zonen met hun echtgenotes staan hiernaast en hieronder. De namen van de Schuitert echtgenotes en de bekende trouwdata zijn zichtbaar als met de cursor op de foto wordt gestaan. Hendrik trouwde in Gorssel, de anderen allemaal in Deventer.
 
 
 
Aaltjen Schuitert Strokappe
 
Aaltjen was dienstmeid van beroep en trouwt op 5 juni 1845 met Wouter van Asselt. Hij is geboren op 5 december 1818 en is de zoon van Hendrik van Asselt en Eva Gerrits van Essen. Ook zij verlaat Holten en verhuist naar Apeldoorn (waar Wouter is geboren en getogen) en Aaltjen woonde daarvoor trouwens nog in Twello.
 
Nog geen maand na haar trouwen, op 3 juli 1845, wordt hun eerste kind geboren: Eva. Zij krijgt nog twee broertjes: Dirk op 12-11-1848 en Hendrik op 08-12-1849 en twee zusjes: Alberdina op 22-07-1854 en Jannetje op 08-11-1857. Ook wordt er op 22 juni 1853 nog een levenloos jongetje geboren. Dirk wordt ook maar 14 dagen oud en overlijdt op 27 november 1848. De andere kinderen groeien op en trouwen: Eva op 7 juni 1873 met Lammert Drost, Hendrik op 17 oktober 1874 met Gerdina Ruimerman, Jannetje op 21 augustus 1880 met Gerrit Jan Westerveld en Alberdina op 13 mei 1882 met Bernardus Vincent. Hendrik zou op 2 mei 1912 nog een keer trouwen en wel met Antje Molenaar nadat hij weduwnaar was geworden van Gerdina Ruimerman die eerder dat jaar op 8 februari was overleden.

Aaltjen is op 72-jarige leeftijd overleden op 10 mei 1888 en Wouter, die dagloner van beroep was, overleed een jaar eerder op 16 mei 1887 en werd 68 jaar oud. Dochter Alberdina overleed op 6 oktober 1913, Eva op 11 februari 1922, Jannetje op 2 januari 1938 en Hendrik op 10 april 1940 en hij werd 90 jaar oud. De foto hiernaast is van hem. Iedereen is overleden in Apeldoorn waar zij allen hebben gewoond.
 
Aaltjen en Wouter hadden dus vier opgroeiende kinderen die trouwden en ervoor zorgen dat Aaltjen en Wouter 34 keer oma en opa werden. Jannetje kreeg elf kinderen, Hendrik werd vader van negen kinderen, Eva werd moeder van acht kinderen en Alberdina bracht zes kinderen ter wereld. Ben je zelf een nakomeling van deze Drost, Van Asselt of Vincent kinderen en heb of weet je een oude foto van Eva, Hendrik, Alberdina van Asselt, neem dan contact met me op!
 
De foto's hiernaast zijn van Jannetje van Asselt en haar familie. Op de foto links staan al haar kinderen m.u.v. dochter Janna Aleida die maar drie maanden oud is geworden. Op de foto rechts zien we Jannetje, Gerrit Jan en jongste dochter Janna Geertruida Aleida.

Jannetje en Gerrit Jan kregen elf kinderen in de periode 1880-1902. Gerrit Jan was dagloner van beroep en de zoon van Gerrit Westerveld en Jannetje van de Vosse. Dochter Jannetje werd geboren in 1888 en is overleden in 1991, zij werd 103 jaar oud!
Nog even terugkomen op de vader van Willem en Aaltjen welke dus vermoedelijk de achternaam Schuitert zal hebben gehad. Nu was het gebruikelijk dat een oudste zoon werd vernoemd naar de vader van de vader. In het geval van Willem Schuitert wordt zijn zoon Hendrik genoemd en is het dus mogelijk dat de vader Hendrik Schuitert kan hebben geheten er natuurlijk van uitgaande dat (de naam van) deze man bij de kinderen van Hendrina bekend was. Ook Aaltjen noemt een zoon Hendrik. Dit was natuurlijk een populaire naam in die tijd, maar het kan dus ook meer betekenen ...
 
 
Bewoners Erve Strokappe
 
Jan Strokappe is er de oorzaak van dat Strookappe ook in het Gelderse Harfsen een bekende naam zou worden en mag gezien worden als stamvader van de Harfsense Strookappe tak aangezien zijn vader en grootvader niet bekend zijn. Veel aandacht daarom dus voor Jan op deze pagina en de Harfsen pagina, maar eerst voor de volledigheid een overzicht van alle 54 personen (hoofdbewoners in vette letters) die op deze pagina de revue zijn gepasseerd als bewoners van de Stro(o)kap(pe) boerderij en hut in de Beuseberg! Deze zijn in chronologische volgorde:
 
intrede
naam
uittrede

 
afkomstig van Lavarne 222, stichting
1749
Willem Hendriks Lavarne Strokappe
1764<
overleden, tussen 07-08-1763 en 24-06-1764
afkomstig van Lavarne 222, stichting
1749
Aaltjen Derks Struyk
1748>
overleden, datum onbekend
afkomstig van Lavarne 222, stichting
1749
Jenneken Willems Lavarne Strokap
1779>
verhuisd of overleden na 1803, data onbekend
afkomstig van Lavarne 222, stichting
1749
Willem Lavarne Strokappe Pinkert
1770
huwelijk, verhuisd naar Pinkerts 165
afkomstig van Reijling en Bonten 206, ingetrouwd
1754
Harmen Alberts Strookappe
1778<
overleden, datum onbekend
geboorte
1755
Aaltjen Harms Strokappe
1787<
overleden, datum onbekend
geboorte
1756
Harmen Harms Strookappe
1779>
onbekend, wel voor 1795
geboorte
1759
Willem Harmsen Strokappen
1787>
onbekend, wel voor 1795
geboorte
1763
Fenneken Harmsen Strokappen
1785
huwelijk, verhuisd naar Ruwewant 216
geboorte
1766
Janna Harms Strokappe
1795<
onbekend
geboorte
1769
Albert Harms Strokappe
1795<
huwelijk 1800, woonde daarvoor al in Colmschate
geboorte
1775
Jan Harms Strookappe Eekhuis
1795<
huwelijk 1803, woonde daarvoor al in Olst
afkomstig van Smits 10, ingetrouwd
1778
Willem Jansen Strokappe Pot
1823
overleden
geboorte
1782
Harmen Jansen Strookappe Pot
1811<
huwelijk, verhuisd naar Sandvoort 195
geboorte
1785
Jan Jansen Strookappe
1787<
overleden
afkomstig van Kwintenberg 237, ingetrouwd
1788
Geesken Kwintenberg
1820
overleden
afkomstig van Kwintenberg 237, ingetrouwd als kind
1788
Hendrina Strokappe
1851
overleden
geboorte
1788
Aaltjen Strokappe
1800
overleden
geboorte
1791
Hendrika Jansen Strokappe Pot
1828
huwelijk, verhuisd naar Diepenveen
geboorte
1795
Albert Jansen Pot
1829
huwelijk, verhuisd naar Rijssen, later Jan Menne 213
geboorte
1798
Jan Willem Strokappe Pot
1866
overleden
geboorte
1807
Aaltjen Strokappe
1808
overleden
geboorte
1809
Jan Strokappe
1835
verhuisd naar Harfsen
geboorte
1811
Willem Schuitert Strookappe
1840
verhuisd naar Harfsen, later huwelijk Bathmen
geboorte
1815
Aaltjen Schuitert Strookappe
1845
huwelijk, verhuisd naar Apeldoorn
geboorte
1820
Gerritjen Strookappe
1893
overleden
afkomstig van Paalmans 220, ingetrouwd
1821
Berentdina Janzen Paalman
1828
overleden
geboorte
1823
Geertrui Pot
1823
overleden
geboorte
1824
Gerrit Pot
1870
verhuisd naar Hoorn
afkomstig van Paalmans 220, ingetrouwd
1828
Janna Klein Teeselink
1865
overleden
afk. van Schuppen Kuipers 60, samenwonend
1829
Hendrika Kuiper
1829
huwelijk, verhuisd naar Rijssen
geboorte
1829
Jan Willem Jansen
1829
verhuisd naar Rijssen
geboorte
1829
Berent Jan Pot
1829
overleden
geboorte
1831
Berent Jan Pot
1831
overleden
geboorte
1832
Jan Willem Pot
1857
verhuisd naar Olst
afkomstig van Achterkamp 235, ingetrouwd
1833
Fenneken Achterkamp
1835
verhuisd naar Harfsen
geboorte
1833
Jan Strookappe
1835
verhuisd naar Harfsen
afkomstig van Neede, ingetrouwd
1848
Johannes Temmink
1856
overleden
geboorte
1849
Hendrik Temmink
1870
verhuisd naar Laren, later huwelijk Apeldoorn
geboorte
1853
Jan Hendrik Temmink
1854
overleden
geboorte
1855
Antonij Temmink
1899
verhuisd naar Rijssen
afkomstig van Jan Menne 213, verhuisd
1860
Geertrui Jansen
1871 huwelijk, verhuisd elders in Beuseberg
verhuisd
1884
Egbert Voordes
1892
verhuisd naar elders in Beuseberg
verhuisd
1884
Gerritdina Keizer
1892
verhuisd naar elders in Beuseberg
verhuisd
1884
Berend Jan Voordes
1892
verhuisd naar elders in Beuseberg
verhuisd
1884
Jan Voordes
1892
verhuisd naar elders in Beuseberg
verhuisd
1884
Hendrik Jan Voordes
1892
verhuisd naar elders in Beuseberg
geboorte
1886
Hermannes Voordes
1888 overleden
geboorte
1888
Harmina Voordes
1892 verhuisd naar elders in Beuseberg
geboorte
1892
Gerritdina Voordes
1892
verhuisd naar elders in Beuseberg
afkomstig van Ruwewant 216, ingetrouwd
1897
Fenneken Seppenwoold
1899
verhuisd naar Rijssen
afkomstig van Ruwewant 216, ingetrouwd als kind
1897
Aaltjen Kolhoop
1899
verhuisd naar Rijssen
afkomstig van Ruwewant 216, ingetrouwd als kind
1897
Janna Temmink
1899
verhuisd naar Rijssen
geboorte
1899
Derk Temmink
1899
verhuisd naar Rijssen
 
Van de laatste persoon, Derk Temmink, is het niet zeker of hij wel in Hutten Tone (voorheen Hutten Strokappe) heeft gewoond. Na het huwelijk van Antonij en Fenneken hebben zij eerst gewoond in Hutten Tone, maar waarschijnlijk niet voor lang. Fenneken woonde daarvoor nog in de Ruwewant welke oud was, maar nog wel wat "luxer" dan het hutje waar Antonij woonde. Denk daarom eigenlijk toch dat zij al kort na hun trouwen zijn gaan wonen in de Ruwewant en dat Derk Temmink daar is geboren. Hoe dan ook, altijd nog op een steenworp afstand van Erve en Hutten Strokappe!
 
 
Jan Strokappe
 
Jan is geboren in Holten op 8 april 1809 en woonde met zijn moeder Hendrina bij haar moeder en pleegvader op Erve Strokappe. Pas vijf maanden later, op 10 september 1809, wordt Jan gedoopt terwijl dat normaal gesproken binnen enkele weken gebeurde. Dat Hendrina opnieuw een onecht kind ter wereld had gebracht, zal door de kerk niet erg gewaardeerd zijn. Jan was een boerenknecht en is niet in militaire dienst geweest omdat hij de mazzel had niet uitgeloot te worden. Hij trouwt op 1 augustus 1833 met Fenneken Achterkamp, geboren 23 januari 1814, oudste dochter van Jan Achterkamp (ook wel Agterkamp) en Janna Teeselink (ook wel Tieselink) afkomstig van Erve Teeselink waarvan eerder op deze pagina een foto is te zien. Zij waren ook bouwlieden en zijn op 1 april 1813 met elkaar getrouwd. Fenneke is geboren op Erve Teeselink (huis 227) en woonde daarna met haar ouders op Erve Achterkamp (huis 235) in de Beuseberg, ongeveer 700 meter van de Strokappe gelegen. Op de foto hiernaast de plek waar nu nog steeds een boerderij staat. De oudste vermelding van deze boerderij is Echterkaamp en dateert van 1728.
Jan Achterkamp is de broer van de eerder genoemde Egbert Achterkamp die met Hendrika Lavarne was getrouwd. Een zoveelste voorbeeld van het feit dat iedereen in de Beuseberg ergens ook wel weer familie van elkaar was. Ouders van deze broers waren Jannes Agterkamp en Jenneken Vasters en woonden op Erve Achterkamp. De handtekening hierboven is van Hendrikus Achterkamp, zoon van Egbert Achterkamp. Foto hiernaast is genomen naast de boerderij van Achterkamp. Het geeft een goed beeld van de ruimte en rust van de Holtense Beuseberg. Rechts staat de boerderij van Achterkamp, achter de bomen stond het boerderijtje Kwintenberg en links de voormalige Agterhoek met de vele boerderijtjes zoals deze reeds op pagina zijn voorbij gekomen van o.a. Lavarne, Jan Menne, Poliste, Entermans en Strokappe natuurlijk!


Een foto van Jan Strokappe is er niet, maar er is wel een signalement van Jan bij zijn trouwen in 1833 toen hij 22 jaar oud was en die luidt als volgt:
 
   
Links hiernaast een afbeelding van de huwelijksakte van Jan en Fenneken d.d. 1 augustus 1833 afkomstig uit het boek der huwelijksakten van Holten. Het huwelijk ervoor was gesloten op 27 juni 1833 en de akte staat geschreven naast die van Jan Strokappe en is die van Berend Temmink en Harmina Pot, dochter van Fenneken Strokappe en wonende in Pots naast erve Strokappe! Het was dus binnen 5 weken twee keer feest bij Strokappe en Pots!
Lengte: 1 el 594 str. (1.59 mtr)
Aangezicht: rond
Voorhoofd: idem
Ogen: blauw
Neus: ordinair = gewoon
Mond: idem
Kin: spits
Haar: donkerbruin
Wenkbrauwen: idem
Merkbare tekenen: geen
 
Hebben we toch nog een beetje een idee hoe deze man eruit gezien heeft! Hetzelfde jaar wordt oudste zoon Jan geboren op 27 december 1833. Kort daarna verhuist het jonge gezin naar Harfsen en ik stel voor dat we met ze meegaan naar de Harfsen pagina!