Boschterhoek
Eesterhoek homepage
 
Voorbij het hek bij ’t Hekkert komen wij terecht van de Marke Eschede in de Marke Gorssel. Het gebied heet later de Boschterhoek, vernoemd naar ’t Boschter (Bossche) aan de huidige Ravensweerdsweg. De boerderijen in de Boschterhoek worden verderop deze pagina beschreven maar we bezoeken eerst nog een aantal boerderijen in de Eesterhoek. Maar met o.a. de Eesterhoek boerderijen Boschloo en Loobosch komen wij ook qua naam al aardig in de buurt van de Boschterhoek.
 
De Steege 
 
Als in 1815 een lijst "der Hoofden van Huisgezinnen in de gemeente Gorssel" wordt gemaakt op volgorde van huisnummers, gaat deze van nummer 56 Hekkert naar nummer 57 Raland, maar wordt met nummer 62 nog een huis toegevoegd aan de lijst met hoofdbewoner Jan Scholten. Dit zal de Steege zijn geweest welke niet vergeten maar waarschijnlijk net gebouwd zal zijn.
 
In de registers van personele omslag van de jaren erna wordt huisnummer 62 steeds overgeslagen wat aangeeft dat Jan Scholten (ook wel Zand Scholten) als dagloner niet veel verdiend zal hebben. Eigenaar van de Steege was zijn broer Gerrit Scholten van boerderij Bosser in de Boschterhoek en later Brinkman. De Steege zal een klein boerderijtje zijn geweest welke in het kadaster wordt belast met het laagste tarief van 3 gulden. Ter vergelijk: Brinkman werd belast met 9 gulden.

Op de tekening hiernaast is goed te zien dat de Stege op een kamp stond, deze werd de Zooltjeskamp genoemd.

De Steege werd ook wel Ste(e)geman genoemd en je verwacht hier dan ook een Stegeman als hoofdbewoner. Ene Jan Willem Stegeman is de enige Stegeman die rond 1800 in Gorssel woonde, maar hij woonde op Klumper. Jan Scholten is de eerste bekende hoofdbewoner en zal dat waarschijnlijk ook zijn geweest.
 
Broer Gerrit Scholten woonde dus uiteindelijk op Brinkman en zus Janna Zandscholten woonde op 't Hekkert, haar kwamen wij net nog tegen. Dan was er ook nog Harmen die wij later op Scholten (ook wel Zandscholten) gaan tegenkomen waar de familie oorspronkelijk vandaan komt. Bij de doop van zijn twaalf kinderen wordt Jan veelal Zandscholten genoemd wat kan betekenen dat hij eerst op deze boerderij heeft gewoond waarvan broer Harmen de hoofdbewoner was. De twaalf kinderen van Jan hadden twee moeders: Anneke Langewaarde en Geertjen Elsman. Met Geertjen trouwde Jan op 5 februari 1797, hij was toen weduwnaar van Anneke. In 1829 bestaat het gezin uit vier gezinsleden zijnde Jan, Geertjen en waarschijnlijk hun twee jongste kinderen. Na het overlijden van Jan op 21 maart 1837 zijn het echter niet zijn kinderen, maar neefje Jan Scholten die op de Steege komt wonen. "Kleine Jan" is dan ook de zoon van eigenaar Gerrit Scholten, vreemd is het dan ook niet dat hij de opvolger wordt.

De Steege zal ongeveer op de plek hebben gestaan van waar nu het hek op bijgaande foto staat. In de achtergrond staan de boerderijen Boschloo, Hoekman en Loobosch.
 
Gerrit Scholten woonde uiteindelijk op Brinkman, maar woonde eerst op het Bosse in de Boschterhoek. Deze werd op 12 april 1838 overgedragen aan dochter Dina Scholten en schoonzoon Hendrikus Wiltink. Uit de akte blijkt dat dan de Steege tot het Bosse behoort en wordt genoemd als een huisje op het bouwland de Zooltjeskamp.

In de kadastrale atlas van 1832 hebben het huis en erf van de Steege perceelnummer 143, de Zooltjeskamp was perceel 142. Dan was er ook nog een perceel 142 bestaande uit hakhout welke om het bouwland stond. Op de gekleurde tekening hierboven is het allemaal goed te zien. Het huisje links is de Beltmanskamp.
 
Jan Scholten en Janna ten Have trouwen op 27 april 1838 en vestigen zich dan op de Steege. Tante Geertjen Elsman zal omstreeks die tijd van de Steege zijn vertrokken en is gaan wonen op de Nieuwe Vos waar zij op 10 november 1846 is overleden. Janna ten Have werkt voor haar huwelijk als dienstmeid op de Borghte. Zoals gezegd is Jan de zoon van Gerrit Scholten van Brinkman waar zijn gelijknamige broer bleef wonen. Zus Willemina woonde op 't Hekkert, zo woonde ook deze generatie van de familie Scholten dicht bij elkaar. Jan is net als zijn oom dagloner van beroep en houdt daarbij één koe.

Jan en Janna krijgen twee zoons: Gerrit en Berend. Oudste zoon Gerrit overlijdt op 31 mei 1840 en wordt maar één jaar oud. Berend is geboren op 11 september 1841 en wordt net als zijn vader dagloner van beroep. Hij trouwt op 4 februari 1875 met Berendina Dakhorst en gaat dan op de Stege wonen. Vader Jan is er dan al niet meer, hij is op 3 juli 1872 overleden. Ook nu worden er weer twee zoons geboren: Jan en Johan. Berend Scholten vertrekt met zijn moeder en echtgenote op 26 februari 1878 van de Steege welke daarna wordt afgebroken. De schuur wordt afgebroken en in 1879 herbouwd op het erf van Brinkman.
 
De familie gaat wonen op boerderij Gotink in Eefde waar nog een zoon wordt geboren, maar later woont Berend Jan op de Smit in Gorssel waar hij op 5 april 1892 is overleden. Waarschijnlijk is Berend al in 1888 in gaan wonen bij de bewoners van de Smit en had hij veel van zijn spullen niet meer nodig en verkocht deze op 2 mei 1888 met een veiling. De opbrengst was 111 guldens en 20 centen en de kostbaarste spullen waren twee kruiwagens, twee bedden, een kachel, een glazen kast en een kabinet die 15 guldens en 50 centen opbracht. De kans is groot dat deze spullen al in de Steege stonden. Daarnaast werd er ook nog een geit verkocht, maar niet bekend is of dit een olde bok van de Steege is geweest. Berend Jan doet met de veiling ook goede zaken met aardappels die hij blijkbaar verbouwde. Deze aardappels komen met zekerheid niet van de Steege, er is niemand die betaalt voor aardappels van 10 jaar oud!

Berendina was al op 19 februari 1885 te Eefde overleden, zij was ziek en werd maar 39 jaar oud. Haar drie zoons waren toen nog maar resp. 9, 7 en 3 jaar oud en Berendina maakte zich voor haar sterven al grote zorgen om haar jongens en zei: "kinders, kinders, wat moet er nu van jullie terecht komen ?!".
 

Gelukkig kwamen de jongens goed terecht. Zoon Jan trouwde op 6 mei 1905 met Geertuida Greutink die in het boerderijtje achter het Erve Strookappe in Harfsen is geboren. Het echtpaar staat op de foto hierboven voor hun boerderijtje in Laren.

Ook Johan trouwt op 6 mei 1905! Zijn echtgenote werd Gerritdina Willemina ter Mul uit Eefde en uit dit huwelijk werden vier dochters en een zoon geboren. Johan werkte als pakhuisknecht bij Reesink in Zutphen.
Jan kwam in 1885 nog terug naar de Eesterhoek en ging werken als dienstknecht op 't Hekkert. Het echtpaar woonde later ook nog een half jaar op boerderij Veldkamp.

Jan en Johan hadden nog één broer genaamd Berend Jan die met Gerritjen Muil was getrouwd.
 

De Steege lag aan de Dominés-straat en de dominee kwam dus geregeld voorbij lopen als hij van de Oude Pastorie naar de kerk ging en terug. Tegenwoordig heet dezelfde weg de Domineesteeg, vernoemd naar de Steege. Dat is dan ook het enige wat herinnert aan de Steege, er is op deze plek alleen nog maar weiland te zien. Het weiland wat bij de Steege hoorde was maar 60 aren groot en werd op 26 februari 1878, de dag dat Berend Jan Scholten vertrok, verkocht door Jan Scholten van Brinkman aan Philippus Martinus Dommerholt die in 1838 op 't Hekkert is geboren. De Steege is dus altijd eigendom gebleven van de Brinkman bewoners.

 
1815- 1838 Jan Zand Scholten en Geertjen Elsman Eerste hoofdbewoners
1838- 1878 Jan Scholten en Janna ten Have Jan is een neefje van Jan en Geertjen
1875- 1878 Berend Scholten en Berendina Dakhorst Berend is de zoon van Jan en Janna
     
  Huidig adres: Afgebroken, stond tussen Domineesteeg 1 en Eekweg 7  
 
Prinsenland
 
Na de afbraak van de Steege wordt aan de overzijde van de weg wordt vele jaren later een nieuw boerderijtje gebouwd met de naam Prinsenland. Het stuk grond waarop de boerderij wordt gebouwd is in 1832 nog in gebruik als bouwland en is dan eigendom van de weduwe van Jan van Huet van 't Ontijdink. De naam Prinsenland doet vermoeden dat dit bouwland later eigendom is geweest van de bewoners van de Prinsenhof in de Boschterhoek.
 
Het huis wordt gebouwd voor Derk Jan Oosterveld en Jenneke Verdonk die de eerste bewoners van Prinsenland zijn geweest. Derk Jan is afkomstig van de Beltmanskamp en gaat dus op een steenworp afstand van zijn ouders Hendrik Oosterveld en Hendrika Karolina Woertman wonen die het boerderijtje voor hun zoon hebben laten bouwen.

Jenneken komt uit Harfsen en woonde op de Kleine Koekkoek, de boerderij waar de familie Strookappe zich in 1835 vestigde toen zij uit Holten kwamen. Het boerderijtje Prinsenland zal in of kort na 1924 zijn gebouwd, het jaar dat Derk en Jet op 20 september trouwden en op 17 november de eerste van drie kinderen wordt geboren.
Helaas wordt het eerste kind niet oud, het jongetje genaamd Hendrik (naar opa Oosterveld van de Beltmanskamp) overlijdt op 22 januari 1926. Ten tijde van het huwelijk was het boerderijtje nog niet klaar en woonden Derk en Jet nog op Beltmanskamp. De familie Oosterveld woonde tot 1941 op Prinsenland en verhuist dan naar het dorp en gingen inwonen bij café en kolenhandel Schutte waar Derk Jan als chauffeur werkzaam was. De foto hiernaast is gemaakt aan de Gorsselse Enkweg waar de ouders van Derk Jan in 1928 zijn gaan wonen.

Na het vertrek van de familie Oosterveld woont er voor ongeveer een jaar de familie Westerveld op Prinsenland waarvan verder geen gegevens bekend zijn.
 
In 1942 is Jan Vroeger met zijn echtgenote Willie Bouma de nieuwe eigenaar en bewoner van Prinsenland. Het huwelijk strandt in 1948 en het huis wordt dan verkocht aan Hendrikus Reinerus Kampschreur en Maria Bernarda Aleida Wichman die in 1945 waren getrouwd en een zoon en dochter hebben. Op Prinsenland komt daar nog een dochter bij. De familie woonde voor 1948 bij de Vlinderhoeve in Kring van Dorth.

Hendrikus was werkzaam in een burgerfunctie op de kazerne te Eefde, maar boerde ook op Prinsenland en uiteraard hielp Maria ook een handje mee. Op de foto's is dat goed te zien waarop Maria aan het melken is en Hendrikus de verdere distributie voor zijn rekening neemt!

Hendrikus overlijdt op 5 april 1976 en daarna verhuist Maria naar het dorp. De familie Kampschreur schilderde het boerderijtje wit en dat is het nu nog steeds. Na het vertrek van de familie heeft het boerderijtje een paar jaar leeggestaan waarna deze in 1979 door de huidige bewoonster werd betrokken.

Op de foto hiernaast staan de drie kinderen Kampschreur met de buurtkinderen Klein Hulse van Beltmanskamp en Strokappe van Kleine Reins, de twee volgende huizen van de Eesterhoek aan het voormalige Nijenbeeksepad.


Huidig adres: Domineesteeg 4
 
Beltmanskamp 
 
De Beltmanskamp is in 1841 gebouwd door Gerrit Jan Woertman op een kamp bouwland omgeven door een akkermaalsheg welke door Gerrit Jan op 24 november 1840 is gekocht van Albert Nikkels. Het bouwland had perceelnummer E85 en de akkermaalsheg (ook wel hakhout), wat de afzetting van een kamp was, had perceelnummer E86. Samen was het ruim één hectare groot. De percelen behoorden eerder toe aan Jan Olthof en Janna Smeenk van de Belte in de Boschterhoek. Het kamp heette daarom Beltmanskamp en dat werd ook de naam van het huis welke volgens de hypotheekakte van 3 mei 1841 nog in aanbouw was.
 

Er zal daarna snel doorgebouwd zijn, want op 14 mei 1841 trouwt Gerrit Jan met Hendrika Scheuter en zal het kersverse echtpaar hun intrek in de woning hebben genomen. Gerrit Jan woonde daarvoor op 't Klaphekke waar hij als dienstknecht werkte. Het huis kreeg nummer 42a door de ligging tussen de Stege met huisnummer 42 en 't Raland met huisnummer 43.

Op 17 februari 1842 wordt een jongetje levenloos geboren en daarna volgen er nog twee jongens en twee meisjes die wel in leven bleven. Daarvan leeft zoon Hendrik Jan maar 11 maanden en wordt dochter Aaltjen ook maar 19 jaren oud. Zij was toen al uit huis en werkte als dienstmeid in Leesten.

Ook moeder Hendrika Scheuter wordt niet oud, zij overlijdt op 35-jarige leeftijd op 21 mei 1850, twee dagen na de geboorte van Hendrik Jan. Hendrika was zelf geboren op Nijhuis in de Eesterbrink waar broer Jan Hendrik bleef wonen. Broer Derk Jan woonde op Senneken in de Eesterhoek en komen wij straks nog tegen.

 
Met vier kinderen en daarvan één pasgeboren zoon, was het een noodzaak voor Gerrit Jan snel een nieuwe vrouw te vinden. Dat lukt hem en hij trouwt al op 13 december 1850 met de 20 jaar jongere Teuntjen Holshorst. Uit dit huwelijk worden geen kinderen meer geboren. Zo bestaat het gezin uiteindelijk uit twee kinderen. De oudste is dochter Derkjen die trouwde met neef Hendrik Scheuter en in Diepenveen woonde. Zoon Jan is degene die op de Beltmanskamp bleef wonen en daarvan hoofdbewoner wordt als vader Gerrit Jan op 5 juni 1874 en stiefmoeder Teuntjen Holshorst op 11 maart 1879 zijn overleden.
 

Zo blijft zoon Jan Woertman alleen over, maar niet voor lang want op 20 maart 1879 trouwt hij al met Hendrika Baankreits. Daarnaast pakt Jan ook zakelijk de boel goed aan. Was vader nog dagloner van beroep, Jan gaat aan de slag als landbouwer en heeft knechten en meiden in dienst die ook op de boerderij wonen. Daarnaast was Jan ook nog slager van beroep.

Kinderen werden er ook geboren: Hendrika Karolina op 20 januari 1881 en Gerrit Jan op 9 mei 1890. Hendrika Karolina trouwt op 29 april 1899 met Hendrik Oosterveld en hij komt dan ook op Beltmanskamp wonen en koopt de boerderij op 19 mei 1899 van zijn schoonvader. Hendrik is ook landbouwer van beroep en kan zodoende mooi meewerken op de Beltmanskamp. Veel ruimte voor dienstknechten en dienstmeiden zou er ook niet meer overblijven want er worden 13 Oosterveld kinderen geboren!

Niet al deze kinderen hebben opa en oma leren kennen, want Jan Woertman overleed op 19 oktober 1910 op 65-jarige leeftijd en Hendrika Baankreits is overleden op 30 mei 1920, zij werd 68 jaar oud. Oom Gerrit Jan trouwde op 10 juli 1915 met Tonia Klazina Broekhuis en vertrok al voor 1910 van de Beltmanskamp. Op 1 mei 1925 sluit Hendrik Oosterveld een hypotheek af op het plaatsje "Beltmanskamp" aan de Domineesteeg te Gorssel.

 
De Oostervelds woonden tot 1928 op Beltmanskamp en verhuisden toen naar een nieuw huis welke schuin tegenover de molen was gebouwd. Op deze plek begon de familie Oosterveld een slagerij in navolging van Jan Woertman die het slachten erbij deed. Er werd verhuisd op 22 februari 1928 wat dochter Marie zich goed kon herinneren. Zij vierde die dag namelijk haar zesde verjaardag. De volgende dag mocht ze voor het eerst naar school en deed dat vanaf de Gorsselse Enkweg nummer 5 lopend over het kerkepad langs de molen. De kinderen gingen eerst naar de openbare school, maar later naar de christelijke school. Dit mede omdat de boeren in de Eesterhoek voor de christelijke school waren en Hendrik bang was anders hun klandizie te verliezen.
Op de foto hiernaast zien wij Hendrik Oosterveld en Hendrika Karolina op en achter de fietse. De kar was nodig voor Hendrika omdat zij veel last van reuma had. Het huis op de achtergrond is het muldershuis.

 

Op 7 mei 1928 komen de volgende bewoners Evert Willem Kok en Tonia van der Noort met hun vier zoons, ze zijn afkomstig van Olst. In 1934 verhuizen zijn naar de Scholte in Harfsen waar ook Jan Strokappe woonde. Voor meer informatie zie de Boerderij pagina. Opvolgers zijn Martinus Eijerkamp en Maria Philippina Klein Haneveld die van Vorden komen en twee jaar op de Beltmanskamp wonen waar in 1935 dochter Reindina Johanna wordt geboren.

 

Op 20 november 1936, 16 dagen na het vertrek van de familie Eijerkamp, komen vanuit Oxe het echtpaar Mannes Nijendijk en Cornelia Geziena Rouwenhorst (beiden geboren Gorsselnaren) met hun twee dochters. Oudste dochter Johanna Clasina overlijdt op 22 mei 1939 en wordt maar vijf jaar oud. Er worden daarna nog een dochter en een zoon op Beltmanskamp geboren. Op de foto hiernaast zien we het gezin met Toos de koe en Mollie de hond. Er was ook nog een paard die door de Duitsers werd afgenomen. Mannes pikte dat niet en nam een ander paard af van de Duitsers!

Mannes kon niet zwemmen en hield dus niet van water. Dochter Femie wilde het wel graag leren en buurman Jan Vroeger leerde het haar in de IJssel waarbij zij met een kurken tuigje "veilig" in de IJssel kon leren zwemmen. Het was maar goed dat Mannes hier geen weet van had! De familie woont tot 1947 op de Beltmanskamp en verhuist dan naar Nijverdal waar nog een zoon wordt geboren. Net als Evert Willem Kok en Martinus Eijerkamp was Mannes Nijendijk landbouwer van beroep.


In 1948 komen de nieuwe bewoners niet van buitenaf, want Hendrik Jan Klein Hulse en Hermina Makkink zijn niet alleen geboren Gorsselnaren maar wonen er dan ook nog. Hendrik Jan komt van de Oude Vos en Hermina van 't Walle. Hermina is een dochter van Willem Hendrik Makkink die op 't Wolferink is geboren.

Op de foto hiernaast zien wij Hendrik Jan en Hermina met hun twee zoons Arend en Wim.

De familie woont tot 1965 op Beltmanskamp. Het huisnummer 423 wijzigde in 1951 naar een adres met straatnaam Nijenbeeksepad en huisnummer 10. Tegenwoordig is dat de Eekweg en de naam van het huis is ook veranderd, deze heet nu Eekerveld.


1841-1850 Gerrit Jan Woertman en Hendrika Scheuter Eerste bewoners
1850-1879 Gerrit Jan Woertman en Teuntjen Holshorst Teuntjen is de tweede echtgenote van Gerrit Jan
1879-1920 Jan Woertman en Hendrika Baankreits Jan is de zoon van Gerrit Jan en Hendrika
1899-1928 Hendrik Oosterveld en Hendrika Karolina Woertman Hendrika Karolina is de dochter van Jan en Hendrika
1928-1934 Evert Willem Kok en Tonia van der Noort Geen familie van vorige bewoners
1934-1936 Martinus Eijerkamp en Maria Philippina Klein Haneveld Geen familie van vorige bewoners
1936-1947 Mannes Nijendijk en Cornelia Geziena Rouwenhorst Geen familie van vorige bewoners
1948-1965 Hendrik Jan Klein Hulse en Hermina Makkink Geen familie van vorige bewoners
     
  Huidig adres: Eekweg 7  
 
 
Raland 
 
Mogelijk is deze boerderij in 1797 gesticht als Hendrik Boterman (ook wel Botterman) en Johanna van der Meij op 25 juni van dat jaar trouwen en dus woonruimte nodig zijn. Johanna is de dochter van Albert van der Meij en Willemina Braamkolk van 't Braamkolk. In ieder geval staat de boerderij er voor 1811 en zijn Hendrik en Johanna de eerste bekende bewoners. De boerderij zal zijn gebouwd op het het land genaamd Raelandt en zo aan zijn naam gekomen zoals dat ook met Beltmanskamp het geval is. Het land wordt in een akte van 1627 al genoemd.
 
Hendrik overlijdt op 6 mei 1824 en Johanna blijft er nog een paar jaar wonen totdat zij de boerderij op 20 april 1827 middels een veiling verkoopt. Zij zal daarna waarschijnlijk zijn gaan wonen op de Oude Vos alwaar zij op 11 januari 1841 is overleden.

De boerderij wordt waarschijnlijk gekocht door Teunis Wiltink (eigenaar 1832) maar het is Derk Jan Smeenk die er gaat wonen met zijn echtgenote Teuntjen Oosterveld en vader Harmen Smeenk. Moeder Jenneken (Zand)Scholten was reeds overleden, zij is de zus van Harmen Scholten van (Zand)Scholten. Derk Jan woont er maar kort, want hij is er overleden op 1 februari 1828.
 
Als ook Teuntjen haar schoonvader op 3 september 1831 komt te overlijden, doet Teuntjen de boerderij over aan Philippus Harmanus Hietbrink die er in 1832 als dagloner staat geregistreerd. Teuntjen blijft wel op Raland wonen en overlijdt er op 23 juli 1837. Philippus Harmanus Hietbrink is afkomstig van het Erve Venhorstink in Zuidloo en is getrouwd met Stina Venhorsting. Ook haar vader Jan komt mee naar Gorssel en overlijdt op 17 juli 1832 op Raland. In 1840 blijkt dat Philippus met twee runderen ook al wat vee heeft. Er waren vijf kinderen waarvan er drie zijn geboren op 't Raland en er twee op jonge leeftijd zijn overleden.

Oudste zoon Jan, die in Zuidloo is geboren, trouwt op 7 september 1849 met Lammerdina Goorman en zij worden de nieuwe hoofdbewoners. Jan zijn vader en moeder zijn inmiddels overleden: Philippus Harmanus Hietbrink op 7 augustus 1846 en Stina Venhorsting op 12 maart 1849. Ook Jan werkt als dagloner en wordt vader van zes kinderen waarvan er drie jong overlijden. Ook Jan wordt niet oud, want hij overlijdt 9 februari 1863 op 38-jarige leeftijd.
 
Lammerdina hertrouwt op 30 maart 1865 met Martinus Sangers die klompenmaker van beroep is. Na zijn komst zou 't Raland ook bekend zijn als "Sangers", een naam die nu nog steeds voor het boerderijtje wordt gehanteerd. Martinus zou er dan ook bijna 38 jaren wonen. Martinus en Lammerdina kregen geen kinderen, dus mooi voor Martinus dat zijn naam op deze manier voortleefde.

Lammerdina had dus wel zes kinderen uit haar huwelijk met Jan Hietbrink waarvan er drie oud worden: oudste is dochter Gerritdina Hietbrink die op 30 november 1852 is geboren en in 1875 trouwde met Hendrik Jan Wassink en in de Eesterbrink gaat wonen, wij komen haar daar weer tegen. Jongste zoon Antonie trouwt met Bartjen Veldink en vertrekt ook van 't Raland. Zoon Herman blijft op 't Raland wonen.
 
Klein grut kwam er weer in 1881, een jaar nadat Herman Hietbrink trouwde met Jenneken Udink op 13 mei 1880. Er zouden negen kinderen worden geboren in de periode 1881-1896 waarvan Lammerdina Goorman er vijf meemaakte, zij overleed namelijk op 24 december 1888. Op de foto hierboven zien wij Herman en Jenneken en acht kinderen, één overleed al op jonge leeftijd. Herman leerde het vak van zijn stiefvader en werd ook klompenmaker van beroep en was dat tot aan zijn dood op 9 juni 1917. In 1911 trouwt zoon Derk Jan met Bertha Johanna Fredrika Teunissen en gaat met haar op 't Raland wonen en kort daarna wordt hun dochter Jenneken geboren. Zij blijven niet op 't Raland, dat is zoon Herman die 29 mei 1920 trouwt met Antonia Hermina Kromdijk. Hij is de eerste bewoner van 't Raland die er als landbouwer zou werken en van 't Raland een echte boerderij maakte. Moeder Jenneken Udink bleef op de boerderij wonen en werd maar liefst 93 jaren oud, zij overleed op 31 januari 1949. Dochter Johanna Hietbrink trouwde met Berend Braakhekke die op 't Loo woonde. Het echtpaar woonde op de Konijnenbult in Eefde en op de Flierderkamp in Gorssel.
 
1797-1827 Hendrik Boterman en Johanna van der Meij Eerste bekende bewoners
1827-1837 Derk Jan Smeenk en Teuntjen Oosterveld Geen familie van vorige bewoners
1831-1849 Philippus Harmanus Hietbrink en Stina Venhorsting Geen familie van vorige bewoners
1849-1863 Jan Hietbrink en Lammerdina Goorman Jan is de zoon van Philippus Harmanus Hietbrink en Stina Venhorsting
1865-1903 Martinus Sangers en Lammerdina Goorman Martinus is de tweede echtgenoot van Lammerdina
1880-1949 Herman Hietbrink en Jenneken Udink Herman is de zoon van Jan en Lammerdina
1920-1976 Herman Hietbrink en Antonia Hermina Kromdijk Herman is de zoon van Herman en Jenneken
     
 

Huidig adres: Eekweg 5

 
 

Op 22 september 1976 namen Herman Hietbrink en Antonia Hermina Kromdijk afscheid van de buren van de Eesterhoek.

Zittend v.l.n.r. : Gradus Visser, dochter Elisabeth Visser en Paulina Bouland van 't Loobosch, Antonia en Herman van 't Raland, Gerritjen Reilink van 't Loo en Aaltje Wiltink-Smale van Kleine Reins.

Staand v.l.n.r. : Hermina Reilink en Derk Jan Steging van 't Loo, Marie Kampschreur van Prinsenland, Riek en Albert Jan Oostenenk van Hoekman, Rieki en Gerrit Boschloo van 't Boschloo, Simone Vicée van Beltmanskamp, Riesje Oostenenk van Hoekman, Dick Vicée van Beltmanskamp, Gerrit Oostenenk van Hoekman, Jan Ilbrink van 't Hekkert, Bertha Ilbrink van 't Ilbrink, Gerrit Jan Steging van 't Loo, Hennie Menkveld van 't Ilbrink en Jan Wiltink van Kleine Reins.

 
Op de luchtfoto hierna is goed te zien dat de weg eerst achter boerderij Raland liep. Het huis rechts is Kleine Reins. Achter dit huis loopt een klein paadje richting de uiterwaarden welke leidde tot 't Weiland ... nee, niet alleen gras, maar ook steen, want 't Weiland is de naam van een boerderij aan de IJssel, we gaan er straks naartoe! Eerst brengen wij een bezoek aan de Kleine Reins.
 
Kleine Reins
 

De Kleine Reins is vernoemd naar boerderij Reins in de Boschterhoek welke ook wel bekend staat als Frankenplaats. Op deze grote boerderij woonde de familie Wiltink en werkte diverse knechten en dienstmeiden. Het huisje wordt gebouwd voor de dienstknecht die er mag gaan wonen, De Kleine Reins is daarmee de arbeiderswoning van de boerderij.

 
De eerste knecht die er woonde was Gerrit Jan Lambooi en zijn echtgenote Rika Steegink die er op 10 mei 1929 komen wonen. Gerrit Jan zijn voorouders komen uit Holten van het erve Lambooij welke naast Erve Strokappe stond. De families Lambooij en Strokappe woonden dus in Holten vlak bij elkaar en het is toevallig dat op de Kleine Reins later ook nog een Strokappe komt wonen.

Precies een week nadat het echtpaar in Gorssel komt wonen, wordt er een dochter op de Kleine Reins geboren. Het gezin woont 2,5 jaar in het huis en vertrekt op 11 november 1931 naar Diepenveen waar Gerrit Jan en Rika in 1929 ook vandaan kwamen.


Nieuwe bewoners zijn Martinus Smeenk en Everdina Wullink. Het echtpaar, dat op 28 mei 1926 in Vorden was getrouwd, heeft al twee dochters en daar komt nog een dochter bij die in 1933 op de Kleine Reins wordt geboren. De familie woont lange tijd in de arbeiderswoning maar daar komt een einde aan als Martinus op 1 juni 1947 overlijdt. Everdina en de kinderen mogen nog even op de Kleine Reins blijven wonen en vertrekken in 1948.


Daarna komt er opnieuw een weduwe. Het is mevrouw Muilerman met vier kinderen.
 

In 1951 komt dan Hendrik Jan Strokappe en zijn vrouw Hendrika Johanna van der Meij naar de Kleine Reins. Het echtpaar is afkomstig van Harfsen waar de familie Strookappe zijn Gelderse roots heeft. In Harfsen is al een zoon geboren en in 1952 wordt er ook nog een zoon in Gorssel geboren. Hendrik Jan is niet de eerste Strokappe die in de Eesterhoek werkt, in 1870 werkt Jan Strookappe al op ´t Eschede. Nicht Alberta Strookappe werkte eerder ook op ´t Reins en neef Jan was boerenknecht op ´t Wolferink. Oma Hendrika Muil werkte nog als dienstmeid op ´t Boschloo. Op 8 mei 1959 overlijdt Hendrik Jan en woont er dus weer een weduwe op Kleine Reins. Hendrika Johanna vertrekt op 11 november 1960 met de twee zoons naar Nijverdal.

Daarna wordt de Kleine Reins bewoond door de families van de dienstknechten Bolink en De Lange, maar heeft het huis ook leeggestaan.
 
Als Jan Wiltink en Aaltje Smale, landbouwers op Reins, in 1971 besluiten het rustiger aan te doen en kleiner te gaan wonen, komt het mooi uit dat zij al een eigen kleine woning hebben. En zo gebeurt het dat de bewoners van de grote naar de kleine Reins verhuizen! Het huidige adres is Eekweg 6.
 
 
't Weiland
 

Het kaartje hierboven bij de luchtfoto van ´t Raland is gezien van de andere kant als van de luchtfoto ernaast. Het begin van het weggetje naar 't Weiland is dus te zien linksonder op de tekening. En het was het begin van een flink eind, want pas dichtbij de IJssel is er eindelijk een huis te vinden. Aan de andere kant van de IJssel staat slot Nijenbeek en het pad wordt daarom het Nijenbeekspad genoemd. Op het pad staan meerdere klaphekjes en één daarvan staat nog steeds in het tegenwoordige weiland, een foto daarvan volgt. Het valhekje hiernaast is getekend door J. Seebus en gepubliceerd in Ons Markenboek.

Er stonden twee boerderijen bij de IJssel. 't Weiland is de oorspronkelijke naam van de boerderij welke later het Oude Weiland zou worden genoemd en uiteindelijk bewoond was door de familie Dommerholt. Het Nieuwe Weiland is ongeveer 25 jaar later gebouwd en is altijd bewoond geweest door de familie Bruggeman. Maar beide boerderijen werden meest
al gewoon 't Weiland genoemd. Op de foto hieronder zien wij rechts het achterhuis en schuur van 't Oude Weiland en in links in de verte is het Nieuwe Weiland te zien.

 
Het Weiland bij de IJssel zal na 1841 zijn gebouwd want dan krijgen alle boerderijen nieuwe huisnummers en wordt er niet één toegekend aan 't Weiland. Later krijgt 't Weiland huisnummer 43a, dat van Raland was 43 en van 't Loo 44. Op een kaart van 1844 is 't Weiland voor het eerst te zien, het boerderijtje zal dus tussen 1841 en 1844 zijn gebouwd. Deze staat vlakbij de IJssel nabij het voetveer de Houtwal waar overgestoken kon worden naar Voorst. Dit gedeelte van de Eesterhoek wordt ook wel "het hoofd" genoemd gezien de vorm van dit gebied welke grenst aan de IJssel. 't Weiland was eigenlijk een zanderige verhoging in de uiterwaarden.

Eigenaars zijn Willem Nikkels en Maria Kostverloren, een koopman en zijn vrouw uit Deventer. Zij kochten in 1831 de grond van de marke Gorssel en bouwden er later het huisje, maar woonden er niet. Het huisje zal dus zijn verpacht aan de bewoners.
 
Wie waren deze bewoners? In het register van personele omslag van 1846 vindt de eerste registratie plaats, maar helaas is de naam moeilijk leesbaar. Het lijkt ene Lueks te zijn, maar erg duidelijk is het niet. Het zou Teunis Lucassen kunnen zijn die op 14 mei 1847 in Gorssel trouwde met Hendrina Lucassen. In 1851 is de naam wel goed leesbaar, is het een andere en zijn het er zelfs twee! Het zijn Jan Struikenkamp en Mannes Hietbrink. Mannes is de zoon van Philippus Harmanus Hietbrink en Stina Venhorsting van 't Raland en is dan nog vrijgezel. Jan Struikenkamp is wel getrouwd, zijn echtgenote is Hendrika Tamboer met wie hij op 19 februari 1848 was getrouwd. Aangenomen mag worden dan zij na hun huwelijk op 't Weiland zijn gaan wonen, oudste dochter Hendrika is er in ieder geval op 4 februari 1849 geboren. Er worden nog twee dochters geboren, maar in 1854 blijkt de familie de IJssel te zijn overgestoken en in Twello te wonen. Hendrika Tamboer was eerder getrouwd met Hendrik Bruggeman, halfbroer van Teunis Bruggeman, de eerste bewoner van 't Nieuwe Weiland aan de IJssel, hierover straks meer!
 
In 1855 komen nieuwe bewoners naar 't Weiland. Opnieuw een pas getrouwd stel, het zijn Berend Jan Schoolderman en Willemina Dikkeboer die op 9 februari 1855 zijn getrouwd. Ook hier worden weer drie meisjes geboren. Eén van de dochters is Alberta Johanna die trouwt met Willem Bronzewijker, zoon van Garrit Jan Bronzewijker en Gerritjen Lueks. Deze Gerritjen was mogelijk eerder getrouwd met Georg Michel Wieland die in 1842 is overleden. Het is misschien wat vergezocht, maar Lueks, Wieland, 1842 ...

Over Berend Jan Schoolderman en Willemina Dikkeboer kunnen we gelukkig duidelijker zijn. Berend Jan werkte als akkerbouwer. Zijn zuster Hendrika Schoolderman en zwager Jan Hendrik Pasman woonden ook op 't Weiland en vertrokken in 1863 naar Apeldoorn. Zij hebben elkaar op 't Weiland leren kennen waar ze als dienstmeid en dienstknecht werkten. Er woonden ook andere dienstknechten en dienstmeiden, dus er werd best wel aardig geboerd op 't Weiland. Berend Jan en Willemina vertrokken op 27 januari 1866 noodgedwongen met hun drie dochters naar Bathmen.
 
Het Weiland is namelijk verkocht! Maria Kostverloren is overleden op 24 februari 1865 en Willem Nikkels en de kinderen willen dan Het Weiland verkopen. De veiling vindt plaats op 28 augustus 1865 en "Erve het Weiland", gelegen aan den IJssel, bestaat dan uit een bouwmanswoning, twee zaadbergen, tuin met vruchtbomen, bouwland, weiland en rijswaard met een totaal oppervlakte van ruim 17 hectaren. Perceel 1 van de veiling betreft de bouwmanswoning en de grond eromheen en betreft kadastraal perceel E1309 en gedeelten van E1417 en E1418 en is samen ongeveer vier hectare groot. Dit perceel wordt voor 2950 gulden gekocht door Evert Jan Jacobs.

Hij doet zijn intrek op 8 februari 1866 en is dan de eerste eigenaar die op 't Weiland woont. Zijn echtgenote is Johanna Ilbrink, kleindochter van Willem Ilbrink van 't Ilbrink. Zij waren in 1854 al getrouwd en hebben dan vijf kinderen en op 't Weiland worden er, hoe kan het anders, nog eens drie geboren.

Evert Jan overlijdt op 4 februari 1877 en Johanna staat er dan alleen voor, maar de vrijgezelle zoons Evert Jan, Theodorus, Johan Christiaan blijven tot haar dood bij haar op 't Weiland wonen en werkten allen als landbouwer. Johanna overlijdt op 9 maart 1916 en wordt 85 jaar oud. Johan Christiaan vertrekt in 1918 naar Zutphen en overlijdt er het jaar erop. Theodorus trouwt alsnog op 10 november 1921 met Johanna Kornegoor, hij is dan bijna 57 jaar oud, en vertrekt dan naar Ruurlo waarna Evert Jan op 10 februari 1922 ook naar Ruurlo vertrekt en er waarschijnlijk bij zijn broer en schoonzuster gaat wonen. 't Weiland stond in 1918 op naam van Theodorus Jacobs en is in 1936 door diens weduwe Johanna Kornegoor verkocht. Evert Jan en Johan Christiaan waren mede-eigenaars maar waren toen al overleden.
 
Opvolgers van de familie Jabobs zijn Gerrit Dommerholt en Johanna Jacoba Dijkerman. Zij waren afkomstig van Kassenberg in Epse. Gerrit was eerder getrouwd met Gerritdina Johanna Koldewe en woonde met haar tot december 1914 in Deventer alwaar zij op de Worp een bakkerij hadden. Gerrit woont maar een jaar op 't Weiland, want hij overlijdt op 26 oktober 1923.

Johanna blijft achter met negen kinderen: twee uit haar huwelijk met Gerrit, drie uit haar huwelijk met eerste man Reinder Wijnbergen en vier kinderen van Gerrit uit zijn eerste huwelijk met Gerritdina Johanna Koldewe.

Uit dit huwelijk is zoon Hermanus de oudste en hij komt op 5 november 1923 vanuit Diepenveen naar 't Weiland om zijn stiefmoeder bij te staan en gaat er werken als landbouwer, hij is dan 18 jaar oud. Hermanus trouwt op 4 juni 1932 met zijn stiefzuster Maria Johanna Wijnbergen die in 1927 naar 't Weiland kwam.
 
Wonen op 't Weiland was best lastig. De weg naar Gorssel was lang en bij hoog water was er überhaupt geen weg. Dan was de roeiboot nodig om bij het vaste land van Gorssel te komen, er werd dan gevaren richting de Belte. In de periode van de Tweede Wereldoorlog lag 't Weiland door hoog water regelmatig geïsoleerd en was het een ideale plek om met de roeiboot onopvallend de IJssel naar Voorst over te steken. Dit gebeurde regelmatig in de laatste jaren van de oorlog. Op 10 mei 1940, bij het begin van de oorlog, werd het de familie Dommerholt en ook Bruggeman nog te heet onder de voeten omdat de Duitsers er de IJssel dreigden over te steken. Hermanus spande het paard voor de met beddegoed volgeladen wagen en vertrok naar familie in de Eesterhoek. Afgezien van een veulen bleef het vee achter en moest Hermanus 's avonds terugkomen om te melken en de kippen, kuikens en biggen te verzorgen. Gelukkig was er nog niet veel aan de hand al hadden aan de overzijde van de IJssel zich Nederlandse militairen verschanst die ook de Duitsers verwachtten. Die staken echter bij Zutphen de IJssel over en kwamen aan bij de achterzijde van de kazematten van de Nederlandse militairen die zich toen overgaven. Nu de dreiging van gevechten weg was, keerde de familie Dommerholt terug naar 't Weiland.
 
De eerste jaren van de oorlog kwamen stiekeme overtochten haast niet voor, De grote toeloop kwam vooral in 1944. Het waren vaak kleine groepjes mensen die de IJssel overkwamen waaronder Joodse onderduikers en gecrashte piloten. Soms waren er wel meer dan 20 man in huis, het was dan een hele drukke bedoening op 't Weiland. Zij verstopten zich in de schuur, hooiberg en de hilde. Daar verbleven zij overdag en 's avonds werden ze dan de IJssel overgevaren. Het eten werd door Johanna Jacoba Dijkerman erg gemakkelijk opgelost: een mand aardappels in de schuur en schillen maar, handen zat! De aardappels werden daarna met wat groente in een grote ijzeren pot gekookt.

Op een zondagmorgen beleefde Hermanus spannende momenten. Na drie mensen de IJssel te hebben overgezet werd hij op de terugweg beschoten door Duitsters vanaf de uiterwaarden bij slot Nijenbeek. Ze waren gelukkig te ver om gericht te kunnen schieten. Hermanus meerde de boot af en dook de loopgraven in en bereikte hierdoor veilig het huis. De loopgraven waren door de OT gegraven. In die tijd was het te gevaarlijk om mensen in huis te hebben. Een geallieerde vlieger werd daarom naar Gradus Visser van 't Loobosch gebracht en kreeg daar onderdak. Net na de bevrijding kreeg ook een Duitser onderdak, maar werd gevangen genomen door Canadezen die bij 't Loo waren. Hermanus was veel op het water, maar kon niet zwemmen. Bang was hij echter niet, want hij zei altijd "ik verzoepe niet!".
De Dommerholts hebben ook een tijdje zonder boot gezeten nadat deze door de Duitsers was gevorderd. Niet alleen konden er dan geen mensen meer de IJssel worden overgezet, bij hoog water kon er ook niet naar Gorssel worden gereisd. Gelukkig kon een klein bootje van buurman Garssen van de overzijde van de IJssel worden geleend. Het bootje was zo klein dat die in een loopgraaf kon worden verstopt. De familie Bruggeman had hun roeiboot nog, zij hadden deze verstopt onder een hoop aardappelloof. De roeiboot was op 't Weiland dan ook een noodzaak, zonder was je niets. Te fiets kon je door de weilanden naar Gorssel via de klaphekjes naar 't Raland of over de lenden naar de Belte. Als het water steeg, kon je je nog redden met hoge lieslaarzen. Maar bij hoger water was de roeiboot dus echt een must. In de winter was het helemaal lastig om naar Gorssel te komen, ook als er geen hoog water was. Bij sneeuwval moest met paard en slee eerst de weg vrij worden gemaakt zodat de kinderen naar school konden. Melk moest naar 't Raland gebracht worden. Dat gebeurde met een transportfiets met twee bussen voorop en één op de stang. In de oorlogsjaren werd er ook gesmokkeld. Als er een schip aanlegde op de "striekdam" werd er kolen en vooral anthraciet geruild tegen melk, boter, eieren, rogge en aardappels. Eten werd geruild maar ook weggegeven aan de vele "etenhalers" uit het westen.
 
Johanna Jacoba Dijkerman overlijdt na de oorlog op 26 augustus 1946 en haar dochter Maria Johanna Wijnbergen overlijdt op 4 maart 1955. Hermanus hertrouwt op 22 december 1956 met Jenneken van der Tol en ze verhuizen dan naar het dorp en Hermanus gaat dan werken in een betonfabriek in Deventer. Hermanus is meer dan 100 jaar oud geworden. De verhalen over de oorlog zijn van zijn hand en geschreven in het artikel "de oorlogsjaren op 't Weiland" in het boek "De Voet Dwars".
 
1848-1854 Jan Struikenkamp en Hendrika Tamboer Opvolgers van de eerste bewoner "Lueks"
1855-1866 Berend Jan Schoolderman en Willemina Dikkeboer Geen familie van vorige bewoners
1866-1916 Evert Jan Jacobs en Johanna Ilbrink Geen familie van vorige bewoners
1877-1922 Evert Jan en Theodorus Jacobs Evert Jan en Theodorus zijn zoons van Evert Jan en Johanna
1922-1946 Gerrit Dommerholt en Johanna Jacoba Dijkerman Geen familie van vorige bewoners
1927-1956 Hermanus Dommerholt en Maria Johanna Wijnbergen Hermanus is de zoon van Gerrit
     
  Huidig adres: Afgebroken, stond op de plek van het Zandgat  
 
't Nieuwe Weiland
 
't Nieuwe Weiland is het boerderijtje van de familie Bruggeman. Het boerderijtje was veel kleiner dan dat van Dommerholt en bood plaats aan maar vier koeien. Volgens de Bruggemannen was het boerderijtje niet gebouwd, maar aangespoeld!
 
Op 10 januari 1867 wordt het boerderijtje voor het eerst bewoond door Teunis Bruggeman, zijn vrouw Harmina Hoekman en hun twee zoons Roelof en Gerrit Willem. Ze waren afkomstig van Voorst, aan de andere kant van de IJssel, de rivier waar de familie Bruggeman zoveel tijd op heeft doorgebracht. Later in 1867 wordt dochter Garritjen als eerste Bruggeman op 't Nieuwe Weiland geboren, er zouden er nog vele volgen. Uiteindelijk bestond het gezin van Teunis en Harmina uit tien kinderen.

Teunis was klompenmaker van beroep, maar had ook steeds een dienstknecht in dienst die waarschijnlijk het boerenwerk verrichtte. Teunis is van 24 september 1881 tot 15 september 1882 niet op 't Weiland en woont dan in Rotterdam. Hij zal er gewerkt hebben, maar wat hij er precies deed is niet bekend. De oudste twee zoons zijn dan al zo oud en flink dat zij samen met moeder Harmina en de dienstknecht de boel draaiende konden houden op 't Weiland. Mogelijk is Teunis eerder dan gepland teruggekomen naar Gorssel omdat dochter Tonia ziek was, zij overleed een week later op 23 september.
 
Op 31 januari 1884 komt Gerritjen Brink, de moeder van Harmina, bij haar dochter wonen. Zij overlijdt op 22 oktober op 79-jarige leeftijd. Harmina zelf wordt niet zo oud, zij overlijdt op 7 juni 1898 op 60-jarige leeftijd. Ondertussen had de nieuwe vrouwelijke hoofdbewoonster al haar intrede op 't Weiland gemaakt. Het is Eva Gerritsen die op 27 november 1897 te Voorst met Gerrit Willem Bruggeman in het huwelijksbootje stapt en dan de IJssel komt overgevaren.

Op 26 februari 1898 dient de volgende generatie Bruggeman zich al aan als kleinzoon Teunis wordt geboren. Hij is niet de eerstgeborene, want op 16 november 1896 was reeds dochter Reintje Gerdina in Voorst geboren, zij woonde echter niet op 't Weiland. Ook had Eva Gerritsen al een zoontje uit haar eerste huwelijk met Gerrit Kempink, maar deze werd maar één maand oud. Eva is trouwens een nichtje van Aaltjen Schuitert Strookappe, de zus van Jan Strookappe die Erve Strookappe in Harfsen stichtte!
 
Gerrit Willem koopt op 4 juni 1898, vlak voor het overlijden van zijn moeder, het boerderijtje van zijn ouders. 't Weiland bestaat dan uit een huis, schuurtje, erf, tuin, bouwland en weiland met een totaal oppervlak van ruim 1,6 hectare. Daarbij hoorde ook de inboedel, vee, gereedschappen, het gewas op het land en voorts alles wat toe voormelde gebouwen en landerijen behoorde. Het gaat allemaal voor 2500 gulden over van vader naar zoon.
 
Teunis Bruggeman woonde van 1900 tot 1904 alweer een periode niet op 't Weiland en woonde toen in Diepenveen. Hij overleed op 19 februari 1907 in Gorssel. Zoals gezegd was hij klompenmaker van beroep en hij zal ook veel klompen hebben gemaakt voor zijn kinderen en kleinkinderen waarvan er ook nog negen op 't Weiland zijn geboren. Een keer maakte hij 100 paar klompen in ruil voor een Friese staartklok welke tussen de beide bedsteden hing. Bijzonder gegeven: bij hoog water dreven de klompen voor de bedsteden! Net als bij de Dommerholts waren de Bruggemans dan toegewezen tot de roeiboet om naar Gorssel te komen. Zoals gezegd was er op stal plek voor vier koeien, maar er waren er drie. De dames werden bij hoog water in 1926 steeds hoger geplaatst door middel van oude planken en deuren en wat al niet meer voorradig was, tot ze soms met hun rug tegen de hilde stonden. Er was sprake van een klein boerenbedrijf op 't Weiland.

Op de foto hiernaast de familie Bruggeman met staand v.l.n.r. de kinderen Teunis, Everdina, Gerrit Jan, Johanna Hermina, Reintje Gerdina, Herman & Gerritdina Wilhelmina en voor v.l.n.r. Gerrit Willem sr, Gerrit Willem jr, Eva Gerritsen en dochter Hendrika.
 
Gerrit Willem was dan ook geen landbouwer, maar visser van beroep en hij viste op zalm en steur. Ook was hij jager. De opbrengst van de jacht en de vis werd per boot naar Deventer gebracht. Eva ging ook regelmatig naar Deventer met een mand vol eieren om die op de markt te verkopen. Eieren waren daarnaast natuurlijk ook voor eigen gebruik, zo ook de melk van de koe en voor het vlees werd soms een varken geslacht. De groente kwamen uit de groentetuin en met een pot vol aardappels die op een open vuur onder de schouw werden gekookt kwamen de ingrediënten voor de maaltijden vrijwel allemaal van 't Weiland of uit de IJssel.
 
Deze rivier zorgde ook nog voor meer inkomsten, want Gerrit Willem was ook veerbaas en zette mensen voor drie cent over naar slot Nijenbeek alwaar aan de overkant een herberg was en de weg naar Voorst of Klarenbeek. In de Tweede Wereldoorlog kwamen er vaak mensen die op zoek waren eten, die mochten van Gerrit Willem gratis over. Ook werden er Engelse piloten overgeroeid. Een brug over de IJssel lag er gelukkig niet bij Bruggeman. Ze zouden dan een toepasselijke familienaam hebben gehad, maar minder inkomsten!

Inkomsten waren noodzakelijk, want er woonden altijd veel mensen op 't Weiland. Behalve de kinderen van Eva en Gerrit Willem woonden er tijdelijk ook de schoondochters Willempje Vorsthof (echtgenote van Teunis Bruggeman) en Christoffelina Palsenbarg (echtgenote van Gerrit Jan Bruggeman, de één-na-oudste zoon van Gerrit Willem en Eva). Ook woonde kleinzoon Evert lange tijd op 't Weiland. Op de foto hiernaast zien wij hem met zijn opa in de roeiboot.
 
Gerrit Willem kon niet zwemmen, maar kon roeien als de beste en wist alles over de draaikolken en stromingen in de rivier. Hierdoor was de IJssel een gevaarlijke rivier en Gerrit Willem heeft meerdere personen van de verdrinkingsdood moeten en kunnen redden! In totaal heeft hij vijf mensen gered. De laatste twee redde hij op 85-jarige leeftijd en hiervoor kreeg hij in 1951 een medaille van het Carnegie Heldenfonds. Voor al het goede werk dat Gerrit Willem en Eva in de oorlog hadden gedaan, kregen ze voor hun 50-jarig huwelijksfeest in 1947 elektrisch licht. Vele houten palen en kilometers draad werden toen door de weilanden naar hun huis gelegd. Er was altijd veel aanloop bij de Bruggemans. Boeren en schippers, ze kwamen regelmatig bij de familie Bruggeman over de vloer voor een praatje en een borreltje op z'n tijd.

In 1950 verkoopt Gerrit Willem het huis aan zijn zoon Gerrit Willem. Deze is in de oorlog nog gevangen genomen door de Duitsers samen met zijn zus "Gaie" die hij net met de roeiboot uit Voorst had opgehaald. Toen de Duitsers roeiboten invorderden, heeft de familie Bruggeman de roeiboot verstopt onder een hoop aardappelloof.
 
Eva Gerritsen is op 11 oktober 1958 op 't Weiland overleden. De winter erop woonde Gerrit Willem Bruggeman bij zijn dochter Hendrika (Heintje) aan de Joppelaan en is daar op 16 mei 1959 overleden. Zoon Gerrit Willem en dochter Johanna Hermina waren beiden ongetrouwd en zijn tot de verkoop in 1961 op 't Weiland blijven wonen en waren de laatste bewoners van het boerderijtje. Het boerderijtje werd verkocht aan een kunstschilder uit Deventer die het op zijn beurt verkocht aan de firma Van der Kamp, zie hieronder.

Op de boot hiernaast zien we derde van links Gerrit Willem Bruggeman en geheel links zien wij zijn broer Herman die nog op 't Boschtert heeft gewoond en verderop deze pagina nog aan bod komt. De man tussen hen in is waarschijnlijk Peter Slijkhuis die aan de andere kant van de IJssel in Wilp op boerderij de Zandwei woonde en een neef van de Bruggemannen was. De boot is mogelijk van hem geweest, het was waarschijnlijk niet een boot van de familie Bruggeman. Wij doen echter geen navraag en blijven aan deze kant van de IJssel!


1867-1900 Teunis Bruggeman en Harmina Hoekman Eerste bewoners
1897-1958 Gerrit Willem Bruggeman en Eva Gerritsen Gerrit Willem is de zoon van Teunis en Harmina
1899-1961 Gerrit Willem en Johanna Hermina Bruggeman Willem en Hanna zijn kinderen van Gerrit Willem en Eva
     
  Huidig adres: Afgebroken, zie beschrijving hieronder  
 
't Oude Weiland is afgebroken en stond op de plek waar nu "het Zandgat" is. Op de middelste foto hieronder is staat de boerderij er nog maar is de afbraak al wel begonnen en komt het Zandgat al dichtbij. Ook het Nieuwe Weiland bestaat niet meer, maar de overblijfselen zijn nog te vinden in het weiland. Goed is daar te zien dat het boerderijtje op een hoger gelegen zandvlakte was gebouwd. De drie lindebomen voor het huis staan er nog steeds en zijn de stille getuigen van de Bruggeman geschiedenis die hierboven staat beschreven. Op de middelste foto is het Nieuwe Weiland ook te zien.
 
 
't Oude en Nieuwe Weiland zijn uiteindelijk gekocht door de firma L. van de Kamp, een zand- en grinthandel uit Deventer. Deze kocht 't Oude Weiland al in 1956 van Hermanus Schreibelt, landbouwer te Borculo. De familie Dommerholt heeft de boerderij van hem en voorheen de familie Jacobs in pacht gehad en was dus geen eigenaar. Hermanus Schreibelt had de boerderij in 1936 gekocht van Johanna Kornegoor. De firma van de Kamp had belang bij het vele zand onder met name 't Oude Weiland en wilde deze gebruiken als metselzand. Na de zwarte grond en de klei te hebben afgegraven, werd het zand weggezogen waardoor het zandgat ontstond. De boerderijen werden afgebroken, maar van het onbewoonde Oude Weiland was al weinig meer over want deze was door vandalen in brand gestoken.
 
Op het kaartje staan beide boerderijtjes aangegeven en is goed de positie t.o.v. de IJssel te zien. Rechtboven is 't Raland aangegeven en daaronder 't Loo. De rode puntjes aan de rechterzijden zijn van Hoekman en Boschloo.

Gebied heet de Eesterwaard en het gebied erboven heet de Ravenswaard. In de volksmond wordt gesproken over "De Lenden".
 



Op de kaart staat ook kasteel Nieuwenbeek, beter bekend als Slot Nijenbeek, aangegeven. Weliswaar niet gebouwd op Eesterhoekse bodem, maar altijd duidelijk zichtbaar in het landschap van de Eesterhoek. Er is heel veel te vertellen over dit bijzondere gebouw, zie hiervoor deze link. Anno 2016 wordt de ruïne gerestaureerd.
 
't Loo
 
Het Loo is een veldnaam welke tot boerderijnaam is geworden en stond voor een "open plek in een bos c.q. bosje op hoge zandgrond" en ook een "niet al te dicht, makkelijk te kappen bos". De boerderij zal dus vlakbij dit bos zijn gebouwd en voor de bouw zijn misschien wat bomen geweken, het kappen was immers niet het zwaarste werk. Het bouwen van 't Loo kan ook niet zoveel voorgesteld hebben, want het was eerst een eenvoudige katerstede. Er zal mogelijk ook ruimte zijn gemaakt voor een akker en veeweide. In 1546 wordt in het archief van de marke Eschede al over 't Loo gesproken maar daarmee kan ook het gebied bedoeld zijn. In 1665 pacht Claes ten Bosch 't Groote en Kleine Loo van de Marke van Eschede die eigenaar van de gronden was. In 1697 werden 't Groote en Kleine Loo en de weerdstrang, wegens hun verwaarloosden toestand, verkocht.
 
In 1670 is er zeker sprake van bewoning, Berent Gerritsen en Aeltjen worden dan genoemd als "ehelieden woonende in 't Loo" en ze zullen er waarschijnlijk in een eenvoudig huisje hebben gewoond welke zij met toestemming van de marke Eschede hebben mogen gebouwd. Het echtpaar trouwde in 1663 en zijn toen mogelijk al in 't Loo komen wonen en er worden drie dochters geboren. In 1686 hertrouwt Berent met Jenneken Willems van de Perecate, zij is moeder van een 5-jarig jongetje die onecht is geboren. In het echt krijgt zij met Berent nog vier dochters.

Uiteindelijk is het zoontje van Jenneken, genaamd Willem, de enige man van de volgende generatie en hij volgt zijn moeder en stiefvader op. Willem trouwt in 1708 met Trientjen Jansen en zij krijgen vijf kinderen waarvan drie zoons. De jongste genaamd Evert gaat later wonen op 't Rensink en de andere twee zoons (genaamd Willem en Jan) blijven in 't Loo wonen, aangenomen wordt dat Willem op 't Groote Loo (het huidige Loo) gaat wonen en Jan op 't Kleine Loo ervan uitgaande dat er toen al twee huisjes stonden. Op het kaartje verderop in het verhaal worden deze op een kaart aangegeven.

Jan was twee keer getrouwd: eerst met Garritjen Japiks (Jacobs) en na haar overlijden hertrouwt Jan in 1754 met Hendrina Hendriks. Jan woont dan al op de Beckerstede (Bekkershofste) welke later 't Zand werd genoemd en tegenwoordig nog steeds deze naam heeft. Jan zal hier omstreeks 1746 naar toe zijn verhuisd.

 
Wij volgen nu even Willem als oudste zoon en waarschijnlijke hoofdbewoner van 't Loo, ook hij was twee keer getrouwd en deed dat eerder dan Jan. Op 8 januari 1736 trouwt hij met Henderica Huberts maar dat huwelijk is van korte duur want op 7 april 1737 hertrouwt Willem als weduwnaar met Geertrui Ligtenberg. Uit dit huwelijk worden vier dochters geboren. Waarschijnlijk zijn Willem en Jan tussen 1750 en 1755 uit 't Loo vertrokken, Willem is toen gaan wonen op de Braamkolk. Hun vader Willem maakt dat niet meer mee want "den ouden Loo Willem" is in 1747 al overleden.

De huidige boerderij is een stuk groter dan de oorspronkelijke katerstede. In 1912 wordt de boerderij grotendeels afgebroken en herbouwd en ziet er dan uit als op de foto hiernaast. Later zou de boerderij aan de linkerzijde en daarna ook nog eens aan de rechterzijde uitgebreid worden. Op de foto verderop is dat goed te zien.

Het bakhuis is waarschijnlijk in 1865 gebouwd en was niet erg solide en viel nogal eens om. Toen het bakhuis het zicht van het uitgebreide linker woongedeelte versperde en weer eens dreigde om te vallen, gaven de bewoners van toen maar al te graag een extra zetje en braken het bakhuis af. Tegenwoordig loopt er voor het huis een weg, in die tijd liep de weg nog achter de boerderij. Deze weg liep richting 't Raland en heette anno 1830 nog de "Loostraat".
 
Weer terug in de tijd! In 1767 komen wij Jan Jansen in 't Loo tegen. Het betreft Jan Tankink die pas in 1778 als bouwman in 't Loo wordt aangenomen als lidmaat. Waarschijnlijk woont hij dan al ongeveer 15 jaar in 't Loo samen met zijn echtgenote Willemken Hendriks. De volgende bekende bewoner is ene Philippus in 't Loo waarvan aangenomen wordt dat dit Philippus Schutte is die in 1786 was getrouwd met Maria Bolman en zeker in Gorssel woonde. In 1798 wordt 't Loo aan deze Philippus verpacht, maar hij verlaat dat jaar de boerderij als de erfgenamen van Elia Elisabeth van de Graaf, die eigenaar van 't Loo zijn, de boerderij verkopen. De koper wordt eigenaar èn bewoner van 't Loo en luistert naar de naam Hendrik. Hendrik Grotenhuis is de volledige naam, maar de man stond ook bekend als Hendrik Bloemendaal, Hendrik Nijkamp en Hendrik Loman! Hij is de tweede echtgenoot van Geesken van der Meij die eerder getrouwd was met Albert Grotenhuis die ook Bloemendaal werd genoemd. De familienaam komt van de boerderijnaam Grotenhuis in Epse waar Geesken met haar twee echtgenoten woonden. Geesken is de zus van Albert van der Meij die op de Braamkolk woonde, hij zal haar vast over de verkoop van 't Loo hebben getipt. De verkoop geschiedt middels een veiling welke plaats heeft in de Roskam van neef Jan van der Meij op 25 september 1798. Het Loo omvat "een huis en onderhorige zaaij- en weijdeland. Benevens de hegge om het land en het daarbij gelegen akker maals Bosse en houtgewas, nevens eene koeweijde in de Escheder Koeweert".
 
Hendrik is met 1210 gulden de hoogste bieder en betaalt deze in 1799 waarna 't Loo dan echt van hem en Geesken is. De namen Hendrik Grotenhuis en Bloemendaal zijn daarna passé en als man van 't Loo gaat hij als Hendrik Loman door het leven zoals aan de handtekening hiernaast is te zien.
 
Echter vanaf 1815 wordt hij veelal als Hendrik Nijkamp geregistreerd, zoals in het register van de personele omslag. Aangezien Napoleon in de tussentijd had beslist dat het gedonder met al die verschillende achternamen maar eens moest zijn afgelopen, en Nijkamp dus een bewuste keuze moet zijn geweest, noemen wij Hendrik vanaf nu ook alleen maar Nijkamp. In 1816 blijkt de IJssel uit zijn oevers te zijn getreden en wordt Hendrik door de Marke Eschede schadeloos gesteld voor de schade van de overstroming. In 1822 sluit Hendrik een hypotheek af en als zekerheid dient "caterstede het Loo genaamd, bestaande in een huis gemerkt nummer 58, ruim een bunder of een Geldersche morgen bouwland, ongeveer helft zoveel groengrond en ongeveer of ruim zoveel boschgrond".
 
Dochter van Geesken uit haar eerste huwelijk is Janna Grotenhuis die op 14 mei 1818 trouwde met Gerrit Evers en zij gaan wonen op 't Loo. Gerrit neemt ook zijn moeder Anneken Jansen mee die op 10 februari 1824 overlijdt. Zij maakt mee dat op 30 augustus 1819 haar kleindochter Johanna Alberdina, enige dochter van Gerrit en Janna, wordt geboren. Als op 21 oktober 1829 Hendrik Nijkamp en op 30 juli 1838 Gerrit Evers komen te overlijden, is er geen mannelijke hoofdbewoner meer op 't Loo. Hoog tijd dus dat Johanna Alberdina gaat trouwen en dat doet zij op 1 december 1838 met Gerrit Jan Klein Nagelvoort, de nieuwe mannelijke hoofdbewoner. Overigens lijkt Gerrit nog van plan geweest te verhuizen want in 1820 was hij de hoogste bieder bij de veiling van den Leegen Helmich te Wilp maar liet hij na te betalen waarna den Leegen Helmich in 1821 opnieuw werd geveild en werd verkocht aan de landbouwer Willem Bussink te Epse.
 
De kadastrale atlas van 1832 laat het huis en erf van 't Loo zien met perceelnummer 131 met als eigenaar Gerrit Evers, dus niet Hendrik Nijkamp. Beide heren werkten overigens als dagloner wat verklaart dat 't Loo met 400 m2 niet erg groot was. Bij 't Loo hoorde wel een paar percelen bouwland en hakhout, te samen bijna één hectare, en een bosperceel van ruim een hectare. Weiland was er toen niet, maar dat zal er in 1840 wel weer zijn geweest, want dan grazen er twee koeien bij 't Loo. Dat jaar wordt Gerrit Jan Klein Nagelvoort als hoofdbewoner van 't Loo geregistreerd en is dan ook dagloner van beroep. Later zou hij echter akkerbouwer van beroep worden en groeide 't Loo tot een volwassen boerderij. Bij zijn trouwen was Gerrit Jan overigens nog timmerman!
 
Timmerman was Gerrit Jan ook nog in 1839 als hij voor 150 gulden van Arend Wiltink van 't Wolferink "een stuk veldgrond met eenige bouw- en weideland genaamd het Lookampse en den IJsselkamp voortkomende bij het kadaster onder E135 bouwland, E136 heide, E137 heide en E95 weiland" koopt. Perceel E137 bestond in 1832 nog als huis en erf en was toen onbewoond, zie het rode vlakje hiernaast. Het huis ligt ongeveer 100 meter van 't Loo en 300 meter van de Stege. Omdat er in de oude markeboeken nog werd gesproken over het Kleine en het Groote Loo kan het zijn dat dit één van beide is en dat het Loo de andere was. Het huis en erf van perceel 137 had een grootte van 500 m2 en dat van het Loo was met 400 m2 wat kleiner.

Afijn, Gerrit Jan moet toen hebben besloten de hamer aan de kant te gooien en met de schoffel aan het werk te gaan, want de heide moest worden ontgonnen tot bouwland en weide. Veel werk dus en hij wordt daarbij waarschijnlijk geholpen door dagloner Hermanus Wesselink die in 1841 ook op 't Loo blijkt te wonen. Alle stenen zijn door de mannen toen niet uit de grond geschoffeld, want de latere Loo landbouwers stuitten regelmatig op oude stenen in het bouwland!
 
Hij staat geregistreerd op huisnummer 44-2, er is dus sprake van dubbele bewoning. In 1842 en 1845 overlijden hier zijn zoons Jan, Antoni en nog een Jan. Hermanus is getrouwd met Gerritjen Boterman die afkomstig is van de Oude Vos. Het echtpaar woonde zelf op de Kleine Kappe in de Eesterbrink voordat zij naar 't Loo kwamen.

Hoe lang Hermanus en Gerritjen op 't Loo zijn blijven wonen is niet duidelijk, maar waarschijnlijk zijn zij kort na het overlijden van hun twee zoons in 1845 naar Wilp vertrokken (in 1846 geen registratie) waar Gerritjen op 11 februari 1858 is overleden. Hermanus is daarna nog hertrouwd met Willemina van der Meij wiens opa een broer van Geesken van der Meij was. Geesken is overigens op 17 oktober 1831 in Epse overleden, zij zal waarschijnlijk na het overlijden van haar tweede man Hendrik Nijkamp in 1829 van 't Loo zijn vertrokken.

In 1865 stichten Gerrit Jan Klein Nagelvoort en Johanna Alberdina Everts een boerderijtje op de Eesterbrink. Dit boerderijtje komt straks aan bod met de Loobult.
Het echtpaar kreeg geen kinderen. Ze runden 't Loo, dat in 1842 al 2,65 hectare groot was, met verschillende dienstmeiden en dienstknechten, maar geen van hen kwam in aanmerking om de boerderij over te nemen. Opvolgers werden Gradus Nieuwenhuis en Christina Jacobs, de dochter van Evert Jan Jacobs en Johanna Ilbrink van 't nabijgelegen Weiland. Zij komen op 21 december 1886 vanuit Voorst naar 't Loo. Als op 15 april 1887 Gerrit Jan Klein Nagelvoort overlijdt lijkt de opvolging mooi op tijd geregeld, maar op 23 december 1889 vertrekken Gradus en Christina toch weer naar Voorst.

Dan komen Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink (geboren op 't Zand) naar 't Loo en gaan er in een apart gedeelte ("de kamer") wonen waardoor er opnieuw een dubbele bewoning ontstaat. Zij woonden eerder op de Grote Kap (Kappert) in de Eesterbrink. Maar ook Hendrik en Hendrika blijven niet op 't Loo wonen en vertrekken in 1899 van de boerderij. Johanna Alberdina Everts is overleden op 4 januari 1894, de Braakhekkes waren dus vijf jaren lang de enige bewoners van 't Loo maar woonden al die tijd wel gehuurd. Reden van vertrek zal zijn geweest dat zij geen familie zijn van de oorspronkelijke bewoners en eigenaars.
Dat zijn wel de nieuwe bewoners Hermanus Klein Bronsvoort en Gerritjen Nijland. Gerritjen is namelijk de kleindochter van Jan Grotenhuis, broer van Janna Grotenhuis, en is dus de achterkleindochter van Geesken van der Meij. Jan en Janna waren Geesken haar kinderen uit het huwelijk met Albert Grotenhuis. Uit het tweede huwelijk met Hendrik werd nog een zoon genaamd Albert geboren, die in 1813 als Albert Grootenhuis is overleden.

Hermanus Klein Bronsvoort en Gerritjen Nijland zijn afkomstig van de Kniepe in Epse en waren al op 27 november 1873 getrouwd. Ze hebben twee dochters: Aaltjen en Johanna. Johanna trouwt op 27 februari 1904 trouwt met landbouwer Derk Jan Steging en hij komt dan op 't Loo wonen. Tegenwoordig wordt 't Loo nog steeds bewoond door de familie Steging en is de naam dus al ruim een eeuw aan dit erve verbonden. Hermanus Klein Bronsvoort is overleden op 9 maart 1914 en Gerritjen Nijland op 19 december 1926.

Toen er een paard op 't Loo kwam, is er een rond karnhuis aan de boerderij gebouwd en werd er boter gemaakt. Dit was maar voor een paar jaar, daarna werd alle melk naar de zuivelfabriek gebracht.
 
Ook Derk Jan Steging en Johanna Klein Bronsvoort krijgen twee kinderen: een dochter genaamd Gerritje en een zoon genaamd Gerrit Jan. Gerritje is op de foto hierboven te zien met haar grootouders. Zij is geboren op 12 maart 1905, Gerrit Jan is van 23 maart 1907.
 
Derk Jan Steging is overleden op 5 juni 1942 en Johanna Klein Bronsvoort leefde 30 jaar als weduwe en overleed op 14-april 1972, zij werd 94 jaar oud.
 
Gerrit Jan is degene die op 't Loo blijft wonen en doet dat met Gerritjen Reilink die afkomstig is van boerderij Klein Velderman in Zuidloo. Ook Gerritje Steging trouwde een Reilink, namelijk Hermannus Reilink, ongetwijfeld familie van Gerritjen Reilink.

Gerrit Jan en Gerritjen trouwen op 7 december 1934 en het jaar erop wordt zoon Derk Jan geboren. Hij blijft enig kind en is dus de logische opvolger. Hij trouwt in 1964 met Hermina Reilink die ook uit Bathmen afkomstig is en wel van boerderij de Strookappe. Hierover kun je natuurlijk van alles lezen op de Erve Strookappe website!

Gerrit Jan Steging is overleden in 1981 en Gerritjen Reilink blijft op 't Loo wonen tot 1998 en verhuist dan naar het bejaardentehuis in Gorssel waar zij in 2003 is overleden. Het jaar daarvoor zijn Derk Jan en Hermina ook in het dorp gaan wonen en neemt zoon Gerrit de boerderij over.
 
1663-1686 Berent Gerritsen in 't Loo en Aeltjen Berentsen Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1686-1712< Berent Gerritsen in 't Loo en Jenneken Willems Jenneken is de tweede echtgenote van Berent
1708-1747 Willem Willems in 't Loo en Trientjen Jans Willem is de zoon van Jenneken
1736-1737 Willem Willemsen in 't Loo en Henderica Huberts Willem is de zoon Willem en Trientjen
1737-1750> Willem Willemsen in 't Loo en Geertrui Garrits Ligtenberg Geertrui is de tweede echtgenote van Willem
1763-1779> Jan Jansen Tankink in 't Loo en Willemken Hendriks Geen familie van vorige bewoners
1786-1798 Philippus Jansen Schutte en Maria Arends Bolman Geen familie van vorige bewoners
1798-1829 Hendrik Nijkamp en Geesken van der Meij Geen familie van vorige bewoners
1818-1866 Gerrit Evers en Janna Grotenhuis Janna is de dochter van Geesken
1838-1894 Gerrit Jan Klein Nagelvoort en Johanna Alberdina Everts Johanna is de dochter van Gerrit en Janna
1886-1889 Gradus Nieuwenhuis en Christina Jacobs Geen familie van vorige bewoners
1889-1899 Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink Geen familie van vorige bewoners
1899-1925 Hermanus Klein Bronsvoort en Gerritjen Nijland Geen familie van vorige bewoners, maar wel van Janna Grotenhuis
1904-1972 Derk Jan Steging en Johanna Klein Bronsvoort Johanna is de dochter van Hermanus en Gerritjen
1934-1998 Gerrit Jan Steging en Gerritjen Reilink Gerrit Jan is de zoon van Derk Jan en Johanna
1964-2002 Derk Jan Steging en Hermina Reilink Derk Jan is de zoon van Gerrit Jan en Gerritjen
     
  Huidig adres: Eekweg 4  
 
 
't Loobosch
 
't Loobosch is gelegen tussen 't Loo en 't Boschloo en is vernoemd naar het loobos waaraan deze is gelegen. Ook wordt het wel "de Bult" genoemd doordat het oude weggetje naar 't Loobosch vanaf Hoekman over een bult liep, hierachter stond dan de boerderijtje. Deze is waarschijnlijk in 1852 gesticht door Derk Tuitert en Johanna Gardina Hoogkamp die daarvoor op Hoekman woonden waar Johanna is geboren en waar haar ouders Hendrik Jan Hoogkamp en Janna Oostenenk wonen. Volgens de kadastrale atlas van 1832 bestond de grond waarop 't Loobosch is gebouwd uit hakhout (perceel 100). Eraan grenzend was perceel 103, een bos van bijna negen hectare welke tegenover Hoekman is gelegen. Perceel 100 was bijna zeven hectare groot en beide percelen waren eigendom van Hendrik Jan Hoogkamp. Tussen perceel 100 en 103 liep het weggetje die de Eesterhoek (vanaf 't Hekkert) met de uiterwaarden verbond. Dit weggetje ligt er bij 't Loobosch nog steeds.
 
Derk Tuitert is de zoon van Marten Tuitert en Jenneken Roeterdink en is dus geboren op 't Smeenk. Johanna haar zuster Janna Hoogkamp trouwt op 12 juli 1852 met Gerrit Jan Oostenenk die dan op Hoekman komt wonen. Het is goed mogelijk dat Derk en Johanna toen Hoekman hebben verlaten en 't Loobosch hebben gesticht welke toen het huisnummer 44a kreeg. Derk en Johanna waren al op 12 november 1847 getrouwd, maar maakten dus plaats op Hoekman waar een Oostenenk schijnbaar de voorkeur kreeg. Niet duidelijk is het of Derk en Johanna een gedeelte van de grond hebben gekocht om zelf op te bouwen of dat het huis voor hen is gebouwd. Wel is duidelijk dat 't Loobosch jarenlang eigendom was van de familie Tuitert van de Grote Muil en dat Derk dus wel eigenaar zal zijn geweest. In februari 1859 verhuizen Derk en Johanna naar de Grote Muil. Zij hebben dan twee kinderen die alin 1848 en 1851 op Hoekman waren geboren. Tijd voor nieuwe kinderen was er niet op 't Loobosch waar hard gewerkt moest worden. Eénmaal op de Grote Muil wordt het gezin uitgebreidt met nog twee kinderen.
 
Nieuwe bewoners op 't Loobosch zijn Mannes Hietbrink en Fenneken Muilerman die op 11 februari 1859 waren getrouwd. Mannes is de broer van Jan Hietbrink van 't Raland en heeft er zelf ook gewoond, hij is dus bekend in de buurt. Mannes werkt als akkerbouwer en heeft ook een dienstknecht in dienst. Er worden drie kinderen geboren waarvan de jongste in 1866 drie maanden na de geboorte overlijdt. Het jaar erop vertrekken Mannes en Fenneken naar de huidige Ketenbosweg en worden ze op 19 juni opgevolgd door Hendrik Dommerholt en Tonia Fredrika Altena die daarvoor in de Eesterbrink woonden. Hendrik is een kleinzoon van Gerrit Scholten en Johanna Boschloo van Brinkman. Ze hebben dan een dochter genaamd Fredrika en er zouden nog twee zoons worden geboren, zodat het nieuwe gezin ook uit drie kinderen bestaat. Geen dienstknecht, want Hendrik blijft als dagloner werken. Na het overlijden van Tonia Fredrika Altena op 27 oktober 1872 vertrekt Hendrik van de boerderij en vestigen Gerrit Jan Makkink en Willemken Ilbrink zich er op 20 februari 1873. Willemken is de zus van Johanna Ilbrink van 't Raland. Het echtpaar is al op leeftijd en heeft geen kinderen. Met Willem Burgers hebben ze wel een kostganger in huis.
 
De voorgaande hoofdbewoners woonden niet erg lang op 't Loobosch. De familienaam Plaggert zou daarentegen vele jaren verbonden zijn aan ´t Loobosch. Het begint op 12 april 1878 als Jan Albert Plaggert en Gesina Harmina Boterman, die op 9 februari waren getrouwd, hun intrek nemen. Gesina is de kleindochter van Hendrik Boterman en Johanna van der Meij die op 't Raland woonden, al voor de derde keer een link tussen 't Loobosch en 't Raland! Net als zijn voorganger is ook Jan Albert dagloner van beroep. Er worden vijf kinderen geboren waarvan één levenloos en één leefde maar een maand. Bleven een dochter en twee zoons. Dochter Alberdina Willemina is geboren op de tweede kerstdag van 1879 en was daarmee de oudste van het stel. Zij trouwde op 3 mei 1902 met Albert ten Have en hij komt dan ook op ´t Loobosch wonen. Niet voor lang, want op 27 januari 1903 verhuizen zij naar de Oude Pastorie, hun foto´s zijn daar ook te zien. Vanaf 1910 wordt Jan Albert Plaggert geregistreerd als landbouwer, er wordt dus serieuzer geboerd bij ´t Loobosch. Dat moest zonder Gezina want zij overleed op 25 oktober 1910. Jan Albert woont dan alleen met zijn jongste zoon Albert Jan (geboren in 1891 en daarmee een nakomeling) die op 22 mei 1920 met Jantje Hietkamp weer een vrouw in huis haalt. Er worden drie kinderen geboren en in 1927 verhuizen de dan zes bewoners van 't Loobosch naar de huidige Elfuursweg in Gorssel. Hier is Jan Albert Plaggert op 5 oktober 1929 overleden.
 
Op 28 december 1927 komen Teunis van der Beek en Geertje Tiemens vanuit Voorst naar Gorssel. Daar wonen al op de Eikeboom hun zoon Gerrit Johan van der Beek en schoondochter Aleida Slijkhuis. Waarschijnlijk gaan beide echtparen dan samen op 't Loobosch wonen. Teunis en Geertje wonen er niet lang en vertrekken op 25 oktober 1928 naar Deventer. Gerrit Johan en Aleida vertrekken voor 1931 naar Eefde.
 
De familie Plaggert woonde bijna 50 jaar op 't Loobosch, maar de naam die het eerste bij de Eesterhoekers opkomt als ze aan 't Loobosch denken is toch wel die van Gradus Visser, een markant figuur die ook bekend stond als "Gradus van de Bult". Hij en zijn echtgenote Paulina Bouwland wonen vanaf 1931 op 't Loobosch welke na het vertrek van de familie Van der Beek onbewoonbaar was verklaard. Desondanks maakten Gradus en Paulina er het beste van en werd het mogelijk dat er twaalf kinderen opgroeiden. Het was dan ook een drukke bedoening bij de Vissers, te meer omdat het levendige kinderen waren die het gevaar niet schuwden. Ze maakten er bijvoorbeeld een sport van om onder de lopende koeien door te lopen als deze van het weiland terugkwamen. De koeien waren niet van Gradus zelf, want hij had alleen twee varkens en drie geiten. Op het land bij de boerderij verbouwde hij o.a. rogge, verdere boerenactiviteiten had hij niet. Van beroep was hij o.a. grondwerker en petroleumventer.

Gradus was wel het meest bekend door zijn activiteiten in de oorlog waarin hij mensen de IJssel overzette zoals Dommerholt dat ook deed. Gradus had echter zelf geen boot. Er is ook nog ongeveer twee weken een Engelse vlieger in huis geweest. De kinderen moesten hierover hun mond houden. Eigenlijk waren zij een prima dekmantel, want de Duitsers verwachten niet een onderduiker in zo'n groot gezin waarvoor het boerderijtje eigenlijk al te klein was.
Gradus huurde 't Loobosch welke nog steeds eigendom van de Tuiterts was. Na de oorlog werd de boerderij gekocht. Op de foto's heeft het boerderijtje een pannendak, maar voorheen was het dak grotendeels met riet bedekt. Vader van Gradus, ook een Gradus Visser, woonde de laatste jaren van zijn leven bij zijn zoon en is op 31 maart 1949 op 't Loobosch overleden.

Gradus zelf bleef zijn hele leven op 't Loobosch wonen en is er overleden op 1 november 1984. Paulina is eerder dat jaar op 4 juni overleden en woonde de laatste maanden van haar leven in een verzorgingstehuis in Zutphen.

Op de foto hiernaast Gradus Visser en Paulina Bouwland met tien van de twaalf kinderen (oudste zoon Gradus Marinus ontbreekt, jongste zoon Willem Cornelis leefde maar een maand) en twee kleindochters.
 
1852-1859 Derk Tuitert en Johanna Gardina Hoogkamp Eerste bewoners
1859-1867 Mannes Hietbrink en Fenneken Muilerman Geen familie van vorige bewoners
1867-1873 Hendrik Dommerholt en Tonia Fredrika Altena Geen familie van vorige bewoners
1873-1878 Garrit Jan Makkink en Willemken Ilbrink Geen familie van vorige bewoners
1878-1926 Jan Albert Plaggert en Gezina Harmina Boterman Geen familie van vorige bewoners
1920-1926 Albert Jan Plaggert en Jantje Hietkamp Albert Jan is de zoon van Jan Albert en Gezina Harmina
1927-1928 Teunis van der Beek en Geertje Tiemens Geen familie van vorige bewoners
1927-1930 Gerrit Johan van der Beek en Aleida Slijkhuis Gerrit Johan is de zoon van Teunis en Aleida
1931-1984 Gradus Visser en Paulina Bouwland Geen familie van vorige bewoners
     
  Huidig adres: Eekweg 3  
 
 
De volgende twee boerderijen zijn Hoekman en Boschloo. Op de tekening hiernaast is te zien dat de wegen vroeger heel anders liepen dan de huidige Eekweg die kort langs de beide boerderijen loopt en ook zorgt voor een goede aansluiting van de boerderijen Braamkolk, Loobosch, Loo, Raland en Beltmanskamp. Op de tekening is te zien dat er een weg naar 't Boschloo liep met een zijweggetje naar Hoekman. Aan het einde van dit zijweggetje kon dan je dan weer links richting 't Loo en rechts naar 't Ilbrink.
Al deze weggetjes zijn verdwenen in het grote weideland welke wordt omsloten door de huidige Eekweg, Domineesteeg en Gorsselse Enkweg.
 
Hoekman
 

Eerste bewoners van deze boerderij zijn Hendrik Jansen Haarman en Aaltjen Gosens Braamkolk. Zij trouwden in 1725, maar woonden met zekerheid pas in 1731 op Hoekman. De boerderij zal dus omstreeks 1728 door het echtpaar zijn gesticht. Mogelijk woonden zij eerst in bij Hendrik zijn ouders op de Haar en verhuisden later richting de ouders van Aaltjen die op de Braamkolk woonden. Omstreeks 1740 verhuizen Hendrik en Aaltjen naar Dijkerhof. Op 9 juli 1741 wordt een meisje genaamd Janna gedoopt als dochter van Hendrik Hoekman en Garritjen Willems wat een ander echtpaar moet zijn geweest tenzij Aaltjen Gosens is verward met Garritjen Willems, maar dat is niet aannemelijk. Van het echtpaar Hendrik en Garritjen is echter verder niets bekend. Dat geldt ook voor Jan Hoekman van wie een kind op 14 november 1747 is overleden, van hem is ook niet bekend met wie hij is getrouwd maar het is wel waarschijnlijk dat hij in die tijd op de boerderij heeft gewoond. Vanaf nu wordt de bewonersgeschiedenis gelukkig wel duidelijker.

 
Op 1 september 1754 laten namelijk Garrit Hoekman en Jenneken Hulman hun dochter Janna dopen en op 22 augustus 1756 wordt dochter Engberdina gedoopt. Garrit is afkomstig van "Gelster" en heet dan Bouwhuis, de naam wijzigt in Gorssel dus naar Hoekman als hij op de gelijknamige boerderij gaat wonen. Dochter Engberdina is het daar niet mee eens en stelt dat zij en haar zus ook niet op Hoekman zijn geboren alhoewel haar ouders er wel woonden. Dat de doopregistraties van haar en haar zus anders doen vermoeden, zit haar flink dwars. Op 19 juni 1788 gaat ze daarom naar de dominee om dit te laten corrigeren. Hij wil dit wel doen, maar Engberdina moet wel voor twee getuigen zorgen. Zij vraagt daarvoor Egbert Peerdekamp en Willem Groot Bentink en doet dat middels een brief aan de vrouw van Willem met de volgende tekst: "Vrou Bennings, ik ben met de doomeni soo afgesprooken als ik twee getuige kan besorgen die getuige konne dat mien ouwers wel op Hoekmans gewoont hbben maar dat wij kinderer daar niet gebooren bennen als ik in 't iaar 1756 den 22 Augustus en mien suter Ianna in 't Jaar 1754 in de maand September en om nu ijder geen bij sonder van te hebben dat wij de van hebben op gevolgt [Met "van" wordt bedoeld: achternaam, afkomst]. Daar vaader gebooren is en dat is op Bouhuis in Gelster dus heeft min vaader gehieten Gerrit Gerritsen Bouhuis en mien moeder Jenneken Harmsen Hulman. U sou mij groot pleisier doen so uwe dat wou met u beiien getuigen dat mien ouders soo gehieten hebben mien lieve Benning, doet mij dat pleisier want 't is mi veel waart u kan 't geld bij mien broer Willem weerom krigen. U moet maar an de doomeni seggen dat ’t voor die mensen is die den 19 IJuni bij hem geweest hebben want hij heeft een vou geslaagen in 't dopt boekt bij mien naam en van mien suster so dat hi niet hoeft te soeken. Siet gegroet van mij Engbertdiena. Dit in leggende briefien dient om u bij de doomenij niet met de naam te vergissen." Daarop maakte de dominee op 13 oktober 1788 een aantekening bij de doopakten.
 

Garrit en Jenneken waren natuurlijk de beste getuigen geweest, maar zij waren reeds lang daarvoor overleden. Garrit Hoekman overleed op 19 maart 1758 en Jenneken "op den Hoek" overleed op 26 augustus 1762. Zoon Garrit woonde op de Peerdekate en was getrouwd met Garritjen Bennink. De Peerdekate en Groot Bennink liggen vlak bij elkaar in de Boschterhoek en bovengenoemde getuigen waren daarvan afkomstig en waren ook familie. Overigens is Jenneken voor haar overlijden opnieuw getrouwd. Zij deed dat op 17 december 1758 met Jan Langenbarg die dus ook op de boerderij heeft gewoond. Hij hertrouwde op 20 november 1762 met Maria Waanders Ossenkop en zij blijven op de boerderij wonen. Maria overlijdt op 30 september 1783 en Jan besluit voor een derde keer te trouwen met Geertjen Janssen Hubers die zelf weduwe is van Berend Nusink onder Wilp. Het stel gaat op 20 december 1783 in ondertrouw maar van een huwelijk komt het niet omdat Jan precies een week later overlijdt. Geertjen gaat op zoek naar een nieuwe man en trouwt op 4 april 1784 met Teunis Dikkers. Op 2 december 1787 wordt dochter Willemken geboren die haar verdere leven de naam Hoekman als familienaam zou houden. Willemken kwamen wij op de Eesterhoek pagina als hoofdbewoonster van de Eikenboom en haar ouders hebben er ook gewoond en zijn er overleden.

 
Eerste bekende eigenaar is Johanna Wilhelmina Scheltinga, weduwe van de heer Coenraad Alexander Jordens, in leven burgemeester van Deventer. Zij heeft de boerderij verkocht aan Engbert Roeterdink en Willemina Hakeboom die er waarschijnlijk niet woonden. Engbert is een neefje van eerder genoemde getuige Willem Groot Bentink die eigenlijk Willem Roeterdink heet.

Harmen Wilgenhof is pachter anno 1815 en is de eerstvolgende bekende bewoner van Hoekman. Harmen is op 6 juli 1804 aangenomen als lidmaat in Gorssel en was afkomstig van Harfsen. Op 5 mei 1805 trouwt hij te Gorssel met Antonia Greve. Aangenomen mag worden dat zij toen op Hoekman zijn gaan wonen en dat Teunis en Geertjen toen zijn vertrokken. Harmen is in 1818 veldwachter en woont dan niet meer op Hoekman. Dat kan kloppen, want op 14 januari 1818 verkopen Engbert Roeterdink en Willemina Hakeboom, die dan eigenaar van Hoekman zijn, de katerstede "den Hoek" aan dagloner Jan Mentink voor 1200 gulden. Het bestaat uit een huis en 400 roeden bouwland met drievierde koeweide op den Escheder koeweerd alsmede een bij en om gemelde katerstede gelegen akkermaalsch bosch het "Escheder Loo" genaamd en een daarin gelegen stukjen weideland.
 
Jan Mentink zijn echte naam is Hendrik Jan Hoogkamp. Hij is afkomstig van het erve Mentink te Warnsveld en wordt daarom ook wel Mentink genoemd. Hij woont samen met Janna Oostenenk die ook van Warnsveld afkomstig is. Haar vader Jan Oostenenk, die marskramer van beroep was, verhuisde in 1802 met zijn (tweede) vrouw Stevendina Engelgoor van Warnsveld naar Gorssel en het is mogelijk dat zij toen ook op Hoekman zijn komen wonen en dat Janna dus al voor 1818 op Hoekman woonde. Op 3 augustus 1822 krijgen Hendrik Jan en Janna een zoon, maar zijn dan niet getrouwd. Zelfs na de geboorte van hun zoon (Gerrit Jan) besluit het stel niet te trouwen, heel bijzonder voor die tijd. Pas op 14 april 1826 trouwen Hendrik Jan en Janna en vanaf die tijd is het gedaan met de naam Mentink en wordt de naam Hoogkamp op Hoekman gevoerd. Dat komt doordat Hendrik Jan acht dagen eerder op 6 april 1826 op het gemeentehuis officieel "den naam van Hoogkamp" verklaart aan te nemen. Uit het huwelijk worden twee dochters geboren: Johanna Gardina op 17 juni 1827 en Janna op 18 december 1829. Eind 1829 telt het gezin vier gezinsleden waarbij opgemerkt dat zoon Gerrit Jan in 1823 al was overleden.
 

Hendrik Jan Hoogkamp staat in de kadastrale atlas van 1832 nog steeds geregistreerd als eigenaar en dagloner op Hoekman welke dan bestaat uit een huis en erf (117) en een kwart hectare bouwland (118). Even verderop heeft Hendrik Jan ook nog een perceel bouwland (120) welke ook een kwart hectare groot is. Bij de veetelling van 1840 blijken er ook nog twee runderen rond te lopen.

Dochter Johanna Gardina trouwt op 12 november 1847 met Derk Tuitert van 't Smeenk en hij komt dan inwonen op Hoekman. Als op 12 juli 1852 andere dochter Janna trouwt met Gerrit Jan Oostenenk, maken Johanna Gardina en Derk plaats en stichten even verderop hun eigen boerderij 't Loobosch. Ondertussen was Hendrik Jan Hoogkamp op 3 januari 1851 overleden en was Derk Tuitert dus voor anderhalf jaar de mannelijke hoofdbewoner van Hoekman. Janna Oostenenk zwaaide natuurlijk nog wel de scepter en zij zal er mogelijk verantwoordelijk voor zijn dat Gerrit Jan Oostenenk de nieuwe mannelijke hoofdbewoner van Hoekman mocht worden. Niet alleen was Gerrit Jan een naamgenoot, maar hij was ook een neefje van Janna senior. Hij en Janna junior waren dus ook neef en nicht.

 
Er worden drie zonen geboren, maar ze overlijden alledrie op jonge leeftijd. Na het overlijden van Janna Oostenenk op 12 februari 1860 wonen Gerrit Jan en Janna alleen met zoon Jan Albert die in 1856 is geboren en in 1866 zou overlijden. Hun eerste zoon Jan was in 1859 al overleden. Toch woonde de familie Oostenenk niet alleen op Hoekman want er was een hele rits van dienstknechten en dienstmeiden. In 1869 komt ook het 14-jarige nichtje Alberdina als dienstmeid op de boerderij werken en zij blijft er wonen en werken tot 1883 als ze trouwt met Berend Scheuter. Haar tante Janna is dan inmiddels overleden, zij overleed op 27 maart 1879. Gerrit Jan hertrouwt op 6 september 1879 met de 42-jarige Aaltjen Lammersen en er worden geen kinderen meer geboren.
 
Aan de opvolging moet worden gedacht en kort voor het vertrek van nichtje Alberdina wordt het 15-jarige neefje Albert Jan op Hoekman verwelkomt. Hij is het jongere broertje van Alberdina, beiden kinderen van Jan Oostenenk en Harmken de Maag uit Eefde. Het heeft er weer alle schijn van dat de voorkeur aan de familienaam op Hoekman werd gegeven. Op een gegeven moment houdt Albert Jan het echter voor gezien en wordt er gezocht in de familie Aaltjen en zo komt de 16-jarige Johanna Lammersen in 1887 als dienstmeid op de boerderij werken. Johanna blijkt niet alleen een goede kracht maar ook een prima lokaas, want Albert Jan Oostenenk (die op Groot Bentink woonde en werkte) komt weer terug en trouwt op 2 mei 1891 met Johanna. Met een neefje van de ene kant en een nichtje van de andere kant is de opvolging op Hoekman uiteindelijk dan toch veilig gesteld. En dat net op tijd, want op 24 maart 1892 overlijdt Gerrit Jan Oostenenk op 60-jarige leeftijd. En zo boert Albert Jan verder op Hoekman, net als zijn oom werkt hij als landbouwer.

In 1876 is het voorhuis van de boerderij nog door Gerrit Jan verbouwd of wellicht nieuw gebouwd, een gevelsteen met de intitalen GJOE (Gerrit Jan OostenEnk) en JHK (Janna HoogKamp) herinnert hier nog aan. De huidige boerderij is in ieder geval niet de oorspronkelijke boerderij, deze stond meer richting de huidige Eekweg, op het grasveld linksvoor de boerderij waar nogal een stenen tevoorschijn kwamen.

Albert Jan en Johanna krijgen drie kinderen maar daar blijft het bij want Johanna overlijdt op 14 januari 1898 op 26-jarige leeftijd.
 
Op 21 januari 1899 hertrouwt Albert Jan dan met Jantjen Scheuter. Zij is de dochter van Johanna Maria Peters en Berend Scheuter die in 1883 trouwde met Alberdina Oostenenk die tot 1883 op Hoekman woonde. Zo komt een stiefdochter van Alberdina weer terug op de boerderij. Uit dit huwelijk worden nog eens zes kinderen geboren in de periode 1900-1917. Albert Jan Onstenk krijgt dus negen kinderen en weet dat de opvolging op Hoekman niet langer meer een probleem zal zijn als hij op 14 juni 1920 in het ziekenhuis van Deventer overlijdt. Tante Aaltjen Lammersen is dan nog in leven, zij overlijdt op 1 april 1922 en is 85 jaar oud geworden.

Er breekt een tijdperk aan waarin Jantjen Scheuter de enige hoofdbewoner van Hoekman is en met zeven kinderen op de boerderij woont. Daarvan blijven er uiteindelijk twee over: stiefzoon Jan en zoon Albert Jan. Ook dochter Harmken blijft op de boerderij wonen, zij was ongehuwd. Wij zien haar links op de foto hiernaast en wij zien hier ook de gevelsteen van 1876.
Jan blijft ook ongehuwd en dus is de hoop op Albert Jan junior gevestigd. Albert Jan junior trouwde op 1 april 1939 met Hendrika Wilbrink van 't Reuvekamp en zij kregen drie zoons. Zij woonden op de boerderij tot 1974 toen zij werden opgevolgd door zoon Gerrit Hendrik en zijn kersverse echtgenote Arisje Bouwman. Er werd aan de overkant van de weg een nieuwe bungalow gebouwd waar Albert Jan en Hendrika gingen wonen. Aan deze kant van de weg stonden ook nieuwe schuren waarvan een koeienschuur in het voorjaar van 1979 in vlammen opging. Aan deze kant van de weg is er natuurlijk ook nog het loobos waar Albert Jan in de winter takkenbossen maakte van het eiken akkermanshout welke hij verkocht aan bakkers in Gorssel en Deventer die er hun ovens mee verwarmden. Het was een welkome bijverdienste in de tijd dat er op het land niet veel gedaan kon worden. Het hele perceel bos werd in zeven jaren onder handen genomen en dan begon Albert Jan weer opnieuw.

Tegenwoordig wonen Gerrit Hendrik en Arisje in de bungalow en is het hun zoon Albert Jan die als derde Albert Jan Oostenenk op Hoekman boert.
 
1728-1740 Hendrik Jansen Hoekman en Aaltjen Braamkolk Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1741-1746~ Hendrik Hoekman en Garritjen Willems Geen familie van vorige hoofdbewoners
1747-1753~ Jan Hoekman en onbekend Geen familie van vorige hoofdbewoners
1754-1758 Garrit Hoekman en Jenneken Harmsen Hulleman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1758-1762 Jan Jansen Langenbarg en Jenneken Harmsen Hulleman Jan is de tweede echtgenoot van Jenneken
1762-1783 Jan Jansen Langenbarg en Maria Waanders Ossenkop Maria is de tweede echtgenote van Jan
1784-1805 Teunis Willems Dikkers en Geertjen Janssen Nusink Geertjen is de verloofde van Jan
1805-1817 Harmen Wilgenhof en Antonia Greve Geen familie van vorige hoofdbewoners
1818-1860 Hendrik Jan Hoogkamp en Janna Oostenenk Geen familie van vorige hoofdbewoners
1852-1879 Gerrit Jan Oostenenk en Janna Hoogkamp Janna is de dochter van Hendrik Jan en Janna
1879-1922 Gerrit Jan Oostenenk en Aaltjen Lammersen Aaltjen is de tweede echtgenote van Gerrit Jan
1891-1898 Albert Jan Oostenenk en Johanna Lammersen Albert Jan is een neefje van Gerrit Jan en Johanna is een nichtje van Aaltjen
1899-1943 Albert Jan Oostenenk en Jantjen Scheuter Jantjen is de tweede echtgenote van Albert Jan
1939-1974 Albert Jan Oostenenk en Hendrika Wilbrink Albert Jan is de zoon van Albert Jan en Jantjen
1974-2008 Gerrit Hendrik Oostenenk en Arisje Bouwman Gerrit Hendrik is de zoon van Albert Jan en Hendrika
     
  Huidig adres: Eekweg 2  
 
 
't Boschloo

Deze boerderij is in het begin van de 18e eeuw gesticht door Jan Hendriks, zoon van Hendrik ten Bosch van boerderij 't Roeterdink. Deze Hendrik is afkomstig van boerderij 't Bosser, maar niet zeker is of dit 't Bosser van de Eesterhoek is omdat er in de Boschterhoek ook een boerderij 't Bosse heeft gestaan waar ook nog een Boschloo gewoond heeft, namelijk Johanna Boschloo die later op 't Brinkman woonde. Daarbij was 't Bosse niet ver gelegen van 't Roeterdink en behoorden beide boerderijen tot de marke Gorssel waartoe ook 't Boschloo zou behoren.

In ieder geval komt het eerste gedeelte van de boerderij- en familienaam weg van boerderij 't Bosse(r). Toen men zich ging vestigen in het Loo kreeg men het achtervoegsel "van het Loo" en zo ontstond de naam Boschloo welke dus als boerderij- en familienaam gebruikt zou worden en sedert 1777 consequent als Boschloo wordt geschreven.
 
Opgemerkt moet nog worden dat Claes ten Bosch (Busch), vader van Hendrik en grootvader van Jan, in 1665 "Het Groote en Kleyne Loo" in pacht kreeg van de marke Eschede. Ook dat kan te maken hebben met het ontstaan van de naam Boschloo waarbij dan de geslachtsnaam "ten Bosch" is gekoppeld aan de boerderijnaam "van het Loo".

In 1697 worden deze door de marke Eschede verkocht en mogelijk is Jan Hendriks de koper en bouwt hij op de grond (welke in verwaarloosde toestand was) later een nieuwe boerderij welke de naam Boschloo krijgt.

De eerste keer dat de naam Boschloo wordt gebruikt is in 1706 als Jan zijn dochter Janna laat dopen en dan wordt genoemd als "Jan Hendrijks op Bosloo ten Busse". Jan is dan getrouwd met Gerritjen Stevens van 't Walle, hij was weduwnaar van Jenneken Willems met wie hij in 1702 was getrouwd en waarschijnlijk zijn zij de eerste hoofdbewoners.
 
Dochter Janna trouwt op 14 augustus 1735 met Garrit Wiltink die zich Boschloo gaat noemen nadat hij op de boerderij is komen wonen. Dochter Derkjen wordt in 1745 als "Derriksken Bosloo" gedoopt en trouwt 17 mei 1772 met Gerrit Roeterdink die na dit huwelijk ook de naam wijzigt naar Boschloo. Uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren.

Gerrit was naast landbouwer ook kribmeester van de marken Eschede en Gorssel. In die hoedanigheid houdt hij op bijgaande afbeelding een paal vast die door de bewoner van boerderij "Velderhof" de grond in wordt geslagen. De afbeelding komt van een wafelijzer uit het jaar 1803. Twee jaar later, op 2 november 1805, overlijdt Gerrit op 't Boschloo. Het wafelijzer was in bezit van de bewoners van 't Boschloo en 't Dijker en is in lengte van dagen gebruikt voor de jaarwisseling voor het bakken van "nieuwjaarskoeken". Het koekijzer wordt nog steeds jaarlijks gebruikt!
 
Derkjen is overleden op 8 juni 1810. Oudste zoon van Gerrit en Derkjen is Antonij Boschloo en hij is geboren op 20 januari 1773. Hij trouwde op 30 april 1809 met Jenneken Roeterdink van de Klaphekke en zij kregen zes kinderen in de periode 1810 tot 1819. Hij speelde een belangrijke rol bij de deling van de marke Gorssel en was ook kerkmeester van Gorssel. Antonie is op 22 april 1852 overleden, Jenneken is overleden op 27 maart 1861.
 
Hun oudste zoon Gerrit trouwde met Johanna Gerdina Ilbrink van 't Dijker en ging daar wonen. Sindsdien is de familienaam Boschloo ook aan 't Dijker verbonden. Gerrit is er op 27 mei 1866 overleden.

Twee kinderen worden niet oud en waren niet gehuwd. Jongste dochter Johanna Gerritdina trouwde met Jan Willem Brinkman en woonde in Diepenveen.
Oudste dochter is Geertjen, geboren op 21 september 1811. Ook zij woonde haar laatste levensjaren op 't Dijker en is er overleden op 29 juni 1893 en was daarmee de langstlevende van de zes kinderen. Zij was getrouwd met Roelof Menkveld en woonde met hem op de Paardekamp te Eefde. Roelof was boer en meester timmerman en verbouwde vele boerderijen in de Eesterhoek. Nichtje van Roelof en Geertjen is Willemina Menkveld, haar komen wij zo direct tegen.
 
Zoon Jan wordt op grond van een testament van vader Antonij d.d. 31 maart 1843 opvolger op 't Boschloo. Jan is geboren op 5 november 1813 en trouwde op 5 juli 1844 met Willemina Roeterdink van Groot Bentink. Het echtpaar had geen kinderen, maar Gerrit van 't Dijker had wel vier volwassen zonen en zo gebeurden het dat zoon Albert naar 't Boschloo kwam om daar zijn ome Jan op te volgen. Dat deed hij samen met Willemina Menkveld van 't Meijerink in Eefde met wie hij op 15 februari 1877 trouwde. Zij zorgden wel voor jong grut op 't Boschloo want er werden vijf kinderen geboren. Op de groepsfoto hiernaast zien wij twee van hun kinderen (Jan en Willemina) op schoot bij de mensen naar wie zijn vernoemd zijn (Jan Boschloo en Willemina Roeterdink) en staand hun ouders Albert Boschloo en Willemina Menkveld.

Albert wordt de nieuwe hoofdbewoner van 't Boschloo want Jan en Willemina besluiten plaats te maken voor het jonge echtpaar en verhuizen naar het grote herenhuis Ontijdink waar kamers leegstaan. Ze kunnen daar echter niet wennen en keren in 1883 terug naar 't Boschloo. Het voorhuis van de boerderij werd hiervoor verbouwd en vergroot. Hierbij is een slaapkamer op zolder gemaakt, die toegankelijk werd gemaakt via een trap in de woonkeuken. Volgens overlevering en de muurankers "1880" zou de verbouwing van het voorhuis al in 1880 hebben plaatsgevonden, maar dat komt niet overeen met de terugkeer van Jan en Willemina. De oude muurankers waren van "1808" en konden prima worden hergebruikt door de laatste 8 en 0 te verwisselen van plek. Ach, die paar jaar! Overigens zouden Jan en Willemina volgens overlevering eerder dan 1883 zijn teruggekeerd naar 't Boschloo en kan dat dan in 1881 zijn geweest, omdat in dat jaar de verbouwing zou zijn voltooid.

Kleine Willemina Boschloo was net op 13 maart 1883 geboren en zo was de familie Boschloo als op de groepsfoto.
Net als zijn vader Antonij was Jan meer dan alleen landbouwer want hij was ook wethouder van Gorssel in de periode van 3 september 1872 tot 8 augustus 1885. Op 3 mei 1887 is Jan Boschloo overleden, Willemina overleed het jaar erop op 2 december. Jan en Willemina hadden veel dienstknechten en dienstmeiden in dienst. Eén daarvan was (mijn overgrootmoeder) Hendrika Muil die op 1 juli 1872 als dienstmeid op de boerderij kwam werken, zij blijft er tot december 1879 en heeft dus ook nog voor Albert en Willemina gewerkt.

Albert Boschloo was dus de opdrachtgever van het vergroten van het voorhuis in en ook van het bouwen van de schuur in 1892 welke in 1970 is afgebroken maar nog wel op de foto hierboven is te zien. Mooie anekdote is dat Albert Boschloo aan het jagen was terwijl het jachtseizoen gesloten was. Hij werd betrapt en op de hielen gezeten door de jachtopziener en Albert rende daarop naar boerderij Braamkolk waar hij zijn geweer door het "götengat" (een gat in de muur van de keuken waardoor het waswater naar buiten kon lopen) naar binnen schoof. Het mocht niet deren, Albert kon zijn geweer inleveren op het gemeentehuis. Maar hij kocht zich toen een oud geweer waarvan de loop kromgetrokken was en leverde deze in. Op de vraag hoe hij daarmee kon schieten, antwoordde hij: "Doar schiet ik mee um 't hoek van 't huus"
 
De foto linksonder is gemaakt omstreeks 1923 en wij zien hierop Albert en Willemina, zoon Gerrit en diens echtgenote Willemina Johanna Makkink staand erachter en drie van hun kinderen. Het meisje vooraan is niet één van deze kinderen maar dienstmeid Hilde Schröder uit Duitsland. De man en vrouw werken ook voor de familie Boschloo. Het zijn Albertus Gerhardus Klein Hulse van de Oude Vos en Hendrika Antonia Draaijer die in 1923 zijn getrouwd.
 
 
Op 15 februari 1932 waren Albert en "Mientje" 55 jaar getrouwd en werd de foto rechts hierboven gemaakt waarop hun drie kinderen met partners en kleinkinderen zijn te zien. De foto is gemaakt voor het achterhuis van de boerderij. Albert is twee jaar daarna overleden op 17 maart 1934. Ook nu overlijdt de echtgenote het jaar erop, want Willemina is overleden op 21 maart 1935.
 
Zoon Jan ging in Leesten wonen en dochter Willemina trouwde met Bertus Makkink van 't Wolferink en ging met hem op de nieuwe Dijkerhof boerderij wonen.

Jongste van de vijf kinderen van Albert en Willemina is Gerrit die op 12 februari 1890 op 't Boschloo werd geboren. Hij trouwde op 19 juni 1914 met Willemina Johanna Makkink van 't Wolferink (zus van Bertus) en zij kregen acht kinderen.

Na haar overlijden in 1937 hertrouwde Gerrit op 10 september 1942 met Johanna Willemina Roeterdink waarmee er voor de vierde keer een Roeterdink introuwde op 't Boschloo. Uit dit huwelijk werden nog twee zoons geboren. Hij kende Johanna Willemina van de Boerenleenbank waar zij als werktte en Gerrit regelmatig bankzaken kwam doen. Johanna is geboren op 't Groot Bentink welke verderop deze pagina besproken wordt.

Het is zoon Gerrit (van het eerste huwelijk) die op 't Boschloo is blijven wonen en ook twee keer zou trouwen. Gerrit senior en Johanna Willemina maken plaats en verhuizen augustus 1956 naar 't Eesterloo aan de Zutphenseweg met de twee jongens. Gerrit overleden in 1967 en Johanna Willemina in 1983 aan de gevolgen van een auto-ongeluk welke zij op 30 januari had.
 
Fungeerde de schuur van 't Gier in de Tweede Wereldoorlog nog als Rooms Katholieke kerk, op de deel van 't Boschloo werden de kerkdiensten van de Protestantse kerk gehouden. Dit nadat de kerk op 18 maart 1945 was gebombardeerd. De pastorie werd daarmee ook verwoest en dominee Schakel en zijn gezin woonden toen tot aan de bevrijding in op 't Boschloo.
 
1702-1705 Jan Hendriks Bosloo en Jenneken Willems Smeenk Eerste hoofdbewoners
1705-1735 Jan Hendriks Bosloo en Garritjen op 't Walle Garritjen is de tweede echtgenote van Jan
1735-1772 Garrit Wiltink-Bosloo en Janna Bosloo Janna is de dochter van Jan en Garritjen
1772-1810 Gerrit Roeterdink-Boschloo en Derkjen Boschloo Derkjen is de dochter van Garrit en Janna
1809-1861 Antonij Boschloo en Jenneken Roeterdink Antonij is de zoon van Gerrit en Derkjen
1844-1888 Jan Boschloo en Willemina Roeterdink Jan is de zoon van Antonij en Jenneken
1877-1935 Albert Boschloo en Willemina Menkveld Albert is een neefje van Jan en Willemina
1914-1937 Gerrit Boschloo en Willemina Johanna Makkink Gerrit is de zoon van Albert en Willemina
1942-1956 Gerrit Boschloo en Johanna Willemina Roeterdink Johanna is de tweede echtgenote van Gerrit
     
  Huidig adres: Eekweg 1  
 
Veel van bovenstaande informatie en foto's zijn afkomstig uit het boekje " 't Boschloo en haar bewoners" van Martin Boschloo die op zijn beurt o.a. het familieorgaan "Boschloogica" als bron heeft gebruikt.
 
 
Alle beschreven boerderij tot nu toe op deze pagina behoren tot de Eesterhoek. De volgende boerderij van de Eesterhoek is de Braamkolk en deze wordt op de Eschede pagina beschreven.

Wij maken op deze pagina eerst nog een uitstapje naar de oudste boerderijen van de eigenlijke Boschterhoek in de omgeving van de Ravensweerdsweg. De tocht van boerderij Boschloo naar de Boschterhoek gaat over de Lenden, de uiterwaarden van de IJssel. De weg is al de Ravensweerdsweg en na een aantal kilometers door de uiterwaarden ligt dan net voor de dijk aan de rechterkant de eerste boerderij van de oude Boschterhoek, ook een streek met veel oude boerderijen die daarom ook thuishoort op de Eesterhoek website!
Belte
 
Toen Gorssel in 1815 startte met de huisnummering had boerderij de Belte de eer om huisnummer 1 te krijgen. Er werd toen namelijk begonnen met nummeren vanaf de IJssel aan de Epse kant en zodoende kreeg de boerderij dus het eerste huisnummer. In 1841 werd de volgorde gewijzigd en werd er vanaf de kerk genummerd en kreeg de boerderij het huisnummer 22. Het is niet echt duidelijk wanneer de boerderij is gesticht en wie dan de eerste bewoners waren. In 1691 wordt er al melding gemaakt van een "Jasper op den Belt" maar het is niet bewezen dat hij op de Belte woonde. In een akte van 1757 wordt de Belte genoemd, maar niet zeker is of hier de boerderij of een stuk land wordt bedoeld. In dezelfde akte wordt ook over een erve Stalbrink gesproken, wellicht heeft dit iets van doen met de Belte. Ook is te zien dat op een kaart van circa 1785 "De Belte" wordt aangegeven en dat er toen zeker bewoning zal zijn geweest. Mogelijke hoofdbewoner is dan Jan Beltman die in 1745 als zoon van Hendrik Diekerhoff op 't Dijkerhof wordt geboren en eigenlijk de familienaam Haarman had. Dat de naam wijzigde naar Beltman is dus een aanwijzing dat hij op de Belte is gaan wonen die overigens ook wel Beltman en Beltmansplaats werd genoemd. Jan trouwde in 1776 met Janna Venhorstink en ze kregen vijf kinderen.
 
Met de start van de huisnummering en het daarbij registreren van de hoofdbewoner krijgen we wel zekerheid over de bewoners. Dat is Jan Olthof en zijn echtgenote Johanna Smeenk die eerder lange tijd op 't Gier woonden en omstreeks 1806 naar de Belte kwamen. Ook hier woonden zij een lange tijd en daardoor stond de boerderij ook wel bekend als Olthof. Het echtpaar had geen kinderen en woonden samen met Antonij Olthof (broer van Jan, woonde eerder op Olthof c.q. Oldenhof in het dorp) en ook Berendina Koop, die we nog tegenkwamen op 't Dijker, woonde op de boerderij. Na het overlijden van Jan op 11 maart 1820 worden de dames Johanna en Berendina tot 1832 als bewoonsters geregistreerd. Johanna overlijdt dat jaar op 26 januari. Berendina verhuist na het overlijden van Johanna naar de Klaphekke en overlijdt er op 9 maart van hetzelfde jaar. Precies vier maanden na het overlijden van Johanna wordt de boerderij middels een veiling op 26 mei verkocht aan dagloner Jan Mensink en zijn echtgenote Gerritjen ten Maat en blijkt uit de akte dat Jan Olthof en Johanna Smeenk ook eigenaar waren van de boerderij, dat waren ze niet van 't Gier.

Jan en Gerritjen hadden wel kinderen, dertien maar liefst. Ze kwamen met twee kinderen naar de Belte welke waren geboren op de Borghte waar het echtpaar daarvoor inwoonde. Elf kinderen werden er geboren op de Belte maar zes daarvan overlijden op jonge leeftijd of bij de geboorte, zo bleef er een gezin met zeven kinderen over. Jan en Gerritjen wonen hun verdere leven op de boerderij welke voor Gerritjen (overigens geboren op 't Hekkert) eindigt op 12 juli 1862 en voor Jan op 1 april 1871.
 
Op 28 juni 1871 komen de zeven kinderen bijeen in de Roskam en laten daar een akte opmaken t.b.v. de veiling van daghuurdersplaats "Beltmansplaats" bestaande in huis en erf met schuur en bouwland tezamen groot 1,72 hectare plus een weide en een stuk heidegrond. Twee weken later op 12 juli wordt er geveild en koopt Hendrik Jan Wiltink van 't Reins alles voor 3.765 guldens. Hij koopt de boerderij voor zijn zoon Hendrik die dan nog vrijgezel is. Jan Willem Mensink (oudste zoon van Jan en Gerritjen) blijft nog wel tot op 1 juli 1873 op de boerderij wonen. Ondertussen wordt de boerderij flink verbouwd, Hendrik Jan Wiltink laat de boerderij vergroten waarvan een steen met zijn initialen en het jaartal 1872 in het voorhuis nog steeds het bewijs is. Op 7 november 1872 trouwt Hendrik Wiltink met Garritjen Harenberg die van erve de Bransenborch te Baak afkomstig is. Kort na zijn huwelijk krijgt Hendrik van zijn vader veel grond geschonken: de bouwlanden Bongert en de Bollen, de weilanden met water Koeweerd, Welleken en Bruggeweerd en hetakkermaalsbosch de Houtkamp. De daglonersplaats wordt nu een echte boerderij!
 
Op 1 juli 1873 nemen Hendrik en Garritjen hun intrek op de Belte, twee dagen later wordt zoon Hendrik Jan geboren. Er worden zeven kinderen geboren maar ook nu redden de meeste kinderen het niet, het zijn er maar drie die opgroeien. Hendrik en Gerritjen worden zelf ook niet oud, Gerritjen overlijdt op 13 april 1880 op 37-jarige leeftijd en Hendrik overlijdt op 10 oktober 1881 en wordt maar 43 jaar oud. De drie kinderen waren nog erg jong dus van opvolging was hier überhaupt geen sprake. Zij worden ondergebracht bij familie: Hendrik Jan bij tante Kato Wiltink & Hendrik Jan Ezerman in Epse en Karel Gerrit bij oom Gerrit Jan Wiltink en Jantje Wiltink op de Oude Pastorie in de Eesterhoek, deze echtparen waren beiden kinderloos. Zoon Hermanus verhuist naar zijn grootouders Harenberg in Baak, maar komt later terug naar Gorssel, en wel als hoofdbewoner van de Belte!
 

Na het overlijden van Gerritjen wordt er een inventaris van de boedel gemaakt waarvan de waarde wordt bepaald door buurman Willem Roeterdink van Groot Bentink. In en om de boerderij komt hij aan een waarde van 1041 guldens waarvan meer dan de helft van de waarde op de deel te vinden is, want daar staan een paard, vijf koeien, twee pinken en zes kalveren met een waarde van 643 guldens en 50 centen. Op het land staan nog gewassen met een waarde van 464 guldens waarmee de totaalwaarde van de boedel op 1505 gulden uitkomt. Daar tegenover staan ook schulden waaronder pacht en een openstaande rekening bij doctor Selle te Gorssel van ruim 45 gulden wat aangeeft dat Garritjen ziek moet zijn geweest. De pacht bedraagt 450 gulden en had dus betrekking op de boerderij waarvan Hendrik Jan Wiltink van 't Reins dus nog wel de eigenaar was.
 
Jan Tuitert en Jantjen ten Have komen in maart 1882 op de boerderij wonen en wonen er gehuurd. Jan is een neef van Hendrik en is ook geen lang verblijf op de Belte gegund want hij overlijdt op 9 januari 1889 en wordt maar 36 jaar oud. Hij werd vader van een dochter die maar 14 jaren oud mocht worden en opnieuw werd een kind levenloos geboren. Jantjen, van wie een broer en zus ook vanaf 1883 op de boerderij woonden, hertrouwt op 21 november 1889 met Johan Wiltink, jongste broer van Hendrik Wiltink en dus (ook) een neef van haar overleden echtgenoot. Ze wonen maar kort op de Belte want op 11 maart 1891 vertrekt het echtpaar naar de Keizerij te Borgele in de gemeente Diepenveen. Ook Johan pachtte de boerderij van zijn vader Hendrik Jan Wiltink van 't Reins. Deze overleed op 6 november 1889 en in zijn nalatenschap staat geschreven dat de pacht van 22 augustus tot 6 november 1889 een waarde van 87 gulden en 36 cent had.
 
Nieuwe bewoners zijn Antonie Verbeek en Gerarda Arends die uit Eefde afkomstig waren en ook nu weer de boerderij huren van de erven Wiltink. De drie kinderen Wiltink zijn inmiddels opgegroeid tot jonge mannen en in 1897 wordt een akte van scheiding van de nalatenschap van hun ouders opgemaakt. Hierin staat beschreven dat het boerenerve "Beltmansplaats" ruim 13 hectare groot is geworden en een geschatte waarde van 15.000 gulden heeft. Deze wordt toebedeeld aan Hermanus die ondertussen alweer in de gemeente Gorssel woont en als boerenknecht in Almen werkt. Op 30 december 1898 zegt hij de verhuur op en sommeert de familie Verbeek om de boerenerve "De Belte" op 22 februari 1899 te ontruimen, uiteindelijk verlaten zij de boerderij op 9 maart 1899 en verhuizen naar Voorst.

Hermanus Wiltink trouwt op 15 april 1899 met Johanna Hendrika Wevers en gaan dan op de boerderij wonen, zo is er weer een Wiltink op de Belte. Hermanus, ook wel "Mans van de Belte", en Johanna sluiten begin jaren 1900 twee leningen van ieders 4.000 gulden af voor verdere investering in de boerderij. Er worden zes kinderen geboren waarvan er drie helaas weer jong komen te overlijden. Met zoon Jan Hendrik bestaat de kans op een volgende generatie Wiltink op de Belte, maar helaas, Jan Hendrik heeft niet veel met het agrarische vak. Dat blijkt maar eens als zijn ouders een dag op stap gaan en zoonlief vragen een aantal koeien van de ene naar de andere boerderij te drijven. Thuis gekomen zien Mans en Johanna dat de dames nog allemaal in dezelfde weide staan te grazen. Navraag bij Jan Hendrik leert dat hij eigenlijk niet wist welke koeien nou eigenlijk van hun waren en zo had hij de koeien van Groot Koerkamp van 't Gier naar een ander grasland gebracht, wist hij veel!
 
Mans zelf was wel een boer in hart en nieren en beleefde ook nog een hobby aan de beesten door met stieren mee te doen aan keuringen. Hiermee behaalde hij b.v. op 1 juni 1909 een getuigschrift met een waardering van 71 punten voor een zwartbonte stier van 25 maanden.

De Belte stond dicht aan de IJssel en dat betekende ook wel eens natte voeten, maar in de winterdag kon dat natuurlijk ook ijspret zijn. Toen dochter Aaltjen op een koude winterdag gevraagd werd om voor de kachel hout uit de schuur te halen, duurde het even voordat ze terug was. In de schuur had ze namelijk haar schaatsen verstopt en de houtjes werden ondergebonden, het hout voor de kachel moest maar even wachten! Aaltje staat niet op de foto hiernaast, alleen dochter Gerritje is hierop te zien, staand in het midden achter haar ouders. Gerritje trouwde met Johan Herman Wiltink en ging wonen op 't Joonk te Epse. Links naast Gerritje, rechts op de foto, zien we Jan Hendrik staan.

Dochter Aaltjen trouwt op 2 juni 1933 met Hendrikus Wevers en zij gaan dan ook op de Belte wonen. Het botert niet echt tussen Hendrikus en zijn schoonvader en in 1934 wordt dan al besloten niet langer meer samen onder het dak van de Belte te wonen. Hermanus Wiltink regelt een huurcontract met nieuwe pachters voor de periode vanaf 22 februari 1935 en vraagt vergunning aan voor het bouwen van een nieuw kleiner burgerhuis voor hem en zijn vrouw. Zo gebeurt het dat de Wevers op 22 februari 1935 naar Laren verhuizen en drie dagen later de nieuwe bewoners verwelkomd worden.
 
Mans en Johanna verhuizen begin 1935 naar het nieuw gebouwde burgerhuis welke later de naam Eikenbelte krijgt. Mans is hier overleden op 31 december 1939 en Johanna Hendrika Wevers is er overleden op 17 maart 1950. Latere bewoners van het burgerhuis zijn de families Wolters (die al bij Johanna inwoonde), Nijhof en Van Munster van Heuven. Het adres was eerst Groeneweg 22, later werd dat Ravensweerdsweg 19.
 
Terug naar de Belte. De genoemde nieuwe bewoners van 1935 zijn landbouwer Gerrit Jan Bensink en Hendrika Bouwmeester die uit Brummen afkomstig zijn. Ze komen met vier kinderen en die krijgen in 1936 een zusje als er nog een dochter wordt geboren. In het huurcontract staat beschreven dat erve “de Belte” bestaat uit een huis, erf met schuur, gierkelder, wagenloods, kippenhok, zaadbergen, boomgaard en tuin met vruchtbomen, ca. vier hectaren bouwland en ca. acht hectaren weiland. Dit alles wordt gehuurd voor 885 gulden per jaar. Er wordt verder overeengekomen dat het huurcontact tussentijds kan worden beëindigd op 21 februari 1938 en daar wordt gebruik van gemaakt, want dan verhuist de familie Bensink naar Nieuw Walle en een jaar later verlaten ze Gorssel en zoeken ze hun heil nog noorderlijker aan de IJssel in Olst. De boerderij wordt dan door Hermanus Wiltink verkocht aan Hendrik Jan Remmelink en zijn echtgenote Aleida Harmina Broekman die op 11 maart 1938 op de boerderij zijn komen wonen, ze waren afkomstig van Hengelo Gelderland. In 1943 verkopen zij op hun beurt de boerderij aan Gerrit Jan Meeles. Hij woont in het huis tegenover 't Walle en blijft daar wonen. Willem van Munster wordt dan zetbaas op de Belte en gaat er wonen. Na de oorlog wordt zijn plaats ingenomen door Gerrit Jan Huzen uit Holten die er tot 1948 woont en dan weer teruggaat naar Holten. Dat jaar verkoopt de heer Meeles de boerderij namelijk aan de familie Hagens uit Ruurlo. Het betreft Jan Antonie Hagens en Willemina Johanna Verbeek met hun schoonzoon en dochter Hendrik Jan Bosman en Aleida Gerritdina Hagens. Veel land hoorde inmiddels niet meer bij de boerderij want deze had een totale grootte van nog maar 2,4 hectare. Tegenwoordig wordt het land niet meer gemist want de Belte is nu een woonboerderij zoals er daarvan al veel meer zijn in de Eesterhoek.
 
1776-1805~ Jan Beltman en Janna Venhorstink Mogelijk de eerste hoofdbewoners
1806-1832 Jan Olthof en Johanna Smeenk Geen familie van de vorige hoofdbewoners, woonden eerder op 't Gier
1832-1871 Jan Mensink en Gerritjen ter Maat Geen familie van de vorige hoofdbewoners, woonden eerder op de Borghte
1871-1873 Jan Willem Mensink Jan Willem is de zoon van Jan en Gerritjen
1873-1881 Hendrik Wiltink en Garritjen Harenberg Geen familie van de vorige hoofdbewoner
1882-1889 Jan Tuitert en Jantjen ten Have Jan is een neef van Hendrik
1889-1891 Johan Wiltink en Jantjen ten Have Johan is de tweede echtgenoot van Jantjen en broer van Hendrik Wiltink
1891-1899 Antonie Verbeek en Gerarda Arends Geen familie van vorige hoofdbewoners
1899-1935 Hermanus Wiltink en Johanna Hendrika Wevers Hermanus is de zoon van Hendrik en Garritjen
1935-1938 Gerrit Jan Bensink en Hendrika Bouwmeester Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1938-1943 Hendrik Jan Remmelink en Aleida Harmina Broekman Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1943-1945~ Familie Willem van Munster Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1946-1948 Familie Gerrit Jan Huzen Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1948-1975 Jan Antonie Hagens en Willemina Johanna Verbeek Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1948-....... Hendrik Jan Bosman en Aleida Gerritdina Hagens Aleida Gerritdina is de dochter van Jan Antonie en Willemina Johanna
     
  Huidig adres: Ravensweerdsweg 21  
 

Tussen de Belte en Groot Bentink heeft ook nog een villa gestaan op een bult, maar deze werd op 4 juni 1947 getroffen door de bliksem en afgebrand. Daar het dak van riet was, grepen de vlammen zeer snel om zich heen, zodat binnen enkel ogenblikken het hele huis in lichter laaie stond. De brandweer, die spoedig ter plaatse was, kon wegens watergebrek weinig uitrichten. Slechts de inboedel beneden kon gered worden, boven verbrandde hij grotendeels. De villa was genaamd "de Berkenbelt" en de ruïne is er nog en is te zien vanaf de weg. Het huis is gebouwd in 1943 en bood in april 1945 onderdak aan de Gorsselse families Bouhuijs, Hut en Slont die Gorssel waren ontvlucht voor de naderende komst van de Canadezen bij 't Dommerholt en het te verwachten verzet van de Duitsers. De Canadezen trokken echter ter hoogte van de Berkenbelt de IJssel over en hierop volgden beschietingen van de Duitsers en werd het ook bij de Berkenbelt, waar de families verbleven in de half ondergrondse garage, erg gevaarlijk. Anno 1947 wordt het huis bewoond door Ida Walvius, de weduwe van Frans Bennekers die in 1944 was gefusilleerd. Frans Bennekers is overigens de achterkleinzoon van Gerrit Jan Roeterdink die in 1799 waarschijnlijk op Groot Bentink is geboren. Het adres van de villa was Ravensweerdsweg 19 welke in de jaren '70 is overgegaan naar de Eikenbelte.

 
 
Peerdekate
 
De Peerdekate werd ook wel Peerdekotte genoemd. Een kotte is een kleine boerderij en een peerd is natuurlijk een paard. Mogelijk hebben hier de paarden van Groot Bentink gestaan en is het eerst een schuur geweest welke daarna is omgebouwd tot een woning. Het is wel haast zeker dat naast de geogafische nabijheid ook anders een nauwe band met Groot Bentink heeft bestaan, ze hadden b.v. ook dezelfde eigenaar. De eerst bekende bewoners zijn Willem en Geertjen Perecate die op 6 september 1646 trouwden, maar ze zullen er niet direct zijn gaan wonen want volgens het verpondingskohier van 1646 is de "Peercotte" onbewoond. Willem heette eigenlijk Hoekman en was afkomstig van Oolde maar ging zich Perecate noemen toen hij zich op de Peerdekate vestigde. Zoon van Willem en Geertjen is Hendrik die op 26 mei 1678 trouwde met Marrie Jansen en in het dorp ging wonen in waarschijnlijk een nieuwe woning vlakbij de kerk welke Klein Bentink genoemd werd. Hieruit blijkt nogmaals dat de Peerdekate nauw verbonden moet zijn geweest met het naastgelegen Groot Bentink.
 

Willem heeft er in ieder geval tot 1689 gewoond, want hij leefde nog toen op 14 april van dat jaar dochter Grietjen trouwde met Jan Gerrits Jolink die daarna ook Perecate werd genoemd. Deze Jan is voor 14 mei 1702 overleden want dan trouwt de weduwe Grietjen Willems met Gerrit Roelofs uit Harfsen van het erve Stokhaar. Er wordt op 28 maart 1703 een tweeling gedoopt maar het is maar de vraag of Grietjen daar nog bij is geweest want het lijkt erop dat het baren van de tweeling haar noodlottig is geworden. Precies vier maanden later hertrouwt Gerrit namelijk met Willemken Derks uit Lochem.

Uit dit huwelijk worden zes kinderen geboren waaronder dochter Maria die op 8 januari 1708 wordt gedoopt. Zij trouwt met Teunis Jansen en het echtpaar is de volgende generatie hoofdbewoners van de Perecate totdat Maria er op 24 oktober 1747 overlijdt. Teunis hertrouwt dan op 28 mei 1748 met buurvrouw Garritjen Jansen van 't Groot Bentink. Na het overlijden van Teunis hertrouwt zij op 8 november 1767 op haar beurt met Garrit Hoekman, zoon van Garrit Hoekman en Jenneken Hulleman van boerderij Hoekman. Garrit zijn vader heette eigenlijk Bouwhuis, maar werd Hoekman genoemd omdat hij op deze boerderij woonde. De familienaam Bouwhuis wordt toch nog genoemd als
"Garrit Bouwhuis, bouman op de Perekate" hertrouwt met Johanna Goorhorst. Dat doet hij op 25 april 1772 en de kinderen uit dit huwelijk worden allemaal als Bou(w)huis gedoopt waarmee de familienaam Peerdecate van de gelijknamige erve is verdwenen.

Uiteindelijk is het ook Johanna die hertrouwt en dat doet zij in 1782 wel als weduwe van Gerrit Peerdekate. Ook twee kinderen die binnen een week tijd in 1783 overlijden, worden dan nog Peerekate genoemd. De nieuwe echtgenoot van Johanna houdt ook zijn eigen naam maar deze komt vrijwel overeen met de boerderijnaam want zijn achternaam is Peerdekamp en zijn voornaam is Egbert. Zijn naam kwamen wij al tegen bij het verhaal van boerderij Hoekman waar hij als getuige van een wijziging van twee dopen in het doopregister wordt genoemd. Egbert wordt zelf ook in het doopregister genoemd als vader van twee kinderen die in 1784 en 1789 op de Peerdekate worden geboren. Op 10 maart 1793 vertrekt het gezin naar Eefde.

In de periode van de drie laatst genoemde echtparen is de Peerdekate eigendom van Hendrik Gerhard Jordens (burgemeester en cameraar van Deventer) en Agatha Aleida van Munster. Zij kopen de "Peerekate" op 24 april 1766 van Henricus van Whije (predikant te Wilp) en Cornelia Hartkamp. Deze bestaat uit een kamp zaailand, het huis en put en ander getimmer, met opstaand hout en boomgewassen. De familie Jordens was ook eigenaar van het erve Groot Bentink welke hierna wordt beschreven. Cornelia Hartkamp was eigenaar sinds 1760, zij erfde de katerstede van haar vader Henricus Hartkamp, predikant te Laren. Zij werd toen ook eigenaar van de Haijtinkhof in Gorssel.
 
Opvolgers van de familie Peerdekamp is de familie Muil zijnde Berend Muil en Aaltjen Scholten. Ze zijn getrouwd op 10 januari 1790 en zullen de eerste drie jaren van hun huwelijk waarschijnlijk nog op de Kleine Muil in de Eesterhoek hebben gewoond of anders mogelijk bij Jannes Muileman, oudere broer van Berend, die op Schurink woonde. Berend behoudt de naam Muil(eman) maar wordt op 29 maart 1810 wel als Berend Peerdekate geregistreerd als zijn jongste dochter overlijdt. Bij de eerste huizenregistratie van 1815, als de Peerdekate nog huisnummer 2 heeft, woont Berend nog op de Peerdekate maar niet lang daarna zal hij naar de Vossebelt in Joppe zijn verhuisd. Op 16 juni 1819 overlijdt Albert Bluemink, echtgenoot van Catharina Dommerholt, op de Peerdekate. Het echtpaar zal er zijn gaan wonen na hun huwelijk, maar niet duidelijk is wanneer dit is geweest, we gaan uit van omstreeks 1817. Op 26 mei 1820 hertrouwt Catharina met Gerrit Grooteboer uit Holten, ze trouwen in Gorssel.
 
Er worden uit dit huwelijk vier kinderen geboren waarvan de jongste op 27 augustus 1832, maar het gezin bestaat weer uit vijf personen als het oudste kind op 5 november 1832 overlijdt. 1832 is ook het jaar van het kadastrale register en hierin wordt Gerrit Grooteboer als eigenaar en vruchtgebruiker genoemd. De Peerdekate bestaat dan uit drie percelen: bouwland (E263), huis met erf (E264) en dennebosch (E265), samen een kleine hectare groot. Er ligt nog meer dennebosch en bouwland vlakbij de boerderij maar deze behoort tot het erve Groot Bentink.

Op de kadastrale kaart links is te zien dat de toegangsweg nog achter de boerderij loopt. Later wordt deze doorgetrokken tot aan de huidige Ravensweerdsweg en ontstaat daar de toegangsweg zoals op het kaartje rechts is te zien. De kaartjes staan t.o.v. elkaar wel gedraaid dus is het wel wat lastig bekijken.
 
Gerrit Grooteboer overlijdt op 24 juli 1838 en Katriena is dan voor de tweede keer weduwe. Ze hertrouwt niet meer en blijft alleen met de drie kinderen op de boerderij wonen. Het duurt tot 1861 als er wat verandert in de gezinssamenstelling van de Peerdekate. Zoon Hendrik Jan trouwt dan met Derkjen Kapers op 7 december van dat jaar. Op 5 juni 1863 wordt dochter Gerritjen geboren, maar zij overlijdt al tien dagen later, geluk maakt snel plaats voor verdriet. Oma Katrien maakt dit niet meer mee, zij is eerder dat jaar op 2 februari overleden. Meer kinderen worden er uit het huwelijk van Hendrik Jan en Derkjen niet meer geboren, alleen nog een levenloos geboren meisje in 1870. Toch huppelt er in 1864 een klein manneke rond op het erf, het is de 2-jarige Hendrik Jan Egbers die samen met zijn moeder Grade Beltman tijdelijk op de Peerdekate komt wonen als kort daarvoor zijn vader in Gorssel is overleden. Hendrik Jan werkt als dagloner en verdient daarmee de kost voor Derkjen en zichzelf. Hij overlijdt op 27 maart 1876 op 52-jarige leeftijd. Derkjen blijft dan helemaal alleen achter en dat kan natuurlijk niet zal ook jongere broer Toon gedacht hebben en hij komt op 31 maart 1876 tijdelijk bij zijn zus wonen. Hij vertrekt op 4 juli 1876 weer naar Deventer en dan is Derkjen wel helemaal alleen. Ze leert echter Mannes Brinkman kennen en ze trouwt met hem op 8 februari 1877. Ook Mannes werkt als dagloner en er worden geen kinderen meer geboren, zo leven zij met z'n tweetjes op de Peerdekate.
 
Maar als de leeftijd vordert, moet er ook nagedacht worden over de opvolging. Deze dient zich aan in 1899 als het ongehuwde nichtje Johanna Willemina Menop bij het echtpaar komt wonen. Zij doet dat met dochter Derkjen die op 26 december op de Peerdekate is geboren. Johanna is de dochter van Jan Menop en Johanna Brinkman (zus van Mannes) die op boerderij Achterkamp aan de huidige Schapendijk wonen. De vader van Derkjen is Gerrit Hendrik Roeterdink uit Olst die als dienstknecht heeft gewerkt op boerderij 't Gier.

Hij trouwt op 28 april 1900 met Johanna en dan wordt dochter Derkjen ook erkend. Gerrit Hendrik komt dan ook op de Peerdekate wonen en kort daarna op 4 mei koopt hij grond "in blooten eigendom" van Mannes Brinkman.

Op 11 juni 1916 overlijdt Mannes Brinkman en Derkjen Kapers overlijdt op 23 november 1928, zij wordt 89 jaar oud.
 
Uit het huwelijk van Gerrit Hendrik en Johanna Willemina worden nog eens vier kinderen geboren. Op de foto linksboven zien wij alleen nog dochter Derkjen maar aan de buik van Johanna is te zien dat de tweede op komst is, de foto zal daarom in 1902 zijn gemaakt. Eén van de vijf kinderen is een zoon genaamd Mannes maar één maand oud wordt en op 20 januari 1905 overlijdt. De volgende zoon die dan wordt geboren krijgt, zoals toen gebruikelijk, ook de naam Mannes.

Als enige zoon is hij degene die de boerderij voortzet en zo komt er weer een hoofdbewoner met de naam Mannes. Hij trouwt op 6 juli 1940 met Rika Johanna Withagen en opnieuw worden er vijf kinderen op de Peerdekate geboren. Op de familiefoto hierboven staat Mannes in het midden. De anderen drie kinderen staan ook op de foto: dochter Derkjen linksonder, dochter Johanna staand tweede van rechts en dochter Dies zittend rechts. Rika Johanna Withagen is te zien op de foto hiernaast waar ze samen met Mannes poseert voor de Peerdekate.
1646>1689 Willem Wilmsen Perecate en Geertjen Reints Perecate Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1689 -1701 Jan Gerrits Perecate en Grietjen Willems Perecate Grietjen is de dochter van Willem en Geertjen
1702 -1703 Gerrit Roelofs Peerdecate en Grietjen Willems Perecate Gerrit is de tweede echtgenoot van Grietjen
1703 -1736~ Gerrit Roelofs Peerdecate en Willemken Derks Brink Willemken is de tweede echtgenote van Gerrit
1736 -1747 Teunis Jansen Perecate en Maria Gerrits Peerdecate Maria is de dochter van Gerrit en Willemken
1748 -1766~ Teunis Jansen Perecate en Garritjen Jansen Bennink Garritjen is de tweede echtgenote van Teunis
1767 -1771~ Garrit Hoekman en Garritjen Jansen Bennink Garrit is de tweede echtgenoot van Garritjen
1772 -1781~ Garrit Bouwhuis en Johanna Goorhorst Johanna is de tweede echtgenote van Garrit
1782 -1793 Egbert Peerdekamp en Johanna Goorhorst Egbert is de tweede echtgenoot van Johanna
1793 -1817~ Berend Muil en Aaltjen Scholten Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1817 -1819 Albert Garrit Hendrik Bluemink en Catharina Dommerholt Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1820 -1863 Gerrit Grooteboer en Catharina Dommerholt Gerrit is de tweede echtgenoot van Catharina
1861 -1876 Hendrik Jan Grooteboer en Derkjen Kapers Hendrik Jan is de zoon van Gerrit en Catharina
1877 -1928 Mannes Brinkman en Derkjen Kapers Mannes is de tweede echtgenoot van Derkjen
1899 -1944 Gerrit Hendrik Roeterdink en Johanna Willemina Menop Johanna is het nichtje van Mannes
1940 -1978~ Mannes Roeterdink en Rika Johanna Withagen Mannes is de zoon van Gerrit Hendrik en Johanna Willemina
     
  Huidig adres: Ravensweerdsweg 36 (afgebroken)  
 
 
Groot Bentink
 
Deze boerderij wordt al in 1321 genoemd als "Erf Benting" en is daarmee de eerst vermelde boerderij van Gorssel welke toen nog als Gerslo en Gorstelo werd geschreven. Alleen 't Eschede werd al eerder genoemd (anno 1046 als 't Ascethe) maar was geen boerderij. Dat Bentink (Bentinck) al in 1321 werd genoemd, wil niet zeggen dat het de oudste boerderij van de marken Gorssel en Eschede was, maar de boerderij zal één van de oudsten zijn, zeker van de boerderijen die tegenwoordig nog bestaan.
 
De kerkboeken van 1321 bestaan niet meer (als ze er al waren) en we moeten dus wachten tot 1648 om inzicht te verkrijgen in de bewoners. Op 12 maart 1648 laat "Arndt bouman op Bentinck" zijn dochter Henderssken dopen. Een eeuw later blijken er al elf verschillende echtparen hoofdbewoners te zijn, veroorzaakt door het feit dat één van de partners jong overlijdt en de andere kort daarop hertrouwde, zoals dat in die tijd gebeurde. Pas in 1713 is er sprake van een nieuwe generatie als Jan Gerrits (zoon van Claes!) hoofdbewoner wordt. De volgende generatie dient zich aan in 1742 als zoon Hendrik uit het eerste huwelijk van Jan trouwt met Catharina Thijssen, de laatste echtgenote van Jan, waardoor Hendrik dus met zijn eigen stiefmoeder trouwde! Hendrik overlijdt op 9 oktober 1744 en wordt maar 28 jaren oud. Catharina trouwt voor de derde keer op 11 april 1745 met Albert Gerrits Roeterdink die zich dan Bennink gaat noemen. Maar het is wel een Roeterdink die op Groot Bentink komt wonen en dat zou ruim twee en een halve eeuw het geval zijn!

Albert en Catharina krijgen één dochter die de naam Willemken krijgt. Zij wordt op 15 januari 1746 gedoopt en haar vaders naam wordt dan als Bentink geschreven, maar Willemken zal met de achternaam Bennink door het leven gaan. Zij trouwt op 23 mei 1768 met Willem Roeterdink, daar heb je er weer één! Hij is de zoon van Philip Roeterdink van de gelijknamige boerderij die ook naar Groot Bentink verhuist en zijn naam verandert want hij overlijdt als Philippus Grootbentink op 17 mei 1783.
Willem wordt ook wel Groot Bentink genoemd, maar laat bij de doop van zijn zes kinderen de naam Roeterdink registreren waardoor de kinderen (allemaal jongens) deze achternaam kregen. Bij het verhaal van de Peerdekate kwamen we Willem al tegen als getuige bij een wijziging in het doopregister. Willemken is dus de "Vrou Bennings" geweest aan wie het briefje gericht was en zal gezien de gebruikte woorden "mien lieve Benning" vast een lieve vrouw zijn geweest!

Willem overlijdt op 28 januari 1795. Willemken hertrouwt op 22 januari 1797 met Willem van Essen met wie zij op 31 december 1796 in ondertrouw gaat. Op deze dag wordt er een akte in het wezenprotocol opgemaakt waarin vijf kinderen worden genoemd. Oudste zoon Tone Roeterdink wordt genoemd als Antonij Groot Bentink maar is al overleden. Hij was getrouwd met Willemina Laarhuis en zij hertrouwde op 8 juni 1796 met Jan Willem Roeterdink die op 2 augustus 1800 is overleden. Antonij en Jan Willem bleven beiden op Groot Bentink wonen waardoor er dus sprake was van een dubbele bewoning, iets wat later opnieuw het geval zou zijn. Willemina trouwt in 1808 met Arend Nikkels en gaat dan op het erve Haijtinkhof in het dorp wonen. Arend was eigenaar van het erve Klein Bentink waarover straks meer.
 
Doordat de oudste twee zonen (Jan Willem was de tweede zoon van Albert en Willemken) jong zijn overleden, was het aan de derde zoon Gerrit om voor opvolging te zorgen op Groot Bentink. Hij trouwde op 17 mei 1822 met Lucretia Menkveld uit Eefde. Hij was daarmee wel de laatste die trouwde, zijn twee jongere broers Hendrik en Albert trouwden al resp. in 1813 en 1815 maar gingen resp. op de Borghte en Roeterdink wonen, blijkbaar was de eer aan oudste zoon Gerrit om de nieuwe hoofdbewoner van Groot Bentink te worden.
 
Gerrit had de boerderij al op 22 mei 1818 gekocht van Johanna Wilhelmina Scheltinga, de weduwe van Coenraad Alexander Jordens, voormalig burgemeester van Deventer. Uit een akte van verband anno 1798 blijkt dat dit echtpaar al eigenaar was maar waarschijnlijk waren zij dit al veel langer aangezien Coenraad zijn ouders Hendrik Gerhard Jordens en Agatha Aleida van Munster ook eigenaar waren. Zij kochten in 1766 in ieder geval de Peerdekate en waren toen mogelijk al eigenaar van Groot Bentink. Vader en zoon Jordens zullen niet op Groot Bentink hebben gewoond, want zij waren burgemeester van Deventer en waren daar woonachtig. Ook waren zij eigenaar van het erve Klein Bentink nabij de kerk te Gorssel.

Het Erve Groot Bentink werd geveild als een boerenwoning gemerkt no. 3, een zaadberg, schaap- en varkenschot, een hof aan de oostzijde van het huis, gezaai met een daarbij gelegen kamp bouwland, een akkermaalsheg bij de katerstede Beltman, een akker en nog meer bouwlanden en akkers w.o. den Lookamp, den Stoutkamp en een stuk weideland en drie koeweiden. Gerrit betaalde er 7010 guldens voor. Om de koop te financieren wordt er een hypotheek van 5000 gulden afgesloten en wordt er in 1819 nog 1500 gulden meer geleend.
 
Aangenomen wordt dan ook dat Gerrit de eerste bewoner is die ook eigenaar was van de boerderij, sindsdien is de boerderij altijd eigendom gebleven van de familie Roeterdink. Overigens wordt Gerrit in de aankoopakte als Gerrit Groot Bentink genoemd, maar worden ook nu de kinderen in de geboorte- en doopakten als Roeterdink geregistreerd. Op 6 mei 1826 neemt Gerrit officieel de naam Roeterdink aan wat is vastgelegd in het register van naamsaanneming. Hiermee verdwijnt de familienaam Groot Bentink en schrijven wij vanaf nu alleen nog de familienaam Roeterdink.
 
Overigens woonde in de periode 1822-1826 ook neef Willem Roeterdink met diens echtgenote Barta Roeterdink op de boerderij (ook zij trouwden in 1822) waardoor er opnieuw sprake van een dubbele bewoning was. In 1826 verhuizen zij naar 't Gier en zijn Gerrit en Lucretia de enige hoofdbewoners, waarbij wel vermeld dient te worden dat moeder Willemken ook nog op de boerderij woont, zij overlijdt op 20 februari 1832 en wordt 86 jaar oud.

Uit dat jaar stamt ook de kadastrale atlas waarin Gerrit toch weer Grootbentink wordt genoemd ... We zien op de kadastrale kaart aan de overkant van de weg een schuur (perceel 268) en een schaapskooi (perceel 269) staan. De boerderij zelf had perceelnummer 242.
 
In de boerderij was sinds 1828 ook een koekijzer te vinden welke Gerrit dat jaar cadeau zal hebben gekregen. Zijn initialen zijn hierin aangebracht en er staat een afbeelding op van een huzaar te paard. Waarom de inmiddels 53-jarige Gerrit dit koekijzer cadeau kreeg, is niet helemaal duidelijk. Wellicht maakte Gerrit deel uit van de burgerwacht onder leiding van Willem Jan Larooij die op de Grote Muil woonde en in 1828 is overleden. Ter nagedachtenis aan Willem Jan of nog als dank voor de bewezen diensten van Gerrit kan dit koekijzer toen cadeau zijn gegeven, welke dan door Willem Jan voor zijn dood op 6 september 1828 kan zijn overhandigd. Hoe dan ook, de koekjes die Lucretia er mee zal hebben gemaakt, zullen vast goed gesmaakt hebben!
 
Uit het huwelijk van Gerrit en Lucretia werden zeven kinderen geboren waarvan er twee jong zijn overleden. Nadat Gerrit op 27 april 1846 en Lucretia op 10 december 1848 zijn overleden, worden zij als "de erven G. Roeterdink" geregistreerd als de hoofdbewoners van Groot Bentink. Oudste dochter Willemina hoort daar niet bij, want zij is in 1844 getrouwd en woont op 't Boschloo. De genoemde erven zijn dan ook de overige vier kinderen Bartha, Willem, Jan Willem en Hendrika die in leeftijd variëren van 23 tot 11 jaar. Ze krijgen op de boerderij de broodnodige hulp van dienstknecht Teunis Venneman.
 
Op 31 augustus 1855 trouwen Bartha en Willem: Bartha trouwt met Willem Hendrik Wiltink en vertrekt naar 't Wolferink en daarvandaan komt Judeken Wiltink die als echtgenote van Willem op Groot Bentink komt wonen. Het zijn twee geplande huwelijken met een win-win situatie voor de boerderijen met aanzien waarbij vast ook de nodige liefde een rol zal hebben gespeeld. Dat de boerderijen een status hadden blijkt ook uit de veiling in 1863 van twee kerkbanken die toebehoorden aan de bewoners van 't Ontijdink. Ze werden gekocht door Willem Roeterdink van Groot Bentink en Willem Hendrik Wiltink van 't Wolferink. Andere twee kopers waren Jan Boschloo van 't Boschloo (de echtgenoot van Willemina Roeterdink) en diens broer Gerrit Boschloo die op 't Dijker woonde.

Dat Groot Bentink volgens Willem en Judeken nog niet groot genoeg was, blijkt wel uit een sluitsteen met hun initialen anno 1869 welke boven de deuren van het achterhuis is geplaatst ter gelegenheid aan een uitbouw. Een reden voor de uitbouw van het voorhuis was er niet, want Willem en Judeken kregen geen kinderen.
 
Jan Willem Roeterdink, de jongere broer van Willem die ook op Groot Bentink woonde en werkte, kreeg wel twee kinderen. Hij trouwde op 8 februari 1862 met Heintje Wiltink van 't Wolferink en dit was dus het derde huwelijk tussen een Roeterdink van Groot Bentink en een Wiltink van 't Wolferink. Het echtpaar gaat wonen op boerderij de Grote Hoeve in Baak maar met behulp van vele dienstknechten en dienstmeiden liep het prima op Groot Bentink. Eén van de dienstknechten was Hendrik Jan van der Meij die er vanaf 6 juni 1865 woonde en werkte. Nichtje Willemina Lijzen, dochter van Aaltjen Wiltink, hielp in 1876 ook mee op de boerderij.

Maar naar mate de tijd vordert, moet er toch serieus worden nagedacht over de opvolging. In 1880 wordt Jan Willem zijn oudste zoon Carel 12 jaar oud en wordt het tijd dat hij bekend wordt gemaakt met de boerderij. Zo gebeurt het dat Jan Willem en Heintje samen met de kinderen Carel en Gerritje Lucretia op 11 februari 1880 weer in Gorssel komen wonen. Willem en Judeken gaan aan de andere kant van het voorhuis wonen welke het huisnummer 38-2 krijgt. Het huis wordt hiervoor uitgebouwd en krijgt een waranda waar Willem, die aan astma leed, goed kon vertoeven. Door Willem zijn astma kon hij niet veel doen op de boerderij wat ook een reden was waarom Jan Willem en zijn gezin weer in Gorssel kwam wonen.
 
Tien jaren later is Carel klaar om op eigen benen te staan en is hij ook al eens wezen kijken op 't Wolferink of er nog wat huwbaars rondloopt. Helaas is er niets van zijn leeftijd, maar hoofdbewoonster Karolina Willemina Wiltink (dochter van eerder genoemde Bartha Roeterdink) heeft nog wel een vrijgezelle schoonzus uit Leesten in de aanbieding, haar naam is Willemina Johanna Makkink. Trouwplannen worden gemaakt en op 14 mei 1890 verhuizen Jan Willem en Heintje met dochter Gerritje Lucretia naar Leesten om plaats te maken voor Carel en zijn aanstaande echtgenote.

Er wordt getrouwd op 21 november 1890 maar het is pas op 16 juli 1891 dat Willemina op Groot Bentink komt wonen. Zij is dan zwanger en precies vier maanden later wordt dochter Heintje geboren. Er worden daarna nog vier kinderen geboren waarvan de laatste (dochter Judeken) op 12 januari 1898. De bevalling moet zwaar zijn geweest want Willemina overlijdt elf dagen later op 23 januari 1898. Judeken wordt dan verzorgd door haar grootouders in Leesten maar redt het ook niet, zij overlijdt op 26 februari 1898.

Zo blijft Carel alleen over met drie kinderen, het vierde kind was ook kort na de geboorte overleden. De kinderen konden natuurlijk prima worden opgevangen door ome Willem en tante Judeken, maar uiteraard gaat Carel wel weer op zoek naar een nieuwe echtgenote. Eerst worden de zaken voor de kinderen goed geregeld met een notariële akte op 30 maart 1898.
 
In deze akte wordt de boedel van Groot Bentink beschreven. Deze bestaat uit een veestapel bestaande uit drie paarden, twaalf melkkoeien, vier pinken, drie stieren, zes kalveren, negen kleine kalveren, elf varkens en kippen. Van het land kwam rogge, havere, hooi, stroo, suikerwortels en aardappelen. Deze waren gehaald met wagens, karren, ploegen, eggen en een dorsch- en snijmachine. In huis had de meeste waarde een kabinet en twee kasten, bedden, vleesch en vet, naaimachine en vélocipide en raap- en lijnkoeken. Verder heeft Carel diverse vorderingen uitstaan en is hij eigenaar van een huis en erf gelegen te Warnsveld.
Ook is er op Groot Bentink een kinderwagen en wieg die een nieuwe bestemming moet krijgen dus moet er dus echt een nieuwe vrouw des huizes komen. Dit maal wordt de nieuwe echtgenote gezocht aan de overkant van de IJssel en hier vindt Carel Martina Schaap met wie hij op 13 oktober 1899 trouwt. Uit dit huwelijk worden opnieuw vijf kinderen geboren waarvan alleen de jongste helaas niet oud wordt. Zo woont Carel uiteindelijk met vrouw en zeven kinderen op Groot Bentink. De andere kant raakt onbewoond na het overlijden van Willem en Judeken op resp. 30 april 1905 en 14 februari 1909. De foto hiernaast is voor het gedeelte van het voorhuis gemaakt waar Carel en zijn gezin woonde.

In 1910 bouwen Carel en Martina een nieuwe schuur en de sluitsteen hiernaast herinnert aan de uitbreiding van Groot Bentink.
 

Op de foto hiernaast is het gedeelte te zien waar Willem en Judeken hebben gewoond. De foto is van 1908 en is ouder dan de foto hierboven en aan het kleine tafeltje zitten de kinders van Martina. Rechts op de foto zien wij boerderij 't Bosse welke in 1925 door Carel wordt gekocht. Hij en Martina wonen dan al niet meer op Groot Bentink, in 1924 zijn zij al vertrokken van Groot Bentink en gaan wonen op Ruimzicht vlakbij 't Elf Uur: "Carel koos voor zich een villa aan een zessprong gelegen, dat een ruim zicht heeft over al de omliggende wegen" waarvan er één naar Groot Bentink leidde. Carel is dan 56 jaar oud en stopt nog niet met werken, hij wordt kassier en directeur van de Boerenleenbank te Gorssel welke in 1925 is opgericht en was gevestigd in Ruimzicht. Verder was hij vanaf 1905 ook nog actief als president-kerkvoogd van de Protestantse kerk te Gorssel. Naast de kerk staat overigens het huis Klein Bentink welke wij straks nog even bespreken. Verdere functies van Carel waren gemeenteraadslid, wethouder vanaf 1922 en enige jaren loco-burgemeester, lid provinciale staten Gelderland, oprichter en bestuursvoorzitter Christelijke Lagere school anno 1913, voorzitter Coöperatieve Aankoopvereniging te Gorssel, voorzitter Waterschap Gorsselse Waarden, oprichter begrafenisvereniging Momento Mori, oprichter en voorzitter van de Oranjevereniging te Gorssel en nog vele andere functies. Eigenlijk was Carel meer een bestuurder dan een landbouwer, en was als "vergaderboer" vaak van huis. Een schop heeft hij niet vaak in handen gehad, daar had hij dan natuurlijk ook zijn knechten voor.

Martina overlijdt op Ruimzicht op 31 mei 1937. Vanaf 1942 woont Carel met zijn zuster Gerritje Lucretia (Crisje) en dochters Johanna Willemina en Martina Hendrika in het huis "Lucretia" op de Deventerweg nummer 9. Hier overlijdt Carel op 2 mei 1944 aan de gevolgen van een longontsteking.

 
We zijn afgedwaald van Groot Bentink maar het is nog lang niet gedaan met de familie Roeterdink op de boerderij! In 1924 vertrekken Carel en Martina namelijk om plaats te maken voor zoon Willem. Hij is geboren uit het eerste huwelijk van Carel op 1 april 1895. Op 15 mei 1924 trouwt hij met Alberta Harmina Aalderink uit Eefde en zij worden daarna dus de nieuwe hoofdbewoners van Groot Bentink. Er worden zes kinderen geboren en uiteindelijk is het zoon Carel die de boerderij voortzet, hij neemt deze in 1968 over van zijn ouders.

Op een zondagmiddag haalt zoon Carel de koeien op om te melken, ze lopen achter de Eikenbelte dus een hele wandeling. Willem en zijn jongste broer Hendrik zitten aan de keukentafel en zien Carel door de wei lopen. Terwijl ze de kleiner worden figuur nakijken zegt Hendrik zuchtend "Da's een heel ende ... köj ze neet roopn?". Willem knikt bedachtzaam en zegt na enkele ogenblikken: "Joa ... moar ze koomt neet". De broers hadden zo wel vaker met elkaar plezier.

Willem is overleden op 4 februari 1984, Alberta Harmina over het jaar daarvoor op 31 januari door een auto-ongeval. Zoon Carel woont tot 1999 op de boerderij en gaat dan in het dorp Gorssel wonen.
 
 
.......-1653 Arendt Wilmsen op Bentinck en Lummeken Alberts Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1653-1664 Derck Hendericks Bentinck en Lummeken Alberts Derck is de tweede echtgenoot van Lummeken
1664-1666 Derck Hendericks Bentinck en Geesken Bartels Swavink Geesken is de tweede echtgenote van Derck
1667-1675 Claes Jansen Bentinck en Geesken Bartelts Swavink Claes is de tweede echtgenoot van Geesken
1676-1682 Gerrit Driessen op Bentinck en Geesken Bartelts Swavink Gerrit is de derde echtgenoot van Geesken
1683-1713> Gerrit Driessen op Bentinck en Aeltjen Jorriens Aeltjen is de tweede echtgenote van Gerrit
1713-1729  Jan Gerrits op Groote Bennink en Jenneken Goossens Jan is de zoon van Claes en Geesken
1729-1732 Jan Gerrits op Groote Bennink en Anna Jansen Anna is de tweede echtgenote van Jan
1732-1742 Jan Gerrits op Groote Bennink en Catharina Thijssen Catharina is de derde echtgenote van Jan
1742-1744 Hendrik Jansen Groote Bennink en Catharina Thijssen Hendrik is de tweede echtgenoot van Catharina en zoon van Jan en Jenneken
1745-1793~ Albert Gerrits Roeterdink-Bennink en Catharina Thijssen Albert is de derde echtgenoot van Catharina
1768-1797 Willem Philips Roeterdink en Willemken Alberts Bennink Willemken is de dochter van Albert en Catharina
1797-1832 Willem van Essen en Willemken Alberts Bennink Willem is de tweede echtgenoot van Willemken
1822-1848 Gerrit Roeterdink en Lucretia Menkveld Gerrit is de zoon van Willem en Willemken
1855-1909 Willem Roeterdink en Judeken Wiltink Willem is de zoon van Gerrit en Lucretia
1880-1890 Jan Willem Roeterdink en Heintje Wiltink Jan Willem is de broer van Willem en zoon van Gerrit en Lucretia
1890-1898 Carel Roeterdink en Willemina Johanna Makkink Carel is de zoon van Jan Willem en Heintje
1899-1924 Carel Roeterdink en Martina Schaap Martina is de tweede echtgenote van Carel
1924-1984 Willem Roeterdink en Alberta Harmina Aalderink  Willem is de zoon van Carel en Willemina Johanna
1977-1999 Carel Roeterdink en Tonia Johanna van Zeijts Carel is de zoon van Willem en Alberta Harmina
     
  Huidig adres: Ravensweerdsweg 17  
 
In het verhaal van de Peerdekate was al te lezen dat zoon Hendrik van de Peerdekate in 1678 trouwde met Marrie Jansen en dat zij de eerste bewoners van Klein Bentink waren. De kans is groot dat in die tijd de eigenaar van Groot Bentink en de Peerdekate al dezelfde was en het geeft aan hoe nauw verbonden de Peerdekate met Groot Bentink moet zijn geweest als een bewoner van de Peerdekate in een nieuw huis genaamd Klein Bentink gaat wonen. Hendrik gaat zichzelf ook Klein Bentink noemen en zo ook oudste dochter Aaltje.

Zij trouwt op 1 april 1700 met Jan Aelberts uit Ruurlo van boerderij de Mei. Deze Jan wordt genoemd van der Meij en hij is de stamvader van de Gorsselse familie Van der Meij waarover hier meer te lezen is. Zoon Berent trouwt met buurmeisje Janna Wiltink van het gelijknamige erve.
De naam Wiltink als familienaam kwamen wij al tegen bij het verhaal over de Belte en gaan wij met de volgende boerderijen nog vaker tegenkomen, vandaar de foto hiernaast van het erve Wiltink en Klein Bentink in de verte.
 
 
Boschtert
 


1530: Markeboek Gorssel: wordt Ten Bossche wel genoemd en heeft 5/8 waar.
1549: Markeboek Gorssel: akte over hoeden en maaien van grasland. Dat andere hek bij het klaphekke zullen bewaken Ten Bussche, Ffrancken, Stalbrinck, Ten Walle, Haykynck, Roterdinck en Putte een ieder naar zijn waar.
1565: Markeboek Gorssel: akte over dijken. Deze pacht heeft aangenomen onze mede-erfgenaam Garrit ten Buss, die dat zo aangenomen heeft, en zo de pachters enige ……
1570: Markeboek Gorssel: Guert ten Busche, zal Garrit ten Busche senior zijn = generatie 1
1601: Markeboek Gorssel: Garrit ten Bussche, ongeveer 90 jaren oud = generatie 1
1625: Markeboek Gorssel: Gerrit ten Busch 1 1/8 waar. = generatie 2?
1646: Verpondingskohier: 't guet ten Bussche met eigenaar Gerrit ten Bosch. Waarschijnlijk woonde hij in de tijd al op 't Hof te Eschede uitgaande dat dit Gerrit geb. circa 1605 is.
1759: Markeboek Gorssel: Bosse 1 1/8 whaer
1784: Markeboek Gorssel: Harmen Smeenk 1/4 van 1 1/8 whare van 't Bosse

 

 
Op 19 april 1657 trouwen Henderick Wijchers soon van Wijger Warners ende Jenneken Aloffs dochter van s. Aloff Heijinck. De naam Heijinck was ook een oude boerderijnaam en zal ook ergens in de Boschterhoek hebben gelegen. Misschien Bartels Hofstede? En is Putte dan Groot Bentink?

Ze krijgen één zoon genaamd Aloff. Waarschijnlijk is Jenneken niet lang na de geboorte van Aloff overleden en meer kinderen worden uit het huwelijk niet meer geboren want als Henderick in 1665 besluit te hertrouwen worden alleen voogden aangesteld voor Aloff. De voogden zijn Claes Aelberts ten Bussche en Jan Willem op 't Nijland.

Claes was eigenaar van de boerderij maar woonde op 't Ontijdink. Hij was getrouwd met Garberich Gerritsen en Dercksken Hendricks. Claes is overleden in/voor 1678 en zijn tweede echtgenote is uiterlijk in 1703 overleden. Geen van hun vier kinderen is dan nog in leven en hun boedel wordt op 8 januari 1704 verdeeld onder de kleinkinderen: "Het halve Erve en goedt ten Bosse in Gorssel gelegen, met drie vierde parten van den Holtkamp, wordt toegedeijlt aan Claesken Janssen en Albert Henricks ten Bosse". Claesken was ongehuwd en woonde op 't Smeenk en Albert woonde op 't Ontijdink waarvan zijn neef Jan eigenaar werd.
 

In 1784 ontvangt Reijnt Bosman een liefdegift i.v.m. de grote overstroming

Gerrit Sandschotte, den 5. September 1799 gevestigd in deszelfs erve en goed Bosse genoemd, met al het geen daar onder gehoord, nevens een vierde part in den bosch, de Lookamp geheten, voorts twee koeweiden op de Escheder Koeweerd, en een achtste where in de Gorsselsche Weerden, zoo mede onder dit erve is gehoorende, te saemen in het Scholtampt van Zutphen, onder 't Karspel Gorssel gesitueerd.

Ook wel genaamd Het Bosse. Huisnummer 4 anno 1815. Hoofdbewoners Gerrit Scholten en Johanna Boschloo.

1832: perceel 270 aan de overkant van de weg betreft een schaapskooi en schuur.

31-08-1838: Eigenaars zijn Garrit Scholten x Janna Boschloo / ook genaamd Gerrit Zandscholten x Janna Bosloo. Erve is overgedragen aan dochter Dina Scholten x Hendrikus Wiltink op 12-04-1838. Genoemd wordt een hypotheek groot f 1800.- van 30-12-1805.
19-11-1880: Eigenaars zijn Hendrikus Wiltink x Dina Scholten. I.v.m. en hypotheek groot f 1800.- (van 30-12-1805 voor Gericht van Scholtambt Zutphen) hypotheek van Diaconie der Gereformeerde Gemeente Deventer. Oppervlakte 14 ha.

 
In 1903 gaan Karel Wiltink en Alberta Klein Ovink in een nieuw gedeelte van het huis wonen met huisnummer 108a, er ontstaat dubbele bewoning met twee huisnummers.

In 1925 wordt Carel Roeterdink van Groot Bentink eigenaar en dochter Willemien heeft het in verpachte staat geëerfd.

Arend Vriezekolk werkt in 1926 als boerenknecht op de boerderij van Hendrikus Roeterdink (zoon van Carel Roeterdink) en Hendrika Hermina Makkink te Leesten.

Circa 1976 is de oude boerderij afgebroken. Doordat de boerderij twee huisnummers had, konden er later twee huizen staan.
 
 
  Garrit ten Bussche en Armgart Jansen  
     
     
  Oorspronkelijke bewoners waarschijnlijk familie Ten Bosch Wonen later op Hof te Eschede en Ontijdink
1657-1665 Hendrick Wijchers op 't Busch en Jenneken Aloffs Heijink Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1666-1673 Hendrick Wijchers op 't Bosch en Marritjen Reijnts Huernink Marritjen is de tweede echtgenote van Hendrick (Henderick Busman)
1673-1687> Welmer Dercksen bouman op ’t Busse en Marrie Reiners Welmer is de tweede echtgenoot van Marritjen (Marrie)
.......-1706 Jan Hendriks Bosman en Egbertjen Harms Jan is de zoon van Jan en Marritjen
1706-....... Teunis Garrijts Jolink en Egbertjen Harms Teunis is de tweede echtgenoot van Egbertjen
1729-....... Gerrit Arents Ilbrink op 't Bosse en Geertien Lammers  
1768-1785~ Reint Garrits Bosman en Janna Everts Rensink Reint is de zoon van Gerrit en Geertien
1785-1800 ......................................................  
1799-1841 Gerrit Scholten en Johanna Boschloo  
1836-1885 Hendrikus Wiltink en Diena Scholten Diena is de dochter van Gerrit en Johanna
1881-1903 Karel Wiltink en Alberta Klein Ovink Karel is de zoon van Hendrikus en Diena
1903-1906 Jan Grootentraast en Stina Nieuwenhuis Geen familie van de vorige hoofdbewoners, wel van Nieuwenhuis bewoners op Klaphekke en Walle
1906-1919 Berend Jan Klein Ovink en Hendrika Stegink Berend Jan is de broer van Alberta en was eerder getrouwd met de zus van Karel
1916-1922~ Lambertus Klein Ovink en Hendrika in 't Hof Lambertus is de zoon van Berend Jan
1922-1926 Derk Jan Horstman en Gerritje in 't Hof Gerritje is de zus van Hendrika
1926-1928~ Arend Vriezekolk en Mina Hekkelman Geen familie van de vorige hoofdbewoners, vertrekken naar Breger te Epse en later wonen ze in Harfsen
1928-1934 Albert Antonij van Eerden en Mina Aleida Brugel Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1934-1974 Derk Jan Preuter en Barta Johanna van der Meij Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1974 Frederiks Kleinzoon van Carel Roeterdink
     
1903-1912 Karel Wiltink en Alberta Klein Ovink Eerste medebewoners door dubbele bewoning, voormalige hoofdbewoners
1918-1920 Christiaan Johan Albers en Berendina Hendrika Klein Ovink Berendina Hendika is de dochter van Berend Jan en Hendrika
1918-1920 Johannes Brinkman en Teuntje Renes  
1920<1930 Jan Leunk en Reintje Gerdina Bruggeman  
1930 Herman Bruggeman en Hendrika Oplaat Herman is de broer van Reintje Gerdina
>1930>1951 Derk Schuilenburg en Fredrika Alberdina Maatman  
     
  Huidig adres: Ravensweerdsweg 13 en 15 (afgebroken)  
 
 
Frankenplaats (Reins)
 
Ook wel Frankenland en Frankengoed genoemd en de oudste benaming is Franckinck welke in de pondschatting van 1494 staat vermeld. Andere benaming is Reins (ook wel geschreven als Rijns) oftewel Gerrit Reijntsplaats, deze naam staat te lezen in een magescheid akte van 22-02-1760 waarin voormalig eigenaar Henricus Wilhelmus Hartkamp na zijn overlijden in 1760 de boerderij naliet aan zoon Wilhelmus Warner Hartkamp. In 1570 wonen er mogelijk Hasken Francken en zijn vrouw Griethe.
 

Markeboek Gorssel 21-05-1601: Vergadering erfgenamen van de Gorsselse weerden. Verklaring waarop Tonnis Francken in de ouderdom van ongeveer negentig jaren en Garrit Ten Bussche, eveneens ongeveer negentig jaren, verkllarden uir een mond in aanwezigheid van de gezamenlijke erfgenamen, dat bij verwisseling van zeker perceel land aan het kerkhof gelegen, wordt bezeten en daarvoor in gebruik was. Zonder bedrog.

Waarschijnlijk dubbele bewoning. Bijvoorbeeld vanaf 1650 ook Warner Wijchers Francken en Geertjen Hendriks Mollemans. Warner is de broer van Hendrik die op 't Boschtert woont.

Getuigen doop 1658/1660/1664/1669/1678: Warner Francken, 1659: Jenneken Francken, 1660/1663: Geertjen Mollemans gen. Francken, 1660: Anne Francken, 1644/1664: Peter Francken (overleden voor 23-03-1688)

 
In 1784 wordt de boerderij verpacht aan Jan Dommerholt, die nadien Jan Frankengoedt heet en nog later ook wel Jan Rens wordt genoemd. Jan is sinds 1780 getrouwd met Arendina Wolferink afkomstig van de gelijknamige boerderij, Jan is trouwens ook afkomstig van de gelijknamige herberg Dommerholt. Mogelijk heeft het echtpaar de eerste jaren van hun huwelijk eerst op 't Wolferink of 't Dommerholt gewoond waar dan ook hun eerste twee kinderen zijn geboren. Op de Frankenstede komen er nog zes kinderen bij die allemaal gelukkig een lang leven beschoren zijn. Arendina wordt 62 jaren oud, zij overlijdt op 13 augustus 1815 op Frankenplaats. Jan verhuist daarna naar Epse en gaat daar wonen op 't Groot Bussink.
 
De boerderij wordt op 27 september 1816 door de eigenaren Ralph Dundas Findel & Helena Jeannette Hartkamp voor 7100 gulden verkocht aan Klaas Wiltink en Geertrui Peters uit Epse en zij gaan er dan ook wonen, hiermee zijn de bewoners geen pachter meer maar eigenaar. Op 20 juni 1817 nemen ze een hypotheek van 5.000 guldens. Het echtpaar trouwde in 1797 en had al negen kinderen die allemaal meekomen naar de nieuwe boerderij en op 11 maart 1819 wordt daar jongste dochter Hendrika ook nog geboren, een grote familie dus.

Geertrui overlijdt op 27 september 1824 op 50-jarige leeftijd. Ze heeft nog het huwelijk van haar twee oudste kinderen mogen meemaken. Oudste dochter Lamberdina trouwt in 1821 met Albert Roeterdink en zij wonen het eerste huwelijksjaar ook op Frankenplaats maar verhuizen in 1822/1823 naar Diepenveen. Op 31 december 1823 trouwt dan oudste zoon Teunis met Elisabeth ter Maat en ook zij gaan op Frankenplaats wonen, maar vertrekken na ongeveer negen jaar ook van de boerderij en wonen daarna in Diepenveen en Twello. In 1865 komt het echtpaar wel weer terug naar Gorssel en gaan daar dan eerst wonen op 't Sweersink en uiteindelijk op de Oude Pastorie.
 

De volgende zoon die trouwt is Hendrik Jan en doet dat op 4 maart 1836 met Johanna Tuitert. Het echtpaar gaat wonen op Frankenplaats en zou er niet meer weggaan! Dat weten ze mogelijk al in 1842 en samen met vader Klaas besluiten ze dan de boerderij te vergroten, de middelste sluitsteen op de foto hierboven laat dat zien. Ook uit dit huwelijk worden tien kinderen geboren, reden te meer om de boerderij te vergroten. Klaas maakt de geboorte van acht kleinkinderen mee, hij overlijdt op 16 september 1850. Johanna overlijdt op 23 november 1863 op 52-jarige leeftijd en heeft helaas geen kleinkinderen gezien noch een huwelijk van haar kinderen mogen meemaken. Oudste zoon Gerrit Jan trouwt in 1865 met Hendrika Willemina Wiltink maar gaat op 't Sweersink wonen samen met zijn oom Teunis, die de ouders zijn van echtgenote Hendrika Willemina, ze waren dus neef en nicht van elkaar.

In 1872 trouwt zoon Hendrik met Gerritjen Harenberg en wonen kort op 't Reins maar verhuizen op 1 juli 1873 naar de Belte waarvan de familie Wiltink ook eigenaar was. Op 7 mei 1874 trouwt daarna zoon Jan en ook nu is drie keer scheepsrecht, want hij gaat wonen op 't Reins en blijft er wonen. Zijn zus Kato trouwt dezelfde dag met Hendrik Jan Ezerman en gaat wonen in het dorp aan de huidige Groeneweg. Jan trouwt met Harmken Kalfsterman uit Harfsen en heeft goede reden om op de boerderij te blijven wonen want hij krijgt bouwplaats "Frankenplaats of Rijns" bij het huwelijk geschonken van zijn vader. Het echtpaar kreeg negen kinderen waarvan er wel twee levenloos zijn geboren. Eén daarvan was een tweeling waarvan de andere helft maar zes maanden oud wordt, dat alles gebeurde in 1882. Hendrik Jan Wiltink maakte deze tragedie nog mee, hij overleed op 6 november 1889 en wordt 85 jaar oud.
 
Het oudste kind is zoon Hendrik Jan maar hij trouwt niet als eerste. Dat is zijn zus Willemina Johanna die in 1903 te Gorssel trouwt met Jan Nieuwenhuis en met hem in Diepenveen gaat wonen. Zoon Jan trouwt als volgende maar we zijn dan al wel zeven jaar verder. Hij trouwt op 3 november 1910 te Diepenveen met Johanna Alberdina Wiltink maar gaat met haar in Gorssel op 't Reins wonen. Ook nu betreft het weer een huwelijk van neef en nicht, Johanna Alberdina is namelijk de dochter van Hendrik Jan Wiltink die in 1848 als zoon van Hendrik Jan Wiltink en Johanna Tuitert op 't Reins is geboren. Zij is te zien op de foto hierboven staande voor de boerderij.

Op de foto hiernaast is Jan Wiltink te zien die in 1841 is geboren. Hij en zijn echtgenote Harmken Kalfsterman maken ruimte op 't Reins en bouwen een nieuwe boerderij even verderop welke de naam Prinsenhof krijgt, hier verhuizen zij in december 1910 naartoe. Ruimte maken was eigenlijk niet nodig want uit het huwelijk van Hendrik Jan en Johanna Alberdina wordt op 29 oktober 1911 alleen zoon Jan geboren. Hij trouwt op 9 september 1938 met nicht Aaltje Smale en er worden drie dochters geboren. Hendrik Jan Wiltink en Johanna Alberdina Wiltink overlijden in resp. 1957 en 1953.

Op de foto met sluitstenen zien wij links de sluitsteen met initialen van Jan Wiltink en Harmken Kalfsterman en rechts de sluitsteen van Hendrik Jan Wiltink en Johanna Tuitert. Bijzonder is dan hun opvolger Hendrik Jan junior het achterhuis nog heeft laten inkorten en dat zijn zoon Jan junior het achterhuis weer heeft laten vergroten!

 

Van een nieuwe generatie Wiltink op 't Reins komt het niet meer en Jan Wiltink en Aaltje Smale verhuizen in 1971 naar 't Kleine Reins waar eerder de knecht van 't Reins woonde. Eén van deze knechten was Hendrik Jan Strokappe. Hendrik Jan werkt hard op het land van de familie Wiltink, hiernaast is hij net bezig met het rooien van de aardappels.

Ook zijn nicht Alberta Strookappe werkte een tijd als dienstmeid op de boerderij. Het melken van de koe op de foto hiernaast deed zij echter niet op 't Reins maar op het Erve Strookappe in Harfsen waar zij vandaan kwam. Bertha werkte eerder ook op 't Smeenk in Harfsen en deed daar dienst voor Gerrit Valkeman en Wilhelmina Johanna Hendrika Wiltink die ook van 't Reins afkomstig is, zij is de dochter van Jan Wiltink en Harmken Kalfsterman.

Opvolger van de familie Wiltink is Jan Beltman en zijn echtgenote die een varkensbedrijf hadden.

 
1657 Jan Reijnts op Franckenstede en Mechtelt Tijsselinck Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1694 Garrit Hendriks Esterholt en Jenneken Jans Franckenstede Jenneken is de dochter van Jan en Mechtelt
1734 Wilhelm Franken Markenrichter, zie Markeboek Gorssel, overleden voor 16-11-1758 (vergadering Marke)
1743-1751 Hendrik Jansen Franke en Henders Arents Wolferink Het echtpaar woont vanaf 1751 op 't Wolferink. Mogelijk woonden zij op Frankenplaats samen met de ouders van Hendrik.
1759 Garrit Derks op Frankengoet Overleden
1783 Weduwe Hendriks of Pasmans? Wordt genoemd in register liefdegiften tussen Derk Meijer van Bartels Hofstede en Reijnt Bosman van Boschtert
1784-1816 Jan Engberts Dommerholt en Arendina Wolferink Arendina is de dochter van Hendrik en Henders
1816-1850 Klaas Hendriks Wiltink en Geertruij Thomas Peters Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1836-1889 Hendrik Jan Wiltink en Johanna Tuitert Hendrik Jan is de zoon van Klaas en Geertruij
1874-1910 Jan Wiltink en Harmken Kalfsterman Jan is de zoon van Hendrik Jan en Johanna
1910-1957 Hendrik Jan Wiltink en Johanna Alberdina Wiltink Hendrik Jan is de zoon van Jan en Harmken
1938-1971 Jan Wiltink en Aaltje Smale Jan is de zoon van Hendrik Jan en Johanna Alberdina
     
  Huidig adres: Ravensweerdsweg 11  
 
 
Prinsenhof
 
Ook wel Nieuw Rijns. Johan Willems en Alberta Wiltink kopen de boerderij op 23 april 1918 van Jan Wiltink en Harmken Kalfsterman.
 
1910-1931 Jan Wiltink en Harmken Kalfsterman Eerste hoofdbewoners
1913>1951 Johan Willems en Alberta Wiltink Alberta is de dochter van Jan en Harmken
1946>1951 Berend Hendrik Willems en Christina Nieuwenhuis Berend Hendrik is de zoon van Johan en Alberta
     
  Huidig adres: Prinsenstraat 5 (afgebrand)  
 
 
Bartels Hofstede
 
Deze stond vlakbij 't Klaphekke. In het Markeboek van Gorssel staat op 7 juni 1549 geschreven "Dat andere hek bij het klaphekke zullen bewaken Ten Bussche, Ffrancken, Stalbrinck, Ten Walle, Haykynck, Roterdinck en Putte een ieder naar zijn waar". Mogelijk wordt Bartels Hofstede al genoemd als Haykynck of Putte (Putter Guet) waarvan de laatste 1 1/4 waar in de marke bezat en dus een aanzienlijke boerderij moet zijn geweest.

Huisnummer 6 anno 1815. Hoofdbewoners Gerrit Jan Mensink en Teune Dijkerman. Het huisnummer gaat na verloop van tijd over naar huize Ravensweerd welke kort na afbraak van Bartels Hofstede zal zijn gebouwd.
 
Gerrit Jan Mensink was schoolmeester te Epse. Hij kreeg zijn aanstelling op 27 december 1806 en werd benoemd door de rentmeester van ter Hunnepe. Hij gaf les in Nederduits lezen, schrijven en cijferen. Naast het beroep van schoolmeester deed hij wat aan landbouw. De school van Epse was op het erve Bolderink en is in 1829 afgebroken, Gerrit Jan ging toen met pensioen.
 
Notaris D. Nijman te Zutphen verkoopt Erve en Goed Dommerholt met loswal aan de IJssel en en Landgoed Ravensweerd met o.a. herenhuis en bos.
Hendrik Jan Akkerman verkoopt op 28 augustus 1880 landgoed Ravensweerd aan Clazina de Ven, op 13 augustus 1880 verhuist hij naar 't Ontijdink.
 
Bron: http://www.kasteleningelderland.nl/Kastelen/ravensweerd.htm
Ligging Langs de rivier de IJssel gelegen aan de Houtwal te Gorssel
Ontstaan Een eerste vermelding van het huis komt uit 1872.
Geschiedenis Het landhuis is jong en heeft niet zoals de andere huizen een rijke historie. Waarschijnlijk werd rond 1910 het huidige huis neer gezet door de toenmalige eigenaar, Adriaan Justus de Jong Schouwenburg, industrieel en steenfabrikant. In 1935 wordt het landgoed geveild en vinden er door de nieuwe eigenaar enige verbouwingen plaats.
De laatste eigenaar heeft het landhuis opgesplitst in drie wooneenheden en dus ook drie eigenaren.
Eigenaar/Bewoners P.Postema, J.P.Rouwenhorst, C.P. Vervoort
Huidige doeleinden Privé bewoning .
Toegankelijk Het huis en directe omgeving zijn niet toegankelijk voor het publiek.
Bronnen Jan Harenberg - "Eens bolwerk van de adel, kastelen en landhuizen in de Achterhoek en Liemers"
 

Het landhuis Ravensweerd is rond 1904 gebouwd op de plaats van een ouder pand dat al in 1872 bestond. Waarschijnlijk liet Adriaan Justus de Jong Schouwenburg het pand bouwen. Deze industrieel en steenfabrikant was rond 1910 eigenaar. In 1935 werd het landgoed geveild. J.D. Postma vestigde zich op Ravensweerd en breidde het huis uit. Vanaf 1948 was de Deventer vestiging van het architectenbureau Postma hier enkele jaren gevestigd. Later is het pand in drie wooneenheden opgesplitst.

     
1683 Stoffer Gerrits op Bartelts Hofstede en Jenneken Aelberts  
     
     
.......-1805 Derk Jansen Meijer en Derksken Engberts Heulkes 1779 lidmaat, 1784 liefdegift
1805-1812 Harmanus Mensink en Hendrina Michiels Maatman Afkomstig van Klaphekke, aangenomen verhuist naar Bartels Hofstede bij vertrek Derk Meijer (1805) of komst Teunis Roeterdink (1803?)
1805-1847 Gerrit Jan Mensink en Teune Dijkerman Gerrit Jan is de zoon van Harmanus en Hendrina
1855-1871 Jan Willem Nijenhuis en Hanna Elisabeth Ovink Waarschijnlijk al hoofdbewoners van Ravensweerd, Bartels Hofstede al afgebroken?
1872-1872 Derk Jan Braakhekke en Hendrika Blaauwhand Geen familie van de vorige hoofdbewoners, gaan wonen op 35-2
1872-1880 Hendrik Jan Akkerman en Antonia Zwaantje Johanna Hietbrink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1875-1877 Harmanus Antonie Visser Mede hoofdbewoner
1879-1899 Hendrik van Eck en Clasina de Ven Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1905-1909 Johannes Henso? Geen familie van de vorige hoofdbewoners, woont eerst in het andere gedeelte van Ravensweerd op huisnummer 104
1910-1935 Adriaan Justus de Jong Schouwenburg Geen familie van de vorige hoofdbewoner
1936>1951 Jan Diederik Postma en Meta Anna Kluwer Geen familie van de vorige hoofdbewoner
     
1872-1879 Derk Jan Braakhekke en Hendrika Blaauwhand Geen familie van de vorige hoofdbewoners, gaan wonen op 35-2
1872-1889 Johannes van Vorden en Teuntjen Braakhekke Teuntjen is de dochter van Derk Jan en Hendrika
1889<1900 Derk Jan van Vorden en Fredrika Dommerholt Derk Jan is de zoon van Johannes en Teuntjen
1900-1900 Philip Brands en Maria Hulsegge Geen familie van de vorige bewoners
1901-1904 Hendrik Hulsegge en Hendrika Hutteman Hendrik is de oom van Maria
1905-1910 Wilhelmus Knoop en Louisa Marie Anne Hermina Libosan Geen familie van de vorige bewoners
1910-1911 Gerardus Hansen en Maria Catharina Raval Geen familie van de vorige bewoners
1911-1912 Jan Lodewijk Weijenberg en Maria Willemina Klein Klauwenberg Geen familie van de vorige bewoners
 
 
Klaphekke
 
De Klaphekke is een katerstede welke verbonden was aan erve 't Walle. Er zal bij de boerderij een klaphek hebben gestaan en ook stond er een handwijzer in de richting van Zutphen met de vermelding van één en een kwart uur gaans. Dat was nog wel een eindje lopen maar met een dorstige keel kon je rond 1700 best even bij 't Klaphekke aankloppen, want toen deed deze ook dienst als café.
 
De eerste bekende bewoners zijn Bartholt Warner Klaphekke en Willemken Hendriks Olthof. Het echtpaar trouwt in 1637 te Deventer en krijgt zes kinderen. Ondanks dat de doop van deze kinderen niet is terug te vinden in Gorssel nemen wij aan dat het echtpaar toen op 't Klaphekke is komen wonen. Waarschijnlijk in 1660 verhuist het echtpaar naar 't Swavink in Eefde. De volgende bewoners zijn Gerrit Jansen en Essele Lamberts wiens zuster op de Kleine Muil woonde. Uit dit huwelijk worden vier kinderen op 't Klaphekke geboren. Gerrit overlijdt na de geboorte van het vierde kind in 1668 en Essele hertrouwt in 1669 met Warner Bartelts, zoon van Bartholt en Willemken! Zo komt hij weer terug naar het Klaphekke. Ook dochter Jenneken komt weer in de buurt wonen want zij trouwt met Derck Hendericks Bentinck van 't Groot Bentink.

Warner en Essele krijgen nog drie kinderen. Jongste zoon Willem wordt geboren in 1679 en trouwt in 1703 met Jenneken Jansen. Het echtpaar krijgt acht kinderen en bij de doop van de eerste twee kinderen in 1705 en 1706 wordt vermeld dat het echtpaar "in 't Dorstige Hardt" wonen. Ook bij de eerste lidmaten registratie van 1713 komen wij "het Dorstige hert" weer tegen. Moeder Essele Lamberts woont er dan ook, vader Warner is inmiddels overleden. Zoals eerder vermeld deed de Klaphekke in die tijd ook dienst als herberg of café en had daarom ook deze naam. Mogelijk runde Essele de herberg zoals haar zus Enneken dat ook deed op de Kleine Muil. Later zullen de horeca activiteiten zijn verplaatst naar het nabijgelegen Ravennest welke later op deze pagina wordt besproken. Beide huizen staan aan de Oude Postweg tussen Deventer en Zutphen en er kwam dus wel wat klandizie voorbij.
 
Dochter Willemken is de enige van de acht kinderen die wij later in Gorssel tegenkomen. Zij is geboren in 1710 en trouwt in 1736 met Jan Derksen van 't Reuvekamp. Jan komt wonen op 't Klaphekke en gaat zich ook zo noemen maar wordt in 1746 ook nog "Jan in 't Dorstige Harte" genoemd. Uit dit huwelijk worden elf kinderen geboren in de periode 1736-1752 waarvan een aantal later uitvliegen naar andere boerderijen in de Eesterhoek, geen van de kinderen blijft op 't Klaphekke wonen. In mei 1762 hebben Jan Derks en Willemken Willems hun huis het Klaphekke met waterput opgedragen aan Hendrik Willem Hartkamp en zijne huisvrouw Hendrikjen Meijer. Dit is vreemd, laatstgenoemden verkregen de Klaphekke op 22 februari 1760 uit de nalatenschap van Hendrik Willem zijn vader Henricus Hartkamp die eigenaar van de Klaphekke (en ook van Reuvekamp) was. Wel is duidelijk dat Jan en Willemken toen de boerderij zullen hebben verlaten. Waarschijnlijk zijn zij toen gaan wonen op Klein Bentink, dochter Jenneken woonde daar later en wordt bij haar huwelijk in 1761 "Benninks" genoemd en de verhuizing heeft dus toen al plaatsgevonden.
 
Op 29 maart 1762 trouwen Jan Philips Roeterdink en Aaltjen Teunis Meijer en zij zijn de nieuwe bewoners van Klaphekke. Jan is afkomstig van 't Roeterdink en Aaltjen komt van de Bloedkamp. Er worden drie kinderen geboren, Aaltjen komt daarna te overlijden. Jan hertrouwt op 27 juni 1773 met Geertjen Wiltink, zij is geboren op 't Walle. Er worden nog eens twee kinderen geboren. Jan en Geertjen verhuizen omstreeks 1778 naar Vorden alwaar ze gaan wonen op het erve Bijvang, later wonen zij nog op het Rommelder in Ruurlo.

Nieuwe pachters zijn Harmanus Mensink en zijn echtgenote Hendrina Maatman en zij zijn afkomstig van het erve Maatman in Harfsen. Bij de dijkdoorbraak vijf jaar later in 1783 houden zij het niet droog en wordt Harmen genoemd als Harmen Klaphekke in het register van 1784 met liefdegiften voor de getroffenen van de overstroming. Zij hebben één zoon genaamd Gerrit Jan. Hij trouwt op 28 september 1794 met Teune Dijkerman en zij gaan dan ook op 't Klaphekke wonen. Ze krijgen acht kinderen die allemaal de naam Mensink krijgen maar Gerrit Jan wordt ook Klaphekke genoemd b.v. wanneer hij als momboir wordt geregistreerd in een akte van 1798. Beide echtparen Mensink verhuizen in 1805 naar het naastgelegen Bartels Hofstede.
 
Er komt dan weer een Roeterdink op 't Klaphekke wonen. Het is Teunis Roeterdink, zoon van Jan en Aaltjen, die in 1767 op 't Klaphekke is geboren. Hij trouwt op 20 maart 1803 in Gorssel met Geesken Roeterdink van 't Roeterdink en zij hebben er de eerste twee jaar van hun huwelijk waarschijnlijk gewoond. Op 9 augustus 1805 kopen zij boerderij Klaphekke en zij worden dus geen pachters maar eigenaren van de boerderij. Het echtpaar krijgt drie kinderen waarvan alleen zoon Albert het redt. Hij is geboren op 12 oktober 1805 op 't Klaphekke. Hij trouwt op 1 september 1826 met Aaltjen Wiltink en het wordt een stuk drukker op de boerderij want uit dit huwelijk worden 10 kinderen geboren waarvan er helaas wel drie op jonge leeftijd overlijden. Dochter Jenneken trouwt op 22 december 1870 met Hermannus Ziemelink uit Diepenveen en uit dit huwelijk worden twee dochters op de Klaphekke geboren. In 1881 verhuizen zij naar villa annex herenboerderij 't Heemstra aan de Deventerweg maar in 1894 komt het echtpaar toch weer terug naar de Klaphekke. In de tussentijd woont Jenneken haar zus Hendrika er samen met haar echtgenoot Willem Schrijver, zij kwamen van de Buitenkamp te Weteringen onder Diepenveen. Oudste dochter van Hermannus en Jenneken is Johanna Arendina en zij trouwt in 1903 met Gerrit Jan Tuitert en zij bouwen een nieuwe boerderij aan de Deventerweg welke de naam Nieuw Klaphekke krijgt.
 
Jongste dochter Aaltjen Alberdina trouwt op 23 mei 1901 met Jan Hendrik Nieuwenhuis die ook uit Diepenveen komt. Zij trouwden dus eerder en kwamen op de Klaphekke te wonen. Moeder Jenneken maakte dit niet meer mee, zij overleed op 27 februari 1901. Hermannus overleed vijf jaar later op 9 maart 1906.

Jan Hendrik en Aaltjen kregen vier kinderen waarvan er één jong overleed. De anderen drie zien wij op de foto hiernaast staan: oudste dochter Jenneken Hermina, jongste zoon Hermanus Marinus en zoon Harmen. Op de foto rechts zien wij de broers aan het maaien met twee paarden. De foto links is van 1920, de foto rechts van 1931.
 
Op 14 april 1937 overlijdt Aaltjen Alberdina Ziemerlink en drie maanden later slaat het noodlot opnieuw toe. Op 15 juli 1937 wordt Nederland namelijk geteisterd door hevig onweer welke veel onheil aanrichtte. Verscheidene mensen werden door den bliksem gedood en het hemelvuur sloeg in tal van boederijen. Eén van deze boerderijen was de Klaphekke in Gorssel welke in de avond werd getroffen. De kapitale boerderij brandde hierdoor totaal af, zie foto linksonder. Er werd een nieuwe boerderij gebouwd en de boerderij kreeg ook een nieuwe bewoonster want op 6 mei 1938 trouwt jongste zoon Hermanus Marinus Nieuwenhuis met Karolina Willemina Makkink van 't Eschede. Ook vier kinderen komen na verloop van tijd wonen op de boerderij, twee jongens en twee meisjes zijn er geboren uit het huwelijk van Herman en Lina. Jan Hendrik Nieuwenhuis woont met hen tot zijn dood, hij is op 19 mei 1961 overleden.

Herman en Lina wonen op de boerderij tot begin 1966 en gaan dan opnieuw nieuw wonen in een bungalow welke even verderop aan de weg, inmiddels genaamd Prinsenstraat, wordt gebouwd. De bungalow wordt gebouwd in de boomgaard van 't Klaphekke en krijgt de naam de Bongerd. Oudste zoon Henk en zijn kersverse echtgenote Hilly Polling blijven op de Klaphekke en zetten het boerenbedrijf voort. Ze trouwen op 6 mei 1966, dezelfde datum als de ouders van Henk en ook die van Hilly! Er worden twee dochters en een zoon geboren, maar van een volgende generatie op de boerderij komt het niet meer want de familie verhuist in 1981 naar Zeewolde. De boerderijnaam nemen ze mee en zo is Klaphekke ook in Zeewolde een bekende naam geworden!

Op de middelste foto hieronder is de nieuw gebouwde boerderij Klaphekke te zien en op de foto rechts de boerderij van de andere kant gezien met op de voorgrond de bergen van 't Walle, de volgende boerderij die we gaan bezoeken!
 
 
1637-1660 Bartholt Warner Klaphekke en Willemken Hendriks Olthof Eerste hoofdbewoners van dit overzicht, vertrekken voor 1664 naar 't Swavink te Eefde.
1660-1668 Gerrit Jansen op Klaphekke en Essele Lamberts Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1669-1713> Warner Bartels Klaphekke en Essele Lamberts Warner is de zoon van Bartholt en Willemken
1703-1742 Willem Waanders Klaphekke en Jenneken Janssen Toorneman Willem is de zoon van Warner en Essele
1736-1761 Jan Derksen Reuvekamp en Willemken Willemsen Klaphekke Willemken is de dochter van Willem en Jenneken
1762-1773 Jan Philips Roeterdink en Aaltjen Teunis Meijer Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1773-1778 Jan Philips Roeterdink en Geertjen Klaasjen Wiltink Geertjen is de tweede echtgenote van Jan
1778-1805 Harmanus Mensink en Hendina Michiels Maatman Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1798-1805 Gerrit Jan Mensink en Teune Dijkerman Gerrit Jan is de zoon van Harmanus en Hendrina
1805-1850 Teunis Roeterdink en Geesken Roeterdink Geen familie van de vorige hoofdbewoners, maar Teunis is wel de zoon van Jan en Aaltjen
1826-1873 Albert Roeterdink en Aaltjen Wiltink Albert is de zoon van Teunis en Geesken
1870-1881 Hermannus Ziemelink en Jenneken Roeterdink Jenneken is de dochter van Albert en Aaltjen
1881-1894 Willem Schrijver en Hendrika Roeterdink Hendrika is de zus van Jenneken en dochter van Albert en Aaltjen
1894-1906 Hermannus Ziemelink en Jenneken Roeterdink Jenneken is de zus van Hendrika en dochter van Albert en Aaltjen
1901-1961 Jan Hendrik Nieuwenhuis en Aaltjen Alberdina Ziemelink Aaltjen Alberdina is de dochter van Hermannus en Jenneken
1938-1966 Hermanus Marinus Nieuwenhuis en Karolina Willemina Makkink Hermanus Marinus is de zoon van Jan Hendrik en Aaltjen Alberdina
1966-1981 Henk Nieuwenhuis en Hilly Polling Henk is de zoon van Hermanus Marinus en Karolina Willemina
 
Maar voordat we dat gaan doen eerst even aandacht voor Nieuw Klaphekke aan de Deventerweg. Eerste hoofdbewoners zijn Johanna Arendina Ziemelink (dochter van Hermannus en Jenneken) en Gerrit Jan Tuitert. Later ook eigenaar van boerderij Westhoeve, ook wel Buitenkamp. Mogelijk komt de naam Buitenkamp van de gelijknamige boerderij in Diepenveen waar Willem Schrijver en Hendrika Roeterdink (oom en tante van Johanna Arendina) hebben gewoond.

 
1903- Gerrit Jan Tuitert en Johanna Arendina Ziemelink Eerste hoofdbewoners, Johanna Arendina is de dochter van Hermannus en Jenneken van 't Klaphekke
1931- Kris Jan Stenvert en Jantjen Henriëtta Tuitert Jantjen Henriëtta is de dochter van Gerrit Jan en Johanna Arendina
     
  Huidig adres: Deventerweg 1  
 
 
't Walle
 
Ten Walle wordt reeds genoemd in de pondschatting van 1494 en was toen eigendom van Wichmar ten Walle die ook eigenaar was van het erve Renssinck en daar woonde.

Anno 1713 wonen hier Steven Philips en Geertjen Jansen Borghman met dochter Anna (Anneken).
 

Kaart Hoetinger ca. 1786: genoemd als Hartkamp. Eigenaar was Henricus Wilhelmus Hartcamp die het op 22-02-1760 heeft verkregen uit de nalatenschap van zijn vader Henricus Hartcamp, predikant te Laren. Hij trouwde 29 maart 1759 met Hendersken Meijer van de Bloedkamp (waar ze ook voor een kwart eigenaar van waren) en ze zijn waarschijnlijk toen op 't Walle komen wonen maar zij zullen er waarschijnlijk niet hebben geboerd. Henricus Wilhelmus verkreeg ook de katerstede Klaphekke welke tot het Walle behoorde. Zijn drie broers en zuster verkregen de erven Frankenplaats, Reuvekamp, Wiltink, Haijtinkhof en de katerstede Peerdekate.

Huisnummer 8 anno 1815. Hoofdbewoners Hendrik Holterman en Geertjen van den Berg.

Akte ca. 1819: I.v.m. een hypotheek groot f 4000.- Erve is aangekocht 05-08-1805. Eigenaar: Hendrik Holterman
ID 864 (Notarissen te Deventer) B.J. Kronenberg, akte 2018, Inv. nr. 385 / 391. (datum:23-04-1819 / 02-06-1826): Nieuwe eigenaars Hendrik Jansen Wijers x Gerritdina Willemsen landbouwer (eerst te Voorst nu te Gorssel). Erve is onderhands aangekocht van Hendrik Holterman. Huis met 2 boven en 2 beneden kamers.
Akte 11-01-1822: Eigenaar Hendrik Jansen Wijers x Gardina Willemsen. I.v.m. een hypotheek groot f 5000.- N.B. erve is op 23-04-1819 onderhands aangekocht van Hendrik Holterman x Geertjen van den Berg.
Akte 22-04-1864: Eigenaar Klaas Stormink x Gijsbetha Berendina Theodora Wijers, landbouwer. I.v.m. een hypotheek groot f 4000.- Haar ouders Hendrik Jansen Wijers x Gardiena Willemsen waren de vorige eigenaren.

 
1874: Egbert Stormink trouwt met Aaltjen Vorink en ze gaan op 't Walle wonen. Aaltjen is er overleden op 31 maart 1877.
 
1681>1713  Steven Philips op 't Walle en Geertjen Jansen Borghman  
1721- Willem Derks en Anneken Stevens ??? Anneken is de dochter van Steven en Geertjen
1728- Roelof Hendriks en Anneken Stevens ??? Roelof is de tweede echtgenoot van Anneken
1745<1760 Klaas Alberts Wiltink en Judith Arents Wolferink Het echtpaar vertrekt tussen 1755 en 1760 naar Brummen, bij doop zoon in 1748 Klaes Aelberts Franke genoemd.
1759 Henricus Wilhelmus Hartkamp en Hendersken Teunissen Meijer  
     
1805-1819 Hendrik Holterman en Geertjen van den Berg  
1820-1869 Hendrik Jansen Wijers en Gardina Willemsen   
1847-1889 Klaas Stormink en Gijsberta Berendina Theodora Wijers Gijsberta is de dochter van Hendrik en Gerritdina
1889-1906 Engbert Gerritsen en Berendina Nijland Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1906>1951 Willem Hendrik Makkink en Johanna Nieuwenhuis Geen familie van de vorige hoofdbewoners (zoon Harmen gaat wonen op Wallenstein)
     
     

Nieuw Walle, ook wel Wijers.

Eerste bewoners zijn Egbert Stormink (z.v. Klaas Stormink van het Walle) en Derkjen Dina Brummelman.

Nieuw Walle 1938-1939: Gerrit Jan Bensink en Hendrika Bouwmeester, afkomstig van de Belte.

Er is ook nog een Klein Walle = Ravensweerdsweg 5 = Egbert Stormink z.v. Klaas Stormink.

En dan is er ook nog Wallesteijn in het dorp.

 
1889-1906 Egbert Stormink en Derkjen Dina Brummelman Eerste bewoners, afkomstig van 't Walle
1900-....... Klaas Stormink en Johanna Hendrika Hekkert Klaas is de zoon van Egbert en Derkjen Dina
     
     
     
 
Dommerholt
 
Gelegen op de grens van Gorssel en Epse. In het verpondingskohier van 1646 wordt "D'Hofstede an Dommerholt" nog vermeld onder buurschap Epse.
 

Onderstaand bewonersoverzicht begint met de oudst bekenden voorouders van de huidige familie Dommerholt(d) die op 't Dommerholt hebben gewoond, maar zij waren niet de eerste bewoners. In 1676 wonen er namelijk Arent Gerritsen op Dummerholt en Derckjen Hendericks en in 1658 komen wij Jan Jansen op Dummerholt met zijn vrouw Elsken al tegen. Waarschijnlijk zijn genoemde Arent en Elsken broer en zus van elkaar en is mogelijk vader Gerrit al eerder hoofdbewoner van "Dummerholt" geweest.

* 1717: #Rekeningen van het Stift ter Hunnepe 1717: Dommelerhout verkoft den 20-7-1716. ibidem: Den 17 aug. 1717 ingevolge bijgaande coopcedule verkogt het goed Dommerholt en twijgweerd, afgetrokken den 1/2-50 penn. hogegelt insate en 910 gedane hogingen voor f 2299-15-0.#

Huisnummer 9 anno 1815. In 1853 wordt 't Dommerholt verwoest door brand en verhuist de familie Dommerhold naar Holten. In 1854 woont Engbert Jan Dommerholt nog wel in Gorssel, zie krantenartikel http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd%3A010788044%3Ampeg21%3Ap004%3Aa0010.

Volgende bewoner Albert Jan Leusink is houtteler, dat waren Teunis Willemsen en Engbert Jan Dommerholt ook.

   
 

Akten: Sweer (Swier) Jansen ten Have x /// Fenneken Rensen kopen het erve Dommerholt aan de IJssel op 29-03-1715 van het Stift ter Hunnepe.

Akte erfmagescheid 26-01-1796: Hendrik Dommerholt krijgt toebedeeld het erve Dommerholt en 1/4 whare in de Gorsselsche Waarden. Oudste broer Engbert wordt in deze akte ook genoemd maar is dus niet de opvolger.

Op 24 juni 1853 brak door onweer brand uit in de woning van de houtteller E.J. Dommrholt aan de IJssel. De schuren, volgeladen met eek en aanzienlijke partijen akkermaalshout werden gespaard. Deventer Courant 1853 (datum :24-06-1853)

In Mei- Juni 1854 zal worden verkocht het Erve en Goed Dommerholt bestaande uit nieuw gebouwd woonhuis, schuur en verdere getimmerten; voorts een zeer uitgestrekte Houtwal aan de rivier gelegen. Notaris W.J.C. Putman Cramer te Zutphen. Advertentie Deventer Courant 1854 (datum:00--05-1854)

Notaris D. Nijman te Zutphen verkoopt Erve en Goed Dommerholt met loswal aan de IJssel en en Landgoed Ravensweerd met o.a. herenhuis en bos. Advertentie Deventer Courant 1861 nr. 20. (datum:01-06-1861)

Deze plaats is in april 1945 - bij de oversteek van het bevrijdingsleger over de IJssel - verwoest. Na 1947 is nr 13 gebouwd als woonhuis / en Café de Houtwal voor Albertus Tuitert, veerbaas. In 1969 einde van het bedrijf; in 1990 werd J. Kistemaker eigenaar en werd het een woonhuis. En is nr 15 gebouwd als boerderij voor de fam. Wolters.

Geurt Reinder van Beek ovl. 1903. Zij hertrouwde in 1904 met Johannes Hekkert. Later werden opvolgers Albertus Tuitert x Jantje Hekkert. Café en veerbaas En Gerrit Wolters x Johanna Wilhelmina Hekkert, Landbouwer. Eigenaar: Geurt Reinder van Beek x Gerritje Johanna Bensink, Houtteller - Herbergier. Bewoner: Geurt Reinder van Beek xx 1895 Johanna Barmentloo Landbouwer - Herbergier

 
1682-...... Jan Sweers op Dummerholt en Derksken Everts Eerste hoofdbewoners van dit overzicht, stamouders van de familie Dommerholt en Dommerhold
.......-1717 Swier Jansen op Dommerholt en Jenneken Renssen Swier is de zoon van Jan en Derksken
1735-1774 Engbert Jansen Dommerholt en Catharina Dommerholt Catharina is de dochter van Swier en Jenneken
1764-1795 Swier Engberts Dommerholt en Harmken Roeterdink Swier is de zoon van Engbert en Catharina
1797-1818 Hendrik Dommerholt en Maria Boers Hendrik is de zoon van Swier en Harmken
1819-1850 Teunis Willemsen en Maria Boers Teunis is de tweede echtgenoot van Maria
1839-1850 Engbert Jan Dommerhold en Henriëtta Hietkamp Engbert Jan is de zoon van Hendrik en Maria
1851-1855~ Engbert Jan Dommerhold en Willemina Jansen Willemina is de tweede echtgenote van Engbert Jan
1856-...... Albert Jan Leusink en Jenneken Beekman Geen familie van de vorige hoofdbewoners 
1862-1862 Theodorus Velthuizen Geen familie van de vorige hoofdbewoners 
1865-1867 Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet Geen familie van de vorige hoofdbewoners 
1867-1878 Marten Sager en Hendrina Oolman Geen familie van de vorige hoofdbewoners  (waren eigenaar, zie akte regionaal archief)
1878-1894 Geurt Reinder van Beek en Gerritje Johanna Bensink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1895-1903 Geurt Reinder van Beek en Johanna Barmentloo Johanna is de tweede echtgenote van Geurt Reinder en een nichtje van Gerritje Johanna en Geurt Reinder
1904>1951 Johannes Hekkert en Johanna Barmentloo Johannes is de tweede echtgenoot van Johanna
1934~ Gerrit Wolters en Johanna Wilhelmina Hekkert Johanna Wilhelmina is de jongste dochter van Johannes en Johanna
     
 
 
In 1878 krijgt erve 't Dommerholt dubbele bewoning als dagloner Reind Tuller en zijn echtgenote Janna Temmink (Thimmink) van 't Nieuwenhuis in Dorth naar 't Dommerholt in Gorssel verhuizen. Reind woonde al eerder in Gorssel, hij werkte van 1864-1867 als dienstknecht op 't Klaphekke en daarna nog een jaar op de Borghte. Het echtpaar woont tot 21 september 1895 bij 't Dommerholt en verhuist dan naar Bathmen waar het echtpaar in 1876 was getrouwd. De woning krijgt anno 1951 het adres Veerweg 5 en betreft waarschijnlijk het rode stipje links van de weg op de kaart.
     
1878-1895 Reind Tuller en Johanna Temmink Eerste medebewoners van huisnummer 32-2>81 = Veerweg 5
1895-1903 Gerrit Jan Jonkman en Hendrika Paalman Geen familie van de vorige bewoners
1904-1908 Frederik Palsenberg en Aaltje de Groot Geen familie van de vorige bewoners
1908-1909 Martinus Stenvert en Elsken Heuvelink Geen familie van de vorige bewoners
1917-1921 Hendrik Johan de Rooij en Johanna Jansen Geen familie van de vorige bewoners, stichten hierna Two Step
1921-1922 Cornelis Franciscus Kraf en Klasina Tromp Geen familie van de vorige bewoners, ze wonen eerst op een boot
1922-1926~ Albert Broer en Hendrika Gerdina Schepers Geen familie van de vorige bewoners
1927~ Albertus Tuitert en Jantje Hekkert Jantje is de oudste dochter van Johannes Hekkert en Johanna Barmentloo
     
 
Schurink
 
Dit is de boerderij welke het dichtst bij de grens met Epse is gelegen. Erf "Scuerinc" wordt al in 1439 genoemd maar deze onder de marke Eschede en betreft waarschijnlijk een andere boerderij. Mogelijk gingen de bewoners van Schurink net als de Epsenaren naar de kerk in Deventer of staken ze de IJssel over en gingen dan naar de kerk van Wilp. Hoe dan ook, in de kerkelijke archieven van Gorssel komt de naam Schurink nauwelijks voor. Enige registratie dateert van 9 januari 1706 als "Garrijt Goorsselijk en Maria Garrijtsen Ehel. op Schurink haar doghter Gerrijtjen laten dopen".
 
Doordat er niet of nauwelijks iets over Schurink wordt vermeld in de kerkboeken is het lastig een bewonersgeschiedenis op te stellen voor 1815 als er op huisnummer 10 Jannes Muileman wordt geregistreerd. Jannes is dan getrouwd met Elisabeth Sprikkelman en was eerder getrouwd met Hadewig Meijer. Voor het gemak nemen wij aan dat hij met beide vrouwen op Schurink gewoond heeft en begint onderstaand bewonersoverzicht in 1777 als Jannes op 23 februari met Hadewig trouwt. Er worden uit dit huwelijk twee kinderen geboren. Hadewig overlijdt voor 22 oktober 1798 want deze dag wordt een wezenprotocol opgesteld waarin alleen dochter Hendrika Maria wordt genoemd, het andere kind (zoon Hendrik Mannes) is dan klaarblijkelijk al overleden.

In de akte wordt melding gemaakt van Schurink en kan met zekerheid gesteld worden dat Jannes en Hadewig hier hebben gewoond. Jannes is geboren op de Muil en wellicht is Hadewig afkomstig van Schurink. Dit vermoeden wordt versterkt door het feit dat haar broer Harmen tot zijn dood in 1811 op de boerderij is blijven wonen. In dit geval zijn hun ouders Egbert Harms en Aaltjen Jansen Prins de vroegere bewoners maar omdat hierover geen zekerheid bestaat zijn zij niet in het bewonersoverzicht opgenomen.

In de magescheid wordt de boedel van Schurink getaxeerd op 363 gulden waar tegenover 159 gulden aan schuld staat. Jannes is geen eigenaar van de boerderij, dat is Bartha Olthof, de weduwe van Wolter Beunk, die op het erve Beunk te Epse woont. Zij koop de boerderij op 1 mei 1793 van Swier Engberts Dommerholt en Harmken Roeterdink van 't Dommerholt die de eerdere eigenaars waren. Het lijkt erop dat Schurink ervoor altijd tot 't Dommerholt heeft behoort.
 
Op 11 november 1798 hertrouwt Jannes met Elisabeth Sprikkelman en uit dit huwelijk worden nog eens negen kinderen geboren. Oudste zoon uit dit huwelijk is Harmen Muilerman die op 3 oktober 1799 is geboren. Hij trouwt op 30 oktober 1830 met Berendina Mensink en zij worden dan de nieuwe hoofdbewoners. Vader Jannes is al op 26 juli 1825 overleden en moeder Elisabeth overlijdt op 4 december 1836.

Ondertussen is de boerderij ook van eigenaar gewisseld, de boerderij is op 27 augustus 1816 gekocht door Evert Beunk (zoon van Bartha Olthof) van zijn neef Hendrik Kloosterboer. Waarschijnlijk is de boerderij na het overlijden van Evert Beunk in 1832 gekocht door Stewart Jean Bruce en vind er in 1847 een overdracht plaats aan George Isaac Bruce. Genoemde Beunk personen woonden op het gelijknamige erve Beunk te Epse welke niet ver van Schurink is gelegen.

Terug naar de pachters Muilerman. Uit het huwelijk van akkerbouwer Harmen en Berendina worden ook negen kinderen geboren waarvan wel één levenloos. Oudste zoon Jan Albert trouwt met Dina Rietman en gaat in Deventer wonen waar twee zoons worden geboren. Dina overlijdt op 18 februari 1862 en Jan Albert komt met de twee kleine jongens op Schurink wonen. Het familiedrama is echter compleet als kort daarna ook de jongens op 28 februari en 19 maart 1862 overlijden en Jan Albert op 18 september 1862 komt te overlijden. Het jaar 1862 is een triest jaar op Schurink.
 
Met zoon Hendrik Jan gaat het gelukkig beter. Hij trouwt op 17 augustus 1865 met Gerritjen Brinkman en zij gaan ook op Schurink wonen. Overigens wordt de achternaam van Hendrik Jan, als ook die van zijn broers en zusters (behalve van zus Fenneken), geschreven als Muileman, zonder r dus. Er worden vier kinderen geboren waarvan de tweede op 26 oktober 1869. Deze heeft grootvader Harmen nog net kunnen meemaken want hij overlijdt op 16 november 1869 op 70-jarige leeftijd. Die leeftijd haalt Hendrik Jan niet want hij overlijdt al op 12 juni 1874 op 34-jarige leeftijd, zoveel beter is het Hendrik Jan dus eigenlijk ook niet vergaan, zeker omdat hij de geboorte van zijn jongste kind niet zelf heeft mogen meemaken. Na het overlijden van Hendrik Jan staan de echtgenotes Berendina Mensink en Gerritjen Brinkman er dus alleen voor. Een nieuwe man is gewenst en wordt gevonden op 't Boschtert waar Gerrit Jan Wiltink nog zonder vrouw zit. Hij trouwt op 20 januari 1876 met Gerritjen en verhuist dan naar Schurink en gaat er werken als landbouwer. Er worden nog eens twee kinderen geboren. Het echtpaar woont er zeven jaar en verhuist in februari 1883 naar het erve Nijenhuis te Epse. De maand ervoor is Berendina Mensink in Twello overleden, zij was dus al iets eerder vertrokken van de boerderij.
 
Wie er in die tijd eigenaar van de boerderij was, is niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat Hendrik Stormink de boerderij koopt en er februari 1883 gaat wonen. Hij is getrouwd met Everdina Maria Willemsen en zij wonen daarvoor op het ouderlijk huis van Everdina, het erve Groot Nulend te Epse. Haar vader Gijsbert Jan is overigens geboren op 't Dommerholt, hij is de zoon van Teunis Willemsen en Maria Boers. Hendrik zelf komt ook niet van ver, zijn ouderlijk huis is 't Walle. Het echtpaar heeft vijf kinderen en ook komen nemen ze een dienstknecht en dienstmeid mee. Op 't Schurink wordt het gezin uitgebreid met twee kinderen. Erg lang heeft Hendrik Stormink niet op 't Schurink gewoond want hij overlijdt op 25 maart 1890. Dat gebeurt in de nieuwe boerderij want ongeveer in het jaar 1888 (volgens overlevering was zoon Gijsbert Jan 12 jaar oud) is de oude boerderij afgebrand. De brand moet hevig zijn geweest want veel spullen, waaronder antiek, gaan verloren. De nieuwe boerderij wordt dan wat dichter aan de weg gebouwd, de oude boerderij stond wat dichter aan de IJssel meer in de buurt van 't Dommerholt.

Everdina Maria hertrouwt niet en blijft met haar zeven kinderen op de boerderij wonen en wordt er geregistreerd als landbouwster, ze zal het met het gezin en het werk erg druk hebben gehad. Dochter Lamberta Berendina Theodora is de eerste van de kinderen die trouwt en doet dat in 1896 met Frederikus Hermanus Bensink. Toeval wil dat hij de zoon is van Evert Bensink die de boerderij Groot Nulend overnam van de familie Stormink en het echtpaar gaat op deze boerderij wonen. Als Frederikus in 1904 overlijdt, komt Lamberta met dochter Everdina Maria op 't Schurink wonen, ze blijven er tot april 1907. Dan komt haar broer Hendrik met zijn vrouw en twee kinderen op de boerderij wonen maar ook dit is tijdelijk, ze vertrekken alweer in september.
Maar even later dat jaar trouwt Gijsbert Jan Stormink op 30 november met Maria Berends en dit echtpaar komt dan vast op de boerderij wonen en op 7 juni 1910 koopt Gijsbert Jan de boerenerve van zijn moeder en zijn de zaakjes goed geregeld. Everdina Maria Willemsen blijft hoofdbewoonster maar laat het werken nu aan anderen en verdient haar geld als rentetrekster.

Gijsbert Jan en Maria zorgen voor acht nieuwe kleinkinderen en in de periode 1911-1920 woont ook kleinzoon Evert Bensink op 't Schurink. Hij werd ziek en kreeg T.B.C. waarna de dokter gebood dat hij 't Schurink zou verlaten omdat de besmettelijke ziekte een te groot gevaar voor de Stormink kinderen zou betekenen. Hij werd opgenomen in het sanatorium van Hellendoorn alwaar hij op 6 april 1920 op 17-jarige leeftijd overleed. Evert is de zoon van Lamberta Berendina Theodora Stormink en woonde dus eerst op het Groot Nulend, een foto van hem is hieronder te zien.

Naast het boerenwerk was Gijsbert Jan ook actief op de Houtwal waar hij hielp bij het lossen van de schepen. Met zijn moeder ging hij ook elke week met de kleedwagen naar de markt in Deventer waar ze een vaste plek hadden en daar o.a. appels, eieren en walnoten aan de man brachten. Everdina Maria Willemsen is op de Eerste Kerstdag van 1938 overleden, zij is 86 jaar oud geworden.
 
     
 
De kinderen van Gijsbert Jan en Maria zijn vijf meisjes en drie jongens. Zoon Gijsbert Jan wordt geboren op 2 november 1918 en is niet alleen naamgenoot van zijn vader maar ook zijn opvolger op de boerderij. Hij trouwt op 20 december 1941 met Hendrika Lamberts uit Harfsen en uit dit huwelijk worden een zoon en dochter geboren. Deze worden niet op Schurink geboren want Gijsbert Jan en Maria woonden eerst aan de Elfuursweg in Gorssel en daarna in Epse, pas in 1952 verhuizen ze naar 't Schurink en wordt Gijsbert Jan landbouwer. Daarvoor werkte hij op de voederfabriek in Deventer en vanaf midden jaren '70, toen de boerenactiviteiten op 't Schurink een stuk minder waren geworden, heeft hij nog op de slachterij in Twello gewerkt.

Het gezin staat op de foto hiernaast met Gijsbert Jan Stormink en Maria Berends en staande rechts hun jongste zoon Dirk Jan die ongehuwd bleef en tot 1961 ook op de boerderij woonde. Gijsbert Jan senior is op 21 september 1970 op de boerderij overleden, Maria is overleden op 25 mei 1977 in Deventer, ze is in het najaar van 1976 vertrokken van de boerderij. Gijsbert Jan stond bekend als "Gies van het Schurink" die vaak met een glimlach rondliep.
 
In 1990 verhuist de familie Stormink naar het Dekkershof in het dorp en verhuren ze de boerderij aan de familie van Zee uit Bathmen die er nog een paar jaar hebben gewoond. De boerderij wordt daarna verkocht en afgebroken en iets rechts ervan wordt er een nieuw huis op een terp gebouwd. Een rij bomen in de wei situeert nog wel het toegangspad naar de schuur, dat is alles wat herinnert aan 't Schurink.
 
1777-1798 Jannes Muilerman en Hadewig Egberts Meijer Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1798-1836 Jannes Muilerman en Elisabeth Sprikkelman Elisabeth is de tweede echtgenote van Jannes
1830-1883 Harmen Muilerman en Berendina Mensink Harmen is de zoon van Jannes en Elisabeth
1865-1875 Hendrik Jan Muileman en Gerritjen Brinkman Hendrik Jan is de zoon van Harmen en Berendina
1876-1883 Gerrit Jan Wiltink en Gerritjen Brinkman Gerrit Jan is de tweede echtgenoot van Gerritjen
1883-1938 Hendrik Stormink en Everdina Maria Willemsen Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1907-1976 Gijsbert Jan Stormink en Maria Berends Gijsbert Jan is de zoon van Hendrik en Everdina Maria
1952-1990 Gijsbert Jan Stormink en Hendrika Lamberts Gijsbert Jan is de zoon van Gijsbert Jan en Maria
 
 
Roeterdink
 
In 1480 wordt de boerderij reeds genoemd als Roterdink. Streektaalkundig gezien zou de naam Roeterdink vertaald kunnen worden in: roet en dink. Roet betekent in het plaatselijke dialect onkruid. Dink is heuvelachtige verhoging in landschap, droogblijvend bij hoog water van de IJssel bij Gorssel. Het Roeterdink te Gorssel was in de Middeleeuwen de plaats, waar ter dood veroordeelden werden opgehangen. Anno 1713 is de hoofdbewoonster Klaasken Roeterdink met dochter Aaltjen en zoon Gerrit. Aaltjen is getrouwd met Jan Stevens die pas in 1718 als lidmaat wordt aangenomen als Jan Stevens Brink modo Roskam, het echtpaar is waarschijnlijk in 1715 (na het trouwen van Gerrit) verhuisd naar de Roskam.
 

Kaart 1809 met rechts het erve "Roetering".

Nog plaatsen: Foto van 't Valcke met Roeterdinks ervoor.

Het vroegere huisperceel van Roeterdink hoort op de kadastrale kaart van 1832 dan bij 't Walle. Verderop, naar de IJssel, hebben de erven Roeterdink dan nog verschillende percelen bouw- en weiland en nog een heideveld.

 
Een nog bestaande stille getuige van het erve Roeterdink is een oude linde die aan de zuidzijde voor de voorkant van de boerderij heeft gestaan. Dit leert ons dat de boerderij in dezelfde richting als 't Walle heeft gestaan. De Roeterdink linde is zeker 200 jaren oud en waarschijnlijk nog veel ouder en het kon wel eens de oudste linde van Gelderland zijn. De boom is hol van binnen maar is nog gezond!

De laatste hoofdbewoners zijn Albert Roeterdink en Jenneken Lentink. Ze trouwden op 9 juli 1769 en kregen tien kinderen. Uit een akte van 1811 blijkt dat zij de boerderij pachten van het Geestelijke Rentambt te Zutphen en blijken de Roeterdinks dus geen eigenaar van de boerderij te zijn geweest. Op 23 december 1814 overlijdt Albert op 71-jarige leeftijd. In 1817 overlijdt kleindochter Wendeliena op Roeterdink en dat is de laatste keer dat de boerderijnaam in de burgerlijke stand wordt genoemd. In 1821 staat het huisnummer 11 van het erve Roeterdink niet meer geregistreerd in de personele omslag. Op 23 juni 1820 wordt bouwland de Speldenakker voor 247 gulden verkocht aan Gerrit Groot Bentink (eigenlijk Roeterdink) van Groot Bentink en wordt gemeld dat deze toebehoorde aan het erve Roeterdink welke waarschijnlijk eerder dat jaar zal zijn afgebroken, maar het verhaal wil dat deze is afgebrand nadat de boerderij werd getroffen door een bolbliksem.

Jenneken is dan gaan inwonen bij zoon Gerrit op erve de Vaarne te Epse alwaar zij op 14 mei 1829 is overleden.
 
 
....... -....... Gerrit Roteringh en Aeltien Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1671 -1676 Henderick Claessen Roeterinck en Claesken Gerrits Roeterinck Claesken is de dochter van Gerrit en Aeltien, Henderick is haar tweede echtgenoot en is afkomstig van 't Valcke
1677>1713 Albert Willems Roeterinck en Claesken Gerrits Roeterinck Albert is de tweede (eigenlijk derde) echtgenoot van Claesken
1708 -1715~ Jan Stevens Bleckman en Aaltjen Alberts Roeterinck Aaltjen is de dochter van Albert en Claesken
1715 -....... Gerrit Alberts Roeterinck en Willemken Klaassen Bronsink Gerrit is de zoon van Albert en Claesken en zus van Aaltjen
1732 -1734 Philips Jansen Roeterdink en Hendersken Wiltink Philip is de zoon van Jan en Aaltjen
1735 -....... Philips Jansen Roeterdink en Teunisken Wolferink Teunisken is de tweede echtgenote van Philip die bij zijn overlijden in 1783 op Groot Bentink woont en Philippus Grootbentink wordt genoemd
1769 -1820 Albert Roeterdink en Jenneken Lentink Albert is de zoon van Philips en Teunisken.
 
In de tijd dat het erve Roeterdink te Gorssel is afgebroken, wordt er in Epse een nieuw boerderijtje gebouwd met de naam Klein Roeterdink welke later Nieuw Roeterdink wordt genoemd. De boerderij werd bewoond door Jan Nijkamp en Zwaantjen Krimpert en zij leenden in 1820 geld van Maria Roeterdink, dochter van Albert Roeterdink en Jenneken Lentink. Mogelijk had Maria geld over uit de verkoop van de landerijen van het erve Roeterdink. In 1825 dragen zij de boerderij in eigendom over aan jongste zoon Jan Nijkamp en wordt er gesproken over een opstal van een huis wat uiteindelijk Nieuw Roeterdink zal zijn geworden, waarschijnlijk gebouwd op dezelfde plek. Eerder woonde de familie Nijkamp nog op nabijgelegen erve Nijkamp (ook wel Nieuwkamp, tegenwoordig Vuurslag) waar Jan Nijkamp in 1821 nog worden geregistreerd in de personele omslag, betreft huisnummer 118.

Dit betreft veldgrond van Jan Tuitert (getrouwd met Jenneken Oostenenk) en zijn schoonzuster Derkjen Oostenenk (weduwe van Derk Tuitert). Het eerste echtpaar woonde op het erve Tjoonk en het tweede echtpaar op het erve Dijkman, allebei in Epse. Op het erve Dijkman woonde ook Albert Roeterdink, een vroegere schoonzoon van Albert Roeterdink en Jenneken Lentink. Hij was namelijk eerder getrouwd met Wendeliena Roeterdink en woonde met haar bij zijn schoonouders op het erve Roeterdink. Opvallend is dat eerder genoemde Maria Roeterdink na haar huwelijk in Diepenveen woonde maar dat haar dochter Jenneken in 1813 op Roeterdink is geboren. Afijn, met Maria en Albert Roeterdink zijn er dus contacten naar de familie Nijkamp en deze contacten zullen tot de boerderijnamen Klein en Nieuw Roeterdink hebben geleid. Mogelijk zijn bij de eerste bouw van Klein Roeterdink de stenen van het oude afgebroken Roeterdink gebruikt en is daarom de naam Klein Roeterdink gebruikt. Bij de nieuwbouw met betere nieuwe stenen kan dan de naam Nieuw Roeterdink zijn ontstaan.
 
Mooi is het om te zien dat voor de boerderij weer lindebomen staan zoals dat ook met het oorspronkelijk erve Roeterdink in Gorssel het geval is geweest. De boerderij stond dichtbij het erve Veldzicht van de familie Dijkerman en was gelegen aan de Dommerholtsweg. In 1993 is de boerderij afgebroken en was het definitief gebeurd met de boerderijnaam Roeterdink in Gorssel, maar gelukkig zijn er zijn er tegenwoordig nog veel inwoners die de familienaam Roeterdink dragen!
 
 
Armenhuis
 
In het verpondingskohier van 1646 wordt er in Gorssel al gesproken over een huis voor "d' Armen tot Gorssel" met de naam St. Annenstede.
 
1909-1919 Derk Jan Koop en Fenneken Dikkers Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Grote Kap
1919-1938 Harmanus Scholten en Tonia Enterman Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1919-....... Egbert Willem Scholten Egbert Willem is de zoon van Harmanus en Tonia
1951 H.W. (Hendrik Willem?) Smeenk  
     
1908-1909 Jan Vosselman en Hilleken Klein Eerste medebewoners
1910-1914 Albertus Philippus Hietbrink en Jantje Bosma Geen familie van de vorige medebewoners
1913-1922 Dirk Haarman en Geertruida ter Velde Geen familie van de vorige medebewoners
1922-1924 Johan Klein Velderman en Janna Groot Bluemink Geen familie van de vorige medebewoners
1924-1927 Jan Rouwenhorst en Dina Haarman Dina is de zus van Dirk Haarman
1927-1929 Jan Rouwenhorst en Garritjen Dijkman Garritjen is de tweede echtgenote van Jan
1929>1930 Gerrit Herman Nijenhuis en Johanna Elizabeth Lenderink Geen familie van de vorige medebewoners, wel is Gerrit Herman familie van Derk Jan Koop en de broer van Jan Willem op Boterman
1951 Egbert Jan Wolters en Hendrika Willemina Wassink  
     
    Volgens Wim Roeterdink woonde er ook "Tone Potlanderkop"
 
 
 
 
Ravennest
 
Zou zijn gebouwd in 1825. Het huis wordt ook wel Halfweg genoemd, waarschijnlijk doordat deze halverwege de postroute van Zutphen naar Deventer is gelegen. Kadastraal perceel E333 anno 1832 bestaat uit huis en erf en is eigendom van weduwe Gerrit Azink.

Hoofdbewoners anno 1856 op huisnummer 24: Hendrik Jan Wunderink en Janna Geltink.
 
1827 Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink Mogelijke eerste hoofdbewoners, getrouwd op 05-10-1827
1835 Geertruij Wassink Geertruij is de ongehuwde zuster van Janna. Haar zoontje Hendrik Jan is er 15 maart 1835 overleden.
1839-1845 Lambertus Oosterkamp en Jenneken Janssen Het echtpaar vertrekt naar de Eikeboom
1846 Hendrika Wijers Weduwe van Arend Geltink. Overleden op 23-02-1846, woonde eerder op de Eikeboom
  Hendrik Jan Wunderink en Janna Geltink Janna is de dochter van Hendrika
<1861-1870 Garrit Hendrik Nekkers en Johanna Alberta Noteboom Bewoners van huisnummer 24
1870-1875 Albert Boterman en Johanna Alberta Noteboom Albert is de tweede echtgenoot van Johanna Alberta, ze verhuizen in 1875 naar het boerderijtje bij de begraafplaats
1875-......... Hendrik Jan Boterman en Jenneken Slagman Gaat over in een ander huisnummer = uiteindelijk Zutphenseweg 34 of boerderij bij begraafplaats?
     
1851-1861 Willem Derk Jansen en Gerritjen Meijer Bewoners van huisnummer 24-2>42-2>92. Ze verhuizen naar het boerderijtje bij de begraafplaats met huisnummer 24-3!
1861-....... Mannes Schutte en Johanna Olthof  
1888-1894 Harmen Hazewinkel en Hendrika Schutte Hendrika is de dochter van Mannes en Johanna = huisnummer 93
1895-1898 Gerritje Heuvelink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1900-1934~ Gerrit Jan Schutte en Fredrika Bussink Gerrit Jan is de zoon van Mannes en Johanna
1905-1908 Jan Vosselman en Hilleken Klein Ze wonen op huisnummer 115. Afkomstig van boerderijtje bij de begraafplaats en verhuizen 12-12-1908 naar huisnummer 114a = Armenhuis.
     
1855-1857 Berend Jan Hagens en Margrietha Hoebrink Bewoners van huisnummer 24-3>42-3>94.
1857-1890 Jan Termaat en Hendrika Johanna Holmer Geen familie van vorige bewoners
1890-1892 Gerritjen Peters Huisnummer 94
1893-1894 Gerrit Jan Boterman en Bartha Toorneman Gerrit Jan is de zoon van Albert en Johanna Alberta
1894-1899 Karel Schepers en Hendrika Maria Albertha Weultjes Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1899-1919 Willemina Schoemaker Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1919>1930 Hendrik Jan Grooteboer en Berendina Oosterkamp Geen familie van de vorige hoofdbewoonster
1951 J. (Johannes?) Hertgers  
     
     
 
 
Velderhof
 
Het boerderijtje Velderhof ligt net buiten het dorp Gorssel aan de huidige Prinsenstraat. Eerste vermelding is van 1675 als "Aelbert Vellerhoff en Jenneken ehel. haere dochter Berentjen laeten doopen". Albert en Jenneken waren in 1670 getrouwd en zijn waarschijnlijk toen al op het Velderhof komen wonen. Zij woonden bij hun huwelijk in Gorssel maar komen resp. uit Dorth (van 't Hull) en Harfsen (van 't Else). Er worden in de periode 1677-1688 nog vijf kinderen geboren, één daarvan is zoon Garrit. Hij trouwt in 1710 met Geertjen Hendriks die ook uit Harfsen afkomstig is. Het echtpaar blijft waarschijnlijk kinderloos en zo moeten de opvolgers op een andere manier gevonden worden.
 
Jan Hendriks Struik en Henders Driessen trouwen op 17 januari 1732 in Gorssel maar komen ook van elders, Jan uit Holten en Henders uit Laren. Zij zien het wel zitten om het boerderijtje van Garrit en Geertjen voort te zetten. Er worden drie kinderen geboren dus is de opvolging geen probleem. Uiteindelijk zullen de volgende generaties 185 jaar lang op 't Velderhof blijven wonen!

Oudste dochter Derkjen is van de eerst volgende generatie. Echtgenoot Teunis komt alweer niet uit Gorssel, hij is een geboren Oonk van Harfsen maar neemt zoals te doen gebruikelijk de naam Velderhof aan ook wordt hij nog wel als Theunis Oonk op 30 maart 1760 ingeschreven in het lidmaten register. Derkjen en Teunis trouwden een jaar eerder en zeker vier kinderen worden er uit hun huwelijk geboren waarvan drie dochters.

Dochter Janna trouwt twee keer en haalt beide mannen van elders. Zij trouwt in 1786 met Teunis Schuitert uit Holten en hertrouwt na diens overlijden op 1 oktober 1797 met Berend Velderman uit Hengelo (Gelderland, dat dan wel). Janna wordt moeder van 11 kinderen, waarvan er 7 van Teunis zijn en 4 van Berend. De kinderen krijgen bij de doop de familienaam van de vaders waardoor de familienaam Velderhof van de boerderij verdwijnt. Janna had nog wel een broer Peter, maar waarschijnlijk is hij jong overleden en heeft hij niet voor nageslacht gezorgd, de familienaam Velderhof van origine Gorssel is daarmee voorgoed verdwenen.
 
Bijgaande afbeelding was al te zien bij het verhaal over 't Boschloo. De man rechts is namelijk Gerrit Boschloo die kribmeester was van de marken Eschede en Gorssel. In die hoedanigheid houdt hij een paal vast die door de bewoner van boerderij "Velderhof" de grond in wordt geslagen, dat was in die tijd Berend Velderman. De afbeelding komt van een wafelijzer uit het jaar 1803.

Op de afbeelding is de IJssel te zien. In 1784 treedt deze ver buiten haar oevers en het water stroomt ook over het land van 't Velderhof. Teunis Schuitert krijgt daarna 8 guldens als liefdegift. In het desbetreffende register wordt zijn naam nog wel opgetekend als Teunis Velderhoff.
 
Berend Velderman is overleden op 23 januari 1825 en Janna Velderhof op 24 augustus 1832, dat jaar verdwijnt de familienaam dan echt. Een half jaar voor het overlijden van Berend is de opvolging al wel geregeld als (stief)dochter Hendrikjen Schuitert op 5 juli 1824 trouwt met Harmen Hagens uit Laren, voor de zoveelste keer dus iemand van buiten Gorssel. Harmen en Hendrikjen pachten de boerderij van de Hervormde Gemeente Gorssel zoals hun voorgangers dat ook deden. Het lijkt erop dat de kerk bewust zijn pachters van buiten Gorssel koos om zodoende nieuwe bloed in - en uitbreiding van de kerkelijke gemeente te verkrijgen. Het echtpaar koopt de boerderij in 1849 en is dan ook baas over de opvolging welke nog drie generaties Hagens zou voortduren.
 
 
Harmen en Hendrikjen krijgen negen kinderen (waarvan er wel vier op jonge leeftijd overlijden) en Hendrikjen is ook nog moeder van een dochter Antonia die in 1821 onecht op het Velderhof is geboren. Zij trouwt in 1844 met Jan van Zee en dit echtpaar woont de eerste jaren van hun huwelijk ook op het Velderhof. Harmen was linnenwever van beroep net als zijn vader Jan Hagens die ook op 't Velderhof woonde en er overleed op 7 maart 1839. Van de vijf opgroeiende kinderen van Harmen en Hendrikjen zijn er twee zoons. Oudste zoon Berend Jan trouwde met Margrietha Hoebrink en woonde met haar op 't Ravennest. Berend Jan wordt maar 26 jaar oud en overlijdt op 5 september 1857. De twee dochters uit het huwelijk gaan dan waarschijnlijk op het Velderhof wonen, daar staan zij ten minste ingeschreven volgens het bevolkingsregister van 1861. Ze wonen er tot 1864 en verhuizen dan naar Zutphen waar haar moeder is hertrouwt.
 
Jongste zoon van Harmen is Jan Willem en wordt op 25 januari 1836 geboren. Hij werkt als dagloner en trouwt op 24 december 1858 met Janna Meijer die van de Prins afkomstig is, het zal verder wel toeval zijn dat de weg waaraan het Velderhof is gelegen later de Prinsenstraat wordt genoemd. Het echtpaar krijgt vijf kinderen die gelukkig allemaal wel een lang leven beschoren zijn. Oudste dochter Hendrika Johanna trouwt in 1881 met Albert Sluiter en zij wonen tot 1887 op het Velderhof en verhuizen dat jaar naar Huis in 't Veld op de Eesterbrink.

Enige zoon is Gerrit die de logische opvolger is anders gaat het verhaal van drie generaties Hagens op het Velderhof niet op. Hij trouwt op 30 juli 1887 met Hendrika Gerritdina Boterman die in 1863 op de Grote Muil was geboren. De familie Sluiter heeft dus plaatsgemaakt voor Gerrit en zijn kersverse echtgenote. Er worden uit dit huwelijk zes kinderen geboren. Erg oud wordt Gerrit niet want hij overlijdt op 10 juni 1901 op 39-jarige leeftijd. Hij overleeft maar net zijn vader die op 12 februari 1901 was overleden, zijn moeder Janna was in 1886 al overleden.
 
Hendrika Gerritdina blijft alleen over met drie kinderen (de andere drie zijn jong overleden) en kan wel wat steun gebruiken. Ze hertrouwt op 3 mei 1902 met achterneef Derk Jan Boterman en uit dit huwelijk worden nog eens drie kinderen geboren.

Zoon Jan Willem Hagens blijft op het Velderhof wonen en is metselaar van beroep. Op 14 juni 1913 trouwt hij op 20-jarige leeftijd met de 22-jarige Derkjen Noordkamp uit Epse en zo komt er weer een jong gezin op het Velderhof te wonen. Hetzelfde jaar wordt een zoon geboren en met een verdere gezinsuitbreiding in het vooruitzicht besluiten Derk Jan Boterman en Hendrika Gerritdina Boterman plaats te maken op het Velderhof en verhuizen op 7 maart 1914 naar Epse. Later dat jaar en ook in 1916 wordt er nog een zoon geboren maar daar blijft het bij want op 1 augustus 1917 verhuizen Jan Willem en Derkjen naar Teuge alwaar zij gaan wonen in het tolhuis aan de Rijksstraatweg.
 
Opvolgers zijn Jan Oosterveld en zijn echtgenote Johanna Everdina Eggink uit Epse. Jan is afkomstig van de Weerdsweg aldaar waar ook Derkjen Noordkamp vandaan komt. De familie Oosterveld woonde er tot 1921, ze kopen op 4 januari 1921 een huis in Epse en zijn daar weer gaan wonen. Op de foto hiernaast zien wij Jan en Johanna Everdina met waarschijnlijk hun dochters Derkjen en Everdina Janna.

In de bewonersgeschiedenis hieronder zijn vele namen te vinden van hoofdbewoners die op het Velderhof gewoond hebben doordat de mensen vaak niet lang op het Velderhof bleven wonen, het werd dus een doorgangshuis. Na het vertrek van de familie Oosterveld gaan Derk Jan van Vorden en Fredrika Dommerholt er wonen. Hun zoon Derk Jan en diens echtgenote Johanna Hendrika Berfelo trekken er later bij in.


Het boerderijtje Velderhof is in 2013 afgebroken en op de plek is een nieuw huis gebouwd.
 
1670<1713 Aelbert Jansen Vellerhof en Jenneken Berents Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1710-1732~ Garrit Aelberts Velderhof en Geertjen Hendriks Klein Bannink Garrit is de zoon van Aelbert en Jenneken
1732-....... Jan Hendriks Struik>Velderhof en Henders Driessen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1759-1793~ Teunis Peters Oonk>Velderhof en Derkjen Velderhof Derkjen is de dochter van Jan en Henders
1786-1797 Teunis Schuitert en Janna Velderhof Janna is de dochter van Teunis en Derkjen
1797-1832 Berend Velderman en Janna Velderhof Berend is de tweede echtgenoot van Janna
1824-1871 Harmen Hagens en Hendrikjen Schuitert Hendrikjen is de dochter van Teunis en Janna
1858-1901 Jan Willem Hagens en Janna Meijer Jan Willem is de zoon van Harmen en Hendrikjen
1887-1901 Gerrit Hagens en Hendrika Gerritdina Boterman Gerrit is de zoon van Jan Willem en Janna
1902-1914 Derk Jan Boterman en Hendrika Gerritdina Boterman Derk Jan is de tweede echtgenoot van Hendrika Gerritdina
1913-1917 Jan Willem Hagens en Derkjen Noordkamp Jan Willem is de zoon van Gerrit en Hendrika Gerritdina
1917-1921 Jan Oosterveld en Johanna Everdina Eggink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1921-1926 Derk Jan van Vorden en Fredrika Dommerholt Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1926-1928 Steven Braakhekke en Wilhelmina Geertruida Stuiver Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1928-1932 Johannes Klomps en Aleida Hendrika Willemina Selk Geen familie van de vorige hoofdbewoners, Aleida is verre familie van Hagens
1932>1939 Hendrikje Nieuwenhuis en Hendrik Jan Bernardus Haijtink? Geen familie van de vorige hoofdbewoners, zij was hoofd medebewoner, hij was gescheiden
1951 J.H. Nengerman Bewoner van huisnummer 394 > Prinsenstraat 4 anno 1951
 
 
Na het vertrek van Derk Jan Boterman en Hendrika Gerritdina Boterman zal er aan of vlakbij het Velderhof een nieuw huisje zijn gebouwd welke het huisnummer G126a kreeg. Vanaf mei 1914 wonen hier Jan Willem Poterman en Hendrika Christina Klein Velderman. Net als bij het Velderhof wordt dit huisje een soort van starterswoning waar meerdere families hebben gewoond. De familie Poterman woont er tot 1923 en verhuist dan naar een nieuw huis aan de huidige Ketenbosweg in Gorssel. Het is één van de drie arbeiderswoningen die daar zijn gebouwd in verband met de Landarbeiderswet van 1918.

De plattegrond hiernaast is van 1933 en de twee rode blokjes onder "Gorssel" zijn die van Velderhof waarvan de kleinste rechtsonder het nieuwe huisje markeert. Boven de kruising is het Ravennest aangegeven en links daarvan het Armenhuis.
 
1914-1923 Jan Willem Poterman en Hendrika Christina Klein Velderman Eerste bewoners van dubbele bewoning
1923-1924 Harm Jan Boterman en Johanna Gerridina Zoomer Geen familie van de vorige medebewoners, Harm Jan is wel een neefje van Derk Jan Boterman
1924-1925 Derk Jan van Vorden en Johanna Hendrika Berfelo Geen familie van de vorige medebewoners, zij woonden daarna in bij de ouders van Derk Jan op huisnummer 178 (Velderhof)
1925-1927 Anne Lourens en Theodora Geertruida Maasman Geen familie van de vorige medebewoners
1927-1928 Gerrit Jan Roessink en Egberdina Willems Geen familie van de vorige medebewoners
1928-1928 Egbert Roelof Poorterman en Hendrika Everdina Schoonheden Geen familie van de vorige medebewoners
1928-1932 Gerard van Langen en Hendrikje Nieuwenhuis Geen familie van de vorige medebewoners
1951 J. Dekker Bewoner van huisnummer 395 > Prinsenstraat 2 anno 1951
 
 
Groeneveld
 
Dit kleine boerderijtje werd in 1914 voor het eerst bewoond door Gerrit Willem Boterman en Gerritjen Willemina Hietkamp die uit het dorp Gorssel kwamen en daar de langste tijd aan de huidige Ketenbosweg woonden. Het echtpaar was getrouwd in 1899 en woonde hun eerste huwelijksjaar op de Eikeboom in de Eesterhoek. Gerritjen Willemina woonde daar al, zij was weduwe van Jan Willem Timmerije.
 
Gerrit en Gerritjen gaan in het nieuwe boerderijtje wonen met hun drie kinderen en Berend Jan Timmerije, zoon van Gerritjen uit haar eerste huwelijk. Deze Berend Jan trouwt op 14 februari 1920 met Marrigje Roodzelaar die dan ook in het kleine boerderijtje komt wonen, maar niet voor lang want later dat jaar verhuizen zij naar Zwolle.

Gerrit Willem Boterman was niet meteen eigenaar van het boerderijtje en zal deze waarschijnlijk op 16 april 1925 hebben gekocht, er wordt dan in een akte melding gemaakt van een huis met erf en bouwland aan de Domineesteeg te Gorssel, sectie E nrs. 834 en 226.

Op 6 juni 1936 trouwt dochter Wilhelmina Gerdina met Jan Willem Nijenhuis (broer van Gerrit Herman van 't Armenhuis) die dan ook in het boerderijtje komt wonen. In 1952 is er nog steeds sprake van dubbele bewoning, maar op 14 april van dat jaar overlijdt Gerrit Willem en in 1956 komt ook Gerritjen Willemina te overlijden.

Uiteindelijk is het zoon Gerrit Willem Boterman junior die samen met zijn echtgenote Berendina Aleida Aberson in het boerderijtje woont. Gerrit Willem was er landbouwer en werkte eerder als dienstknecht voor de familie Scholten op Brinkman en de familie Stenvert op Nieuw Klaphekke, daar is de foto van hem gemaakt. Hij is daar 25 jaar in dienst geweest en kreeg bij dit jubileum een fiets als geschenk van de familie Stenvert. Gert heeft ook nog gewerkt voor de familie Tuitert op de Grote Muil en de familie Valkeman op 't Valcke in Eefde.

Gert en Leida hadden geen kinderen. Later woonde er de heer Maas. Het oorspronkelijke huisnummer van het boerderijtje is 121a en uiteindelijk wordt deze 384. Met de invoer van de straatnamen en huisnummers wordt het adres Domineesteeg 5 maar tegenwoordig is het huis gelegen aan de Groeneweg en door de huidige bewoonster de toepasselijke naam Groeneveld gegeven.
 
1914-1956 Gerrit Willem Boterman en Gerritjen Willemina Hietkamp Eerste hoofdbewoners
1936-1952> Jan Willem Nijenhuis en Wilhelmina Gerdina Boterman Wilhelmina Gerdina is de dochter van Gerrit Willem en Gerritjen Willemina
>1952-..... Gerrit Willem Boterman en Berendina Aleida Aberson Gerrit Willem is de broer van Wilhelmina Gerdina en zoon van Gerrit Willem en Gerritjen Willemina
 
 
In het dorp Gorssel gaat het verder met Bijgeval (12), Rensink (13), Olthof (14), Oldenhof (15), Haijtinkhof (16), Roskam (17), Kosterie (18), Hofman (19), Morrenhof (20), Nijhuis (21), Velderhof (22), Klein Bentink (23), Wiltink (24), Smid (25), Lueks (26), Groterkamp (27), Reuvekamp (28), Ruimzigt (29), Achterkamp (30), Joppe (31), Prins (32) en Fokkink (33). Daarna gaat het verder met 't Gier en zo de Eesterhoek in.